Ongeveer driekwart van de genezen kankerpatiënten kunnen binnen een halfjaar hun vermoeidheidsklachten kwijtraken door gedragstherapeutische principes toe te passen. Die conclusie komt uit promotieonderzoek door Marieke Gielissen die verbonden is aan de Radboud Universiteit.
Uit haar data blijkt ook dat de klacht van vermoeidheid hardnekkig is, wanneer er geen gedragstherapie plaatsvindt. Dan heeft ruim de helft van de mensen na drie jaar nog steeds deze klachten in ernstige mate. Dat komt volgens Gielissen doordat de mensen een slecht slaap- en waakpatroon hebben of doordat zij continue zorgen hebben over terugkeer van de ziekte. Sommige mensen wijten hun klachten aan de chemotherapie.
De helpende cognitieve gedragstherapie bestaat uit ongeveer vijftien bezoeken aan de psycholoog, waarbij vooral wordt gewerkt aan het veranderen van de gedachten en gedragingen die aan de klachten verbonden zijn. De behandeling wordt natuurlijk afgestemd op de persoon, omdat de vermoeidheid heel verschillende oorzaken kan hebben. Bij angst voor terugkeer van de ziekte gaat de behandeling in op analysere en bespreken van de angstgedachten. Irreële, niet-helpende gedachten worden omgebogen tot een meer realistische kijk. Dit onderzoek laat zien dat vermoeidheid na kanker een ernstig probleem is dat serieuze aandacht verdient.
Informatie over het symposium ‘Vermoeidheid na kanker’ is te vinden op de website www.umcn.nl/nkcv.

Stress en angst zijn een normaal onderdeel van het leven. Echter, angststoornissen gaan een stap verder. Als deze niet goed worden gediagnosticeerd, kunnen de gevolgen voor de kwaliteit van het leven verstrekkend zijn. Met name de slaap wordt aangetast, wat kan leiden tot prikkelbaarheid of verminderde concentratie. De angststoornis laat zich overigens goed behandelen.
Ongeveer een half miljoen Nederlanders heeft meerdere nachtmerries per week. Daardoor slapen ze slecht en hebben ze overdag last van een prikkelbare stemming en concentratieproblemen. Voor deze groep mensen hebben het Fonds Psychische Gezondheid en de Universiteit Utrecht een website ontworpen:
Ellenbogen baseert zijn conclusies op een onderzoek bij 48 gezonde proefpersonen van 18 tot 30 jaar oud. Alle 48 personen kregen de taak om een lijst van 20 woordparen uit het hoofd te leren en later te reproduceren.
Deze verminderde gevoeligheid is ook aangetoond bij depressieve mensen. Bovendien blijken er bij de ratten met een slaaptekort veranderingen op te treden in het functioneren van de amygdala, het hersengedeelte dat een belangrijke rol speelt bij stemmingen en emoties.
Mensen die last hebben van nachtelijke problemen met de ademhaling hebben een maar liefst 80% verhoogde kans op de ontwikkeling van depressiviteit in vergelijking met mensen die rustig doorslapen.
Maar liefst een derde deel van kleuters heeft te maken met lichte tot ernstige slaapmoeilijkheden, schrijft Hiscock van het kinderziekenhuis dat het onderzoek uitvoerde. Die moeilijkheden hebben een negatief gevolg voor het functioneren op school, maar zijn doorgaans gemakkelijk om te buigen.
Als slaaponderzoeker Dr. Michael Perlis gelijk heeft, is insomnia wellicht een vroege voorspeller van een opkomende depressie. Longitudinaal onderzoek wijst op depressieve periodes van ongeveer vijf weken. En slaapstoornissen verergeren in de aanloop naar een nieuwe depressieve periode of terugval, zegt Dr. Perlis, professor in de psychiatrie en psychologie aan de universiteit van Rochester.
Perlis beweert dat cognitieve
Melatonine in pilvorm toedienen kan een effectieve therapie zijn. Dit middel geldt echter nog niet als officieel medicijn in ons land. De (melatonine)polikliniek van Ziekenhuis
De meeste kinderen hebben per nacht zo’n negen uur slaap nodig om optimaal te kunnen presteren op school. Een groot aantal kinderen haalt deze negen uur echter niet, bijvoorbeeld ten gevolge van het gezinsritme, het vroege begin van de schooldag en slaapstoornissen.
Slaapproblemen doordat je ’s avonds in bed ligt te piekeren verhogen de kans op het misbruiken van alcohol. Dat is gebleken uit onderzoek uitgevoerd door wetenschappers van het Johns Hopkins Health Institute in Baltimore, USA.
Een derde van alle volwassenen heeft te maken met korte-termijn-slapeloosheid of chronische slapeloosheid, die langer dan vier weken aanhoudt en 10% van de volwassenen treft. En een groot deel van die mensen gebruikt alcohol als hulpmiddel om het in slaap vallen te vergemakkelijken. Onverstandig, volgens klinisch psycholoog Wohlgemuth van de Duke University Medical Center.
De oorsprong van de verschillen blijft onduidelijk. Wel is nu duidelijker voor om het zo moeilijk is om de slaapgewoonten van mensen te veranderen. Het gaat dus niet om niet willen, maar om niet kunnen.