Hersenen, cognitieve functies

You are currently browsing the archive for the Hersenen, cognitieve functies category.

Burn-out, één van de zogenaamde ongedifferentieerde somatoforme stoornissen, wordt gekenmerkt door klachten zoals vermoeidheid, hoofd- en nekpijn, prikkelbaarheid en concentratieproblemen. De klachten hangen meestal samen met langdurige overbelasting en spanningen in de werksituatie.
In een studie van de Radboud universiteit Nijmegen in samenwerking met HSK en Brainclinics Diagnostics, werden voor het eerst verschillen gevonden tussen het brein van patiënten met een burn-out en gezonde proefpersonen. Dit is bijzonder, want eerder was een burn-out niet objectief vast te stellen. Sommige burn-outklachten lijken op symptomen van een depressie of chronische vermoeidheid (CVS), wat voor onduidelijkheid zorgt. In sommige landen, waaronder Amerika, wordt de diagnose burn-out dan ook nog niet erkend.

De proefpersonen die aan de studie meewerkten, kregen diverse neuropsychologische en EEG-onderzoeken. Hieruit bleek onder andere dat mensen met een burn-out moeite hebben informatie automatisch te verwerken. Zij moeten dit dus bewuster doen, wat een grotere mentale inspanning vergt. Dit verklaart mogelijk de geestelijke vermoeidheid die bij burn-out patiënten veel voorkomt. De combinatie van de gevonden EEG-veranderingen is uniek voor burn-out, en vormt dus een objectieve maat voor het vaststellen hiervan.

De onderzoekers benadrukken dat dit een eerste onderzoek is, en dat verder onderzoek bij een groter aantal proefpersonen nodig is.

Bron: Radboud Universiteit Nijmegen

Hersencellen van muizen verouderen nauwelijks als die dieren melatonine door hun drinkwater krijgen. Dat schrijven onderzoekers van de Spaanse Universidad de Granada. Zij gaven hun proefdieren een (forse) dosis van 10 mg per kilo lichaamsgewicht.

melatonineHet hormoon melatonine wordt in het lichaam aangemaakt door de epifyse als er geen daglicht is. Het veroorzaakt het gevoel van slaperigheid, zodat het lichaam zich voorbereiden kan op de nacht. Omdat melatonine ook een antioxidant is dat erfelijk materiaal kan beschermen tegen beschadiging, bestuderen onderzoekers het hormoon al jaren.

Het experiment met de muizen startte onmiddellijk nadat de diertjes waren geboren. Na 5 en 10 maanden placebo-behandeling, en na 10 maanden behandeling met melatonine, bestudeerden de onderzoekers de mitochondria in de hersencellen van de muizen. Dit zijn de energiecentrales van de cel. Bij veroudering van hersencellen gaan ze steeds slechter functioneren, waardoor hersenen van ouderen vaak minder goed werken dan die van jongeren.
De onderzoekers zagen dat in de mitochondria bij de muizen die geen melatonine kregen de aanmaak van antioxidanten inzakte naarmate de dieren ouder werden. In de membranen van de mitochondria vonden de onderzoekers bij de oudere muizen meer geoxideerde vetten. Melatonine remde deze toename.
De onderzoekers besluiten door te stellen dat melatonine de positieve effecten op de werking van mitochondria passen onder de noemer van ‘anti-veroudering’. “Deze effecten en het feit dat zelfs hoge doseringen onschadelijk zouden zijn ondersteunen het gebruik ter preventie van veroudering” stelt men.

(Journal of Pineal Research, 2009 Sep;47(2))

Mensen met een baan onder hun opleidingsniveau gaan op de lange duur slechter cognitief functioneren. Blijkbaar gaat hun cognitief vermogen zich aanpassen aan het niveau van hun werk. En andersom gaan mensen die ondergekwalificeerd zijn voor hun werk steeds betere cognitieve prestaties leveren dan mensen met een baan op hun eigen opleidingsniveau.

Deze interessante informatie komt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht waarbij economen samenwerkten met neuropsychologen.
De onderzoekers maakten gebruik van gegevens uit de Maastricht Aging Study, een grootschalige studie naar cognitieve veroudering. Testgegevens werden verzameld bij 447 werkende personen. Binnen deze groep was op het eerste meetmoment bij 164 personen sprake van overkwalificatie, 88 mensen waren ondergekwalificeerd. Na zes jaar hadden zestien overgekwalificeerden en zeven ondergekwalificeerden werk op hun eigen opleidingsniveau.
In de studie is gekeken naar de volgende functies: geheugen, verbaal vermogen, cognitieve flexibiliteit en snelheid van informatieverwerking. Uit de gegevens bleek dat bij mensen waar het functieniveau lager was dan hun opleidingsniveau na zes jaar de cognitieve vermogens sterker waren afgenomen dan bij mensen met een passende baan. Hoe groter het verschil tussen baanniveau en opleidingsniveau, des te sterker het effect.
Te lang onder je opleidingsniveau functioneren pakt dus ongunstig uit. Wie dat doet, is steeds minder in staat om alsnog op het eigen niveau te presteren.

(Universiteit van Maastricht)

Bij 85-plussers supplementen met extracten van Ginkgo biloba slikken, vermindert de kans op de eerste fases van dementie. Dat komt naar voren uit een ruim 3 jaar durend onderzoek van de Oregon State University onder 120 senioren.

De helft van de onderzochte groep slikte driemaal daags een placebo, de andere helft een ginkgo-extract. Zo kreeg die tweede groep elke dag 240 mg Ginkgoextract binnen, dat voor zes procent uit terpeenlactonen bestond en voor een kwart uit flavonglycosides.
Bij start van het experiment waren alle proefpersonen mentaal honderd procent in orde. De score op de Clinical Dementia Rating bleek nul.
Statistisch bleek dat bij de groep ouderen die trouw hun supplement slikten, de kans op het afnemen van de mentale vermogens met een factor drie daalde.

Uit de literatuur blijkt dat Ginkgogebruikers net zoals mensen die Aspirine slikken vaak dunner bloed hebben. Daardoor hebben zij verhoogde kans op bloedingen. In het onderzoek kwamen geen complicaties voor als gevolg van het eventuele dunner worden van het bloed. Echter, in de Ginkgogroep kwamen bij zes personen beroertes voor, die overigens zeer licht waren en niet levensbedreigend bleken. Toch willen de onderzoekers in toekomstige studies beter naar die eventuele bijwerkingen kijken.
Men vindt de resultaten van het onderzoek even goed interessant vanwege het feit dat Ginkgo Biloba al veel gebruikt wordt en een relatief goedkoop kruid is.

(Neurology, februari 2008)

Zou het niet fijn zijn als eindelijk eens wordt bevestigd dat het goed is om even een middagdutje te doen? Nature Neuroscience zet dit argument kracht bij: een schoonheidsslaapje verkort de tijd om een vaardigheid aan te leren en op te slaan in het langetermijngeheugen.
Wetenschappers van diverse instellingen hebben de krachten gebundeld en voerden een onderzoek uit naar het effect van 90 minuten slaap op het langetermijngeheugen. Er werd hierbij specifiek gekeken naar het ‘hoe’-geheugen; hiermee onthoud je bijvoorbeeld hoe je moet autorijden of hoe je piano moet spelen.
Twee groepen mensen werd gevraagd om een duim en een vinger elkaar te laten raken in een vastgestelde volgorde. Deze reeks bewegingen moesten ze vervolgens leren. Wanneer beide groepen er een nachtje over mochten slapen, lieten zij dezelfde vooruitgang zien. Maar wanneer de ene groep na het leren van de taak 90 minuten mocht slapen, was de prestatie (het herhalen van de sequentie) beter dan die van de niet-slaapgroep.
Een tweede experiment toonde nog een voordeel aan van het middagdutje. Normaal gesproken is het geheugen gedurende de 6-8 uur na het aanleren gevoelig voor interferentie, oftewel; wanneer binnen die tijd een tweede soortgelijke taak wordt aangeleerd, lijkt deze ‘in de weg’ te zitten bij het herinneren van de eerste taak. De slaapgroep vertoonde in de avond geen betere prestatie dan de niet-slaapgroep, maar de volgende ochtend was er wel degelijk een verschil tussen beide groepen te zien.
Het is nu nog onduidelijk wat er precies in de hersenen gebeurt gedurende het slapen. Meer kennis hierover biedt ons in de toekomst misschien een kunstmatige mogelijkheid om vaardigheden versneld aan te leren, suggereren de onderzoekers. Tot die tijd kan men er echter gewoon nog voor kiezen om een middagdutje te doen…

Nature Neuroscience 10, 1206 – 1213 (01 Sep 2007)

Een team van radiologen hebben een mogelijke voorspeller gevonden voor Alzheimer. Waar eerdere onderzoekers zich richtten op de activatie van bepaalde hersengebieden, focuste dit team zich ook op de deactivatie van hersengebieden.

28 gezonde personen, 13 Alzheimerpatiënten en 34 personen met een milde cognitieve achteruitgang (MCI) voerden een geheugentaak uit terwijl hun hersenen werden gescand (fMRI).
Bij de MCI-patiënten werd een belangrijke overeenkomst gevonden; een specifiek gebied in de hersenen, de posteromediale cortex, vertoonde activiteit wanneer hen werd gevraagd om namen en gezichten te matchen. De groep gezonde personen liet echter een deactivatie van het gebied zien. De posteromediale cortex kan worden gezien als onze ‘cruise control’ welke deactiveert wanneer we ons dingen proberen te herinneren. Wanneer deze tijdelijk ‘uit’ staat, kunnen boodschappen worden verstuurd naar andere gebieden van het brein die herinneringen encoderen. Bij MCI-patiënten lijkt deze deactivatie echter niet plaats te vinden.
Het is bekend dat 30% tot 50% van de MCI-patiënten uiteindelijk Alzheimer zal krijgen. De onderzoekers menen dat de gevonden activatie van dit specifieke gebied tijdens het ophalen van herinneringen wellicht een sterkere voorspeller is dan het uitblijven van activiteit in andere gebieden.

Radiology 2007;245:224-235

Naast de stimulerende werking op de korte termijn, lijkt cafeïne ook op de lange termijn een voordeel te hebben. Uit een groot onderzoek blijkt dat oudere vrouwen die 3 of meer koppen koffie (of 6 koppen thee) per dag drinken, minder geheugenachteruitgang vertonen.

koffie_vrouw.jpgRuim 7000 65-plussers werden 4 jaar lang gevolgd terwijl hun cafeïne-consumptie en cognitieve vaardigheden werden bijgehouden. Opvallend was dat de vrouwen die minstens 300 mg cafeïne per dag binnenkregen via koffie of thee, qua geheugen minder achteruit gingen dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten die 100 mg of minder cafeïne innamen (1 kop koffie = 100 mg cafeïne, 1 kop thee = 50 mg cafeïne). Dit werd gemeten met een geheugentaak waarbij je rijtjes woorden moest onthouden en later opnoemen. Het effect bleef aanwezig nadat er was gecorrigeerd voor opleiding, depressie, medicatie en andere factoren die de oorzaak van dit verschil zouden kunnen zijn.
Opvallend is dat het geheugenvoordeel steeg met de leeftijd. De vrouwelijke koffiedrinkers hadden op de leeftijd van 65 jaar 30% minder kans op geheugenachteruitgang, terwijl dit voor maarliefst 70% van de tachtig-plussers gold.
Het is onduidelijk waarom cafeïne niet hetzelfde effect heeft voor mannen. De onderzoekers denken dat er misschien een hormonale interactie bij vrouwen plaatsvindt of dat zij cafeïne anders metaboliseren.
Cafeïne biedt geen bescherming tegen het krijgen van Alzheimer volgens de wetenschappers. Het onderzoek wordt nog twee jaar voortgezet om te onderzoeken of cafeïne de cognitieve achteruitgang mogelijk wel vertraagt in Alzheimer.

(Neurology, August 7, 2007)

Iedereen kent waarschijnlijk het goede gevoel dat je krijgt als je een goed doel steunt. Volgens wetenschappers komt dit, doordat het doneren van geld bepaalde gebieden in de hersenen activeert. Dit zijn de gebieden die geassocieerd worden met plezier.

Voor het onderzoek kregen vrouwelijke studenten 100 dollar. Eén groep werd verteld dat er een verplicht deel van het bedrag naar een lokale voedselbank zou gaan. De andere groep kon er zelf voor kiezen om geld te doneren aan deze voedselbank.

Door middel van MRI werd gekeken welke hersengebieden geactiveerd werden tijdens het doneren van geld. Bij beide groepen was er sprake van een verhoogde hersenactiviteit in de nucleus accumbens en de caudate nucleus. Deze gebieden worden geassocieerd met beloning van gedrag. De verhoogde hersenactiviteit was in hogere mate aanwezig bij de studenten, die vrijwillig gekozen hadden voor donatie. Deze verhoogde hersenactiviteit zorgt volgens de onderzoekers voor het fijne gevoel dat men overhoudt aan het steunen van goede doelen. (Science, juni 2007)

Ouderen die zich eenzaam voelen hebben een twee keer zo grote kans op dementie. Dat blijkt uit een onderzoek bij 823 oudere Amerikanen met een gemiddelde leeftijd van zo’n 80 jaar. Aan het begin van de studie en daarna jaarlijks werd onderzocht hoe eenzaam de deelnemers waren en of ze tekenen van dementie vertoonden.
Tijdens de zesjarige looptijd van het onderzoek kregen 76 deelnemers Alzheimer. De kans op Alzheimer nam met 51% toe bij elk extra punt van de eenzaamheidsscore. Iemand met een hoge eenzaamheidsscore (3,2) had daarmee ongeveer 2,1 keer zoveel kans op Alzheimer als iemand met een lage score (1,4). Hoe dat komt is niet duidelijk.

Bron: Archives of Psychiatry, februari 2007

Hersentraining heeft bij oudere mensen een positieve invloed op de mentale fitheid. Dat geldt vooral wanneer deze gericht is op snelheidsverhoging of op het redeneren.

brein.jpgDat komt naar voren uit een onderzoek dat 2800 mentaal gezonde ouderen volgde. Hun gemiddelde leeftijd was 74 jaar bij aanvang van het onderzoek. De groep doorliep een programma van zes weken waarbij het geheugen, de snelheid om problemen op te lossen (visuele zoeksnelheid) of het redeneervermogen werden getraind. In totaal hielden de trainingen 10 sessies van 1 uur in.
Vòòr en na de training werd via tests bepaald hoe het gesteld was met de informatieverwerking van de proefpersonen. De training leidde na zes weken tot een verbetering met 90% in de snelheidsgroep vastgesteld, 74% in de redeneergroep en 26% in de geheugengroep in vergelijking met een niet-getrainde groep. En het opmerkelijke hierbij is dat de verbetering in prestaties minstens 5 jaar aanhield, wanneer de ouderen af en toe een opfriscursus deden.

(Journal of the American Medical Association Vol. 296 No. 23)

Het spreken van een tweede taal kweekt ‘cognitieve reserves’ die het optreden van dementie uitstellen. Er zijn nog geen medicijnen op de markt die net zo gunstig werken als tweetaligheid.

tweetalig.jpgEr is de laatste tijd veel belangstelling in de wetenschap voor preventie van aandoeningen. Door allerlei veranderingen in de levensstijl door te voeren, kan veel ten goede veranderen in de gezondheid. Nu hebben wetenschappers van het Canadese Rotman Research Institute voor het eerst bewijzen gevonden voor een positief werkende leefstijlfactor: tweetaligheid.

Het spreken van een tweede taal vertraagt het ontstaan van de eerste kenmerken van dementie met 4 jaar. Dat lijkt weinig, maar omdat het om gemiddelden gaat is dit een groot beschermend effect van tweetaligheid te noemen. Al eerder bleek dat tweetaligheid bij zowel kinderen als volwassenen samengaat met een duidelijk betere aandachtsfunctie en impulscontrole. Vanzelfsprekend komt er nog vervolgonderzoek. In de tussentijd is het geen gek idee om een tweede taal te gaan leren. Dit betekent waarschijnlijk een goede stimulans van relevante hersenfuncties.

(Neuropsychologia, Februari 2007, Vol.45, No.2)

Het brein van psychopaten laat minder activiteit zien in de gebieden die betrokken zijn bij het aflezen van emoties, met name als het gaat om angst. Dit blijkt uit onderzoek van het Institute of Psychiatry in Londen.

Psychopaten zijn mensen met agressieve en anti-sociale persoonlijkheidskenmerken. Daarnaast ontbreekt het hen aan empathie (inlevingsvermogen). Zij kunnen ernstige delicten, zoals mishandeling en verkrachting, plegen zonder tekenen van spijt of berouw. Een mogelijke verklaring voor het gebrek aan empathie is dat psychopaten gezichtsuitdrukkingen van angst en verdriet niet goed kunnen herkennen.

In het onderzoek werden foto’s van gezichten, waarvan verschillende emoties af te lezen waren, getoond aan zes psychopaten en negen niet-psychopaten. Bij zowel de psychopaten als de gezonde vrijwilligers was er sprake van een hogere hersenactiviteit bij vrolijke gezichten in vergelijking met neutrale gezichten. Wanneer zij angstige gezichten te zien kregen, was er bij de gezonde vrijwilligers wederom sprake van verhoogde hersenactiviteit ten opzichte van de hersenactiviteit bij neutrale gezichten, terwijl er bij de psychopaten een lagere hersenactiviteit waar te nemen was.

De moeite die psychopaten hebben met het herkennen van angst en het onvermogen daar met empathie op te reageren, is volgens de onderzoekers een mogelijke reden waarom psychopaten niet stoppen met gewelddadig gedrag op het moment dat de ander angst vertoont. (The British Journal of Psychiatry, december 2006)

Zelf fouten maken, of iemand fouten zien maken. Voor de hersenen maakt het niet uit: zij reageren op dezelfde manier.

In beide gevallen reageert hetzelfde gebied in de hersenen. Bij mensen die zich door een stoornis niet of nauwelijks kunnen verplaatsen in een ander, gaat er vermoedelijk iets mis in dit hersengedeelte. Deze conclusies komen uit onderzoek van experimenteel psycholoog Rogier Mars, die binnenkort promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Rogier Mars onderzocht wat er in onze hersenen gebeurt als we bewegingen selecteren en voorbereiden, en wat er gebeurt als we bewegingen evalueren – met name als we merken dat we iets fout doen.
Normaal gesproken bedenkt een mens wat hij moet doen, voert dat uit en als het fout gaat, bedenkt hij opnieuw wat hij dan beter zou kunnen doen. Dat heet gedragsoptimalisatie en dat is dus aan hersenactiviteit te zien, ook wanneer het om andermans fouten gaat“, aldus Mars. Mensen met stoornissen, zoals autisme, hebben veel moeite met het optimaliseren van hun gedrag. “Mensen met Gilles de la Tourette, met hallucinaties, met schizofrenie, met compulsieve stoornissen krijgen het niet voor elkaar om op een rationele manier hun gedrag te optimaliseren“. Het onderzoek van Mars brengt het zoeken naar een verklaring en oplossing voor stoornissen zoals schizofrenie, autisme en hallucinaties dichterbij.

(ru.nl)

Muizen die een flavonoid uit aardbei krijgen onthouden beter. Het lange-termijn leren verbertert, misschien omdat de stof het ontstaan van verbindingen tussen hersencellen bevordert.

Dat zegt Pamela Maher, die cellulair neurobioloog is aan het Salk Institute, op basis van haar onderzoek.
De stof heet fisetin. Deze bevordert de differentiatie of groei van zenuwcellen. Het is de eerste keer dat onderzoekers een stof in de natuur vinden waarvan ze op moleculair niveau kunnen aantonen dat hij een positief effect kan hebben op de hersenen.

De effecten van Fisetin zijn bestudeerd bij muizen. De beestjes kregen twee voorwerpen te zien gedurende bepaalde tijd. De volgende dag werd één van de voorwerpen vervangen door een nieuwe. Als de muizen de voorwerpen van de vorige dag goed konden herinneren, besteden ze minder tijd aan het besnuffelen van de oude en wordt alleen het nieuwe voorwerp uitgebreid geïnspecteerd. De muizen die fisetin binnen kregen, bleken zich de al bekende voorwerpen beter te herinneren.

Hoewel in het onderzoek bleek dat (bij muizen) fisetin lange-termijn-geheugencellen kan vormen, verbeteren en beschermen, wil dat niet zeggen dat daarmee hersencelafbrekende ziektes zoals Alzheimer verholpen kunnen worden. De conclusie van het onderzoek is dat fisetin alleen symptomen van geheugenverlies zou kunnen onderdrukken
Volgens de onderzoekers is het goede nieuws dat de natuurlijke stof Fisetin veelvuldig voorkomt in aardbeien. Echter, omdat het gaat om een natuurlijke voedingsstof is vanuit financieel oogpunt de belangstelling voor vervolgonderzoek gering. En om het gunstige effect van fisetin bij mensen te bereiken, zou misschien een flinke hoeveelheid aardbeien genuttigd moeten worden. Fisetin komt overigens ook voor in tomaten, uien, kiwi, sinaasappels, druiven en appels.

(Sciencedaily.com)

HersenscanOnderzoek suggereert dat er een overeenkomst is tussen zwaarlijvige mensen die zich overeten en personen met een drugsverslaving. Hersenscans lieten zien dat bij het overeten dezelfde gebieden in de hersenen actief zijn als bij mensen die hunkeren naar drugs.

Het Amerikaanse team die het onderzoek uitvoerde zegt dat deze resultaten zouden kunnen helpen bij het zoeken naar nieuwe behandelmethodes. De onderzoekers hebben de hersenen van zeven mensen met overgewicht bestudeerd. Deze mensen hadden allemaal een implantaat in de hersenen die elektronische signalen stuurt naar de gebieden die betrokken zijn bij verzadiging. Om de relatie tussen de maag en de hersenen te bestuderen kregen de vrijwilligers om de paar weken twee hersenscans, waarbij de ene scan met implantaat was ingeschakeld en de andere uitgeschakeld.

Wanneer de implantaat was ingeschakeld, voelden de vrijwilligers zich voldaan. Op de scan was dan een toegenomen metabolisme waarneembaar in de hippocampus , een gebied in de hersenen die betrokken is bij emotioneel gedrag, leren en herinneren, de orbitofrontale cortex en het striatum. Dr. gene-Jack Wang, de leider van het onderzoek, zei “Op het moment dat we deze scans onder ogen kregen, deed het mij meteen denken aan mijn eerdere studie naar drugsmisbruik – dezelfde gebieden werden namelijk geactiveerd”.

Al is het onderzoek kleinschalig, het helpt ons wel te begrijpen waar het verlangen naar eten vandaan komt. (BBC)

Onderzoekers hebben ontdekt dat dopamine een onmisbaar ingrediënt van de hersenen is om mensen te helpen goede beslissingen te nemen en verkeerde te vermijden. Deze ontdekking, die is gedaan door een team verbonden aan de University of Colorado, biedt meer inzicht in de werking van de hersenen en uitzicht op betere behandelingen van stoornissen zoals schizofrenie en ADD. De resultaten zijn vrijdag j.l. door het ‘journal of Science’ online gepubliceerd.

De studie, geleid door promovendus Michael Frank, kwam voort uit onderzoeken bij Parkinson patiënten die medicijnen gebruikten om de dopamine in de hersenen te boosten of helemaal geen medicatie slikten. Gezonde mensen krijgen vaak een “gut feeling” dat hen in staat stelt een keuze te maken die afhangt van hoe vaak die kan worden verbonden met positieve uitkomsten in het verleden. Echter, Parkinson patiënten hebben vaak moeite met het nemen van dergelijke beslissingen. Omdat Parkinson wordt veroorzaakt door lagere dopamineniveau’s en de medicaties de concentratie van deze chemicalie kunnen doen toenemen, verschaffen deze resultaten sterk bewijs dat dopamine niveau’s een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van onze voorkeur en afkeer, aldus Frank.

Om te begrijpen waarom, is er een computermodel ontwikkeld van de effecten van Parkinson en de gebruikte medicaties om de ziekte in de hersenen te behandelen. Op basis van dit model voorspelden ze dat Parkinson patiënten zouden verschillen in hun besluitvorming al naar gelang ze hun medicatie wel of niet genomen hebben, hetgeen werd bevestigd in een vervolgstudie.

(Bron: Psychology in the News)

 Interactieve media zouden een rol kunnen spelen bij herstel van mensen die aan de ziekte van Alzheimer lijden.

Na 12 keer trainen binnen vier weken maakten Alzheimerpatiënten significant minder fouten in interactieve computertaken dan bij aanvang. De taken omvatten het vinden van een winkelroute, het kopen van drie producten, en het beantwoorden van tien vragen hierover.

(Comprehensive Psychiatry)

Wetenschappers hebben voor de eerste keer een fout ontdekt in de hersengolven van schizofreniepatiënten die mogelijkerwijs hun hallucinaties en verwarde denken kan verklaren. De studie, door een team verbonden aan het VA Boston Healthcare System en de Harvard Medical School, is verschenen in de Nov. 8 Proceedings van de National Academy of Science. De onderzoekers bestudeerden de hersengolven van normale mensen en schizofrenie patiënten terwijl ze reageerden op beelden. Degenen met schizofrenie vertoonden geen elektrische aktiviteit binnen een bepaald frequentiegebied- het “gamma” bereik, tussen 30 tot 100 hersengolven per seconde- dat gebruikt wordt door gezonde hersencellen om informatie uit te wisselen m.b.t. de omgeving en mentale indrukken te kunnen vormen. Schizofreniepatiënten vertoonden deze gamma-band activiteit helemaal niet. Het verschil was tamelijk dramatisch, aldus Robert W. McCarley, verbonden aan de psychiatrische afdeling van Harvard. De hersenen bevatten miljarden neuronen, of zenuwcellen. Onderzoekers geloven dat onze gedachten worden gecreërd wanneer grote groepen van deze neuronen “vuren”- boodschappen naar elkaar verzenden, middels uitbarstingen van elektrische aktiviteit- met dezelfde frequentie. Verschillende frequenties, gemeten in Hertz, of aantal trillingen per seconde, wijzen op verschillende niveaus en soorten aktiviteiten. Delta golven, beneden de 4 Hertz, komen voor tijdens de slaap. Alphagolven, van 8 tot 13 Hertz, treden op tijdens rust en ontspanning. De vervolgens snellere Beta golven ontstaan wanneer we aktief denken.

(Bron: Biopsychology NewsLink)

Dat taalverwerking bij rechtshandigen voornamelijk in de linkerhersenhelft plaatsvindt, terwijl dit bij linkshandigen voornamelijk in de rechterhersenhelft gebeurt, is al langer bekend. Maar dat linkshandigen de wereld om hen heen ook anders zouden waarnemen, blijkt nu uit onderzoek van de Universiteit van Birmingham.



Uit de resultaten komt naar voren dat links- en rechtshandigen niet dezelfde hersenhelft gebruiken wanneer zij naar een plaatje of foto kijken. Zo wordt bij rechtshandigen de rechterhersenhelft actief wanneer zij zich concentreren op het plaatje als geheel, bijvoorbeeld het gehele bos. Wanneer zij zich concentreren op een detail uit het plaatje, bijvoorbeeld een boom uit het bos, wordt daarentegen de linkerhersenhelft gebruikt. Bij linkshandigen blijkt dit precies andersom te zijn.



Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van de techniek ‚ÄòTranscraniale Magnetische Stimulatie’ (TMS). Dit is een techniek die met behulp van krachtige kortdurende magnetische impulsen hersengebieden meer of minder actief maakt. De onderzoekers pasten tijdens het onderzoek TMS toe op een gebied van de linker- dan wel rechterhersenhelft terwijl de participanten gevraagd werden zich te concentreren op details van een visuele stimulus. Stimulatie van de linkerhersenhelft maakte het voor rechtshandigen moeilijker zich te concentreren op details, terwijl stimulatie van de rechterhersenhelft dit moeilijker maakte voor de linkshandige participanten.

(BBC News)

De cognitieve ontwikkeling van kinderen kan beïnvloed worden door onregelmatige werktijden van de moeder. Ook avond- en nachtdiensten kunnen deze invloed hebben op de intellectuele ontwikkeling van het kind.



Dit zegt professor Han van de Columbia University School of Social Work naar aanleiding van haar onderzoek. Bij dit onderzoek zijn 900 kinderen, waarvan de moeder werkte tijdens de eerste drie levensjaren van het kind, betrokken. Ongeveer de helft van de moeders werkte in die periode op ongebruikelijke of onregelmatige tijden.

Bij de kinderen zijn cognitieve vaardigheden als taal, geheugen, leervermogen, probleemoplossend vermogen en kennis van kleuren, letters, getallen en vormen getest. Uit de evaluatie van de testresultaten blijken kinderen van moeders met ongebruikelijke of onregelmatige werktijden lager te scoren dan de kinderen waarvan de moeder meer traditionele werktijden heeft.

Eén van de redenen hiervoor zou de vorm van kinderopvang kunnen zijn, zo suggereert Han. Moeders met meer traditionele werktijden zouden meer mogelijkheden hebben om hun kinderen bij (professionele) dagverblijven onder te brengen dan moeders die op ongebruikelijke tijden werken. Deze vorm van kinderopvang is gerelateerd aan betere cognitieve vaardigheden bij kinderen. (Psycport)

Met een eenvoudige test die het geheugen voor woorden meet, kan de ziekte van Alzheimer al in een vroeg stadium opgespoord worden en de kans op herstel door behandeling vergroten.



Onderzoekers constateerden dat een taak voor inprenting van 10 woorden de nog lichte cognitieve belemmeringen aan het licht brengt die bij het begin van Alzheimer optreden. De door hen onderzochte groep ouderen werd gevraagd om zoveel mogelijk van de 10 aangeboden woorden na het uitvoeren van een taak te reproduceren. Niet één, maar vier maal.

Het eerste stadium manifesteert zich met dergelijke meetbare geheugenproblemen, die verdergaan dan de normale veroudering van de hersenfuncties. Tijdens dat eerste stadium kunnen alle dagelijkse activiteiten, zoals het betalen van rekenen en regelen van een vakantie, nog gewoon doorgang vinden, alhoewel er dus toch al mentale achteruitgang meetbaar is.

Alzheimer in een vroeg stadium opsporen is belangrijk, omdat bij het voortschrijden van deze ziekte elke maand meer cognitieve functies verloren gaan. Een proces dat onomkeerbaar is. Tot nu toe ging men ervan uit het detecteren van de eerste signalen lastig is en dat huidige meetmethoden niet accuraat genoeg zijn.



Volgens de onderzoekers wordt bij iets meer dan 67% van de Alzheimer patiënten de ziekte vastgesteld, op het moment dat ze al lang niet meer in het eerste stadium verkeren en de symptomen een belemmering betekenen in het dagelijkse leven.

(Bron: Proceedings of the National Academy of Sciences, 29-03-2005)

Lichamelijk actief zijn remt bij muizen specifieke veranderingen in de hersenen, die verantwoordelijk zijn voor Alzheimer. En als dat bewegen in de vorm van in molentjes rennen een lange periode wordt volgehouden verbetert het leervermogen. Dat komt door afname van ‘plak’ (ophopingen van amyloid-proteïne), het belangrijkste fysieke kenmerk van Alzheimer afneemt.



Er is nu al een reeks onderzoeken dat laat zien dat bepaalde veranderingen in de levensstijl het ontstaan en proces van de ziekte van Alzheimer kunnen remmen. Op dit moment probeert de wetenschap te ontdekken langs welke weg lichamelijke en verstandelijke activiteit het verloop van de ziekte beïnvloeden.



muizenhersenenMen gebruikte voor dit onderzoek jonge, genetisch gemanipuleerde muizen met een sterke aanleg voor Alzheimer. De muizen werden in een kooi geplaatst waarin wel of geen molentje aanwezig was. Telkens na zes dagen werd gedurende enkele maanden gekeken hoe snel de muizen in een soort van doolhofproef iets nieuws konden leren. De muizen die regelmatig oefenden, leerden dit dus sneller dan de inactieve groep muizen.



Na deze fase werden de hersentjes van de muizen bestudeerd om te kijken of plak erin voorkwam. Bij Alzheimerpatiënten komt plak voor in de hippocampus en hersenschors, gebieden van de hersenen die gebruikt worden voor geheugen, denk- en beslissingsprocessen.

De ziekte van Alzheimer blijkt meerdere oorzaken te hebben. Veel wetenschappers veronderstellen dat Alzheimer resulteert uit een complexe interactie van omgevingsfactoren, levensstijlkeuzes en aangetaste genen en proteïnes.

(Journal of Neuroscience, april 2005)

Naast factoren als eerdere trauma’s en lichamelijk letsel blijkt het zich kunnen herinneren van een traumatische gebeurtenis een ander belangrijk risicofactor voor een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) te zijn. Dit concluderen onderzoekers in een artikel dat gepubliceerd is in de American Journal of Psychiatry.



Tijdens dit onderzoek is bij 120 personen, met licht traumatisch hersenletsel, de herinnering aan het trauma nagegaan door middel van zowel een psychiatrische evaluatie als een zelfevaluatie. Het geheugen is direct na het trauma getest en wederom na perioden van één week, drie maanden en zes maanden.



Uit de resultaten blijkt dat 14% van alle proefpersonen zes maanden na het trauma voldeed aan alle criteria van PTSS. Van de 55 personen die zich de traumatische gebeurtenis herinnerden, ontwikkelde 23% (13 personen) PTSS. Daarentegen kregen slechts 4 (6%) van de 65 personen die geen herinnering hadden aan het trauma PTSS.



Personen die zich de gebeurtenis konden herinneren hadden significant meer kans om PTSS te ontwikkelen dan de personen die geen herinnering hadden aan het trauma. Het verschil tussen deze twee groepen kwam met name tot uitdrukking in het herbeleven van het trauma. Om na te gaan welke personen een verhoogde kans hebben op PTSS benadrukken de onderzoekers het belang om binnen 24 uur na het trauma te onderzoeken in hoeverre de slachtoffers zich de details van de traumatische gebeurtenis herinneren. (Psychiatry Source)

71% van de mensen met auditieve hallucinaties (bijvoorbeeld het horen van stemmen) geeft aan dat het hierbij gaat om mannelijke stemmen, ongeacht hun eigen geslacht. Volgens onderzoekers van de universiteit van Sheffield komt dit doordat de stem van mannen minder complex is dan de vrouwelijke stem.



De vrouwelijke stem is complexer dan de mannelijke stem door verschil in grootte en vorm van de stembanden en het strottenhoofd tussen mannen en vrouwen. Daarnaast hebben vrouwen van nature meer melodie in hun stem. Deze sekseverschillen hebben invloed op verschillende delen van de hersenen. Daar de mannelijke stem eenvoudiger is, is het voor zowel mannen als vrouwen meer waarschijnlijk om mannenstemmen te horen.



De onderzoekers concluderen dat het, door de complexiteit van de vrouwelijke stem, voor de hersenen moeilijker is om een vrouwelijke stem nauwkeurig te produceren dan een mannelijke stem. (BBC News)

Het verlagen van de verwachte pijn bij patiënten kan zowel pijngerelateerde hersenactiviteit als de subjectieve waarneming van pijn doen afnemen.



Bij 10 gezonde vrijwilligers werd een warmtebron aan het been geplaatst, dat in temperatuur kon toe- en afnemen. Gedurende het experiment werd de hersenactiviteit gemeten door middel van fMRI (een techniek om te zien welke hersengebieden op een bepaald moment actief zijn). De vrijwilligers leerden een bepaald pijnniveau te verwachten na een tijdsinterval. Een kort interval tussen twee signalen betekende dat ze een lage pijnprikkel konden verwachten, een lang interval betekende een hoge pijnprikkel. Geen enkele temperatuur was zo hoog dat er brandwonden of beschadigingen aan de huid konden ontstaan.



Om te onderzoeken of de verwachte pijn invloed had op de pijngerelateerde hersenactiviteit en de subjectieve pijnwaarneming, wisselden de onderzoekers de signalen en de verschillende pijnniveaus met elkaar af. Hierdoor werden de vrijwilligers soms blootgesteld aan een hogere dan wel lagere temperatuur dan zij verwachtten. Alle vrijwilligers gaven aan minder pijn te ervaren wanneer zij minder pijn verwacht hadden. De verwachting een lagere temperatuur, en daarmee minder pijn, te ervaren, verlaagde de waargenomen pijn met ruim 28%. Daarnaast blijkt ook pijngerelateerde hersenactiviteit af te nemen wanneer de persoon minder pijn verwacht. Het voelen van pijn is daarmee dus niet slechts het resultaat van een signaal van letsel aan het lichaam. De hersenen spelen ook een rol bij het ervaren van pijn, zo concluderen de onderzoekers. (Proceedings of the National Academy of Sciences, september 2005)

Regelmatig te bewegen helpt hersencellen groeien en nieuwe verbindingen te maken. Daardoor blijven de frontaalkwabben geconserveerd, die het gebied van de hersenen vormen waar het verouderingsproces zijn tol eist.



Dat zegt Ian Roberston van de universiteit in Dublin op basis van een beoordeling van onderzoeken op dit terrein van de afgelopen tien jaar.

Hij vond bewijs dat de factoren goede voeding, onderwijs en positief denken bijdragen aan jong blijven van de hersenen. De belabgrijkste factor is lichaamsbeweging, dat volgens Robertson opmerkelijke effecten heeft op de structuur en functie van de hersenen.



Eén beoordeeld onderzoek omvatte een groep 60-plussers die de opdracht hadden gekregen om gedurende vier maanden in een flinke pas te wandelen. Deze groep werd vergeleken met leeftijdgenoten, die alleen hun spieren met regelmaat moesten rekken en strekken. Bij de mensen van de groep die de cardiovasculaire wandeltraining had gevolgd, werd een significante verbetering gezien in de functies aandacht en geheugen in vergelijking met de stretchgroep.



Beweging helpt de hersenen, doordat een stof wordt aangemaakt (BDNF), die helpt verbindingen tussen hersencellen aan te maken.

Robertson gaat misschien ver in zijn uitspraken: “Bij mensen boven de 50 is lichaamsbeweging een wondermiddel dat maakt dat je scherp blijft en minder snel vergeetachtig wordt”.

Sommigen denken dat bewegen helpt, omdat dan nieuwe motorische vaardigheden worden geleerd. Dat is een ‘nieuw’ mentaal proces voor de hersenen. Robertson denkt dat het anders ligt, omdat in dat geval alleen de motorische gebieden van de hersenen geactiveerd zouden worden.

Robertson adviseert mensen om te stoppen om zichzelf te zien als oud & grijs. In plaats daarvan moet eigenlijk iedereen denken dat hij gezond en lichamelijk actief is. Onderzoek laat zien dat alleen al denken aan de woorden ‘fit’ en ‘gezond’ iemands gedrag positief kan beïnvloeden.

(Nature)

Sommige groentesoorten, met name broccoli, kunnen het geheugen een oppepper geven. Dat blijkt uit een Brits onderzoek van King’s College London, dat aanknopingspunten biedt voor de behandeling van Alzheimer.



Naast broccoli bevatten ook aardappelen, sinaasappelen, appels en radijs dezelfde stoffen die een gunstig effect hebben op het geheugen. Men gaat zelfs zo ver door te stellen dat het regelmatig eten van onder meer broccoli voorkomt dat de hersenen ‘aftakelen’ in de loop van het verouderingsproces.



De meeste medicijnen die bij de ziekte van Alzheimer gebruikt worden remmen acetylcholinesterase. Dat enzym zorgt voor afbraak van de neurotransmitter acetylcholine. Al eerder werd geopperd dat sommige groentes net als medicatie de activiteit van acetylcholinesterase remt, maar tot nu toe werd daar geen onderzoek naar gedaan.

(LEF)

Het is bekend dat volwassenen zich vrijwel niets meer kunnen herinneren van gebeurtenissen die zich voor het vierde levensjaar hebben voorgedaan. Uit onderzoek blijken deze vroegste herinneringen reeds rond het tiende jaar te vervagen.



Wanneer men de volwassenheid bereikt heeft, lijken de vroegste herinneringen uit ons geheugen te zijn verdwenen. Maar wanneer vervagen deze herinneringen dan precies, aangezien 3- en 4-jarigen met gemak gebeurtenissen uit hun tweede levensjaar op kunnen halen? Om dit te onderzoeken werden ouders van 139 kinderen tussen de 6 en 19 jaar gevraagd gebeurtenissen uit de jonge jaren van hun kinderen te bevestigen en te controleren op juistheid.



Uit de resultaten blijken kinderen tussen de 6 en 9 jaar meer vroege ervaringen te kunnen ophalen dan oudere kinderen. Er waren echter geen verschillen tussen de oudere leeftijdsgroepen. Wel was er sprake van een klein sekseverschil, waarbij meisjes meer geneigd waren traumatische ervaringen of overgangsfasen te noemen en jongens vaker speelmomenten ophaalden. Na het tiende jaar lijkt er dus een vervaging van deze vroegste herinneringen plaats te vinden. Waardoor en waarom deze herinneringen vervagen als men ouder wordt, is nog steeds onduidelijk. (Memory, augustus 2005)

Het eten van vette vis is goed voor de hersenen, stellen onderzoekers van het Rush University Medical Center in het Amerikaanse Chicago in een studie die afgelopen maandag is gepubliceerd.



We wisten dat eigenlijk al uit eerder onderzoek, maar het is aardig om dit weer eens bevestigd te zien.

Bij ouderen die minstens één keer per week vis op het menu hebben staan, komt minder verval van cognitieve functies voor in vergelijking met hun leeftijdgenoten die minder of helemaal geen vis consumeren. In leeftijdsverschil uitgedrukt, zijn de regelmatige viseters geestelijk drie tot vier jaar jonger.

De werkzame stof in vis bestaat uit omega-3 vetzuren, die de hersenfuncties stimuleren en de kans op een beroerte, dementie en de ziekte van Alzheimer verkleinen.

(ANP)

Frisdrank, afgekeurd en bestreden door gezondheidsfreaks, kan het geheugen verbeteren. Twee blikjes is voldoende om het vermogen om informatie vast te houden met 20% te verbeteren. Dat zou ook voor ouderen gelden die kampen met vergeetachtigheid. Tot die opmerkelijke conclusies komen neurowetenschappers van de universiteit in Glasgow.



blikje frisdrankHet onderzoek van het team van deze universiteit richtte zich op de Hippocampus. Dit is het gebied van de hersenen dat nieuwe informatie onthoudt. Het gebied zou bij mensen met dementie niet langer goed functioneren.

Het team gebruikte geheugentests en technieken om hersenactiveit te meten om vast te stellen hoe vrijwilligers reageerden op de frisdranken met suiker. Geconstateerd werd dat de hippocampus verhoogde activiteit liet zien nadat de proefpersonen met suiker gezoet drinken hadden genuttigd.

Bovendien verbeterde de geheugenprestatie bij de groep met 17% door het suikerdrankje. De prestaties van deze groep werden vergeleken met die van de controlegroep.



Normaal gesproken neemt het gehalte aan bloedsuiker toe, zodra mensen te maken krijgen met een stressvolle situatie. Vooral in de hippocampus zou dit suiker gebruikt worden. Daardoor worden gevaarlijke omstandigheden zoveel beter ingeprent dan normale zaken, waardoor overlevingskansen kunnen toenemen.

Het onderzoek besloeg echter een kleine groep van 25 vrijwilligers in de leeftijd van 18 tot 52 jaar. In het onderzoek moest deze groep mensen een rij woorden inprenten. De groep die het drankje nam dat 25 gram suiker bevatte,wat gelijkstaat aan de hoeveelheid suiker in een blikje cola, liet een verbetering op de geheugentaak zien van 17%.



(Bron: Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental

Volume 19, Issue 8 , Pages 523 – 535
)



Volgens wetenschappers van de Stanford Universiteit zorgt het uitvoeren van nieuwe ruimtelijke taken voor de aanmaak van nieuwe hersencellen in de Hippocampus. Onder ruimtelijk taken valt bijvoorbeeld het zoeken naar een bepaalde bestemming in een onbekend gebied. En slaap zorgt ervoor dat de nieuw gevormde hersencellen in leven blijven.



hersenenDie conclusies baseert men op onderzoek met ratten. Daaruit komt naar voren dat slaaptekort het leerproces in de weg staat. In vergelijking met goed uitgeruste ratten hadden ratten met slaaptekort meer moeite om een weg uit een doolhof te onthouden. Bij de groep ratten met slaaptekort bleken minder nieuwe hippocampuscellen de overleven.



Leren is dus afhankelijk van twee factoren: blootstelling aan nieuwe, onbekende taken en voldoende slaap. Chronische slaapdeprivatie zou blijvende negatieve effecten kunnen hebben op het functioneren van hersenen, opperen de Amerikaanse onderzoekers.

(Journal of Neurophysiology)

De beste manier om kien te blijven volg je als je zowel lichamelijk als mentaal actief bent. Dat tonen twee recente onderzoeken aan. Je hersenen blijven trainen voorkomt verval.



Met onderzoek werden gegevens van 29.000 personen gecombineerd. Deze gegevens waren afkomstig uit 22 onderzoeken. Uit de analyse komt naar voren dat mensen die hun hersenen stimuleren 46% minder kans lopen op dementie. Het beschermende effect van mentale training geldt ook op oudere leeftijd.

In eerder onderzoek is aangetoond dat geheugentraining zorgt voor veranderingen in de hippocampus, een gebied in de hersenen dat aangetast raakt bij dementie.

Ander onderzoek wijst erop dat mensen die minstens drie keer per week lichamelijk flink actief zijn het risico van dementie met 30 tot 40% verlagen. Zels lichte lichamelijke activiteit, zoals wandelen, heeft een beschermend effect.



Om dit te ontdekken maakte men gebruik van informatie over 1.740 personen van 65 jaar en ouder. Deze groep werd gedurende negen jaar gevolgd.

Bovenop de bescherming van hersenfuncties verbeteren mentale oefeningen en lichaamsbeweging de stemming, waardoor depressie soms voorkomen of verminderd wordt.

(Psychological Medicine)

Het hebben van overgewicht wanneer je begin veertig bent, verhoogt de kans op het krijgen van Alzheimer op latere leeftijd. Mensen met hoge vetgehaltes hebben drie maal zo veel kans op het krijgen van Alzheimer dan diegenen met lagere vetgehaltes.



Dat blijkt uit onderzoek dat 9.000 mannen en vrouwen betrof. Zij werden tussen 1964 en 1973 onderzocht en waren in die tijd tussen de 40 en 45 jaar. Bij hun werd aan de achterkant en bij de armen lichaamsvet gemeten. Gedurende een follow-up periode van gemiddeld 23 jaar zijn er 221 gevallen van Alzeimer geconstateerd.

Het verband tussen vetniveau en Alzheimer was zelfs sterker wanneer de Body Mass Index (BMI) meegerekend was. Dit is een meting die de verhouding tussen gewicht en lengte aangeeft. Het is een manier om overgewicht of obesiteit aan te geven, maar geeft niet de vetdistributie aan.

Het is daarom belangrijk dat doctoren hun patiënten van middelbare leeftijd meer op hun gewicht attenderen. Het verliezen van gewicht en lichaamsvet is namelijk niet alleen goed voor het hart maar ook voor de hersenen. De volgende stap is om te achterhalen of gewichtsverlies het risico op Alzheimer verminderd.

(Reuters Health, 6 april 2006)

Een onderdeel van de hersenen dat een belangrijke rol vervult bij de verwerking van emotionele indrukken gedraagt zich bij mannen en vrouwen verschillend, zelfs wanneer er geen aanbod is van nieuwe indrukken.



Dat blijkt uit onderzoek dat zich richt op de amygdala, een amandelvormig orgaan dat zich aan beide kanten van de hersenen bevindt. Dit orgaan gedraagt zich bij vrouwen anders dan bij mannen, ook in ruststand. Bij mannen is de rechter amygdala het meest actief, ook in het leggen van verbindingen met andere onderdelen van de hersenen en zelfs zonder externe stimulansen. Bij vrouwen gebeurt dat juist door de linker amygdala.



Deze resultaten geven volgens de onderzoekers een belangrijke aanwijzing in de verschillen in hersenaanleg tussen mannen en vrouwen. Als er zelfs in ruststand een verschil is in hersenactiviteit tussen de sexen, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor het onderzoek naar psychische en medische aandoeningen die bij een van de twee geslachten vaker voorkomen.

(NeuroImage, april 2006)

Uit onderzoek blijkt dat geld, dat verdiend is met werken, tot meer bevrediging leidt dan geld waarvoor men niet gewerkt heeft. Tijdens het onderzoek is de hersenactiviteit in het striatum – het deel van de hersenen dat geassocieerd is met beloning en plezier – van twee groepen proefpersonen gemeten. De ene groep moest werken om geld te ontvangen door middel van een computerspelletje. De andere groep kreeg het geld zonder het te hoeven verdienen.



Uit de resultaten blijkt dat het onderzochte hersengebied van de eerstgenoemde groep meer activiteit vertoonde vergeleken met de tweede groep. Loterijwinnaars en mensen die niet hebben gewerkt voor het geld blijken uit dit onderzoek dus minder plezier te beleven aan het geld dan degene die ervoor gewerkt hebben. (AssociatedPress)

Factoren die de kans op hart- en vaatziekten laten toenemen (overgewicht, hoge cholesterolspiegels en hoge bloeddruk) blijken ook een negatief effect te hebben op het cognitief functioneren op latere leeftijd. Dit blijkt uit onderzoek bij bijna 1500 Zweden en Finnen die 21 jaar gevolgd zijn. Personen met overgewicht of hoge bloeddruk hadden een twee- tot zesmaal hoger risico van dementie dan gezonde personen.

Het eten van bepaalde groene groenten (zoals spinazie en broccoli) had een beschermend effect op het ontstaan van dementie bij een groep van 13.000 vrouwen die 30 jaar werd gevolgd. De anti-oxidanten in groenten zijn waarschijnlijk verantwoordelijk voor dit gunstige effect.

Ook bleek dat hoe meer mentale, fysieke of sociale activiteiten iemand ontplooit, hoe kleiner de kans op dementie.

(Int Conference on Alzheimer’s Disease and Related Disorders, Philadelphia 17-22 juli 2004)

Een halve fles wijn per dag kan zorgen dat iemands hersenen beter werken, in het bijzonder als die iemand een vrouw is. Dat blijkt uit onderzoek van wetenschappers van het University College in Londen, meldde de Britse krant The Sunday Telegraph zondag.



Zelfs wie maar een glas wijn per week drinkt, heeft scherpere denkprocessen dan een geheelonthouder, stellen de onderzoekers.

Dit gunstige effect van alcohol, dat te maken heeft met betere doorbloeding van de hersenen, is waar te nemen als iemand tot dertig eenheden alcohol – ongeveer vier tot vijf flessen wijn – in de week gebruikt. De wetenschappers konden niet onderzoeken wat het effect van meer alcohol was, maar zij vermoeden dat dronkenschap de eventuele positieve effecten teniet doet. De bevindingen van de onderzoekers – die onder leiding stonden van Sir Michael Marmot – zijn een verrassing voor de Britse gezondheidsautoriteiten, die vorige week nog waarschuwden voor de gevaren van alcoholgebruik.

Uit recente gegevens blijkt dat een op de zes vrouwen in Groot-Brittannië meer drinkt dan de door de regering geadviseerde limiet van veertien eenheden per week. Voor mannen geldt een veilig geachte limiet van 21 eenheden per week.



De onderzoekers namen bij meer dan 6000 Britse ambtenaren tests af die varieerden van rekenkundige problemen en taalvragen tot tests van het kortetermijngeheugen. De resultaten werden afgezet tegen de drinkgewoonten van de onderzochte personen. Daarbij ging het niet alleen om wijn, maar ook om andere alcoholische dranken. Uit de vergelijkingen bleek dat zelfs wie maar een glas wijn per week nam, beter scoorde dan geheelonthouders.

Het effect was het duidelijkst bij vrouwen en het verbaasde de onderzoekers dat dat niet verminderde als de alcoholconsumptie groter werd. Degenen die het equivalent van een halve fles wijn of twee grote glazen bier per dag gebruikten, scoorden het best.

De onderzoekers leidden daaruit af dat er een specifiek verband is tussen alcoholgebruik en cognitieve vaardigheiden. “Frequent drinken is misschien wel bevorderlijker dan alleen bij speciale gelegenheden drinken.”

Dat het effect van drank op cognitieve vaardigheden bij vrouwen groter is dan bij mannen, komt volgens de onderzoekers omdat vrouwen alcohol op een andere manier metaboliseren dan mannen. Zij waarschuwen wel dat de gunstige effecten van alcohol op de hersenen niet wegnemen dat drankgebruik kan leiden tot ziekten als kanker en levercirrhose en dat hun bevindingen niet moeten worden gebruikt als een excuus om meer te gaan drinken.

De medisch directeur van de Medical Council on Alcohol zei in een reactie tegen The Sunday Telegraph dat het resultaat van de groep van Marmot bijdraagt aan eerder gevonden bewijzen dat matig drinken gezond kan zijn omdat het risico op hartziekten en beroertes erdoor verminderd kan worden.

Hij vindt ook dat het publiek kennis moet kunnen nemen van dit laatste onderzoek “zodat de mensen zelf op feiten gebaseerde beslissingen kunnen nemen over alcoholconsumptie”. (Nu.nl)

Uit Brits onderzoek blijkt dat kinderen die met traumatisch, niet-aangeboren hersenletsel te maken hebben gehad vaak terugkeren naar school zonder dat leraren van het ongeval op de hoogte zijn. Nou blijkt ook dat hij de helft van deze groep kinderen forse aandachts- en geheugenproblemen voorkomen door het letstel en dat alle kinderen van de onderzochte groep problemen ondervindt met huiswerk. De kinderen worden maar zelden specialistisch behandeld.



Het onderzoek richtte zich op 67 kinderen van 5-15 jaar die in het ziekenhuis waren opgenomen vanwege het hersenletsel. Zelfs wanneer zij van het ongeval op de hoogte waren, legden de leraren zelden een verband tussen het letsel en verslechtering van de schoolprestaties.

Kinderen en jongeren met niet-aangeboren hersenletsel komen in alle vormen van onderwijs voor. Als gevolg van het hersenletsel kunnen allerlei veranderingen op cognitief, emotioneel en gedragsmatig gebied ontstaan.

Deze veranderingen beïnvloeden de dagelijkse leefsituatie van deze kinderen en jongeren met veel praktische gevolgen voor het onderwijs. Soms is voortzetting van de opleiding in het regulier onderwijs niet mogelijk en zijn deze kinderen en jongeren aangewezen op het speciaal basis- of voortgezet onderwijs.

(University of Warwick, 5 augustus 2004)

De reeks van positieve berichten over het gunstige effect van lichaamsbeweging gaat nog even door. Dr. Margriet Sitskoorn, die neuropsycholoog is in het UMC Utrecht, schrijft in een artikel in Neuropraxis van deze maand dat fitness een positief effect heeft op de cognitieve vermogens van ouderen. Met name fitness programma’s die kracht en cardio-vasculaire training combineren, minimaal 30 minuten per sessie duren en voor de periode van minimaal 6 maanden worden gevolgd, hebben het grootste effect.

Fitness stimuleert vooral de cognitieve functies die een beroep doen op het geheugen en hogere uitvoerende vermogens, zoals informatie organiseren en structureren, plannen, doelgericht handelen en het sturen en corrigeren van gedrag.

Aangetond is dat ouderen die veel sporten zelfs minder weefsel verliezen in de hersengebieden waarin die functies gelokaliseerd zijn, dan hun minder sportieve leeftijdsgenoten. Er is dus een rechtstreeks verband tussen fitness, cognitie en structurele veranderingen in het brein.

(UMC Utrecht, 6 oktober 2004)

Stel je voor: je gaat slapen en de volgende ochtend praat je onze taal met een sterk Duits of Italiaans accent. Dit is het gevolg van een zeldzaam voorkomende ziekte die het Foreign Accent Syndrome wordt genoemd.

Onderzoek door o.m. Gurd van de Oxford Universiteit geeft aanwijzingen voor de verklaring. Eerst afgedaan als ‘psychiatrisch probleem’, blijkt nu dat het syndroom gevolg is van een beroerte of andere hersenbeschadiging. Het spraakprobleem wordt als traumatisch ervaren door de patiënten, omdat hoe de stem klinkt als belangrijk onderdeel van de persoonlijkheid wordt gezien.

Patiënten met de ‘foreign accent syndrome’ hebben een aantal overeenkomsten: bijna niet te traceren schade in verschillende delen van de hersenen. Dit verklaart de subtiele veranderingen in spraak (zoals langer aanhouden van klinkers bij het spreken).

(BBC news)

Ooit met argusogen gekeken naar iemand die ieders telefoonnummer uit het hoofd weet? Een uitstekend geheugen hebben is niet zo onbereikbaar als je misschien denkt.

Mensen met superieure gegevens hebben geen totaal anders functionerende hersenen dan mensen die minder goed zijn in onthouden. Die conclusie volgt uit Brits onderzoek.




Mensen die bekend zijn vanwege hun goede geheugen hebben wèl sommige delen van de hersenen getraind in het opslaan en terugvinden van informatie, een vaardigheid die mensen met gemiddeld of zwak geheugen nog niet onder de knie hebben.



“We hebben de capaciteit om ons geheugen te verbeteren”, concludeert neuropsycholoog Maguire, coòrdinator van het onderzoek.

Acht mensen die in de top van de World Memory Championships voorkwamen werden onderzocht, naast twee mensen die vermaard zijn om hun uitstekende geheugen. 10 mensen met vergelijkbare achtergronden qua opleiding en baan vormden de vergelijkingsgroep.

Men kreeg allerlei tests voorgelegd, waaronder tests om het algemeen intelligentieniveau te bepalen en onderzoeken waarmee de hersenactiviteit in beeld werd gebracht.

Op de eerste plaats bleken mensen met superieure geheugen niets intelligenter dan de anderen. Ten tweede waren er geen grote verschillen wat betreft het functioneren van de hersenen. Maar MRI-scans lieten zien dat bij de groep met uitmuntend geheugen de hippocampus en pariëtale cortex meer activiteit hadden. Die gebieden zouden bepalend zijn voor het visueel geheugen.

(Nature Neuroscience)

Nieuw onderzoek laat zien dat één op de vijf mannen de hersenen van een vrouw heeft. Als je man of vriend dus gek is op winkelen en geniet van roddelen, hebben wetenschappers de verklaring van hun gedrag.

Eén op de zeven vrouwen heeft mannelijke hersenen, stellen dezelfde onderzoekers.


Boek van Cohen Volgens hoogleraar Baron-Cohen van de Cambridge University zijn de verschillen tussen mannen- en vrouwenhersenen meetbaar en is het bijzonder fascinerend om te zien hoe mensen voldoen aan de kenmerken. Niet alle mannen hebben dus typisch mannelijke hersenen, die goed zijn in het lezen van kaarten en maken van lijstjes. De vrouwelijke hersenen zouden vooral gericht zijn op meeleven, waardoor er een talent ligt voor het troosten van en luisteren naar anderen.

De onderzoekers vroegen 278 mannelijke en vrouwelijke personen om vragenlijsten in te vullen, die gericht waren op het in kaart brengen van empathische vaardigheden en op de mogelijkheid om complexe systemen te begrijpen en analyseren. Over het algemeen scoorden vrouwen hoger op de empathietest dan mannen. Echter, 17% van de mannen en 14% van de vrouwen scoorde significant hoger op de tests waarin de andere sekse juist normaal gesproken veel hoger scoorden. En in één derde van de gevallen zagen de onderzoekers gebalanceerde hersenen, die de karakteristieken van beide seksen in zich hadden.

Baron-Cohen heeft ook bewijs voor gevonden dat de ’sekse’ van de hersenen al bepaald is op babyleeftijd en dus niet toe te schrijven is aan omgevingsfactoren.

Handig om dit te weten, aldus Cohen, want nu kan men bijvoorbeeld op scholen de manier van lesgeven afstemmen op de gevonden verschillen tussen man en vrouw.

(Cambridge Science Festival, maart 2004)





De antioxidant vitamine E wordt soms gebruikt om mensen met de ziekte van Alzheimer te behandelen. Met wisselend resultaat. De effecten hangen namelijk af van het stadium waarin de patiënt verkeert.

Het moment waarop vitamine E wordt ingenomen is allesbepalend voor de effectiviteit, stelt Pratico. Hij leidde een in de VS een onderzoek met muizen, waarin geconstateerd werd dat de voor Alzheimer zo kenmerkende eiwitstolsels voor de helft minder gezien worden bij met vitamine E behandelde muizen. De vitamine werkt alleen preventief heel goed. Als de vitamine wordt toegediend zodra de eerste kenmerken zich openbaren, is het effect gering.

Het advies dat Pratico geeft is duidelijk: mensen bij wie milde cognitieve beperkingen worden opgemerkt, zouden per direct pillen met vitamine E moeten gaan slikken. In ANP-berichten van vandaag over andere effecten van vitamine E lezen we: “De wetenschappers tekenen erbij aan dat er diverse soorten vitamine E bestaan en dat het zogeheten alpha tocopherol essentieel is. In voedingssupplementen komt dat niet voor, maar wel in voedsel als zonnebloempitten, spinazie, amandelen en paprika’s.”

Zie ook dit bericht over onderzoek gedaan in India waaruit wordt geconcludeerd dat vitamine E de hersenen van sporters jong houdt, maar niet als die al wat ouder zijn.

(University van Pennsylvania, feb. 2004)



Eerdere berichten:

Vitamines C en E tegen ziekte van Alzheimer

Aspirines beschermen tegen Alzheimer

Dat lichaamsbeweging niet alleen het lichaam goed doet, maar ook de geest, is al eerder uit onderzoeken naar voren gekomen. Maar als je ook nog eens naar muziek luistert, terwijl je beweegt, profiteren de hersenen dubbel van het gunstige effect.



Klinisch psycholoog Emery heeft het effect van muziek op zijn patiënten al een aantal jaar tot studieobject verkozen. Hij testte op de universiteit van Ohio zijn theorie over het gecombineerde effect van bewegen en muziek bij 33 mannen en vrouwen, die deelnamen aan een herstelprogramma na een hartaanval.

Bij deze personen werd aan de hand van een test de cognitieve prestatie onderzocht na een periode van lichaamsbeweging en na de combinatie van lichaamsbeweging met muziek.

De onderzoeksresultaten zijn overtuigend te noemen.





Door de bank genomen presteerden de onderzochte personen tweemaal zo goed op een test die woordvlotheid meet na de combinatie van lichaamsbeweging en muziek in vergelijking met het bewegen zonder muziek.

Emery had de ‘vier seizoenen’ van Vivaldi uitgekozen, omdat voor dit specifieke stuk ook was gekozen door andere wetenschappers die eerder probeerden om patiënten met een longziekte beter mentaal te laten presteren. Het had waarschijnlijk net zo goed om andere muziek kunnen gaan, aldus Emery. Hij denkt ook dat de combinatie van muziek en lichaamsbeweging voor iedereen heilzaam is.



Luisteren naar muziek is namelijk een complexere taak dan je op het eerste gezicht zou denken. De menselijke hersenen moeten de tonen, timing en volgorde van geluiden waarnemen en verder verwerken op een meer begripsmatig niveau. Dat zou betekenen dat de frontaalkwabben van de hersenen geactiveerd worden en dat deel van de hersenen wordt in verband gebracht met complexe functies (planning, abstract redeneren).

De onderzoekers van Emery maakten gebruik van een relatief simpele test om te zien of de combinatie van luisteren naar muziek en bewegen leidde tot verbetering van de genoemde cognitieve functies. Zo moesten deze mensen informatie op volgorde onthouden en flexibiliteit laten zien. Elke persoon kreeg een letter uit het alfabet te horen en moest daarna in een minuut zoveel mogelijk woorden opsommen die met die letter beginnen. Dit dus vòòr en na een sessie van lichaamsbeweging. Ze mochten niet tweemaal hetzelfde woord zeggen, dus moesten de woorden inprenten die ze al opgenoemd hadden.

Na lichaamsbeweging zonder muziek presteerden deze personen evengoed op de test. Maar mèt muziek verbeterde de prestatie significant.

Het onderzoek laat niet zien hoe lang het effect aanhoudt.

In het Journal Heart & Lung is de officiële publicatie van het onderzoek van Emery te vinden.

(Ohio State Research Communications, 25-03-04)

Onvoldoende vitamine B12 geeft een slecht werkend geheugen bij oudere mensen die verhoogd risico lopen op de ziekte van Alzheimer. Die conclusie volgt uit een langlopend Zweeds onderzoek, dat als eerste heeft onderzocht hoe de relatie tussen voeding en genen de intellectuele vaardigheden op hoge leeftijd kan beïnvloeden.

De onderzoekers ontdekten dus dat bij mensen die ouder zijn dan 75 jaar en genetisch gezien meer kans hebben op Alzheimer een laag gehalte aan B12 samengaat met een slechtere prestatie op geheuegentests.

Het onderzoek werd o.m. gedaan onder leiding van David Bunce van de Universiteit van London.

167 gezonde ouderen met een gemiddelde leeftijd van 83 jaar vormden de groep proefpersonen. Bij pakweg de helft bleek het gehalte aan vitamine B12 in het bloed laag. Bij iedereen werden meerdere aspecten of meerdere soorten van het korte-termijn-geheugen getest.

“Mensen met genetische gevoeligheid voor Alzheimer, die de genetische factor in zich hebben, kunnen met supplementatie een relatief goedkope maatregel treffen die preventief zou kunnen werken” stellen de auteurs van het artikel dat gepubliceerd is in Neuropsychology vol 18, no 2, april 2004.

Ruim voordat de ziekte van Alzheimer bij patiënten kan worden vastgesteld, zijn op een MRI-scan indicaties waarneembaar in de vorm van verschrompeling van de hersenen. Dit concludeert Tom den Heijer in zijn proefschrift Causes and Correlates of Brain Atrophy, waarop hij op 14 april promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende oorzaak van dementie (65 % van de gevallen). De oorzaak van de ziekte is nog grotendeels onbekend.

Uit onderzoek is gebleken dat schade aan de hersenen reeds lang aanwezig is, voordat zich symptomen voordoen. Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de ziekte van Alzheimer is het dus van belang te onderzoeken hoe deze schade ontstaat. Tom den Heijer heeft gebruik gemaakt van hersenscans (MRI-scans) om de schade aan de hersenen in beeld te brengen.

Na het maken van de MRI-scan heeft hij bijna 1.100 ouderen jarenlang gevolgd. Het bleek dat al 6 jaar voordat een diagnose van de ziekte van Alzheimer werd gesteld, verschrompeling, ofwel atrofie, op de scan zichtbaar was.

Het ontstaan van atrofie blijkt samen te hangen met een hoge bloeddruk, suikerziekte en erfelijke factoren. Deze bevindingen kunnen richting geven aan vervolg onderzoek naar de oorzaken van de ziekte van Alzheimer.

(Persbericht Erasmus MC, 8 april 2004)

In een nieuw onderzoek door de Pennsylvania State University ontdekten wetenschappers dat ijzersupplementen de werking van de hersenen van vrouwen significant kunnen verbeteren. Daarover berichten ze in de New Scientist.



Volgens de onderzoekers hebben vrouwen met een ijzertekort langere tijd nodig voor het voltooien van opdrachten. En ondanks de langere werktijd worden meer fouten gemaakt in vergelijking met vrouwen zonder ijzertekort.

Door de vrouwen met ijzertekort elke dag vier maanden lang ijzersupplementen te laten slikken, kan de matige prestatie teniet worden gedaan.

Het onderzoek betrof 113 vrouwen die tussen de 18 en 35 jaar oud waren. Ze werden in drie groepen verdeeld. Vrouwen met minder dan 120 gram/liter hemoglobine werden gerangschikt over ‘ijzertekort’, die met 120-125 gram/liter hemoglobine als ‘enigszins deficiënt’. Vrouwen die meer dan 125 g/liter hemoglobine in het bloed hadden, werden geclassificeerd in de groep met ‘voldoende ijzer’.

De vrouwen uit de groep met ijzertekorten deden het slechter op computertests, ondanks het feit dat hun reactietijd lager lag dan bij de groep ‘voldoende ijzer’. Echter, na vier weken verbeterden de prestaties van vrouwen die ijzer in supplementvorm slikten significant ten opzichte van vrouwen met ijzertekort die een placebopil kregen. Bloedonderzoek bevestigde het normaliseren van de ijzerwaarden.

Een belangrijk resultaat, volgens de onderzoekers, omdat ijzertekort regelmatig voorkoment bij vrouwen die tijdens de menstruatie veel bloed verliezen. Volgt men een strikt vermageringsdieet of kiest men voor een vegetarische voeding, dan bestaat er meer kans op een ijzertekort.

N.B. In normale omstandigheden kan het ijzergehalte op peil worden gehouden met een evenwichtige en gevarieerde voeding. Voedingsmiddelen waaruit ijzer goed wordt opgenomen zijn vlees, vis, gevogelte, broccoli, bloemkool, pompoen, tomaten en citrusvruchten. Omdat teveel aan ijzer giftig is, moeten ijzersupplementen alleen op doktersvoorschrift worden genomen.

(New Scientist, april 2004)

Een probleem in de linkerhelft van de hersenen is er de oorzaak van dat mensen hun leven lang stotteren. De verbinding met delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het spreken, zijn dan niet in orde.

Dat blijkt uit onderzoek door de Universiteit van Hamburg. De zenuwverbindingen naar delen van de hersenen die belast zijn met coòrdinatie van spraakbewegingen zijn bij stotteraars niet goed. Veranderingen in de linkerhersenhelft zouden zich voordoen terwijl kinderen leren spreken en zijn aan te tonen met scans, ook in een vroeg stadium. Dat geeft dus een aanknopingspunt voor vroegtijdige behandeling. In ons land zien we de laatste jaren een toename van het aantal kinderen met spraakproblemen. Gemiddeld stottert 1% van de mensen in Nederland permanent.

(The Lancet)

Onderzoek met hersenscans bij mensen die verliefd zijn levert interessante bevindingen op. De vroegste stadia van een romantische relatie leidt tot uitstoot van dopamine in delen van de hersenen die in verband staan met motivatie en beloning.

Hoe intenser de relatie, hoe groter de activiteit in deze hersengebieden.

Antropoloog Helen Fisher van de Amerikaanse Rutgers Universiteit scande de hersenen van zeven mannen en tien vrouwen, terwijl ze keken naar foto’s van hun liefje of van een andere bekende. De activiteit in hun hersenen bleek tijdens het kijken naar foto’s van hun partner grote overeenkomst te vertonen met die van mensen met een obsessieve-compulsive stoornis.

Er waren ook duidelijke verschillen tussen de seksen: mannen ontwikkelden verhoogde activiteit in de visuele gebieden die seksuele opwinding reguleren, terwijl vrouwen meer activiteit kregen in hun geheugengebied. Het eten van chocola zorgt overigens voor vergelijkbare patronen.

Dr. Fisher presenteerde haar bevindingen tijdens de laatste bijeenkomst van de Society of Neuroscience meeting in New Orleans. Er is helaas nog geen samenvatting van haar onderzoek online beschikbaar.

Kinderen met een vertraagde spraak lijken een ander deel van hun hersenen te gebruiken voor luisteren, onderzoeken en mededelingen.

De Miami Children’s Hospital hebben een geavanceerde MRI scantechniek gebruikt om de hersenen van kinderen met en zonder spraakproblemen te onderzoeken. Er was meer activiteit gevonden aan de rechterkant van de hersenen bij kinderen met een vertraagde spraak, terwijl andere kinderen hun linker deel van de hersenen meer gebruikten. Het onderzoek is gepubliceerd in het tijdschrift Radiology.

Dr. Nolan Altman, leider van het onderzoek, vertelde dat taal normaal gesproken voornamelijk de linker kant van de hersenen aan het werk zet. Dit onderzoek geeft een indicatie dat de hersenen van deze kinderen een andere ontwikkelingsweg ondergaan.

De scan werden afgenomen toen de ‚Äìgemiddels vier-en-een-half jaar oude kinderen- naar geluidsfragmenten luisterde van hun moeder. De onderzoekers ontdekten ook dat kinderen met een vertraagde spraak over het algemeen een lagere hersenactiviteit hadden. Klaarblijkelijk worden deze kinderen minder door taal gestimuleerd. Normaal gesproken zeggen kinderen hun eerste woordjes rond hun eerste verjaardag, en ingewikkeldere zinnen rond de 30 á 36 maanden. De onderzoekers adviseren dat kinderen met taalachterstand zo snel mogelijk geholpen moeten worden door een deskundige. (BBC News)

Aspirine en andere ontstekingsremmers kunnen beschermen tegen Alzheimer. Wetenschappers in Seattle onderzochten de dossiers van ruim 5.000 mensen. Van de 3.227 mensen die nog leefden, hadden er 104 de hersenziekte Alzheimer. Het bleek dat patiënten die meer dan 2 jaar regelmatig aspirines hadden geslikt, de helft minder kans liepen om Alzheimer te krijgen.

Eerdere berichten:
Aspirine nemen vermindert de kans op longkanker met de helft volgens onderzoek uit de VS.

Uit een rapportage van de Princeton University blijkt dat aspirine een nieuw wapen kan zijn in de strijd tegen virussen die geboorteafwijkingen veroorzaken.

Alleen maar kijken naar eten en het tegelijkertijd ruiken zorgt voor een flinke toename van dopamine in de hersenen. Dat is de neurotransmitter die gevoelens van vreugde en beloning geeft.

Dat blijkt uit onderzoek (zie link). De stijging in dopamine verschilt van de hersenchemie die ontstaat als voeding gegeten wordt. Wel is de stijging vergelijkbaar met het gevoel dat verslaafden krijgen die snakken naar drugs.

Volgens psychiater Volkow van het onderzoeksteam staat eten door het effect gelijk aan belonend gedrag.
Dit is de eerste keer dat iemand heeft laten zien dat het dopamine-systeem in gang kan worden gezet door eten, terwijl er op zich nog geen plezier is, omdat het eten nog niet gegeten wordt. Dit geeft aanwijzingen voor de verklaring van het mechanisme dat sommige mensen zich te buiten gaan aan eten.

(Brookhaven National Laboratory)

Mensen die regelmatig in woede uitbarsten, zouden te maken kunnen hebben met de gevolgen van een hersendysfunctie. Volgens psychologen uit de VS worden gewelddadige handelingen, zoals het slaan van de echtgenoot, veroorzaakt door een verstoring van de chemische balans in de hersenen. Neurotransmitters werken daardoor niet optimaal (serotonine).

Al lange tijd is bekend dat sommige soorten hersenbeschadiging leiden tot explosies met agressie. Het is nu wel voor het eerst dat oncontroleerbare boosheid in verband wordt gebracht met de manier waarop hersenfuncties verlopen.

De volgende stap is de ontwikkeling van nieuwe behandelingen.

Resultaten zijn bemoedigend, maar moeten nog wel worden gecontroleerd met andere methoden.

(Proceedings of the National Academy of Sciences, BBC)

Onderzoek naar de hersengolven van professionele musici laten zien dat zij heel anders reageren op muziek: intu•tiever.

In een Duits onderzoek werden hersengolven en volume van de grijze cellen van professionele musici uit orkesten vergeleken met die van amateurviolisten. De professioneel opererende musici bleken tijdens spelen van een concert van Mozart een flink verhoogde activiteit te hebben in het deel van de hersenen dat het horen en luisteren controleert, de amateurspelers niet. Hetzelfde gold voor de regio die de fijne motoriek bepaalt. Ook was er sprake van een groter aantal grijze cellen in deze gebieden.

De wetenschappers benadrukken dat het grotere aantal cellen bij professionele muzikanten niet per se betekent dat zij ook intelligenter zijn.

(Journal of Neuroscience, oktober 2003)

Het kruiden extract Ginkgo Biloba heeft geen positieve invloed op het geheugen, zeggen onderzoekers in de American Medical Association. Ginkgo is veel in het nieuws en de berichten zijn vaak tegenstrijdig.

Gingkosupplementen worden wereldwijd erg veel gebruikt om het geheugen een boost te geven. Het is een extract van de Ginkgo boom en wordt al meer dan 5000 jaar gebruikt als medicijn. Sommige studies wijzen uit dat Ginkgo dementie zou tegengaan.

Het onderzoek is uitgevoerd door het Williams College in Williamstown, Massachusetts en de The Memory Clinic in Bennington in Vermont (usa).

Er werkten 230 mensen aan het onderzoek mee, waarvan er 60 lichamelijk en geestelijk gezond. Ieder persoon werd aan 14 testen onderworpen die keken naar het geheugen, leervermogen en de concentratie. Aan mensen die dicht bij hun stonden werd gevraagd of ze een de mentale conditie zouden kunnen inschatten. Een groep kreeg Ginkgo en de andere een placebo. Om het onderzoek nog betrouwbaarder te maken zorgde de onderzoekers ervoor dat noch de deelnemers, noch de onderzoekers wist wat er aan wie gegeven was.

Het onderzoek duurde 6 weken om er zeker van te zijn dat Ginkgo zijn werk zou kunnen doen, aangezien de fabrikanten claimen dat er binnen 4 weken resultaten kunnen worden verwacht.

Onderzoekers hebben geen significante verbeteringen op het mentale vlak waargenomen. Paul Solomon, professor in de psychologie verbonden aan het Williams College zegt dat dit onderzoek een indicatie is dat Ginkgo niet effectief is zoals door de fabrikant wordt voorgeschreven. Solomon hoopt dat dit onderzoek een opstapje is voor andere onderzoekers om meer kruiden en vitamines op hun werking te testen.  (Bron: BBC News)

Hoewel je nooit meer jong kan worden na een bepaalde leeftijd, kan een aantal trucs ervoor zorgen dat je hersenen hetzelfde blijven werken als bij een jonger persoon. Tot die conclusie kom een neurowetenschappers van de Universiteit van Washington.



Oudere mensen die het moeilijk vinden om nieuwe dingen te leren en die alles gemakkelijk vergeten, gebruiken hun hersenen anders dan jonge mensen. Ze kunnen opnieuw worden geleerd hoe ze de hersenen meer efficiënt kunnen gebruiken. Bekend is dat ouderen de frontale gebieden in hun hersenen nog nauwelijks gebruiken.

MRI-scans laten zien dat geheugentactieken, zoals het leggen van een associatie, ècht werken om dat probleem te keren.



62 mensen werden onderzocht, de ene helft bestond uit 20 tot 30-jarigen en de anderen waren 70 tot 80 jaar oud. Hen werd gevraagd om simpelweg woorden in te prenten. Daarna gaf de onderzoeker ouderen een aantal hints om te beter te kunnen leren. Ze moesten bijvoorbeeld onthouden of het woord een abstracte of concrete betekenis heeft.

En dat werkte. De frontale gebieden werden actiever ná het geven van de hints. De volgende stap is het testen van mensen met de ziekte van Alhzeimer en dementie.

In een ander onderzoek constateerden onderzoekers die werkten met oude nonnen en monniken dat zij die hun geest actief houden door actief te lezen, te schaken, puzzelen en museum-bezoek 47% minder kans hebben om de ziekte van Alzheimer te krijgen.

(Neuron feb. 2002)

Vrouwen schijnen al jaren te weten wat nu ook wetenschappelijk bewezen is in onderzoek door de Leidse universiteit: oudere vrouwen zijn slimmer dan hun mannelijke tegenpool. Dat is ook het geval als de vrouwen minder onderwijs hebben genoten dan de mannen. De verklaring heeft te maken met de biologische verschillen tussen de seksen.



Er zijn natuurlijk heel wat verschillen, maar het belangrijkste verschil betreft hart- en vaatziekten. Mannen hebben vaker last van aderverkalking dan vrouwen. Het verstoppen van de bloedvaten vindt ook plaats in de hersenen. Dit leidt tot beperktere bloedsomloop en daardoor ook tot mentale achteruitgang.

Aan het onderzoek nam 85% van alle benaderde 85-jarigen in de regio Leiden deel. Dat zijn in totaal 599 mensen.

Men is een stap verder in het ontrafelen van één van de grote mysteries van de mens: het geheugen. Er is nu vastgesteld dat een bepaald eiwit een belangrijke rol heeft. Dat bepaalt dat sommige zaken worden opgeslagen en andere niet. Het is belangrijk daarover meer te weten om op een dag medicijnen te kunnen ontwikkelen die geheugenverlies op oudere leeftijd bestrijden.



Het eiwit heeft de naam: CREB (cAMP response element binding protein). Het doet zijn werk in de kernen van hersencellen, waar het de genen activeert die betrokken zijn bij het totstandkomen van het lange-termijn-geheugen. Op de een of andere manier verandert CREB de communicatie tussen zenuwcellen, waarvan er ontelbaar veel in de hersenen aanwezig zijn. In vervolgonderzoek willen wetenschappers kijken naar het verband tussen geheugenprocessen en gedrag (bij muizen). Daarna gaat men een medicijn maken dat de aanmaak van CREB vergroot.

Je hebt zeker als een gehoord dat er onderzoekers zijn die beweren dat je de kans op de ziekte van Alzheimer vermindert door je hersenen actief te houden. Dat is vastgesteld door gewoonweg aan mensen gevraagd wat ze voorgaande jaren hadden gedaan… er zijn nooit mensen langdurig gevolgd.

Daarin is nu verandering in gekomen. Onderzoekers hebben nu wel lange-termijn-onderzoek gedaan onder 800 oudere katholieke zusters, priesters en broeders in de VS. Niemand van hen had dementie aan het begin van het onderzoek in januari 1994. Het onderzoek liep tot juli 2001 en iedereen was dus ruim 4 jaar gevolgd.

14% kreeg Alzheimer tijdens het onderzoek. De eerdere bevindingen bleken te kloppen: zij die zich vaak bezighielden met activiteiten die de geest stimuleren hadden een veel kleinere kans om die ziekte te krijgen.

(JAMA)

Onderzoekers van de universiteit van Toledo hebben vastgesteld dat linkshandigen beter gebeurtenissen onthouden dan rechtshandigen, terwijl rechtshandigen zich weer beter feiten herinneren dan linkshandigen. Het onthouden van gebeurtenissen blijkt namelijk meer samenwerking tussen de twee hersenhelften te vragen dan het onthouden van pure feiten.

Dat betekent dat linkshandigen een voordeel hebben, want zij hebben een groter corpus callosum (de bundel zenuwvezels die linker- en rechterhersenhelft met elkaar verbindt).

Rechtshandigen bij wie linkshandigheid in de familie zit, hebben overigens beter samenwerkende hersenhelften dan andere rechtshandigen. Dus ook die rechtshandigen hebben een voordeel.

De bevindingen zouden ook verklaren waarom kinderen zich geen gebeurtenissen herinneren tot de leeftijd van ongeveer vier jaar. De ontwikkeling van het geheugen voor voorvallen valt namelijk samen met de ontwikkeling van het corpus callosum. Een werkzaam corpus callosum blijkt dus noodzakelijk voor het onthouden van gebeurtenissen.

(Scientific American, Neuropsychology)

Er wordt heel wat onderzoek gedaan naar de werking van ons geheugen. Interessant is een onderzoek van psychologen Richard en Gross. Ze hebben met hun onderzoek ontdekt dat wat ze noemen ‘coole’ types een slechter geheugen hebben dan hun meer emotionele tegenpolen. Mensen die hun gevoelens over een voorval onderdrukken, stoer doen door net te doen alsof iets hen niet raakt, kunnen zich er later veel minder van herinneren.



De psychologen lieten aan proefpersonen aangrijpende foto’s zien van zwaar verwonde mannen. Ze gaven daarbij details uit hun persoonlijk leven. Dit betekent dat er een behoorlijk appèl gedaan werd op de emoties.

Maar sommige proefpersonen was gezegd dat ze hun gebaren en gezichtsuitdrukkingen moesten bevriezen. Ze mochten dus geen enkele emotie tonen in hun gedrag. Een andere groep was gezegd naar de foto’s te kijken alsof ze een arts waren, heel zakelijk en nuchter. Een derde groep mocht de foto’s openlijk bekijken en beoordelen met totale emotionele betrokkenheid.

Toen de proefpersonen later gevraagd werd naar hun herinnering van de foto’s, herinnerden de ‘coole’ personen (die hun emoties hadden verdrongen) zich de beelden bijzonder slecht. De ‘artsen’ deden het bijna net zo goed als de proefpersonen die de foto’s met opgetogen aandacht en gevoelens bekeken hadden.

Conclusie: dingen en gebeurtenissen bekijken alsof je een deskundige bent geeft je een gedetailleerde voorstelling in het geheugen en helpt duidelijk om je de dingen die je gezien hebt te herinneren. Je gevoelens en emoties uitdrukken zorgt voor een goede herinnering van wat er gebeurd is, terwijl het onderdrukken of in toom houden van gevoelens tot een zwakke herinnering leidt. Het lijkt dus lonend om open te zijn over je emoties n.a.v. zaken.

(Bronnen: DDP, getwellness)

De dromen die we ’s nachts hebben lijken gevuld met volledige onzin. Toch is slaap voor de hersenen de tijd om zin te geven aan veel van de informatie die ze overdag moeten opnemen. Dat blijkt uit onderzoek door de Harvard Medical School dat gepubliceerd werd in Science.



Overdag nemen de hersenen veel meer informatie op dan ze kunnen verwerken. Een deel van die verwerking vindt tijdens de slaap plaats.

Voor eenvoudige inprentingstaken is het niet nodig om er ‘een nachtje over te slapen’. Maar de fase van slaap waarin je droomt (REM-slaap) is wel onmisbaar voor wat we ‘procedureel leren’ noemen. Het gaat daarbij om het leren hoe je dingen moet doen, zoals het leren bespelen van een muziekinstrument. Een musicus kan er moeite mee hebben om een bepaald muziekstuk onder de knie te krijgen, maar kan dan na een nachtje verkwikkende slaap de melodie de volgende ochtend vertolken.

Slaap is ook betrokken bij het nemen van besluiten. Het is goed om een nachtje erover te slapen als je bijv. een nieuwe baan wordt aangeboden die met zich meebrengt dat je moet verhuizen naar een andere provincie. De feiten heb je wel, maar een en ander moet geordend en geïntegreerd worden. Dat vindt plaats tijdens de REM-fase van slaap. De onderzoekers denken nu ook dat dromen ervoor nodig zijn om bepaalde herinneringen uit het recente of verre verleden te wissen.

(Bronnen: Reuters health, Science)

Wetenschappers zijn dichterbij begrip van de verslavende werking van drugs en alcohol gekomen na onderzoek onder ratten. Dat laat zien dat een hersengebied een grote hoeveelheid op morfine lijkende stoffen aanmaakt, namelijk: endorfines, na gebruik van alcohol, cocaïne en amfetamine. Deze endorfines geven de hersenen een middel om gewend te raken aan de hunkering. Endorfine is namelijk één van de natuurlijke pijnstillers in de hersenen.



Dit is het eerste onderzoek, uitgevoerd door twee universiteiten in de VS, dat de verhoogde aanwezigheid van endorfine aan het licht brengt na drugsgebruik. Hoewel men al lange tijd onderzoek doet naar de manier waarop verslaving veranderingen in de hersenen geeft, zijn de principes nog altijd niet volledig ontrafeld. Ongeveer 15 jaar geleden werd ontdekt dat er een gebied is in de hersenen dat een verhoging van de stof dopamine geeft na drugsmisbruik.

Er wordt nu verondersteld dat de door drugs veroorzaakte uitstoot van endorfines bijdraagt aan het positief bekrachtigen en belonen van alcohol- en drugsgebruik. Wat nu duidelijk is geworden, is nog niet genoegd om de volledige biologie van verslaving te verklaren. Deze bevindingen geven een stukje van de puzzel.

(Bronnen: Journal of Neuroscience, Eurekalert)

Het klinkt als science fiction, maar wetenschappers beweren dat ze een technologie hebben ontwikkeld waarmee een aap een cursor kan laten bewegen op een monitor simpelweg door eraan te denken. Deze doorbraak kan ooit mensen helpen die 100% verlamd zijn.



Uit hersenscans is gebleken dat een klein aantal cellen in de hersenmassa actief zijn bij de wens om bepaalde lichaamsbewegingen uit te voeren. Met die kennis in gedachten implementeerden onderzoekers gevoelige elektrodes in het hersenschors van een aap, die getraind was om een simpel computerspelletje te spelen. Daarmee werd duidelijk welke elektrische activiteit voorkwam bij het plannen van de bewegingen.

Men ging daarna een stapje verder en leerde de aap om alleen maar aan de beweging te denken, zonder het computerscherm aan te raken zoals eerder. Een computerprogramma, verbonden aan geïmplementeerde elektrodes, ‘interpreteerde’ de gedachten van de aap door de activiteit van de hersencellen op te sporen.

Vervolgens liet men de computer een cursor op het scherm bewegingen, precies zoals de aap die wenste. Links of rechts, naar boven of naar beneden, waar ook waarnaar de elektrische hersenpatronen van de aap naar toe wilde.

Volledig verlamde mensen dezelfde mentale controle geven over robotarmen of communicatie-apparatuur is al lange tijd droom van hulpverleners die met hen werken. Deze patiënten zijn helemaal verlamd en kunnen niet spreken, maar zijn wel volledig bij bewustzijn. Verwondingen aan het bovenste deel van de ruggengraat of ziekten zoals ALS veroordelen duizenden patiënten tot zo’n bestaan. Herstel van de meest basale communicatie of motorische functie kan hun levenskwaliteit drastisch verbeteren.

Er moeten nog wel wat hobbels worden genomen. Een technologie die de meer complexe bewegingen laat imiteren (zoals schrijven) is nog tientallen jaren van ons vandaan.

(Bron: Reuters persbureau).

Minstens vier maanden pianoles maakt wiskunde voor middelbare scholieren minder moeilijk. Volgens de Amerikaan dr. Gordon Shaw zorgen pianolessen ervoor dat de informatieverwerking in de hersenen wordt verbeterd. Daardoor kunnen kinderen zich beter voorstellen hoe voorwerpen in ruimte en tijd kunnen veranderen en verbeteren vaardigheden als tellen, het begrijpen van intervallen en verhoudingen.

Britse neurologen waren nieuwsgierig waarom we onszelf zonder problemen kunnen kietelen, maar wanneer anderen ons dit ‘aandoen’ we beginnen te lachen en te kronkelen. De uitkomst is eigenlijk heel eenvoudig. Wanneer we onszelf kietelen, zit er geen verrassingseffect meer in. Ons bewustzijn waarschuwt de hersenen en de lol is verdwenen.

Het overkomt mensen dat ze lachen op minder gepaste momenten: een begrafenis of tijdens een ernstig gesprek. Dan lijkt het alsof die mensen heel labiel of nerveus zijn, maar uit onderzoeken is gebleken dat er ook een lichamelijke oorzaak aan ten grondslag kan liggen. Een kleine, op een tumor lijkende structuur in de hersenen kan leiden tot dwangmatig lachen. Dit tumor ontregelt namelijk de hypothalamus die de controle over emoties regelt.

Is de hypothalamus van slag, dan kun je 15 x per dag worden getreiterd door een niet te onderdrukken lachbui. Vrolijkheid voel je echter niet. Dit kan tot veel onbegrip leiden. Ook hierbij is er dus weer een relatie tussen een psychisch verschijnsel en een neurologische oorzaak. In ieder geval moet men er alert op zijn dat dwanglachen symptoom kan zijn van een ontregelde hypothalamus.

Uit onderzoek in Finland blijkt de volgende opzienbarende ontdekking: elektromagnetische velden die GSM’s uitstralen kunnen de herinneringsfunctie van de hersenen opvoeren. Volgens de onderzoekers veroorzaken de golven een versnelde respons bij het herinneren van 3 dingen.

Het herinneringsvermogen van 48 deelnemers werd getest. Zij kregen allemaal een mobiele telefoon aan het hoofd bevestigd. Vervolgens werd hen gevraagd of ze 3 letters in hun geheugen wilden opslaan. Telkens als één van de letters op een scherm verscheen moesten ze deze aanwijzen. De onderzoekers maten de tijd die nodig was om de letter aan te wijzen mét en zonder de blootstelling aan elektromagnetische velden.

Eerdere berichtten we over de onrust onder wetenschappers over de continue aanwezigheid van elektromagnetische straling (zie archief).

(Bron: Koivista M, et al. NeuroReport)

Mensen tussen de 20 en 40 jaar blijken steeds vaker last te hebben van een slecht geheugen.



Dit komt doordat het denkwerk tegenwoordig steeds meer aan computers wordt overlaten. Vaardigheden als ‘lezen van een wegenkaart, foutloos opstellen van een brief, plannen van een treinreis met een spoorboekje’ worden gemakkelijk worden overgelaten aan computers. In Japan (het land dat het meest gek is van de elektronische speeltjes) leidt 10 procent van de mensen tussen de 20 en 40 jaar aan ernstige geheugenproblemen.

Een goede manier om deze klachten te voorkomen is om het gebruik van de hersenen te stimuleren. Bijvoorbeeld door nieuwe dingen te leren of nieuwe activiteiten te ontplooien. Dit zou het geheugen op korte termijn kunnen verbeteren.

In de VS lopen meerdere grote onderzoeken naar allerlei vitamines. Dat van hieronder gaat over de effecten van vitamine C, gecombineerd met vitamine E.

Vitamine E en C zijn beiden anti-oxidanten. Ze verminderen de slijtage van weefsels en vertragen zo het tempo van de veroudering. In de Honolulu-studies, waarover het onderstaande bericht gaat, zijn de onderstaande effecten op de slijtage van de geest aangetoond. Daarbij werden oudere mannen vier jaar lang gevolgd.

Voor zijn onderzoek analyseerde dr. Masaki gegevens over het gebruik van supplementen onder 3.385 Japans-Amerikaanse mannen (71 – 93 jaar) die betrokken waren bij de Honolulu-Asia Aging Study. De mannen werden in 1993 getest op geheugenfuncties en ingedeeld in vier groepen. Een groot deel van de groep, 2.999 mannen, bleken een goede hersenfunctie te hebben. 47 van hen bleken aan Alzheimer te lijden, 35 hadden vasculaire dementie en 50 hadden uiteenlopende vormen van dementie. 254 mannen kwamen tot een zeer lage score op geheugencapaciteit zonder dat ze aan dementie leden.

Masaki ontdekte dat de mannen die vitamine-C- en vitamine-E-supplementen slikten, 88% minder kans op vasculaire dementie hadden, vergeleken met mannen die niets slikten. Er bleek ook een verband tussen de inname van deze vitamines en een verminderde kans op uiteenlopende vormen van dementie. Een verband tussen Alzheimer en regelmatig vitamine C en vitamine E slikken was er niet, aldus Masaki.

Hij is van mening dat deze antioxiderende vitamines schade aan hersengebieden verminderen door de conditie van bloedvaten zo optimaal mogelijk te houden.

De groep die nog geen sporen van dementie liet zien bleek door suppletie van vitamine C of vitamine E beter te gaan scoren op de geheugentests. Masaki geeft verder aan dat mannen die al lange tijd extra vitamines slikten beter beschermd waren tegen dementie later in hun leven.



Hier zijn de belangrijkste effecten van vitamine C en E kort samengevat.

Dementie door hersenbloedingen: 88 procent minder kans

Dementie, geen Alzheimer, geen bloedingen: 69 procent minder

Alzheimer: Geen invloed aangetoond.

Cognitieve functies: 22 procent beter; wanneer men al langere tijd supplementen gebruikte, was de score zelfs 75 procent beter

Beroertes: Geen invloed. Vitamine E en C beschermen kennelijk niet tegen beroertes. Ze verminderen wel de schade die beroertes veroorzaken.



Vitamines C en E hebben een veel bredere werking in het lichaam. In toekomstige artikelen bespreken we de functies van deze beschermende stoffen uitgebreider.

Bronnen: Science Daily, Neurology

De laatste onderzoeken laten zien dat regelmatige lichaamsbeweging direct samengaat met een verbeterde hersenfunctie. Denk daar maar aan de volgende keer dat je weer kiest voor een vorm van lichaamsbeweging.



In een onderzoek door de Universiteit in Illinois werd bij 20 jonge mannen (18-24 jaar) het denkvermogen gemeten, nadat ze een halfuur op een loopband hadden gelopen. Na op adem te zijn gekomen, kregen ze twee tests. Eén daarvan was moeilijk, de ander eenvoudig. De resultaten op deze tests werden vergeleken met een vergelijkbare groep mannen die vantevoren géén lichaamsbeweging had gehad.

Meting van de hersengolven (EEG) liet zien dat de snelheid van het denken aanmerkelijk verhoogd werd door de lichaamsbeweging. Bovendien kwam de groep die net getraind had veel beter uit de bus bij de moeilijke test.

Deze onderzoeksresultaten sluiten aan bij een golf van onderzoeken die het positieve effect laten zien van lichaamsbeweging op de werking van hersenen. Zie bijvoorbeeld het eerdere artikel ‘Lichaamsbeweging vermindert mentale achteruitgang’. Recent onderzoek liet ook zien dat zelfs gematigde lichaamsbeweging van 10 minuten per dag al voor een positieve stemming zorgt en vermoeidheidsgevoelens verjaagt. Ander onderzoek maakte duidelijk dat 2 minuten traplopen een aantal keer per dag het gehalte aan verkeerd cholesterol (LDL) verlaagt en het goede cholesterol (HDL) verhoogt. Daardoor wordt de kans op hart- en vaatziekten behoorlijk verlaagd.

(Bronnen: Reuters News Service, ABC news)