Depressie voorkomen

You are currently browsing the archive for the Depressie voorkomen category.

Angstige of depressieve kinderen hebben een tweemaal zo hoge kans op angstproblemen en depressies op latere leeftijd. Dat blijkt uit onderzoek van Joni Reef, waarop zij op 21 mei promoveert.

Het onderzoek is gebaseerd op gegevens uit een langlopend bevolkingsonderzoek naar de ontwikkeling van gedragsproblemen en emotionele problemen vanaf de kindertijd tot in de volwassenheid, dat is gestart in 1983. Reef onderzocht of de kinderen van toen met gedragsproblemen of emotionele problemen, nog steeds met problemen kampen.
Reef concludeert dat kinderen met reactief antisociaal gedrag, ofwel ongehoorzame en driftige kinderen, vaak last hebben van angst of depressies op latere leeftijd. Kinderen die uit eigen beweging antisociaal zijn en bijvoorbeeld liegen, vandalistisch zijn of stelen, lopen kans als volwassene te ontsporen.

(Medicalfacts.nl)

Trudy Dehue (Den Bosch, 1951) is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dehue won dit jaar de NWO Eureka Boekenprijs voor haar boek De depressie-epidemie dat gaat over de plicht het lot in eigen hand te nemen.

Na eerst een aantal jaren werkzaam te zijn geweest in de kinder- en jeugdpsychiatrie studeerde Trudy Dehue af in de psychologie (1983) en de filosofie (1985). Meer nog dan de menselijke psyche die psychologen bestuderen, bestudeert Dehue juist die psychologen zelf. Ze promoveerde cum laude op ‘De regels van het vak’, een kritische studie van het ‘meten en tellen’ en de vooronderstellingen die bepalend zijn geworden voor psychologisch onderzoek.
In ‘De depressie-epidemie’ analyseert Dehue hoe het kan dat juist in rijke landen steeds meer mensen lijden aan depressie. Dehue laat zien dat wat in de loop van de geschiedenis als melancholie, neerslachtigheid of depressie beschreven is, steeds sterk tijdsgebonden is geweest. Heeft depressie bijvoorbeeld te maken met levensomstandigheden en is het iets wat ‘op de sofa’ behandeld kan worden. Of is het iets biologisch, wat met pillen bestreden kan worden? Dehue neemt ook de invloed van de farmaceutische industrie kritisch onder de loep.

In haar werk laat Dehue zien hoe de ‘depressie-epidemie’ verbonden is met het huidige maatschappelijke ideaal van het maakbare individu. Wij zijn zelf verantwoordelijk geworden voor ons lot: schoonheid en succes zijn een keuze geworden, en het antidepressivum steeds meer een ‘prestatiepil’. Dehue laat zien hoe een samenleving ervaart en bepaalt wat ‘normaal’ is en geeft daarmee niet alleen een analyse van depressie, maar ook van onze tijd.
Uitzending was op zondag 9 augustus. Zie deze player.

Er is recent veel ophef over de werking van antidepressiva. Deze week is er een onderzoek gestart naar een alternatief voor medicatie voor de behandeling van langdurige depressie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Er zijn aanwijzingen dat er een alternatief is voor het levenslang doorslikken van antidepressiva. De Universiteit in Groningen bericht over onderzoek dat laat zien dat een psychologische training een even goede bescherming biedt tegen depressieve terugval vergeleken met het jarenlang doorslikken van antidepressiva (Kuyken et al., eind 2008). De training bestaat uit acht sessies.
De uitkomst is van groot belang gezien de recente ophef in o.a. kranten, waarbij de effectiviteit van antidepressiva in twijfel wordt getrokken. Daarnaast geven veel mensen aan niet graag jarenlang antidepressiva te willen slikken en bovendien moeite te hebben medicatietrouw te zijn (Ten Doesschate et al., in press, 2009). Maar er was tot voor kort geen enkel bewijs dat een andere methode dan het doorslikken van deze pillen bescherming biedt tegen terugval.
Ook in Nederland is deze psychologische training nu beschikbaar, die zelfs 5.5 jaar bescherming zou blijfven geven tegen terugval (Bockting et al., 2009 in press: Journal of Clinical Psychiatry).
Groningen gaat nu nogmaals grondig onderzoeken of deze psychologische training een alternatief vormt voor het jarenlang doorslikken van antidepressiva. Dit is een landelijke studie uitgevoerd door Klinische Psychologie en Psychiatrie van de Universiteit Groningen (H.J. Elgersma, C.L.H. Bockting) in samenwerking met meerdere Nederlandse en Amerikaanse universiteiten.
(doorbreekdepressie@gmail.com)

Ouderen met langdurig bestaande depressieve klachten hebben twee keer zo veel kans om een hartaanval te krijgen als niet-depressieve ouderen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van psychiater M.A. Bremmer.

Huisartsen zouden volgens Bremmer meer oog moeten hebben voor de lichamelijke functioneren van depressieve oudere patiënten, ook al mankeert er op het eerste gezicht weinig. Bremmer ontdekte dat depressieve ouderen ook twee keer zo vaak last hebben van een overactief afweersysteem, dat dementie zou kunnen veroorzaken. Of dit een direct gevolg is van de depressie is niet bekend.
Ongeveer vijftien procent van de 60-plussers kampt met een depressie. Een op de vijf ouderen heeft een aandoening aan het hart.
Aan het onderzoek onder 55-plussers deden ruim 2.400 mensen mee. Zij deden mee aan een langlopend bevolkingsonderzoek (Longitudinal Aging Study Amsterdam).
Dit is het niet het eerste onderzoek dat een link legt tussen depressie en hartproblemen. Depressie en hartziekten komen vaak samen voor. Eerst dacht men dat de depressiviteit het gevolg was van de impact die een hartinfarct kan hebben, maar epidemiologisch onderzoek laat zien dat depressie ook vooraf kan gaan aan een hartinfarct.

(VU medisch centrum)

Uit een recent grootschalig onderzoek naar de link tussen depressiviteit en de gezondheid van ouderen komt naar voren dat het actief verminderen van depressieve gevoelens bij ouderen met kanker het leven verlengt.

Het gaat om een Amerikaans onderzoek waarvan de gegevens laten zien dat depressiviteit die samengaat met kanker de levensspanne verkort. Behandeling in de vorm van medicatie en psychotherapie kunnen dit tegengaan.
De grotere kans op een langer leven is in de data alleen gezien bij mensen die de combinatie van depressiviteit en kanker moeten doorstaan, niet bij mensen bij wie sprake is van hartproblemen.
Nu bekend is dat behandeling van depressiviteit gunstig uitpakt, pleit men voor brede diagnostiek bij kankerpatiënten, waarbij ook nagegaan wordt of er misschien sprake is van bijkomende depressie.

(Biomedcentral.com)

Dat bepaalde voedingssupplementen goed waren voor de gezondheid en kunnen helpen bij de behandeling van een depressie was al eerder bekend. Een nieuw onderzoek naar het effect van omega-3 vetzuren heeft aanwijzingen gevonden voor de vermindering van depressie symptomen.

Het is volgens de onderzoekers nog wel te vroeg om te zeggen dat omega-3 vetzuren daadwerkelijk een depressie kunnen behandelen. Er is meer onderzoek nodig om de geschikte dosering vast te stellen, te bepalen welke patiënten het meest zullen profiteren van de behandeling en wat de effecten zijn op de lange termijn, zeggen Pao-Yen Lin van de Chang Gung University College of Medicine en Kuan-Pin Su van de China Medical University Hospital, beiden uit Taiwan.

Het idee dat de vetzuren als antidepressiva konden worden gebruikt, ontstond doordat er in gebieden waar veel vis, visolie en lijnzaadolie, die allemaal veel omega-3 vetzuren bevatten, werd gebruikt, depressies over het algemeen minder voorkomen. Tijdens het onderzoek werden twee soorten omega-3 vetzuren gebruikt om depressies en bipolaire stoornissen te behandelen. Na de behandeling van vier of meer weken waren de depressie symptomen significant verminderd.

(Reuters, August 15, 2007)

Wanneer een jongvolwassene in een negatieve, instabiele omgeving verkeert, bestaat er verhoogde kans op een depressie. Echter, goede verzorging, aandacht en stimulans tijdens de eerste levensjaren vormen een factor die beschermt tegen een negatieve omgeving op latere leeftijd. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek, waarover gepubliceerd is in Child Development.

kleuterdagverblijf.jpgErvaringen in de vroege kinderjaren hebben langdurende effecten, zo blijkt uit het langlopende onderzoek naar kenmerken van een depressie bij ruim 100 21-jarigen. Deze groep werd gevolgd vanaf het vijfde levensjaar. Van een deel van deze groep was bekend dat ze in een kinderdagverblijf waren geweest. De onderzoekers beoordeelden in die tijd aan de hand van een scoringssysteem hoe het gesteld was met het kinderdagverblijf. Daarmee werd de kwaliteit in beeld gebracht door bijvoorbeeld na te gaan of er veel wisselingen waren geweest in de begeleiders en wat de manier van stimuleren van de ontwikkeling was.
De dataanalyse laat zien dat maar liefst 37% van de jongvolwassenen die in de kleuterleeftijd nooit naar dagopvang waren geweest voldoen aan de kenmerken van een depressie. Dit betekent een significant verschil met de groep die wel naar een kinderdagverblijf was geweest: 26% van hen scoorde hoog op signalen van depressie. De conclusie gaat zelfs nog een stap verder wanneer ook de kwaliteit van de woonomgeving in de analyse wordt betrokken: hoe slechter iemands woonomgeving (in de kinderjaren), hoe groter de kans op een depressie.
Het onderzoek levert grond voor het vermoeden dat positieve ervaringen in de kindertijd een buffer vormen tegen stress op latere leeftijd. Dit maakt het belangrijk om ervoor te zorgen dat alle kinderen zoveel mogelijk opgroeien in een stabiele en uitdagende woonomgeving.

(Bron: Child Development, juni 2007)

Wanneer je als man woont in een wijk die goed begaanbaar zijn voor voetgangers is je kans op depressie lager dan bij het wonen in drukke, voetgangersonvriendelijke wijken.

woonwijk.jpgAmerikaanse wetenschappers kwamen hierachter door een onderzoek te doen bij 740 ouderen in Seattle. Bij mannen die in voetgangersvriendelijke wijken woonden kwamen minder kenmerken van depressie voor dan bij mannen uit drukkere wijken. Er is in de statistische analyse rekening gehouden met andere risicofactoren, zoals inkomen en gezondheid. Opmerkelijk is dat het gevonden verband tussen de woonwijk en depressie niet opgaat voor vrouwen.
Men denkt nu dat lichaamsbeweging verantwoordelijk is voor het gevonden verband. Een voetgangersvriendelijke woonwijk zou mannen uitnodigen om vooral veel meer te gaan bewegen. Het is ook mogelijk dat mannen in rustige wijken zich minder sociaal geïsoleerd voelen. Verder onderzoek is nodig om zeker te weten hoe het komt dat er een verband is tussen de directe woonomgeving en depressiviteit.

(Journal of American Geriatrics Society 2007;55:526-33)

Het voorschrijven van antidepressiva aan kinderen en zwangere vrouwen wordt steeds meer de gewoonste zaak van de wereld. Echter, het is niet duidelijk of deze medicijnen een gevaar vormen voor hersenen in ontwikkeling.

In een nieuwe studie leveren onderzoekers bewijs dat bij jonge muizen de antidepressiva bekend als selective serotonin reuptake inhibitors (SSRIs) de hersenen permanent wijzigen, wat resulteert in een groter risico op depressie en angsten op latere leeftijd. SSRIs lijken depressie te bestrijden door een molecule te beïnvloeden, genaamd een transporter, op de buitenkant van sommige hersencellen. De belangrijkste taak van het molecule is het absorberen van serotonine, een hersenstof die verantwoordelijk is voor stemmingsregulatie. SSRIs verhinderen waarschijnlijk dat de transporter serotonine inneemt, waardoor de hoeveelheid vrije serotonine in de hersenen groter wordt, wat erin resulteert dat het individu zich beter gaat voelen.

Jay Gingrich en zijn medewerkers aan de Columbia Universiteit hadden eerder aangetoond dat genetisch gemanipuleerde muizen, waarbij het gen voor de serotonin transporter ontbrak, op volwassen leeftijd depressief en angstig werden.

(Bron: Biopsychology NewsLink)

Depressie is net als de griep een vorm van besmettelijke aandoening, die in dit geval sociaal kan worden doorgegeven van het ene op het andere gezinslid. Depressie maskeert zich meestal in de vorm van een lichamelijke ziekte of prikkelbare stemming. Pessimisme, sarcasme en zwijgen worden dan de overheersende stijl van communiceren.



Gezinnen kunnen voorkomen dat depressiviteit blijvend een onderdeel uit gaat maken van ieders leven door de volgende richtlijnen te volgen:



* Wees alert op signalen van depressiviteit bij gezinsleden. Hoe eerder de stoornis onderkend wordt, hoe effectiever hulp kan werken. Bij kleinere kinderen kunnen deze signalen bedekt zijn achter opstandig gedrag. Bij schoolgaande kinderen zijn onderpresteren en zich terugtrekkende meest voorkomende eerste signalen.



* Probeer actief te werken aan positief denken en op een positieve manier praten met elkaar.

Negatief denken wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Dit moet doorbroken worden. Zo kan een vader bijvoorbeeld negatieve verwachtingen uiten over de toekomst van zijn zoon of nooit tevreden zijn met een zes of zeven als cijfer. Dat zijn beiden illustraties van negatief denken.

Tegenhangers van positief denken zijn:

- Catastroferen of de negatieve kanten van een gebeurtenis overdrijven

- Personaliseren: jezelf of het kind aanwijzen als oorzaak van een vervelende gebeurtenis

- Zwart/wit denken: complexe situaties reduceren tot een simpel alles of niets (“je bent perfect of kansloos”)

- Overgeneraliseren: een teleurstelling zien als deel van een niet te voorkomen negatief patroon

- Filteren: de aandacht alleen maar laten uitgaan naar de negatieve aspecten van een gebeurtenis



* Zorg ervoor dat het gezin veel positieve, gezellige ervaringen meemaakt die als een buffer kunnen dienen in moeilijkere tijden. Omdat negatieve gebeurtenissen zo veel lading hebben, moet er een groot aantal positieve ervaringen tegenover staan.

Ga na of de interacties in het gezin voldoen aan het label positief of negatief. Probeer dus het aantal positieve momenten te vergroten door bijvoorbeeld bioscoopbezoek.



* Bespreek met elkaar de emotionele behoeften die men de komende week heeft. Daardoor kunnen veranderingen tegemoet worden gezien met minder spanning. Als een kind bijvoorbeeld een belangrijke repetitie heeft in de komende week, kan de ouder afspreken dat ze de daaraan voorafgaande avond aanwezig is voor het bieden van wat steun.

Nagaan of ieder lid voldoende tevreden is draagt bij aan het gevoel van verbondenheid. Dat gevoel is als een valscherm in sombere periodes. Door net zoveel aandacht te laten uitgaan naar gevoelens als naar gezinsactiviteiten ontstaat voldoende bescherming tegen depressiviteit in het gezin.

(Psychology Today)

Vrouwen die veel emotionele steun ondervinden in hun sociale relaties, lopen een substantieel lager risico een depressie te ontwikkelen dan mannen in dezelfde situatie. Dit wijst volgens Amerikaanse onderzoekers op belangrijke sekseverschillen als het gaat om het ontstaan van ernstige depressies.

(American Journal of Psychiatry, februari 2005)

Een goed opgezet Duits onderzoek laat zien dat Sint Janskruid bij matige tot ernstige depressieve klachten minstens zo goed werkt als de standaardbehandeling met het in Nederland veel gebruikte antidepressivum Seroxat.

Sint Janskruid geeft minder bijwerkingen dan medicatie. Sint-Janskruid bevat hypericine, een stof die vermoedelijk inwerkt op dezelfde hersencellen als de medicijnen (serotonineheropnameremmers), zoals paroxetine.

Het Duitse onderzoek zit dus goed in elkaar qua opzet en aanpak. Er moet nog aangetoond dat het kruid ook op de lange termijn blijft werken, want een behandeling van zes weken is natuurlijk kort bij een vaak chronische aandoening als depressie.

Nog een belangrijke noot: wie Sint Janskruid gebruikt naast medicijnen moet eerst contact opnemen met de arts die de medicatie heeft voorgeschreven. Sint Janskruid kan namelijk de opname van medicatie beïnvloeden.

(British Medical Journal, 11-02-2005)

hypericumKritische beoordeling van 37 recente dubbel-blind onderzoeken waarin in totaal bijna 5.000 patiënten betrokken waren, bevestigt het volgende over Sint Janskruid of Hypericum:

het kruid verzacht de symptomen van milde depressie bij volwassenen net zo goed als antidepressiva, het veroorzaakt minder bijwerkingen dan de oudere antipdepressiva die op de markt zijn en heeft iets minder bijwerkingen in vergelijking met de groep SSRI-medicijnen die de heropname van serotonine remmen.



Hoeveel werkzame stoffen voorkomen in een pil met Sint Janskruid is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het extractieproces en gebruikte oplosmiddelen. Daardoor kan de hoeveelheid bioactieve stoffen enorm uiteenlopen in verschillende producten. Mensen die Sint Janskruid willen proberen zouden daarom voor alleen die producten moeten kiezen die op het label informatie geven over het fabricageproces.

Er is een nieuwe aanwijzing voor de link tussen depressie en te weinig omega-3-vetzuren. Onderzoekers uit Israël hebben ontdekt dat bij ratten die symptomen van een depressie laten zien meer omega-6-vetzuur in de hersenen voorkomt.



visolieEr zijn nu meerdere studies die laten zien dat supplementen met visolie een gunstige werking hebben. Naast verlaging van de kans op hart- en vaatziekten en artritis is er ook bewijs dat de omega-3-vetzuren in vette vis depressie tegengaan.

In het nieuwe onderzoek werden de hersenen van depressieve ratten vergeleken met ratten zonder tekenen van depressie. Heel verassend was dus dat in de hersentjes van de depressieve ratten een verstoring te vinden was m.b.t. omega 6-vetzuur. Daardoor was de balans tussen omega-3- en omega-6-vetzuren vermoedelijk verstoord. Omega-6-vetzuren komen overigens voor in bijna elke plantaardige olie en in vlees.

De omega-3-vetzuren EPA en DHA zitten vooral in vette vis (makreel, zalm, sardines, haring, tonijn) en in visoliën. Sommige wetenschappers beweren dat de hedendaagse voeding teveel omega-6 vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) bevat t.o.v. de omega-3-vetzuren.



coverIn een Nederlands onderzoek in 2003 vergeleek men 264 personen van 60 jaar en ouder die leden aan depressies met 461 mensen zonder symptomen van depressiviteit. Voor mensen bij wie geen aderverkalking was vastgesteld gold (net zoals in de recete rattenstudie) dat depressieve personen een hoger gehalte omega-6 vetzuren t.o.v. omega-3 vetzuren hadden dan niet depressieve personen en lagere gehaltes omega-3 vetzuren.

Hieruit concluderen de onderzoekers dat het verband dat bestaat tussen lage gehaltes omega-3 vetzuren en depressies niet veroorzaakt wordt doordat zij vaker lijden aan artherosclerose en andere ontstekingsziektes maar door een direct effect op het humeur van de vetzuren uit vis.

(Journal of Lipid Research, juni 2005)

Cognitieve therapie gericht op factoren die gedachten over zelfmoord uitlokken, kan de kans op een tweede zelfmoordpoging halveren, zo blijkt uit onderzoek.



Bij het onderzoek werden 120 volwassenen betrokken, die na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis waren onderzocht. Zij werden willekeurig over twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg gedurende 10 sessies cognitieve therapie (CT-groep). Hierbij werd aandacht besteed aan de gedachten, ideeën en overtuigingen die vooraf gingen aan de zelfmoordpoging. Vervolgens leerden de deelnemers strategieën te gaan gebruiken om stressfactoren, die een volgende zelfmoordpoging zouden kunnen uitlokken, beter het hoofd te kunnen bieden. De tweede groep kreeg de ‚Äòstandaard’ zorg, waarbij er contact gehouden wordt met de patiënt en er eventueel een doorverwijzing plaatsvindt (SZ-groep).



Het blijkt dat significant minder mensen uit de CT-groep een tweede zelfmoordpoging ondernomen hadden over een periode van anderhalf jaar en de kans op een tweede poging was 50% lager voor deze groep dan voor de mensen uit de SZ-groep. Daarnaast blijkt de ernst van zelfgerapporteerde depressieve gevoelens significant lager te zijn voor de CT-groep, zelfs anderhalf jaar na de eerste zelfmoordpoging. Tevens scoort deze groep significant lager op gevoelens van hopeloosheid (6 maanden na de eerste poging) dan de SZ-groep. Er zijn tussen beide groepen echter geen verschillen gevonden ten aanzien van gedachten over zelfmoord. (Journal of the American Medical Association, augustus 2005)

Uit recent onderzoek blijken grote verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de uitingsvorm van depressies.



Depressieve mannen reageren vaker dan vrouwen met dezelfde aandoening overdreven geïrriteerd, vertonen woedeaanvallen en verminderde impulscontrole. Ook misbruiken ze vaker dan vrouwen middelen. Depressieve vrouwen klagen vaker over veel slapen en een zwaar gevoel in de benen.



coverIn totaal werden 217 depressieve patiënten (104 vrouwen en 113 mannen) benaderd voor onderzoek door middel van vragenlijsten. Bij geen van hen was er sprake van andere psychiatrische stoornissen. Wel waren ze allemaal binnen de muren van een instelling behandeld voor hun depressie en kort voor het onderzoek uit het psychiatrisch ziekenhuis ontslagen.



Uit ander pas uitgevoerd onderzoek is naar voren gekomen dat depressie vaak samengaat met een burnout. Mensen die aanleg hebben voor depressiviteit (bij wie in de familie depressiviteit voorkomt) hebben meer kans om burnout te raken.



(Psychotherapy and Psychosomatics, augustus 2005 en Journal of Affective Disorders, september 2005)

Op 15 november 2004 is de website www.pratenonline.nl van start gegaan om online professionele hulp te geven aan jongeren met depressieve klachten.

Zo laagdrempelig mogelijk, gratis en eventueel anoniem. De Stichting Tieners on Line nam hiertoe het initiatief.




Aanleiding tot het ontstaan van de website is het grote aantal jongeren met depressieve klachten (meer dan 50.000) dat onvoldoende de weg vindt naar de reguliere hulpverlening. Deze leeftijdsgroep schaamt zich om hulp te zoeken of loopt op tegen lange wachtlijsten.



http://www.pratenonline.nl is tot stand gekomen mede dankzij sponsoring door de St. Centraal Fonds RVVZ.

Op de website vinden jongeren informatie over wat kan helpen bij depressieve klachten, wie kan helpen, en een verhaal voor jongeren die zelfmoord overwegen. Ook is er een forum, onder de naam “dump & deel”.

De chat vormt het speerpunt van de site. Om in aanmerking te komen voor de chat doet de jongere een korte test, waarmee een redelijk vermoeden van depressiviteit vastgesteld kan worden. Boven een bepaalde score is aanmelding voor een chatgesprek mogelijk. Via een beveiligd systeem kunnen afspraken gemaakt worden tussen de jongere en de hulpverlening.



Alle hulpverleners van PratenOnline werken op basis van principes en uitgangspunten van de Oplossingsgerichte Therapie en zijn aangesloten bij het Netwerk voor Oplossingsgericht Werkenden.



Jongeren blijken veelvuldig gebruik te maken van de chathulpverlening. De site wordt meer dan 200 maal per dag wordt bezocht en er vinden 25 chats per week plaats.

Uit vragen aan jongeren na de eerste chat komt naar voren dat zij deze manier van hulpverlening goed zien zitten. Na afloop van elke chatsessie geeft de jongere op een schaal van 0 tot 10 aan, hoe nuttig deze chatsessie was. De toegekende beoordelingscijfers zijn meestal 7 of hoger.

Bij een laatste chatsessie beantwoordt 82% van de jongeren de vraag: “Alles bij elkaar genomen, zou je zeggen dat je doel bereikt is?” met JA. Bij een nee-antwoord wordt vervolgens gevraagd: “Zou je kunnen zeggen dat er enige vooruitgang is gemaakt in de richting van dat doel?” Het antwoord op deze vraag is tot nu toe unaniem JA.



Tijdens de chats geven jongeren er blijk van het prettig te vinden dat er door de hulpverleners echt geluisterd wordt. De hulpverlener gaat in op wat de cliënt zegt en laat oordelen en ongevraagde adviezen achterwege.

Tevens geven zij aan hoe belangrijk het voor hen is dat het chatten anoniem is, dat het gratis is, en dat er niets doorverteld kan worden aan ouder(s).

Overigens is een nadeel van deze laagdrempeligheid dat jongeren soms gemakkelijk lijken weg te blijven van afspraken.



De jongeren merken tijdens de chats door de oplossingsgerichte manier van vragen dat ze op verschillende manieren naar problemen kunnen kijken wat het perspectief op oplossingen vergroot.

Jongeren worden soms doorverwezen naar het reguliere hulpverleningscircuit en andersom worden jongeren door BJZ of GGZ doorverwezen naar PratenOnline.

De donkere dagen in de herfst en winter bezorgen niet alleen een aantal mensen (die daarvoor gevoelig zijn), maar ook hamsters gevoelens van angst en somberheid. Dat zegt Randy Nelson, die hoogleraar ‘psychologie en neurowetenschappen’ is aan de universiteit in Ohio.



Met de resultaten van zijn onderzoek wordt langzamerhand iets meer duidelijk over hoe seizoensgebonden depressie bij mensen ontstaat. In elk geval blijkt dat de kenmerken van seizoensdepressie bij de diertjes samengaan met angstkenmerken.

De onderzoekers stelden vast dat tekenen van seizoensdepressie voorkwamen bij de groep hamsters die wekenlang geleefd had in een donkere omgeving met gedimd licht. Deze groep was vergeleken met een groep hamsters die langere tijd in daglicht had doorgebracht.

Bijzonder was dat jonge hamsters die in een gedimde omgeving opgroeiden een grotere kans hadden op depressie en angst op latere leeftijd.

De resultaten van het onderzoek van Nelson en zijn medewerkers zijn gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de ‘Society for Neuroscience’.

Therapie met dieren kan een goed alternatief zijn voor de gangbare behandelingen van psychische problematiek. Dat zeggen Britse wetenschappers.



dolfijnZe merkten dat patiënten met een milde tot behoorlijke vorm van depressie opknapten van het zwemmen en spelen met dolfijnen. Ze hadden meer verlichting van hun klachten dan een controlegroep die alleen maar actief was in het water, dus zonder aanwezigheid van dolfijnen. De gunstige effecten hielden tot minstens drie maanden aan.

Intensief met dieren omgaan is sowieso erg goed voor de mentale gezondheid van de mens.

Men probeert nu te verklaren waarom juist dolfijnen zo heilzaam werken bij depressie. Het zouden de hoge tonen kunnen zijn die dolfijnen uitstoten. Of de emoties die ze via hun bewegingen weergeven.

Er zijn wel kanttekeningen te plaatsen bij het dolfijnonderzoek. Zo besloeg het een kleine groep van maar 30 patiënten. En die groep bestond vooral uit alleenstaande vrouwen. Natuurlijk geldt ook dat therapie met dolfijnen moeilijk na te bootsen valt. Hoe zou het staan met aaien van honden, katten en cavia’s? Het volgend onderzoek van de Britse groep richt zich op de gezondheidseffecten van contact met paarden.

(Bron: British Medical Journal, dec. 2005)





Ongeveer 6% van de mensen merkt vermindering van energie en verslechtering van de stemming in de wintertijd. Maar liefst 14% heeft in de winter een ‘dipje’.

Dit is een vorm van depressiviteit die veroorzaakt wordt door verminderde blootstelling aan dag- of zonlicht. De symptomen steken langzamerhand de kop op in de herfst en verdwijnen als sneeuw voor de zon in het voorjaar.




Seizoensgebonden depressie wordt veroorzaakt door grote gevoeligheid voor melatonine. Dit is het hormoon dat het lichaam aanmaakt tijdens de nachtelijke uren, waardoor de slaap mogelijk wordt.

De start van seizoensgebonden depressie is te herkennen aan een beetje down of lusteloos gevoel.

Er zijn drie behandelingen mogelijk: antidepressiva, lichttherapie en cognitieve gedragstherapie. De gedragstherapie helpt mensen om negatieve gedachten te doorbreken.

Antidepressiva werken effectief bij ongeveer de helft van de mensen. Lichttherapie slaat bij 7 op de 10 prima aan, aldus dr. Amirsadri, die als psychiater gespecialiseerd is in seizoensgebonden depressie.

Een lichtbak is verhoudingsgewijs een goedkope therapievorm. Wat ook werkt, is regelmatig tijdens de wintermaanden bewegen in de buitenlucht. Eerder bleek al eens dat het raadzaam is om vroeg het bed iit te komen ’s ochtends. Vroeg opstaan zorgt ervoor dat je eerder daglicht ziet waardoor je biologische klok beter functioneert.

Depressie op late leeftijd hangt samen met de vermindering van de uitvoerende functies van de hersenen. Dit leidt tot herhalende negatieve gedachtepatronen. De uitvoerende hersenfuncties zorgen ervoor dat een mens kan plannen en zijn gedachten en acties kan beheersen.



De bevindingen zijn afkomstig uit een onderzoek bij 44 mensen tussen 66 en 92 jaar die kampen met depressieve symptomen. De deelnemers kwamen uit een bejaardentehuis in Sydney, Australië.



Het bleek dat mensen die op latere leeftijd last krijgen van depressieve symptomen slechter presteren bij taken die veel vragen van de uitvoerende functies. Mensen die eerder in hun leven te maken hadden met depressie presteerden wel goed bij deze taken.

Een verminderd uitvoerend functioneren is normaal op oudere leeftijd. Het heeft te maken met verminderde activiteit van de frontale kwabben in de hersenen. Voorbeelden van symptomen zijn minder remmingen, stug denken, onoplettendheid en een verminderd werkgeheugen.



Een ander opvallend resultaat was dat het verminderd uitvoerend vermogen in verband stond met veel piekeren, wat leidt tot negatieve denkpatronen. Dit kwam veel voor bij depressie op latere leeftijd.



De derde bevinding was dat het uitvoerend disfunctioneren alleen leidde tot depressie wanneer er sprake was van overmatig piekeren.



Er is langdurig onderzoek nodig om te bepalen of slecht uitvoerend vermogen het overmatige piekeren en de laatbeginnende depressie veroorzaakt. Verder moet nagegaan worden of er andere factoren meespelen. Het beste is om het geestelijk functioneren te meten voor en na de aanvang van de laatbeginnende depressie. Op die manier is het mogelijk de invloed van het uitvoerend disfunctioneren op het overmatig piekeren en de depressie te onderzoeken. Zo is het mogelijk om na te gaan wanneer het slecht uitvoerend functioneren leidt tot piekeren en wanneer niet. Het uiteindelijke doel is om na te gaan waarom uitvoerend disfunctioneren leidt tot pathologische gevolgen en hoe deze processen te voorkomen zijn.

Science Daily, 23 juni 2006



Onderzoekers baseren de uitspraak in de kop op een uitgebreid vragenlijstonderzoek onder 2.032 adolescenten die allemaal te vroeg geboren waren of een benedengemiddeld geboortegewicht hadden. Ze constateerden dat de kans op depressie in deze leeftijdsfase vele malen hoger is dan bij kinderen die na 9 maanden zwangerschap geboren worden.

Het onderzoeksteam denkt dat vroeggeboorte betekent dat bepaalde fysiologische aanpassingen nog geen goede vorm hebben kunnen krijgen.

Het onderzoek wordt uitgebreid beschreven in het British Journal of Psychiatry van mei 2004.

Wanneer mensen tijd doorbrengen met dieren gaat, vooral als het gaat om honden, stijgt de concentratie van de neurotransmitter serotonine. Deze stijging helpt depressieve gevoelens tegengaan.

Rebecca Johnson, die hoogleraar is aan de Universiteit van Missouri bestudeerde mensen in de leeftijd van 19 tot 73 jaar. Een aantal daarvan was eigenaar van een hond. Elke proefpersoon werd gevraagd om een x-aantal minuten met hun hond te spelen of met een robothondje. Tegelijkertijd bepaalden de onderzoekers wat er op biochemisch niveau plaatsvond. Niet alleen steeg het serotonine bij de mensen de de tijd besteden aan hun eigen hondje, maar ook prolactine en oxytocine, hormonen die mensen een goed gevoel geven. Bij mensen die met de robothond speelden gebeurde het tegenovergestelde: hun serotonine nam af.

Dr. Johnson presenteerde deze bevindingen op een congres over dieren. Er is nog geen samenvatting online beschikbaar.

Aan de hand van de leeftijd waarop een persoon een traumatische ervaring heeft gehad, zou voorspeld kunnen worden hoe groot de kans is dat hij/zij een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) of een depressie ontwikkelt, zo blijkt uit onderzoek.



Bij het onderzoek zijn 1966 vrouwen tussen de 18 en 45 jaar betrokken. Zij werden verdeeld over twee groepen, waarbij de eerste groep proefpersonen in de kinderjaren (12 jaar of jonger) te maken kreeg met een trauma en de tweede groep tijdens de adolescentie (13 jaar of ouder).



Uit de resultaten blijkt de kans op een depressie in de eerste groep 23.3% vergeleken met 6.5% in de tweede groep. Daarnaast blijkt de kans op een PTSS in de eerste groep 17% vergeleken met 13.3% in de tweede groep. Uit dit onderzoek blijkt dus dat wanneer er zich een traumatische gebeurtenis voordoet tijdens de kinderjaren, de kans op een depressie of een PTSS groter is dan wanneer deze ervaring tijdens de adolescentie plaatsvindt. (PsychiatrySource)

Sporten of het op een andere manier actief bezig zijn, kan de kans op een depressie bij jongeren verkleinen, zo concluderen Amerikaanse onderzoekers.

Gedurende het onderzoek werden 4500 scholieren gevraagd of ze minstens drie keer per week 20 minuten aan lichaamsbeweging deden. Ook werd onderzocht in hoeverre er sprake was van depressiviteit bij deze scholieren.



Uit de resultaten blijkt dat depressie minder vaak voorkomt bij jongeren die regelmatig sporten en/of bewegen. Daarnaast blijkt het verhogen van de hoeveelheid lichaamsbeweging te leiden tot vermindering van de symptomen van depressie.(WebMDHealth)

Van een sombere, neerslachtige stemming heeft iedereen wel eens last. Maar hoe herken je nou precies of het gaat om een tijdelijk dipje of om depressiviteit?

Wie die vraag beantwoord wil zien, kan terecht op www.depressiezelftest.nl en daar een test doen.

De site is samengesteld door de Mentrum, een Amsterdamse instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in samenwerking met de Stichting Fobie vrienden, die 24 uur per dag telefonisch bereikbaar is.

De uitkomst van de test kan voor mensen aanleiding zijn om professionele hulp in te roepen. Dat kan voorkomen dat zij te lang met depressieve gevoelens blijven rondlopen.

Yoga bij depressieAls je last hebt van depressieve gevoelens en neerslachtigheid kun je baat hebben bij het beoefenen van yoga. Amy Weintraub geeft praktische richtlijnen voor het omgaan met en het verlichten van een depressie door middel van yoga. Het boek Yoga bij depressie kan een goede aanvulling zijn op andere behandelingstechnieken voor een depressie; de vele ervaringsverhalen zijn zeer herkenbaar. Weintraub beschrijft verschillende vormen van depressie en geeft voorbeelden van mensen die genazen door middel van yoga. Ook is er een hoofdstuk gewijd aan de basisprincipes en achtergronden van yoga. Aan het eind van elk hoofdstuk staat een eenvoudige yoga oefening.



Weintraub geeft workshops over yoga en depressie en publiceert onder andere in Psychology Today.

Onderzoek wijst erop dat bepaalde hersengebieden van mensen die kwetsbaar zijn voor depressie overactief zijn. Het gaat hierbij om delen van de hersenen die betrokken zijn bij het reguleren van emoties.

Het onderzoek borduurt voort op een reeks onderzoeken die aantoonden dat een ernstige depressie gerelateerd is aan verlaagde serotoninegehaltes in de hersenen. (Serotonine is een stof die betrokken is bij informatieoverdracht in de hersenen). De onderzoekers waren geïnteresseerd in de vraag of deze verlaagde serotoninegehaltes iets te maken konden hebben met of een genetische kwetsbaarheid of uitsluitend vooraf gingen aan een depressie.

27 mensen die last hadden gehad van meerdere depressies maar nu klachtenvrij waren en geen medicatie meer gebruikten (‘de kwetsbare groep’) werden op verschillende testen vergeleken met 19 mensen die nooit last hadden gehad van een depressie (‘de controlegroep’).

Van elke groep kreeg de helft een cocktail te drinken die voor een verlaging van het tryptofaangehalte (de voorloper van serotonine) in de hersenen zorgde. De andere helft kreeg een placebo. In tegenstelling tot mensen uit de controlegroep en de mensen die een placebo hadden gekregen reageerden de meeste mensen (59%) uit de kwetsbare groep op deze cocktail met een aantal depressieve klachten; deze waren de volgende dag verdwenen.

Het meest interessante van het onderzoek bleek tijdens de hersenscans: Tijdens hersenscans toonden de voorste en centrale delen van de hersenen van de mensen uit de kwetsbare groep die een cocktail had gekregen een verhoogde activiteit. Deze verhoogde activiteit was onafhankelijk van de aanwezigheid en/of de ernst van de klachten na de cocktail, zoals een depressieve stemming. Eerder onderzoek liet al zien dat activiteit van deze delen van de hersenen betrokken was bij depressies. Maar er werd gedacht dat deze activiteit tijdelijk was en te maken had met een depressieve stemming. Nu blijkt dat activiteit van deze hersengedeeltes onafhankelijk is van een depressieve stemming. Door de verlaging van het tryptofaangehalte werd er een systeem in de hersenen zichtbaar dat mogelijk een belangrijke rol speelt  bij de kwetsbaarheid voor depressies. Zelfs wanneer ze geen depressie hebben werken de hersenen van mensen die kwetsbaar zijn voor een depressie anders. De onderzoekers benadrukken het belang van het blijven gebruiken van medicatie gedurende 6 tot 9 maanden of zelfs langer, ook al zijn de klachten verdwenen.

Bron: Archives of General Psychiatry



Klik hier voor eerdere berichten over de link tussen tryptofaan en depressie

Psychotherapie over de telefoon kan een waardevolle aanvulling zijn op antidepressiva bij het verminderen van symptomen bij depressie.

Dit is de conclusie van een Amerikaans onderzoek. Hierbij werden 600 mensen willekeurig verdeeld over drie groepen. Allen waren net gestart met antidepressiva.



De eerste groep kreeg uitsluitend medicatie (antidepressivum). Groep twee kreeg evenals de eerste groep medicatie. Daarnaast werd er met hen drie maal telefonisch contact opgenomen, waarbij ge•nformeerd werd naar het innemen van de medicijnen en de eventuele bijwerkingen. De derde groep ontving naast de medicatie en het telefonisch contact zoals dit bij groep twee plaatsvond, psychotherapie via de telefoon.

Deze psychotherapie bestond uit 8 sessies cognitieve gedragstherapie. Iedere sessie duurde 30 tot 40 minuten.



Uit groep drie (de groep die psychotherapie kreeg) gaf 80% van de mensen aan dat hun symptomen sterk waren verminderd na een periode van 6 maanden, tegen 55% van de mensen uit groep ŽŽn en 66% van diegenen uit groep twee.

Daarnaast zei 59% uit groep drie erg tevreden te zijn met de behandeling. Dit percentage was 29% in de eerste en 47% in de tweede groep.



Hierbij wordt benadrukt dat niet verwacht wordt dat telefonische psychotherapie beter is dan traditionele psychotherapie. Dr. G. Simon, betrokken bij het onderzoek, zegt dat traditionele psychotherapie waarschijnlijk zelfs effectiever is dan telefonische psychotherapie. Dit onderzoek laat echter wel zien dat persoonlijk contact, eventueel telefonisch, een belangrijke bijdrage levert aan de behandeling van depressie. (HealthDay)

Op (jong)volwassen leeftijd komt depressie vaker voor bij mensen die er tijdens de puberteit toe neigden hun problemen op te kroppen.

De kans op depressiviteit wordt nog eens flink verhoogd als de familie een ongewone samenstelling heeft, de familiebanden zwak zijn en er geweld binnen de familie voorkomt.

Herkennen en vroegtijdig ‘aanpakken’ van deze factoren kan mogelijk helpen bij het voorkomen van depressies.

(Am. Journal of Psychiatry, december 2003)

Een onderzoek bij 40 patiënten met bipolaire stoornis laat zien dat en MRI-scan (met zeer zwak magnetisch veld) per direct een stemmingsverbeterend effect heeft.

In het ‘placebo’-gecontroleerde onderzoek kregen 30 patiënten met bipolaire stoornis een MRI-scan. Ook 14 gezonde vrijwilligers kregen die scan en 10 patiënten kregen een nepscan. Een verbeterde stemming werd gerapporteerd bij resp. 23, 4 en 3 mensen uit deze drie groepen.

(Am. Journal of Psychiatry, januari 2004)

Ook jonge kinderen kunnen aan een depressie lijden. Ongeveer 2% van de kinderen in de basisschoolleeftijd heeft een echte depressieve stoornis.

Psychologe Jessica van Mulligen ontwikkelde een zelf-rapportagelijst voor kinderen van 6 tot en met 8 jaar, waarmee depressie beter kan worden gesignaleerd.

Uit haar onderzoek blijkt o.m. dat bij kinderen van 6 t/m 8 depressie en angst moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Angstige kinderen zijn ook vaak depressief.

Kinderen die hoog scoren op de depressie-vragenlijst, scoren vaak ook hoog op neuroticisme en laag op extraversie. Kinderen met depressieve klachten zijn dus meer teruggetrokken en hebben weinig gevoel van eigenwaarde.

(Persbericht KUN)

Uit Amerikaans epidemiologisch onderzoek blijkt dat naarmate meer vis wordt gegeten er minder vaak depressiviteit en bipolaire stoornissen voorkomen. Volgens de onderzoekers ondersteunen deze bevindingen de gedachte dat bij onvoldoende opname van de omega-3 essentiële vetzuren het risico op een stemmingsstoornis verhoogd is.

(American Journal of Psychiatry, december 2003)

Meisjes in de leeftijd van 9 tot 12 jaar die langer nadenken over verdrietige gevoelens lopen grote kans om depressief te raken. Die bevinding komt uit een Amerikaans onderzoek onder 205 basisschoolleerlingen in de VS.

Er is wat dit betreft een groot verschil tussen jongens en meisjes. Meisjes overpeinzen hun gevoelens, terwijl jongens zichzelf afleiden. Dit verschil geldt dus niet alleen voor adolescenten en volwassenen, maar ook al op kinderleeftijd.

Piekeren geeft een verhoogde kans op depressies. Het heeft zeker waarde om na te denken over de dingen die met je gebeurd zijn, vooral als het eigen gedrag kritisch onder de loep wordt genomen. Maar er kan een moment komen waarop men op een spoor kan blijven hangen, waardoor het verdriet blijft en de vaardigheid om het probleem op te lossen vermindert. Aan volwassenen de taak om dit te signaleren en via gesprekken de kinderen ruimte te geven hun gevoelens te bespreken en waar nodig van een bepaald denkspoor af te leren stappen.

(Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology, vol. 31)

Sombere gevoelens tijdens de wintermaanden zouden bestreden kunnen worden door simpelweg een supplement te nemen met vitamine D.

In ieder geval geldt voor sommige mensen dat angst en depressiviteit alleen tijdens de wintermaanden vaker voorkomen.

Uit een recent onderzoek onder gezonde volwassenen kwam naar voren dat het toevoegen van vitamine D tijdens de donkere maanden samengaat met méér positieve gevoelens en afname van somberheid.

Dit is overigens één van de vitamines waarvan je beslist niet teveel van mag binnenkrijgen, omdat het vetoplosbaar is waardoor het zich opstapelt in het lichaam. Men doet er verstandig aan de aanbevolen dosering nooit te overschrijden.

Meedoen aan zelfhulpgroepen via internet werkt goed voor depressieve mensen die een geïsoleerd leven leiden. Dat blijkt uit een onderzoek door Houston e.a. Zijn team volgde mensen die gebruik maakten van een groep voor depressie op het internet. Het onderzoek richtte zich op de kenmerken van deze mensen en op het beloop van de depressie. Aan het begin van het onderzoek, na 6 maanden en na 12 maanden werd de deelnemers gevraagd via internet vragenlijsten in te vullen.

Van de totale groep kampte 86.4% op het moment van het onderzoek met een depressie. Ruim de helft van de deelnemers maakte 5 uur of meer per twee weken gebruik van de zelfhulpgroep. 38% gaf de voorkeur aan deze vorm van hulp in plaats van individuele counseling.

Het resultaat: mensen die flinkt gebruik maakten van de online-groep hadden een grotere kans op het verdwijnen van hun depressieve klachten dan minder frequente gebruikers. Nader onderzoek naar de invloed van dergelijke groepen verdient de aandacht, zeker waar het gaat om ondersteuning van andere therapievormen.

(American Journal of Psychiatry)

Voeding die arm is aan koolhydraten zou tot stemmingswisselingen en depressie kunnen leiden. Voor het dieet van Atkins geldt dit: het is zeer rijk aan eiwit en arm aan koolhydraten. Er is kritiek op dergelijke diëten vanwege de vermeende verhoogde kans op schade aan de lever, een hoog cholesterolgehalte en suikerziekte.

Nu laat nieuw onderzoek ook nog eens zien dat koolhydraatarm eten de mentale gezondheid beïnvloedt, omdat het leidt tot irritaties, apathie, vermoeidheidsgevoelens en rusteloosheid.






Dr. J. Wurtman van het MIT (klinisch onderzoeksinsitutuut) ontdekte dat de hersenen stoppen met de aanmaak van serotonine bij weglaten van koolhydraten.

Serotonine verbetert de stemming en remt de eetlust.

Antidepressiva danken hun werking aan het laten toenemen van serotonine, waardoor de stemming genormaliseerd wordt.

Koolhydraten hebben langs natuurlijk weg invloed op serotonine.











Het MIT-team analyseerde de serotoninegehalten van honderd vrijwilligers die er allemaal een verschillend voedingspatroon op na hielden. De één at voornamelijk vlees en andere eiwitrijke levensmiddelen, de ander legde nadruk op koolhydraten, zoals die gevonden worden in ontbijtgranen en brood.

Het team constateerde dat de hersenen alleen maar serotonine aanmaken na het eten van zoete of vezelrijke koolhydraten.

Vrouwen zouden over het algemeen minder serotonine in de hersenen hebben dan mannen. Daarom kan een koolhydraatarm dieet vooral bij hen tot de beschreven mentale klachten geven.


(MIT, 20-02-2004)

Uit eerder onderzoek is bekend dat verslaving aan sigaretten en depressie vaak samen voorkomen. Om te weten te komen hoe dat komt, deed de universiteit van Greifswald (Duitsland) onderzoek.

Men ondervroeg een groep van 4.075 willekeurige volwassenen tussen 18 en 64 jaar. Daarvan rookten 2458 mensen dagelijks en was bij 13% was de diagnose depressie gesteld.

Drie jaar later werd de groep rokers opnieuw geïnterviewd, waarbij men in het gesprek inging op tekenen van depressie. Hieruit bleek dat van de niet-rokende vrouwen 14% een depressie had, tegenover 32% van de vrouwen die wel rookten. Bij mannen die niet verslaafd waren aan nicotine werd bij bijna 6% een depressie vastgesteld, terwijl bij mannen die wel aan nicotine verslaafd waren 13% depressief was.

Mensen die ooit een depressie hadden doorgemaakt, stopten tijdens de onderzoeksperiode even vaak met roken als degenen die nooit depressief waren geweeest.

De onderzoekers concluderen dat naarmate mensen sterker afhankelijk zijn van nicotine, de kans op een depressie toeneemt. Ondanks dat hebben depressieve mensen dezelfde kans op succes als ze proberen te stoppen met roken als niet depressieve mensen.

(Journal of Clinical Psychiatry, februari 2004)

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat depressie van invloed is op de activiteit van zogenaamde ‚Äòkiller’cellen (NKCA) en daarmee op de weerstand tegen ziektekiemen.

Uit eerder onderzoek blijkt dat antidepressiva de killercellen kunnen beïnvloeden, maar daarnaar is nooit gekeken met dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek. We weten daarom niet of de veranderingen in de afweer bij gebruik van antidepressiva samenhangen met het medicijn of het gevolg zijn van een placebo-effect.

Daarom hebben onderzoekers van de University of Nebraska het effect van antidepressiva op killercellen onderzocht met een dubbelblind onderzoek. 16 patiënten namen eraan delen. Allen hadden een ernstige depressie. Van hen kregen er acht citalopram 20 mg/dag en 8 een placebo.

Het bleek dat wanneer patiënten een positieve respons lieten zien op de therapie, er ook sprake was van een verhoogde activiteit van de killercellen. Het omgekeerde werd ook gezien: geen succes met de therapie ging samen met een significant verlaagde activiteit van killercellen.

De onderzoekers concluderen hieruit dat het nu helemaal zeker is veranderingen in de depressie, ongeacht de therapie, van invloed zijn op de NKCA en daarmee op de afweer.

(Psychological Medicine, voorjaar 2004)

Naar een stuk chocolade grijpen om een betere stemming te krijgen is veel effectiever dan eerst gedacht. In het American Journal of Psychiatry is een artikel verschenen dat bewijs brengt voor de theorie dat chocola een voedingsmiddel is dat een goed gevoel geeft.



De koolhydraten en suiker zorgen ervoor dat de hersenen endorfinen kunnen opnemen. Die kopiëren daar de werking van een antidepressiva die ook wel SSRI (Selective Serotonin Reuptake Inhibitors) genoemd worden.

Ze zorgen er ook voor dat peptiden uit de ingewanden worden vrijgemaakt die de stof L-tryptofaan bevatten. De werking van L-tryptofaan is ook weer gelijk aan de SSRI.

Depressie mensen die veel chocola eten zijn in feite bezig met zelfmedicatie.

(American Journal of Psychiatry)

In onderzoek hadden mensen die slechts aan enkele depressieve kenmerken voldeden een verhoogd gehalte aan interleukine-6 (IL-6) in hun bloed. Dat is een ontstekingseiwit dat verantwoordelijk wordt gehouden voor een toename van de kans op autoimmuunziekten, hart- en vaatziekten, suikerziekte en sommige vormen van kanker. Het is dus zeker niet verkeerd om op bepaalde momenten activiteiten te plannen die de stemming verbeteren.

Er zijn inmiddels meerdere onderzoeken geweest die een verband aantoonden tussen emotioneel welbevinden en de weerstand tegen ziekten (immuniteitsrespons).

Als je sombere stemming lang aanhoudt, je niet goed kan slapen of teveel slaapt, veel vermoeidheid voelt, als je zelfwaardering gering is en/of je ziet je toekomst negatief in, raden we je aan om voor verdere advisering contact op te nemen met de huisarts.

(Archives of General Psychiatry 2003 Oct;60(10):1009-1014)

Vitamine B supplementen zouden depressie kunnen bestrijden, zeggen onderzoekers.

Wetenschappers hebben ontdekt dat depressieve mensen beter op een behandeling reageren wanneer zij hogere doseringen vitamine B12 in hun bloed hebben.

Dit zou kunnen betekenen dat vitamine B supplementen de effectiviteit van antidepressiva verhogen. Het onderzoek is uitgevoerd door de Kuopio Universiteit in Finland en is gepubliceerd in het tijdschrift BMC Psychiatry.

De onderzoekers hebben 115 depressieve patiënten een half jaar lang gevolgd. Hun behandeling werd nauwkeurig in de gaten gehouden evenals de vitamine B12 niveaus bij het begin en eind van de behandeling.¬† Mensen die op de behandeling reageerde hadden hogere concentraties vitamine B12 in hun bloed. Deze resultaten bleven ondanks rook- en drinkgedrag overeind, zelfs behandelmethodes en familie geschiedenis deden niet aan de resultaten af.

De leider van het onderzoek, Professor Jukka Hintikka, zei dat deze kennis van cruciaal belang is omdat er veel mensen zijn die niet op antidepressiva reageren. Hij zei ook dat het mogelijk is dat vitamine B12 nodig is om monoaminen te produceren. Een tekort aan monoaminen in het centraal zenuwstelsel wordt in verband gebracht met depressie. Een andere theorie is dat een tekort aan vitamine B12 de homocysteïne in het bloed doet ophopen, wat een depressie kan versterken. Eerdere studies hebben aangetoond dat vitamine B1, B2 and B6 depressie kan verlichten, vitamine B1, B2 en B6 verhogen indirect de concentratie vitamine B12 in het bloed.

Het is wel nog te vroeg om te stellen dat B12 een of een andere vitamine een middel tegen depressie is, maar het is zeker mogelijk dat B vitaminen preventief tegen depressie kunnen werken. (BBC News)

Artsen moeten voorzichtig zijn met het voorschrijven van moderne antidepressiva aan kinderen vindt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, naar aanleiding van maatregelen in Engeland.

Slechts bij hoge uitzondering  zouden psychiaters de medicijnen aan depressieve kinderen moeten voorschrijven. Het college vindt dat er nog onvoldoende kennis over de veiligheid en werkzaamheid van de medicijnen bij kort gebruik. Over langdurige inname van de medicijnen is nog helemaal niets bekend.

De MHRA, de Engelse tegenhanger van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, raadde het gebruik van de medicijnen Seroxat en Efexor af voor gebruik bij depressieve patiënten onder de achttien. Aan die lijst zijn nu Lustral en Cipramil toegevoegd.

Testen hebben uitgewezen dat sommige van deze medicijnen de kans op zelfverminking en zelfmoord verhogen. Alleen Prozac kan volgens de Engelsen voor jonge patiënten nog door de beugel. Zowel het CBG als de MHRA adviseren kinderen die de medicijen al gebruiken er niet abrupt mee te stoppen. (ANP)

Misschien. Tryptofaan is een essentieel aminozuur, noodzakelijk voor de aanmaak van de neurotransmitter serotonine. Een laag serotoninegehalte kan gevoelens van depressie, impulsiviteit en agressie veroorzaken.

Tussen 1966 en 2000 zijn er 108 onderzoeken gedaan naar de werkzaamheid van dit aminozuur. Die onderzoeken omvatten in totaal 64 patiënten met depressieve klachten. In elk geval wijzen ze erop dat L-tryptofaan beter depressieve klachten bestrijdt dan een nepmiddel. Een groot deel van de onderzoeken laat het echter niet toe inzicht te krijgen in de precieze data. Betrouwbaarheid en validiteit (meet men wat men wil meten?) zijn soms twijfelachtig.

(Aeiveos.com, Australian and New Zealand Journal of Psychiatry).

De afwas doen geeft meestal weinig plezier. Dat is geen nieuws. Maar nu is uit onderzoek bekend geworden dat huishoudelijk werk sommige mensen depressief maakt.

Op de universiteit in Glasgow stelde men vast dat huishoudelijke klussen de stemming van mensen verslechteren in tegenstelling tot andere vormen van lichamelijke beweging die depressiviteit juist laten verminderen.


Na honderden mensen gevraagd te hebben naar hun vrijetijd, activiteiten thuis en op het werk nam men een vragenlijst af om de mate van depressiviteit te meten.
Ze merkten dat flink bewegen mensen zich beter laat voelen en dat huishoudelijk werk de stemming verslechtert, zelfs als men daarbij flink in beweging is.

Misschien zijn er ook andere factoren in het spel die de toename van depressiviteit verklaren. Zo kan het zijn dat het negatief effect van schoonmaken thuis gevolg is van het feit dat men er tegelijkertijd op kinderen moet passen of dat huishoudelijk werk in de plaats komt voor meer sociale activiteiten. Kan ook zijn dat huishoudelijk werk als plicht ervaren wordt.

(Journal of Epidemiology and Community Health Vol 56/6; 407-412)

Er is door de Duke University onderzoek gedaan waaruit blijkt: een beetje depressief zijn kan vrouwen helpen om langer te leven.

4.000 mensen zijn bijna 10 jaar door de onderzoekers gevolgd. Daaruit bleek dat licht depressieve oudere vrouwen langer leven dan zij die totaal niet depressief waren of aan zware depressie leden. Het resultaat gaat niet op voor mannen.

Uit eerdere onderzoeken kwam juist naar voren dat mensen die flink depressief zijn wel een hogere kans hebben om vroeg te overlijden.

De verklaring is nog niet duidelijk. Lichte depressiviteit is misschien een overlevingsstrategie. Die zorgt ervoor dat je je er makkelijker bij neerlegt dat je sommige dingen nooit zult doen in je leven. Het is waarschijnlijk zo dat mensen met lichte depressie gevaarlijke situaties eerder uit de weg gaan en voorzichtiger zijn. Verder hebben mensen enige somberheid nodig om om te gaan met falen en teleurstelling. Anders zouden we ons hele leven dingen proberen te doen die we nooit echt doen.

Het resultaat is interessant. De verklaringen moeten nog eens nader onderzocht worden.

(Bronnen: Dan G. Blazer & R. Nesse; Am. Journal of Geriatric Psychiatry; Reuters health)

Onderzoek door de Kansas State University laat zien dat dat sommige mensen er langer de tijd voor nodig hebben dan anderen om een negatieve stemming kwijt te raken. Depressie en boosheid kunnen je letterlijk ziek maken, als de stemming aanhoudend negatief blijft.

Uit het onderzoek blijkt dat extraverte mensen langer positief gestemd blijven dan de meeste mensen. Volgens de onderzoeker is het gevaar niet gelegen in hoe ‘zwaar’ je gestresst of angstig bent, maar wel in de lengte van de negatieve stemming. Te lang gestresst blijven belemmert een gezonde weerstand tegen ziekten en hartfuncties.

Neurotische mensen doen het qua gezondheid het slechtst. Ze zien de wereld als een slechte plaats. Dit is om te buigen door ze te leren om op een positievere manier naar de wereld te kijken door negatieve gedachten te doorbreken, waardoor hun gezondheidstoestand verbetert.

(Science Daily)

Omdat mensen die veel vis eet minder last krijgen van depressieve gevoelens, wilden onderzoekers nagaan of het consumeren van visolie mensen die al lange tijd depressief zijn helpt.

Ze zetten 20 patiënten met ernstige depressie op suppletie met omega-3-vetzuren of een placebo. Dit naast hun gewone medicatie.

In de derde week verbeterde de stemming van de groep die omega-3 had ingenomen significant. De onderzoekers konden nog niet vertellen of de visolie het effect van medicatie versterkt of dat het als antidepressivum op zichzelf werkt.

Makreel en haring zijn bijzonder rijk aan omega-3-vetzuren, op de voet gevolgd door forel en sardientjes.

(American Journal of Psychiatry)

Ongeveer de helft van de mensen wordt zich enigszins somber en futloos zodra de seizoenen veranderen en de dagen korter worden. 6% van deze groep ondervindt zwaardere symptomen van depressie. Dit wordt SAD genoemd (seasonal affective disorder). Het heeft alles te maken met de geringe hoeveelheid daglicht dat in de donkere seizoenen op ons netvlies valt.

Lichttherapie kan de symptomen van lusteloosheid en depressie flink verminderen. Het zet de hersenen op een verkeerd spoor door die te laten ‘denken’ dat het voorjaar of zomer is in plaats van herfst of winter.


Onderzoekers merkten dat 30 minuten intens, fel licht in de ochtenden het beste resultaat boekt voor wat betreft de vermindering van sombere gevoelens.

Dit onderzoek geeft het bewijs dat degenen die vroeg in de ochtend opstaan veel minder vaak depressief worden. Blijkbaar zorgt het vroeg opstaan ervoor dat je eerder daglicht ziet waardoor je biologische klok beter functioneert.

(Bronnen: , Archives of General Psychiatry; 15, 2001;58; 69-75)

Zelfs gematigde lichaamsbeweging zorgt voor een toename van een stof in de hersenen die de stemming verbetert. Deze stof, PEA (fenyl-ethyl-amine) wordt door het lichaam zelf aangemaakt en heeft een stimulerende werking. De werking lijkt op die van amfetaminen, maar het stofje heeft geen lange-termijn-effecten die van speed zo’n gevaarlijke drug maken.

De toename van het PEA verklaart waarom hardlopers na enige tijd bewegen een euforisch gevoel krijgen. (Eerst werd gedacht dat dit het effect was van de endorfine, maar die stof blijkt niet zo makkelijk tot de hersenen door te dringen als PEA.)


Met dit onderzoek is verklaard waarom lichaamsbeweging hèt natuurlijk middel tegen depressie is. Er werd namelijk gezien dat bij depressieve mensen het PEA-gehalte zeer laag is.

PEA is geen medicijn, maar wordt in het lichaam zelf aangemaakt na lichaamsbeweging. Het onderzoek is uitgevoerd om te zoeken naar andere manieren om depressies te verlichten en voorkomen. Op dit moment schrijven de meeste artsen louter antidepressiva voor. Nadeel daarvan o.m. is dat het gaat om lichaamsvreemde stoffen.

(Bron: PMID 11579070: British Journal of Sports Medicin)

Voor veel van ons herkenbaar: het sombere gevoel en de futloosheid die de donkere dagen in herfst en winter met zich meebrengen. Die gevoelens blijken gemakkelijk te kunnen worden verlicht met uitgebalanceerde voeding. Vooral serotonine, hèt hormoon voor een opgewekte stemming, is aan te raden. Je vindt het in bananen.

Het spoorelement zink, dat met name gevonden wordt in vis en havervlokken, helpt ook mee om de stemming te verbeteren. Zink en andere spoorelementen, zoals kalium, magnesium en ijzer, krijg je ook binnen door pompoen- en zonnebloemzaadjes te eten.

Noedels en pasta’s bevatten koolhydraten die de bloedsuikerspiegel laten stijgen, wat tegelijkertijd een prettig gevoel geeft. Een echte tonic tijdens de herfst en wintermaanden is een bak yoghurt met gehakte walnoten en twee theelepels honing. In deze tijd van het jaar moet je het vlees laten staan, omdat het de aanmaak van serotonine vermindert.

(Bron: Bankhofer)

Depressie is een veelvoorkomend probleem, waarvoor op grote schaal antidepressiva en Sint Janskruid worden voorgeschreven. In een aantal onderzoeken is ook een andere behandeling geëvalueerd: lichaamsbeweging. De eerste resultaten lijken veelbelovend, maar zijn (nog) niet overtuigend.



14 onderzoeken naar bewegingstherapie tegen depressie zijn onder de loep genomen. De resultaten van die onderzoeken laten vaak wel wat effect van beweging zien. Maar de opzet van bijna alle onderzoeken kan aangevallen worden, waardoor de resultaten niet betrouwbaar genoeg zijn.

Ten eerste is het belangrijk om te weten is dat de effectiviteit van maatregelen tegen depressie afhankelijk is van de dosering. Er geldt: hoe hoger de dosering, hoe groter het effect. Als lichaamsbeweging ècht werkt om de stemming te verbeteren, geldt waarschijnlijk hetzelfde principe. In de onderzoeken naar beweging tegen depressie wordt dit principe nog niet meegenomen.

Het zou kunnen dat niet het bewegen zelf verantwoordelijk is voor het resultaat. In één onderzoek kreeg een groep lichaamsbeweging, terwijl de andere groep een cursus op school kreeg en helemaal niet extra bewoog. Resultaat: gelijke effecten op de stemming in beide groepen. Dit onderzoek wijst erop dat het niet de lichaamsbeweging is die helpt tegen somberheid, maar meer de effecten van het deelnemen aan een georganiseerde activiteit.

Hoe dan ook, je kunt nooit verkeerd zitten met lichaamsbeweging. Misschien komt niets anders de algemene gezondheid zo ten goede als het verbeteren van de lichamelijke conditie. Het is zeker zo dat je stemming verbetert, als je je lichamelijk fitter voelt.



(the Natural Pharmacist, Lawlor: BMJ. 2001; Meyer: Therapeutic impact of exercise on psychiatric diseases: Sports Med. 2000, Williams: Effect of levels of exercise on psychological mood states in: Percept Mot Skills. 1986)

Mensen die lijden aan depressieve gevoelens tijdens de wintermaanden (=SAD) zijn in feite onbewust bezig hun melatonineproductie aan te passen, net zoals dat geldt voor de zoogdieren die een periode lang winterslaap houden.



Dit fenomeen gaat niet op voor degenen die niet reageren op de kortere dagen en lange nachten. Bij patiënten die lijden onder SAD (seasonal affective disorder) blijkt de duur van de uitscheiding van melatonine in de wintermaanden langer en korter tijdens de zomer, net zoals bij zoogdieren. Melatonine is het hormoon dat door de pijnappelklier wordt aangemaakt en leidt tot slaap. Het regelt de biologische klok.

De meeste mensen zijn immuun voor de veranderingen in het natuurlijke daglicht. Hun melatonineniveau blijft gedurende alle seizoenen vrij stabiel.

Er zijn meerdere redenen waarom mensen ziek worden tijdens de wintermaanden. Tekort aan zonlicht is een belangrijke oorzaak. Voldoende zonlicht is essentieel om een goede gezondheid te bewaren. We hebben gemiddeld een uur per dag zonlicht nodig, maar de meesten komen daar niet aan.

Volgens natuurartsen betekent het gering aantal uren zonneschijn in de winter dat je ook eerder naar bed moet gaan. Ook nu weer geldt dat de meeste mensen dat niet doen, wat belastend is voor de bijnieren.

(Archives of General Psychiatry December)

Een onderzoek waarover gepubliceerd wordt in het Journal of the American Cancer Institute bericht dat mensen die gebukt gaan onder chronische depressie 88% meer kans lopen om in latere jaren kanker te krijgen. Van chronische depressie is sprake als de klachten 6 jaar of langer aanhouden.

Er is geen rechtstreekse relatie. Depressie ‘veroorzaakt’ kanker niet. Het kan wel de immuniteit verminderen en samengaan met ongezonde gedragingen, twee factoren die allebei gepaard gaan met een hogere kans op kanker.

Als je depressief bent, of je kent iemand die dat is, zoek dan behandeling. Behandelingen tegen depressie zijn bijzonder effectief en kunnen ervoor zorgen dat een persoon in lichaam en geest jong blijft.

Er zijn al verschillende onderzoeken geweest die hebben aangetoond dat lichaamsbeweging het humeur verbetert. We kunnen er nog één bij plaatsen die laat zien dat een uur aerobics spanningen, boosheid en vermoeidheid vermindert. Die effecten zijn het sterkst bij mensen die sombere gevoelens hebben.

(Journal of Sports Medicine and Physical Fitness;41:539-545)

Demente ouderen uit de Amerikaanse staat Florida blijken uitstekend te reageren op een muziektherapie. De ouderen hadden na een paar dagen duidelijk minder last van depressieve klachten. Het aanhouden van een kleine therapiegroep is hierbij belangrijk.

Voor het onderzoek werd een groep van 20 demente ouderen (3 mannen en 17 vrouwen) verdeeld over 4 testgroepen. Voor en na 5 dagen muziektherapie werd gemeten in welke mate de senioren depressief waren

Uit onderzoek dat in het British Journal of Psychology werd gepubliceerd komt naar voren dat mensen zwaarmoediger en somberder worden na het bekijken van (reguliere) televisiejournaals. Dat geldt vooral als te merken is dat wat je ziet gevolgen heeft voor je eigen situatie. Het is met het oog daarop niet onverstandig om er voor te kiezen om af en toe niet naar schokkende beelden te blijven kijken, maar ontspanning te zoeken bijv. door naar muziek te gaan luisteren. Het kijken naar schokkende beelden kan overigens verstrekkende gevolgen hebben en zelfs gelijkstaan aan het daadwerkelijk meemaken van het trauma.