Hoe meer koppen koffie zeventig-plussers drinken, hoe ouder ze worden. Finse onderzoekers hebben dit ontdekt door ruim achthonderd ouderen vijftien jaar te volgen.
De Finnen startten het onderzoek in 1991 met ouderen die op dat moment tussen de 70 en 94 jaar oud waren.
De sterftekans van de ouderen die één tot twee koppen koffie per dag dronken stelden ze op 1,0. Ouderen die geen koffie dronken hadden ongeveer een even hoge sterftekans [0.98] als ouderen die dagelijks één tot twee koppen koffie dronken. Bij ouderen die dagelijks 3 tot 4 koppen koffie binnen kregen zakte de sterftekans naar 0,96. Bij ouderen die dagelijks zeven koppen of meer dronken was de sterftekans nog maar 0,76.
De Finnen verklaren de verschillen door te zeggen dat koffie een rijke bron vormt van polyfenolen. Daarmee is koffie één van de belangrijkste bronnen van antioxidanten in de Skandinavische landen.

Eén kop koffie bevat voor de doorsnee-koffiedrinkers nog niet voldoende cafeine om een effect te hebben op de alertheid of concentratie. Diegenen die gewend zijn aan koffie reageren daar niet op. Koffiedrinkers merken wel dat ze koffie nodig hebben om op gang te komen. Dat komt doordat ze een milde verslaving hebben ontwikkeld. Het eerste kopje koffie helpt om de ontwenningsverschijnselen weg te nemen. De alertheid die de koffiedrinker na één kop voelt, is eigenlijk niets meer dan het terugkeren naar de normale toestand, aldus onderzoeker Peter Rogers.
Slechts zelden bevat decafé totaal geen cafeïne meer. De meeste merken bevatten nog 7 mg per kopje. Dat lijkt weinig in vergelijking tot andere drankjes: gewone koffie bevat ongeveer 100 mg cafeïne en in een glas cola zit ongeveer 50 mg. Maar cafeïne kan ook in lage dosering werkzaam zijn als stimulerend middel.
Negen niet zo sportieve vrouwen werd gevraagd om zwaar te trainen. Spierpijn was daarvan het logische gevolg. Een paar dagen daarna hadden de vrouwen nog steeds spierpijn, maar moesten ze nog eens een serie zware oefeningen uitvoeren. Ze kregen een uur voor de tweede training cafeïne òf een pijnstiller. Hadden ze een uur voor de nieuwe oefeningen cafeine binnengekregen, dan was hun spierpijn dertig tot vijftig procent geringer. Hoe zwaarder de tweede oefensessie, hoe groter het pijndempende effect van cafeïne.
In ongefilterde koffie (pruttelkoffie en espresso) komt veel cafestol voor. Voor normale filterkoffie geldt dat niet. Dat cafestol misleidt de galzuurreceptor, wat directe gevolgen heeft voor de cholesterolspiegel. Gal is voor het lichaam dé manier om cholesterol kwijt te raken. Als de aanmaak van galzuur afneemt, stijgt de hoeveelheid cholesterol in de lever en uiteindelijk in het bloed.
Onderzoekers in Amerika hebben uitgezocht wat de meeste koffie drinkers wel weten: koffie is verslavend.
Hoewel bekend is dat koffie leidt tot toename van ervaren stress, geeft het middel een oppepper aan het zelfvertrouwen en maakt het mensen socialer en alerter. Maar is koffie nou een prettig hulpmiddel of werkt het averechts?