Algemeen nieuws

You are currently browsing the archive for the Algemeen nieuws category.

“Lachen is gezond” Het is een uitspraak die we allemaal kennen en die ook wel enige wetenschappelijke ondersteuning kent. Lachen helpt bijvoorbeeld stress verlagen en maakt dat zieke mensen sneller herstellen. Nieuw onderzoek toont aan dat lachen ook een belangrijk smeermiddel is voor sociale interacties.

Wetenschappers in de Verenigde Staten kregen een unieke kans om de transcriptie van een juryberaad te bestuderen. In het beraad werd overwogen of een delinquent al dan niet tot de dood veroordeeld werd. Hoewel er in de discussie dus een hoop op het spel stond, bleek dat er in het beraad een hoop gelachen werd. De wetenschappers stelden vast dat het lachen diende om de sociale communicatie over en weer te beïnvloeden en de druk te verlagen.

Hoewel het maar een kleine studie betrof, zijn de resultaten wel degelijk interessant. Onwillekeurig zijn we geneigd om in serieuze besprekingen, waarbij er veel op het spel staat, ons lachen te beperken. De uitkomsten van dit onderzoek wijzen er op dat dit wel eens contraproductief zou kunnen zijn.
De resultaten van het onderzoek verschenen in het augustusnummer van het tijdschrift: small group research.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het lidmaatschap van een club positieve effecten heeft op kinderen. Hun schoolprestaties gaan omhoog, ze gebruiken minder drugs en alcohol en ze sluiten zich minder vaak aan bij “gangs” wanneer ze lid zijn van een club. Deze vooruitgang is te danken aan het feit dat de kinderen een sterker zelfbeeld en daardoor een groter zelfvertrouwen krijgen als ze betrokkenheid zijn bij een club.

De clubs waarover het onderzoek gaat, zijn de zogenaamde “Boys and Girls Clubs”. Deze instellingen zijn het best te vergelijken met jongerencentra in Nederland. Hier wordt aandacht besteedt aan sport en spel, maar ook aan het aanleren van sociale vaardigheden en aan cursussen zoals seksuele voorlichting. De toegang tot deze clubs is vaak gratis.

Uit het onderzoek blijkt dat de betrokkenheid bij een dergelijke club er voor zorgt dat de jongeren zich de normen en waarden van de club eigen maken. Uit onderzoek naar zelfvertrouwen is al langer bekend dat een laag zelfvertrouwen niet zozeer te maken heeft met negatieve gedachten over het zelf, maar eerder met een onduidelijk zelfbeeld. Wie niet weet wat zijn waarden zijn, heeft geen innerlijk kompas om op te varen en is daarom onzeker bij het maken van keuzes. Door club geeft de kinderen duidelijke waarden en normen, waardoor ze minder vatbaar zijn voor afwijkend gedrag. Wie vanuit de club weet dat drugs slecht voor je zijn, zal zich op straat niet snel laten overhalen tot het gebruik van drugs.

De auteurs bevelen clubs aan om zich duidelijker gaan richten op het vergroten van het zelfvertrouwen. Omdat te bereiken is het van belang om de betrokkenheid van de kinderen bij de club te vergroten. Kinderen die vaker komen en verschillende programma’s volgen, hebben het meest baat bij hun lidmaatschap van de club. Het is dus belangrijk dat kinderen vaak aanwezig zijn. Psychologische technieken kunnen ingezet worden om dit te bewerkstelligen. Daarnaast wordt de betrokkenheid bij clubs groter wanneer kinderen zich kunnen binden aan medewerkers. Er dient dus gestuurd te worden op een langdurig dienstverband van de medewerkers.

Ohio State University (2010, June 12). Youth clubs strengthen kids’ self image to keep them out of trouble. ScienceDaily. Retrieved June 14,

Niet volwassen kunnen of willen worden? Wie hier last van heeft, lijdt volgens sommige psychologen aan het Peter Pan-syndroom. Professor Humbelina Robies Ortega van de Universiteit van Granada waarschuwt dat dit syndroom steeds vaker voorkomt.

Volgens de professor voeden ouders hun kinderen te beschermend op waardoor ze niet de vaardigheden verwerven die nodig zijn om het volwassen leven aan te kunnen. Naast dit Peter Pan-syndroom is er ook het zogeheten Wendy-syndroom. Wendy is de vrouw achter Peter Pan. Ze is een moederfiguur en doet alles wat Peter Pan nalaat. Zo neemt Wendy beslissingen en verantwoordelijkheden, waardoor ze Peter Pans gedrag min of meer rechtvaardigt. Om het probleem aan te pakken, is het volgens de professor niet alleen raadzaam voor Peter Pan, maar ook voor Wendy om in therapie te gaan.

Mensen die aan het Peter Pan-syndroom lijden:
• Zien de volwassen wereld als problematisch
• Verheerlijken adolescentie
• Zijn vaker van het mannelijk geslacht
• Gaan verantwoordelijkheden uit de weg
• vinden hun uiterlijk heel belangrijk
• houden zich niet aan hun beloften
• hebben weinig zelfvertrouwen
• kunnen slecht tegen kritiek
• wisselen vaak van partner

(University of Granada (2007, May 3). Overprotecting Parents Can Lead Children To Develop ‘Peter Pan Syndrome’. ScienceDaily. Retrieved June 13, 2010)

Veel zelfhulpboeken raden de lezer zogenaamde affirmaties aan. Wie zich beter wil voelen, moet dan elke dag zeggen: “Elke dag word ik beter en beter”. Al eerder bleek uit onderzoek van Wood en anderen dat de werking van die affirmaties niet onomstreden is. Uit dit onderzoek bleek dat mensen met veel zelfvertrouwen door het werken met affirmaties meer zelfvertrouwen krijgen. Echter, voor mensen met een laag zelfbeeld gaat dit niet op. Zij krijgen zelfs minder zelfvertrouwen als ze steeds tegen zichzelf zeggen dat ze perfect zijn.

Deze maand verschijnt een onderzoek dat op een andere manier vragen stelt bij de werkzaamheid van affirmaties. Senay en anderen lieten twee groepen mensen anagrammen oplossen. De eerste groep moest voor het oplossen van het anagram tegen zichzelf zeggen: “ik kan het oplossen”. De andere groep mensen moet zich afvragen: “kan ik het oplossen?” Het bleek dat de tweede groep beter presteerde in het oplossen van de anagrammen.

In een ander, meer abstract deel van het onderzoek moest één groep “zal ik” schrijven en een tweede groep “ik zal”. Daarna moesten ze wederom anagrammen maken. De twee onderdelen van het onderzoek (het schrijven en het oplossen van anagrammen) werden gepresenteerd alsof ze volstrekt los van elkaar stonden. Desalniettemin presteerden de mensen die “zal ik” schreven beter dan de mensen die “ik zal” schreven.

De onderzoeken suggereren dat affirmaties vooral invloed hebben op ons gevoel en niet op onze prestaties. Wanneer beide niet met elkaar in de pas lopen, gaat dat op de lange termijn schuren. Mensen die elke ochtend tegen zichzelf zeggen: “ik ben een koning”, terwijl ze in een krot wonen, gaan op den duur lijden onder het verschil tussen hun gewenste en hun daadwerkelijke situatie. Wie echter vragen stelt, gaat ook daadwerkelijk beter presteren. Dat zorgt voor een daadwerkelijke groei. Affirmaties lijken dus meer een korte termijnoplossing, terwijl een open, onderzoekende houding zorgt voor verbetering op de lange termijn.

Senay, I., Albarracin, D. Noguchi, K. (2010). Motivating Goal-Directed Behavior Through Introspective Self-Talk. Psychological Science
Wood, J., Elaine Perunovic, W., & Lee, J. (2009). Positive Self-Statements: Power for Some, Peril for Others. Psychological Science

Sommige mensen die last hebben van een prikkelbare darm kunnen het positieve effect van gedragstherapie maandenlang merken. Dat blijkt uit een kleinschalig onderzoek.

Cognitieve gedragstherapie houdt in dat iemand praat over zijn gedachten, waardoor duidelijk wordt hoe die gevoelens (zoals stress of angst) en gedragspatronen bepalen of veranderen. Bij mensen die last hebben van de geïrriteerde darm helpt het dus, zo toont onderzoek onder 71 volwassenen aan. Van die groep reageerde 30% direct positief op deze vorm van therapie. Kramp in het darmgebied en andere nare darmklachten, zoals winderigheid, verstopping en diarree, namen bij hen flink af. En dat effect hield bij die vlot reagerende personen lange tijd aan. Een ander deel reageerde pas met verandering na een maand of drie.
De precieze oorzaak van het prikkelbare darm syndroom of ‘spastische darm’ is niet bekend. Wel weten we dat sommige factoren de problemen uitlokken, zoals: bepaalde voeding (overeten) en emotionele stress. Dankzij gedragstherapie leren mensen die factoren op te sporen. Daarmee is de gang gezet naar veranderingen die echt helpen.

(Bron: journal Clinical Gastroenterology and Hepatology, mei 2010)

In Nederland is de Positieve Psychologie langzaam in opkomst. Er is nu voor het eerst een serieus Nederlandstalig overzichtswerk geschreven en dat is een veelbelovende ontwikkeling. Zoals de titel Positieve Psychologie in de praktijk al aangeeft, is het boek bedoeld voor psychologen. Er is voor de geïnteresseerde leek echter veel te genieten. Wie serieus wil werken aan zijn persoonlijke ontwikkeling kan met dit boek een goed begin maken.
Positieve Psychologie
Wat de Positieve Psychologie precies inhoudt, is nog niet altijd even duidelijk. Over definities worden in de wetenschap een hoop oorlogjes gevoerd. Bannink houdt zich hier niet mee bezig en bespreekt simpelweg die onderwerpen waar in de Positieve Psychologie veel onderzoek naar wordt gedaan. Ze noemt deze de “familieleden” van de Positieve Psychologie. Denk daarbij onder andere aan optimisme, hoop, positieve emoties, veerkracht, geluk, flow en dankbaarheid. Dat werkt goed en vormt een verhelderende inleiding op het onderwerp.

Lastige onderwerpen worden op een correcte en duidelijke manier behandeld. Optimisme is bijvoorbeeld een onderwerp waar veel valkuilen liggen. In veel populaire zelfhulpboeken wordt optimisme als de oplossing van alles gezien. Er wordt dan gesteld dat we altijd breed grijnzend door het leven kunnen gaan, wanneer we alle gebeurtenissen in ons leven op een positieve manier uitleggen. Bannink trapt niet in deze val. Ze legt aan de hand van onderzoek uit dat pessimistische mensen op een bepaalde manier denken. Wie deze denkpatronen bij zichzelf inziet, kan hier op inspelen door een meer optimistische denkstijl aan te leren. Deze genuanceerde uitleg geeft handvaten voor de praktische toepassing en maakt het onderwerp op een nuchtere manier bespreekbaar. En dat is nu precies waar de toegevoegde waarde van de Positieve Psychologie ligt.

Bij het bespreken van de familieleden is het prettig dat Bannink praktische oefeningen geeft. In de hoofdstukken over de familieleden bespreekt ze niet alleen wetenschappelijk onderzoek en theorie, maar geeft ze ook tips om dit in je leven toe te passen. In het hoofdstuk over Positieve emoties bijvoorbeeld:
Daarnaast illustreert ze de theorie met voorbeelden uit praktijk en met metaforen en verhalen. Hierdoor worden de onderwerpen invoelbaar en tastbaar.

“ Kies voor deze oefening iemand die je aardig vindt (dat kan je partner zijn, maar dat hoeft niet) en die je dagelijks ziet. Spreek een week lang (of langer als je dat prettig vindt) met die persoon af om elkaar dagelijks over een of meer positieve gebeurtenissen van die dag te vertellen. Deze oefening zal het meeste effect op jullie relatie en op jezelf hebben als de reactie van de ander op dat verhaal positief en enthousiast is.” (p. 50)

Naast een bespreking van de familieleden, bespreekt Bannink ook de bruikbaarheid van de Positieve Psychologie in de klinische praktijk. Dit deel van het boek is vooral interessant voor psychologen. Echter, wie zijn tanden er in zet, kan ook interessante tips voor zijn persoonlijke leven vinden. Met de oplossingsgerichte therapie kun je bijvoorbeeld ook uitstekend zelfstandig aan de slag.

Positieve Psychologie is voorlopig het enige boek over Positieve Psychologie in Nederland. Gelukkig is het ook een goed boek, met heldere uiteenzettingen over de verschillende onderwerpen die er in dit interessante nieuwe onderdeel van de psychologie spelen. Wie zich meer in het onderwerp wil verdiepen, doet er goed aan om dit boek aan te schaffen.

Toen Mihalyi Csikszentmihalyi artiesten, atleten en musici interviewde, merkte hij op dat veel van hen spraken over eenzelfde ervaring. Wanneer ze verdiept waren in een taak, vergaten ze de tijd en dachten ze niet meer aan hun eigen problemen. Ze gingen helemaal op in hun werk. Csikszentmihalyi noemde die ervaring “Flow”.

FlowUit onderzoek blijkt dat mensen vooral Flow ervaren wanneer ze een taak hebben die intrinsiek waardevol is en die een behoorlijke uitdaging vormt. Daarnaast is het prettig wanneer een taak duidelijke feedback oplevert. Zo horen musici meteen wanneer ze de juiste toon te pakken hebben.
Ook atleten kunnen meteen zien of ze beter gaan zijn presteren. Daarom hebben zij vaker dan gemiddeld een gevoel van flow. Echter, wanneer er aan bovenstaande voorwaarden voldaan wordt, kunnen we ook op ons werk en in ons privé leven flow ervaren.
Kort geleden is er onderzoek gedaan dat onderzoekt of gezamenlijke ervaringen van flow als prettiger ervaren worden dan individuele flow ervaringen. Hieruit bleek dat mensen samen sneller flow ervaren dan in hun eentje. Dit effect was vooral sterk wanneer het een taak betrof die uitnodigde tot samenwerking. Samen aan dezelfde trui breien werkt dus beter dan in dezelfde ruimte aan je eigen trui breien.

Flow is een ervaring die door veel mensen wordt nagejaagd. Het is een prettig gevoel om zo intensief aan iets te werken dat je de tijd vergeet. Het is dan ook handig om te weten dat dit gevoel vooral optreedt bij een samenwerking.
Wat het effect van flow is op de prestaties van groepen (een belangrijk onderwerp voor organisaties) blijft voorlopig nog onduidelijk. Zoals gebruikelijk is verder onderzoek dus noodzakelijk.

Bron: The Journal of Positive Psychology

De psychologie heeft al lange tijd een interesse in zelfvertrouwen. De godfather van de psychologie, William James, zag zelfvertrouwen vooral als de vaardigheid om succes te behalen. In het hedendaagse onderzoek naar zelfvertrouwen, is er ook aandacht voor Waardigheid. Een combinatie tussen die twee zou moeten zorgen voor een optimaal zelfvertrouwen.

Waar William James over sprak, noemen we tegenwoordig Vaardigheid. Vaardigheid is een belangrijke bron voor zelfvertrouwen. Het is het idee dat je kunt omgaan met de problemen waarvoor het leven je stelt. Mensen die veel vaardigheid hebben, zijn vaak weinig neurotisch en hebben een sterke interne locus of control. Ze hebben, met andere woorden, het gevoel dat ze zelf invloed uitoefenen op hun leven.
Het gebeurt echter vaak dat mensen vaardigheid verwarren met succes. Ze baseren hun zelfvertrouwen bijvoorbeeld op hun zakelijke succes of op de bezittingen die ze verzameld hebben. Die mensen willen dan bijvoorbeeld in een groot huis wonen en een grote auto rijden omdat ze daardoor zelfvertrouwen krijgen. De uiterlijke schijn van succes is daarbij voor hen belangrijker dan de daadwerkelijke prestatie. Dit blijkt ook als aan studenten wordt gevraagd waar ze meer waarde aan hechten: hoge cijfers of veel kennis opdoen. Studenten die hun zelfvertrouwen vooral baseren op vaardigheid, kiezen dan meestal voor hoge cijfers.
Het idee van Waardigheid is een combinatie van een welwillende houding tegenover jezelf op basis van het idee dat elk mens waardevol is. Prestaties hebben geen invloed op dat idee. Ook zonder een grote auto en zonder een groot huis kunnen we dus een goed gevoel over onszelf hebben. Mindfulness meditatie kan helpen om waardiger te worden omdat het ons onder andere leert dat we onze prestaties niet zijn.
De ultieme consequentie van waardigheid is dat mensen mediterend onder een boom eindigen. Dat is voor veel Westerse mensen een weinig aanlokkelijk perspectief. Wij hebben sterk het idee dat bepaalde handelingen waardevoller zijn dan anderen en geven op die manier ook zin aan ons leven. Een combinatie van waardigheid en vaardigheid is daarom ideaal. Dat betekent dat je werkt aan projecten die voor jouw waardevol zijn, zonder dat je je daarbij al teveel zorgen maakt over je succes. Je inspanning voor deze projecten is dan op zich voldoende om een hoog zelfvertrouwen te hebben.

De afgelopen jaren zijn er steeds meer Oosterse ideeën geïntegreerd binnen de wetenschappelijke psychologie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan mindfulnesstrainingen. Binnen het onderzoek naar zelfvertrouwen is dit echter betrekkelijk nieuw. Uit onderzoek blijkt dat er sterke aanwijzingen voor zijn dat Waardigheid een onderdeel is van optimaal zelfvertrouwen. Er is echter nog verder onderzoek nodig om te ontdekken wat de juist balans tussen Waardigheid en Vaardigheid is. Voorlopig zijn we daarvoor nog aangewezen op onze eigen intuïtie.

Robert Haringsma is psycholoog en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij doet promotieonderzoek naar zelfvertrouwen binnen een Positief Psychologisch perspectief. Ook meer zelfvertrouwen krijgen? Doe dan mee aan zijn gratis training zelfvertrouwen.

Wie moet werken, maar zich niet goed kan concentreren, kan iets hebben aan de studie die bewegingswetenschappers van de Humboldt Universiteit publiceerden. Volgens hen verbeteren korte trainingssessies het werkgeheugen. Dat is de concentratie die ervoor zorgt dat je je werk foutloos kunt uitvoeren.

bewegenDeze onderzoekers lieten 38 scholieren van 14-16 jaar in hun schoolpauze 12 minuten hardlopen. De ene helft van de scholieren liep op een gematigd tempo, op 50-65 procent van hun maximale hartslag. De andere helft liep op 70-85 procent van de maximale hartslag, wat een vrij zware training betekent. Een controlegroep deed niets.
Na de korte inspanning maten de onderzoekers in het speeksel van de scholieren de concentratie van de hormonen cortisol en testosteron. Ook testten ze hoe goed de proefpersonen zich konden concentreren. De gematigde inspanning verhoogde de cortisolspiegel significant, verlaagde de testosteronspiegel een beetje en verhoode de scores op de concentratietest. De intensieve beweging verhoogde zowel de cortisol- als de testosteronspiegel, maar had geen noemenswaardig effect op de scores.

De resultaten betekenen volgens de onderzoekers een pleidooi voor meer korte bewegingsoefeningen tussendoor. Zo kan in scholen in pauzes het bewegen worden gestimuleerd met goede resultaten. Zelfs gematigd bewegen heeft een positief effect op aandacht en werkgeheugen van kinderen, wat gunstig kan uitpakken voor het verdere kennis vergaren.

(Psychoneuroendocrinology. 2010 Apr;35(3):382-91.)

Met een vragenlijst die verschillende gebieden van persoonlijkheidsproblemen in kaart brengt, zijn persoonlijkheidsproblemen bij jongeren beter en vroeger vast te stellen dan met het DSM-IV classifiatiesysteem. Dat concludeert Noor Tromp in haar proefschrift waarop ze 25 maart promoveert aan de VU.

Noor Tromp heeft een vragenlijst voor persoonlijkheidspathologie bij volwassenen aangepast voor gebruik bij adolescenten. Deze is gebaseerd op een zogenaamde dimensionele benadering. De lijst blijkt een goed middel voor het vroeg signaleren van persoonlijkheidsproblemen bij jongeren. De resultaten spreken de veronderstelling tegen dat persoonlijkheidsproblemen en -stoornissen pas boven de 18 jaar zijn vast te stellen.

(Bron: Vrije Universiteit Amsterdam)

Niet alleen mensen, maar ook honden kunnen hinder ondervinden van wat obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) genoemd wordt. Daarbij gaat het vooral om de obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren. Wetenschappers hebben dankzij deze dieren het gen vastgesteld dat de schuldige daarvan is.

Vooral Dobermans en terriers blijken gevoelig voor het ontwikkelen van de stoornis. Bij hen wordt gezien dat ze de eigen staart achterna jagen of ingebeelde vliegen proberen te vangen op een manier die obsessief aandoet. De ontdekking van welk gen verantwoordelijk is, betekent dat steeds dichterbij komt dat ook bij de mens dit specifieke DNA kan worden gelokaliseerd. Daarna wordt het gemakkelijker mogelijk om de kenmerken sterk te laten verminderen.

ocdOngeveer 2% van mensen heeft last van de stoornis, die veel hinder geeft vanwege de rituelen die veel tijd in beslag kunnen nemen. Overigens krijgt niet elke hond met het specifieke DNA-patroon last van de stoornis, maar de kans is wel flink verhoogd. Blijkbaar geldt dat voor mensen net zo.
Het mooie is dat nu ook duidelijk is dat behandeling met een middel als Prozac bij honden werkzaam is. Dat betekent dat er waarschijnlijk veel overeenkomst is in de achterliggende oorzaak.
Een compulsieve stoornis komt in sommige families duidelijk meer voor. Heeft je broer, zus, moeder of vader er last van? Dan heb je een 4 tot 6 keer verhoogde kans dan de gemiddelde Nederlander. Ook voor de bipolaire stoornis en autisme geldt net als voor OCD dat de wetenschap bezig is met het ontdekken welke genen nu precies aan de basis ervan staan. Dat inzicht geeft veel duidelijkheid, ook over de behandelmogelijkheden.

(Nature Molecular Psychiatry, januari 2010)

Thee zetten met koud water is in Taiwan helemaal ‘hot’ en dat blijkt een gezonde gewoonte. Volgens reageerbuisstudies van een Italiaanse universiteit is dat in het geval van witte thee en Oolong-thee nog gezonder ook.

Witte theeBij thee zetten met koud water laat men de theebladeren twee uur in koud water laten weken. Dit geeft thee met meer aroma en een minder bittere smaak die bovendien minder cafeïne bevat. Het verschil in gezondheidswaarde tussen heet en koud zetten hangt af van het soort thee. Witte thee wordt zo gezonder, andere thee niet. De onderzoekers testten de antioxidantwerking van thee door LDL-cholesterol, koper en thee in contact met elkaar te brengen.
In het lichaam wordt het ongezonde LDL-cholesterol pas echt gevaarlijk als het wordt aangetast. Dat gebeurt in de reageerbuisproef van de Italianen onder invloed van koper. Antioxidanten kunnen die reactie vertragen. Hoe groter de vertraging, hoe krachtiger de antioxidant. Uit de data blijkt dat koudgezette witte thee, Oolongthee en zwarte thee het LDL beter beschermen dan heetgezette witte thee. Voor groene thee maakt het niet uit hoe je hem zet.
Witte thee bevat veel van het polyfenol ECG. ECG is één van de krachtiger antioxidanten in thee. Door witte thee te weken in koud water komt dat polyfenol waarschijnlijk beter in de oplossing dan door thee in kokend water te stoppen, veronderstellen de onderzoekers.

(Food Chemistry 119 (2009) 1597–1604.)

Baby’s en peuters met astmatische verschijnselen slapen en eten slechter dan gezonde leeftijdsgenoten. Dit probleem gaat samen met stemmingswisselingen, waaronder niet alleen de kinderen zelf maar ook de overige gezinsleden lijden.

Die conclusies komen uit onderzoek van Ashna Mohangoo van Erasmus Medisch Centrum. Zij is voor het vroegtijdig opsporen van astma via consultatiebureaus om negatieve gevolgen te voorkomen.
Als astma bij jonge kinderen te laat wordt gediagnosticeerd en behandeld, kunnen de symptomen op latere leeftijd verergeren.
Voor haar onderzoek gebruikte zij gegevens van de Generation R-studie, die de groei, ontwikkeling en gezondheid onderzoekt van tienduizend opgroeiende kinderen in Rotterdam.

(Erasmus MC)

Kinderen zijn meer geneigd valse herinneringen te ontwikkelingen over een fictieve negatieve gebeurtenis dan over een fictieve neutrale gebeurtenis. Dat concludeert onderzoek van Henry Otgaar in zijn promotieonderzoek.

Volgens deze onderzoeker zijn resultaten van zijn onderzoek van groot belang voor rechtszaken waarin kinderen gehoord worden. Die gaan immers vaak over negatieve gebeurtenissen.
Hij vertelde kinderen van 7 jaar een onwaar verhaal dat een negatieve en een neutrale gebeurtenis beschreef. De negatieve gebeurtenis ging over het beschuldigd worden van afkijken en de neutrale over verhuizing naar een andere klas. De kinderen bleken de gebeurtenis over de beschuldiging aanmerkelijk beter te onthouden.
Verder bleek uit het dat kinderen zich verzonnen gebeurtenissen gaan herinneren door suggestieve interviewtechnieken. De kans op onjuiste herinneringen neemt toe als kinderen veel kennis over de gebeurtenissen hebben.

(Universiteit Maastricht)

Vanaf begin september 2009 is Benzodebaas.nl online, een nieuwe internetbehandeling voor mensen die afhankelijk zijn van slaap- en kalmeringsmiddelen, ook wel benzodiazepinen genoemd.

De site Benzodebaas.nl werd ontwikkeld door Tactus Verslavingszorg op verzoek van het ministerie van VWS. Deze website is er voor mensen die willen minderen of stoppen met het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen en daarbij hulp willen.
In totaal gebruiken in Nederland ongeveer 1,8 miljoen mensen slaap- en kalmeringsmiddelen. Eenderde hiervan gebruikt langdurig. Een groot deel van de chronisch benzodiazepinegebruikers zou niet beseffen dat zij een verslaving hebben ontwikkeld en zich niet bewust zijn van de risico’s die aan het langdurig gebruik van deze middelen kleven.

Benzodebaas.nl bevat een informatieve website, online lotgenotencontact, de internetbehandeling, nazorg en wetenschappelijk onderzoek. De behandeling kan door cliënten in eigen tempo worden gedaan, zonder er de deur voor uit te moeten. Behandeling wordt vergoed door de zorgverzekeraar.

Trudy Dehue (Den Bosch, 1951) is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dehue won dit jaar de NWO Eureka Boekenprijs voor haar boek De depressie-epidemie dat gaat over de plicht het lot in eigen hand te nemen.

Na eerst een aantal jaren werkzaam te zijn geweest in de kinder- en jeugdpsychiatrie studeerde Trudy Dehue af in de psychologie (1983) en de filosofie (1985). Meer nog dan de menselijke psyche die psychologen bestuderen, bestudeert Dehue juist die psychologen zelf. Ze promoveerde cum laude op ‘De regels van het vak’, een kritische studie van het ‘meten en tellen’ en de vooronderstellingen die bepalend zijn geworden voor psychologisch onderzoek.
In ‘De depressie-epidemie’ analyseert Dehue hoe het kan dat juist in rijke landen steeds meer mensen lijden aan depressie. Dehue laat zien dat wat in de loop van de geschiedenis als melancholie, neerslachtigheid of depressie beschreven is, steeds sterk tijdsgebonden is geweest. Heeft depressie bijvoorbeeld te maken met levensomstandigheden en is het iets wat ‘op de sofa’ behandeld kan worden. Of is het iets biologisch, wat met pillen bestreden kan worden? Dehue neemt ook de invloed van de farmaceutische industrie kritisch onder de loep.

In haar werk laat Dehue zien hoe de ‘depressie-epidemie’ verbonden is met het huidige maatschappelijke ideaal van het maakbare individu. Wij zijn zelf verantwoordelijk geworden voor ons lot: schoonheid en succes zijn een keuze geworden, en het antidepressivum steeds meer een ‘prestatiepil’. Dehue laat zien hoe een samenleving ervaart en bepaalt wat ‘normaal’ is en geeft daarmee niet alleen een analyse van depressie, maar ook van onze tijd.
Uitzending was op zondag 9 augustus. Zie deze player.

Ooit gemerkt dat de oplossing voor een probleem je niet te binnen schoot? En dat het dan wel door je gevonden werd op het moment dat je aan iets totaals anders dacht?
Naar dit fenomeen heeft een Amerikaans psycholoog onderzoek gedaan. In het bijzonder keek ze naar het nieuwe inzicht dat dagdromen kan opleveren.

Zij stelt dat heel vaak als je wegstaart of in slaap valt je opeens het antwoord van je vraag of probleem weet. De onderzoeker probeerde mensen af te leiden van een taak waarmee ze bezig waren. Die taak bestond uit het telkens aanraken van een computerscherm wanneer een bepaald getal in beeld verscheen. Daarna vroeg ze de proefpersonen om een minuut daarmee te stoppen. Dat was net lang genoeg om te kunnen observeren wat er in de hersenen gebeurt op een dergelijk afleidend moment. Ze kon precies vergelijken wat er gebeurde met de brein als ze met de simpele taak bezig waren en wat vervolgens plaatsvond bij kortdurende afleiding. Dat kan dankzij de hersenscan die de breinactiviteit van de personen registreerde tijdens het uitvoeren van de taak.
Heel bijzonder was dat tijdens het afgeleid raken van een monotone taak de activiteit toenam in het frontale hersengebied. Dit is het deel dat executieve functies beheert, die nodig zijn voor het oplossen van complexe vragen. Als mensen wegdwalen, waardoor het lijkt alsof hun blik op oneindig staat, wordt een bijzonder hersengebied actief, zo stelt de onderzoeker. Dat gebied is gewoonweg niet betrokken bij het uitvoeren van een simpele taak. Er komt door die ‘afleiding’ daarmee een nieuwe bron van gedachten op, die tot de oplossing van het probleem kunnen leiden.

(Proceedings of the National Academy of Sciences, mei 2009)

Het kauwen op kauwgum tijdens stresserende gebeurtenissen remt de aanmaak van cortison. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van Northumbria University in Engeland.

kauwgom kauwen verlicht stressBij 40 studenten namen deze onderzoeker tests af om het stressniveau kunstmatig te verhogen. De ene test was gemakkelijk, de ander moeilijk, of andersom. De ene keer kauwden de proefpersonen op een stukje kauwgom, de andere keer niet. Voor en na de tests maten de onderzoekers de concentratie cortison in het speeksel van de mannen. Ook gingen ze met een vragenlijst de gemoedstoestand na.
Uit de data blijkt dat kauwgom meer gerust, minder gestrest en zekerder maakt. Bovendien voelden de studenten zich dankzij de kauwgom alerter. Het speeksel van de proefpersonen die kauwgom kauwden bevatte na de test minder cortison dan daarvoor.
Men vermoedt nu dat het kauwproces de bloedtoevoer naar de hersenen stimuleert, wat de gunstige effecten zou kunnen verklaren.

(Physiol Behavior 2009 Mar 5)

RouwAls je te maken krijgt met verlies van geliefde personen of een drastische wijziging in je levensloop door verlies van je baan bijvoorbeeld, heb je tijd nodig om hiermee goed om te kunnen gaan. Ieder reageert op zijn eigen manier op het verlies. De reacties kunnen dus sterk uiteenlopen.
Accepteer het verlies en ga met je gevoelens aan de slag. Het ontkennen van negatieve emoties kan op een later moment tot lichamelijke klachten leiden. Er zijn verschillende manieren om je emoties te uiten of plaats te geven. Probeer bijvoorbeeld je gedachten op te schrijven in een dagboek, schrijf een brief of maak een fotoalbum. Blijf zorgdragen voor een gezonde levensstijl door goede voeding tot je te nemen. Ook voldoende slaap en lichaamsbeweging zijn belangrijk. Je kunt het beste drugs en alcohol vermijden, omdat die het omgaan met emoties juist bemoeilijken.
Neem er de tijd voor om te rouwen in je eigen tempo. Alle emoties zouden toegestaan mogen zijn, omdat ze deel uitmaken van het proces: huilen, lachten of gewoon treurig zijn. Besef ook dat verdrietgevoelens op bepaalde tijden weer de kop op steken, zoals bij een verjaardag of andere feestdagen.

(Healthday news, voor meer informatie: PDF Psychowijzer)

De kans op overlijden neemt toe met het aantal uren dat je zittend doorbrengt. Als je overdag meer in beweging bent, is de overlijdenskans juist kleiner. Dat volgt uit een Canadees onderzoek onder zeventienduizend mensen.

zittenVoor het onderzoek werden de gegevens bekeken van mensen die vanaf 1981 meededen aan de Canada Fitness Survey. Bij de start waren ze 18 of 19 jaar oud. De groep werd gedurende 13 jaar gevolgd. Uit die data maken de onderzoekers op dat er rechtstreeks verband bestaat tussen de hoeveelheid beweging en de sterftekans.
Van de deelnemers die praktisch de gehele dag in beweging waren was na dertien jaar nog 95 procent in leven, van de deelnemers die overdag praktisch niet bewogen nog 80 procent.
Een zittende leefstijl blijkt vooral slecht bij overgewicht. Lichamelijke beweging bleek vooral te beschermen tegen hart- en vaatziekten, maar verminderde ook de kans op ademhalingsproblemen, stoornissen aan het zenuwstelsel en stofwisselingssysteem.
Volgens onderzoekers moeten artsen mensen niet alleen aanraden om meer te bewegen en normaal lichaamsgewicht na te streven. Het is daarnaast belangrijk om de tijd minder zittend door te brengen waar mogelijk.

(Medical Science Sports Exercise, 03-04-2009)

Kinderen bij wie ADHD is vastgesteld en die medicatie innemen, presteren beter op school dan dezelfde groep die geen medicijnen inneemt. Dat komt naar voren uit een Amerikaans onderzoek dat ongeveer 600 kinderen met ADHD volgde.

Van deze groep kreeg 60% medicatie, waarbij het meestal ging om Methylfenidaat (Ritalin). De groep die medicijnen innam presteerde vooral beter op rekenen/ wiskunde. Dat blijkt uit analyse van hun cijfermatige resultaten over een lange periode.
De onderzoekers stellen terecht dat medicatie slechts een hulpmiddel is en dat ook andere interventies belangrijk zijn als er sprake is van ADHD.
Volgens de wetenschapper is het gevonden verschil in leerprestaties belangrijk, omdat vroege ontwikkeling op school bepalend is voor schoolprestaties in de toekomst.
“Het onderzoek laat zien dat er een werkelijk lange-termijn-effect aantoonbaar is dat objectief kan worden gemeten”, aldus de coördinator van het onderzoek, R. Scheffler.

(Scheffler, R.M., Pediatrics, May 2009; vol 123: pp 1273-1279)

slaapprobleemSlaap is van essentieel belang voor gezondheid en welzijn, maar ongeveer één op de tien heeft moeite met in- of doorslapen. Daardoor bouwen zij een slaaptekort op. Dat leidt naast slaperigheid overdag ook tot lusteloosheid, vertraagde spraak, verminderde emotionele reacties, verminderd geheugen en een onvermogen om ingewikkelde taken goed uit te voeren.

Individuele slaapbehoeften verschillen van persoon tot persoon. In het algemeen geldt dat mensen acht uur slaap per nacht nodig hebben. Echter, sommige mensen zijn in staat om te werken zonder slaperigheid of sufheid na slechts zes uur slapen. Psychologen en andere wetenschappers hebben aangetoond dat slaapproblemen direct of indirect te verbinden zijn aan afwijkingen in de volgende systemen: hersenen en het zenuwstelsel, hart- en vaatstelsel, stofwisselingfuncties en het immuunsysteem.
Stress is oorzaak #1 van kortdurende slaapproblemen. Als die niet goed aangepakt worden, kunnen ze blijven bestaan nadat de oorspronkelijke stressor geen rol meer speelt. Verder is vastgesteld dat het drinken van alcohol of cafeïnehoudende in de namiddag of avond de slaap verstoren.
Volgens de onderzoekers is het slaappatroon verdeeld in vijf fasen, die gekenmerkt door veranderingen in de hersengolven. In de ochtend is er sprake van snelle oogbewegingen, of REM-slaap. Op dat moment ontspannen de de spieren en treedt dromen op. Recente herinneringen kunnen dan worden verankerd in de hersenen.

Volgens onderzoekers helpen de volgende tips slaapproblemen tegengaan:
* Houd een regelmatig schema van naar bed gaan en opstaan aan. Sta elke ochtend (dus ook in het weekend) rond dezelfde tijd op.
* Drinken geen cafeïne (koffie, chocolademelk, cola) vier tot zes uur voor het slapen gaan. Minimaliseer het gebruik ervan overdag.
* Ga niet roken vlak voor het slapengaan, rook niet als u wakker wordt tijdens de nacht
* Vermijd alcohol en zware maaltijden vóór slapen
* Zorg voor regelmatige lichaamsbeweging
* Minimaliseer geluid, licht en een overmaat aan warme en koude temperaturen in de slaapkamer
* Probeer wakker te worden zonder een wekker
* Probeer een bepaalde periode elke nacht steeds iets eerder naar bed te gaan. Zo is slaaptekort snel te verminderen.
* Gebruik het bed alleen maar voor het slapen
* Vermijd dutjes overdag

Therapie
Wanneer je het niet redt met deze tips, is cognitieve gedragstherapie (CGT) het overwegen waard. CGT heeft grote kans van slagen bij mensen die lijden aan chronische slapeloosheid. Hierin krijgt men bijvoorbeeld de opdracht om een slaapdagboeken bij te houden, waarmee een nauwkeurig beeld van iemands slaappatronen ontstaat. In CGT is doorbreken van de niet kloppende gedachten en de angst over slapen het doel. Dankzij deze therapie bereikt een derde deel van de mensen met slapeloosheid een normale slaap. De meeste symptomen nemen af met 50 procent. Als slapeloosheid samengaat met andere psychische stoornissen zoals depressie, moet,de eerste behandeling gericht zijn op de onderliggende aandoening.
Wanneer mensen last hebben van slapeloosheid proberen ze meestal het tekort te compenseren door lang uit te slapen tijdens de ochtend of zeer lang in bed te blijven. Deze maatregelen maken het probleem eerder erger. De angst om niet voldoende te slapen en zorgen daarover maken het probleem er ook niet beter op. Daarom richt de behandelingen zich op bijstellen van de slechte slaapgewoonten. En ook op de zorgen en niet kloppende overtuigingen over slapen werken. Medicatie (zoals Melatonine) kan een rol spelen in het doorbreken van de slapeloosheid, maar alleen met gedragstherapie valt echte verbetering voor elkaar te krijgen.

(National Sleep Foundation)

Altrecht, een GGZ-instelling, heeft Webwoud gelanceerd. Dit is een interactieve website voor jongeren die psychische of psychiatrische problemen hebben. Jongeren kunnen er steun vinden, ervaringen delen met anderen en spellen spelen: het ‘Groot ADHD-behendigheidsspel’ en de ‘Nationale autismequiz’. De spellen geven de speler een indruk van wat het betekent om een van beide ziekten te hebben.
De website is op aandringen van jonge cliënten gemaakt. Ook vrienden, klasgenoten of familieleden kunnen een bezoekje brengen om te ervaren wat een psychische aandoening inhoudt.
Zie www.altrecht.nl/webwoud

Angst voor tandheelkundige behandelingen is de meest voorkomende fobie in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek naar angsten en fobieën van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam.

Veel angsten zijn functioneel, omdat zij de mens beschermen tegen gevaar. Als echter een in feite ongevaarlijke situatie of object wordt vermeden, en het dagelijks leven hierdoor negatief wordt beïnvloed, gaat het om een zogeheten specifieke fobie. Ongeveer 12% van de Nederlanders heeft een fobie, wat het tot één van de meest vaak voorkomende psychiatrische stoornissen maakt. En daarbij gaat het vooral om angst voor tandheelkundige behandeling.
Deze angst leidt vaak automatisch tot een spiraal van vermijding, tandbederf, pijn, schaamte en een verdere toename van angst.
Wanneer je last hebt van deze fobie is het ‘t beste is om de angst te bespreken met de tandarts. Na een geruststellend gesprek met uitleg volgt dan een behandeling volgens een vast, dus voorspelbaar patroon. Stap voor stap wordt de behandeling uitgevoerd. Kalmeringsmiddelen, verdoving, hypnose of een andere vorm van ontspanning kunnen behulpzaam zijn in dit stappenplan.

Na angst voor de tandarts komt angst voor slangen het meest voor onder de Nederlandse bevolking. Deze wordt gevolgd door angst voor hoogten.
Voor het ACTA-onderzoek zijn ongeveer tweeduizend mensen in Nederland tussen de 18-93 jaar ondervraagd. De bevindingen worden in het aprilnummer van het wetenschappelijk tijdschrift European Journal of Oral Sciences gepubliceerd.

(www.blikopnieuws.nl)

Behandeling met botox verlamt niet alleen de spiertjes in het gelaat die rimpels kunnen veroorzaken, maar heeft ook invloed op de emotionele beleving. Mensen die negatieve emoties niet in het gezicht tot uitdrukking kunnen brengen, ervaren namelijk meer negatieve emoties. Ze zien de wereld door een negatieve bril, omdat ze hun gevoel van walging niet kwijtraken door het te uiten.

BotoxGevoelens vaak onderdrukken is niet verstandig. Uit eerder onderzoek bleek al dat mensen die hun emoties vaak onderdrukken een slechtere gezondheid hebben. Vooral het onderdrukken van walging blijkt negatieve gevolgen te hebben, ontdekte Grob die promoveert op dit onderwerp.
In haar onderzoek waren proefpersonen die werd gevraagd hun walging te onderdrukken, goed in staat de uiting van emoties te onderdrukken. Echter, deze emotie kwam alsnog tot uitdrukking via andere kanalen. Op gedachteniveau gingen ze veel meer aan walgelijke dingen denken en ook andere zaken werden veel negatiever opgevat. Mensen die de wereld door een negatieve bril aanschouwen, ervaren meer negatieve emoties. Als ze deze vervolgens ook weer onderdrukken belanden ze al snel in een negatieve spiraal. Zeker iets om over na te denken in een maatschappij waarin mensen steeds vaker in naam van schoonheid hun gezichtsspieren lamleggen met botoxbehandelingen, meent Grob.

J. Grob docent bij de afdeling Psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Loes.nl, een website waar ouders allerlei tips en informatie kunnen vinden over de opvoeding van kinderen, heeft sinds de start tienduizend bezoekers getrokken.

Loes is sinds een half jaar het gezicht van een campagne voor opvoedondersteuning in de gemeente Enschede. Naast de website heeft Loes een apart telefoonnummer en een loket in de bibliotheek, dat ook het ouderloket van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Enschede is. De opvoedadviezen en tips van Loes zijn gebaseerd op het Australische opvoedprogramma Triple P.
Zie www.loes.nl; www.triplep-nederland.nl

Het Centrum Eerste Psychose (CEP) heeft de website ‘HELP ik heb een Psychose’ geopend voor en over jongeren die voor het eerst een psychose krijgen.

Per jaar krijgen ongeveer drieduizend jongeren in Nederland voor het eerst een psychose. De eerste tekenen van een psychose zijn vaak niet duidelijk zichtbaar voor de jongere zelf, familie en vrienden. Wanhopige ouders zoeken daardoor pas hulp als het leven van een jongere al behoorlijk ontwricht is maar hoe eerder de hulp bij een psychose start, hoe minder ingrijpend het is.
Zie: Help ik heb een psychose’

Verhoogd bloedsuikergehalte bij mensen die type 2 suikerziekte hebben is gelieerd aan beperkingen in het cognitief functioneren. Dat komt naar voren uit een onderzoek dat verschenen is in Diabetes Care.

Het onderzoek waarover het gaat is een langlopend Amerikaans onderzoek dat onder andere naar de hart- en vaatziekten kijkt die deze vorm van diabetes kan opleveren. Nu laten data zien dat een verhoogd niveau van hemoglobine A1C levels (een maat voor bloedsuikergehalte) samengaat met significant lager scoren op drie cognitieve taken, die iets zeggen over het geheugen, snelheid van informatieverwerking en de vaardigheid om twee taken tegelijkertijd uit te voeren. Ook eerdere onderzoeken wezen in die richting: mensen met type 2 suikerziekte hebben een verhoogde kans op dementie.
Nog onduidelijk is of dat verhoogd bloedsuiker leidt tot cognitieve achteruitgang of dat het verband andersom werkt: misschien veroorzaakt vermindering in mentale vermogens de stoornis in regulering van het bloedsuiker. Dat verband wordt in vervolgonderzoek onder de loep genomen. Hoe dan ook: voorkomen en remediëren van de verminderde gevoeiligheid voor insuline is aan te raden.

(Diabetes Care, jan. 2009)

Jonge kinderen ontwikkelen gemakkelijk valse herinneringen aan zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht naar de betrouwbaarheid van het geheugen van kinderen.

Het onderzoek werd uitgevoerd onder 91 lagere schoolkinderen, onderverdeeld in twee groepen: 44 kinderen van 7-8 jaar en 47 kinderen van 11-12 jaar. Eindconclusie van het onderzoek is dat vooral jonge kinderen gevoelig zijn voor suggestieve informatie. Zij ontwikkelen gemakkelijk valse herinneringen aan zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Zo meenden bijvoorbeeld van de ondervraagde basisschoolkinderen 70 procent ooit een ontvoering door een UFO te hebben meegemaakt nadat zij hier fictieve informatie over hadden gekregen. Onderzoeker Henry Otgaar: ‘In het verleden zijn in de Verenigde Staten leraren aangeklaagd voor jarenlang ritueel kindermisbruik op basis van bizarre, hoogst onwaarschijnlijke herinneringen van leerlingen, die achteraf door experts als valse herinneringen werden gezien, uitgelokt door suggestieve ondervragingen. Het is dus bijzonder relevant om onderzoek te doen naar valse herinneringen bij kinderen.’

(Appl. Cognit. Psychol. 23: 115-125 (2009), Universiteit Maastricht)

Bijna 60 procent van alle mensen die voor 2008 goede voornemens maakten, houden deze nog steeds vol. Dit geeft hoop voor 2009, waarin de belangrijkste voornemens zijn om af te vallen, gezonder te leven en meer te gaan bewegen. Dit blijkt uit onderzoek van GezondheidsNet.nl in samenwerking met Valtaf.nl onder hun bezoekers van de websites.

De ondervraagden hebben voor 2009 voornamelijk voornemens die met de eigen gezondheid te maken hebben. Populaire voornemens zijn: afvallen (29 procent), gezonder leven in het algemeen (22 procent) en meer bewegen (12 procent). Opvallend is dat specifieke diëten duidelijk aan populariteit verliezen en dat bijna de helft wil gaan afslanken door gezonder te gaan leven. Vorig jaar ging 22 procent nog met een dieet aan de slag, maar dit jaar geeft nog maar 12 procent zich over aan
een streng voedingsplan. Sonja Bakker blijft in deze groep het populairst (47 procent), gevolgd door de Weight Watchers (25 procent).
Volgens voedingsadviseurs moet je meteen beginnen, als je wilt afvallen. Maar het maakt eigenlijk niet zoveel uit, wanneer je begint met afvallen, zolang je voor jezelf maar een startpunt hebt. Maak wel een plan voor de langere termijn, bijvoorbeeld voor heel 2009, zodat je dit ook makkelijk kunt volhouden.
Voor het onderzoek vulden 1618 mensen de vragenlijst online in.

(GezondheidsNet.nl)

Je gelukgevoel dank je grotendeels aan mensen met wie je je verbonden voelt. Dat komt uit een onderzoek naar voren dat geluk koppelt aan het sociale netwerk, waarin het fijne gevoel net zoals een ziektekiem van de een op de ander kan overgedragen worden.

gelukkig mannetjeAlweer een onderzoek dat het belang van een goed sociaal netwerk benadrukt. Sociale relaties zijn de beste voorspeller voor het geluksgevoel. Het effect hiervan is zelfs vele malen sterker dan ooit gedacht. Mensen die zich omgeven met vrolijk gestemde mensen verhogen hun kans op het ultieme geluksgevoel.
Het onderzoek vroeg aan bijna 4800 personen (die in een gebied relatief dichtbij elkaar woonden) om op drie verschillende momenten tussen 1984 en 2003 een vragenlijst in te vullen, waarbij de vragen vooral ingingen op het gevoel van geluk. Daarnaast werd ook navraag gedaan naar de sociale contacten, wat de onderzoekers in staat stelde de sociale verbondenheid in beeld te krijgen. Wie gelukkig is, kan een heel netwerk gelukkiger maken, zo blijkt uit het onderzoek. Het geluk verspreidt zich volgens de makers van de studie het best op kleine afstanden. Een gelukkige vriend op minder dan een kilometer doet uw kans op geluk met 42 procent stijgen, een goede buur verhoogt die kans met 34 procent.
Als jij iemand kent die gelukkig is, dan verhoogt dat jouw kans op geluk met 15,3 procent. Ken jij iemand die een gelukkig iemand kent, dan verhoogt dat jouw kans op geluk met 9,8 procent. Hoe meer gelukkige mensen je kent, des te gelukkiger ben jijzelf.
Persoonlijke factoren, zoals het al dan niet hebben van een ban of getrouwd zijn bepalen ook de mate van geluk. Het geluksgevoel komt naar voren als een behoorlijk stabiele eigenschap die een beetje fluctueert, maar in feite weinig verandert.

(BMJ 12-2008)

Wie snel zijn geluksgevoel en tevredenheid met het leven wil verbeteren, heeft misschien iets aan de resultaten van een onderzoek door de universiteit in Kent State. De pen is een machtig middel, zo blijkt daaruit.

DankbaarheidOndanks rijkdom en alles hebben wat we willen, kampen meer dan ooit mensen met een ongelukkig gevoel. Om te kijken wat daarin verandering kan aanbrengen, deed men in Amerika onderzoek onder studenten. Die werden via een cursus geleerd om brieven te schrijven waarin ze hun dankbaarheid centraal stelden. De brieven moesten gericht zijn aan mensen die een positieve invloed hebben gehad op hun leven tot dan toe.
Na het schrijven van elke positief getinte brief kreeg de groep een vragenlijst voorgelegd waarmee de stemming en het geluksgevoel werden nagevraagd. Het geluk groeide met elke dankbaarheidbrief, zo stelde de onderzoeker vast.
Maar liefst 3 op de 4 onderzochte studenten meldde door te willen gaan met het schrijven van dankbaarheidsbrieven na afloop van het onderzoek.
Dit is niet het eerste onderzoek dat laat zien dat schrijven over gevoelens vaak samengaat met afname van gezondheidsklachten, een verbetering van de weerstand tegen ziekten en afname van depressieve klachten. Door dankbaarheid onder woorden te brengen, weet je weer dat dankbaarheid en tevredenheid heel dichtbij zijn. Daarmee verbetert de levenskwaliteit aanzienlijk. Een goed sociaal netwerk biedt sowieso een buffer tegen veel leed. De vriendengroep hoeft absoluut niet omvangrijk te zijn en je hoeft niet altijd het middelpunt van feesten te zijn, maar slechts één of twee ware vriendschappen kunnen bescherming bieden tegen negatieve levensgebeurtenissen.

(Kent State University)

Een boze bui van een puberdochter in een conflictsituatie is totaal niet erg. Tenzij ze daarna verdrietig of met schuldgevoelens naar bed gaat. Dat zegt Anna Lichtwarck-Aschoff, die op 13 november in Groningen promoveert op haar onderzoek naar de identiteitsontwikkeling van meisjes in puberteitleeftijd.

sombere adolescent21 meisjes van 15 jaar vroeg zij een dagboek bij te houden over ruzies met hun moeder. Ze ontdekte dat het niveau van autonomie – zelf bepalen wat je wanneer doet en hoe – samenhangt met de manier van ruziemaken. Meisjes met een sterk gevoel van autonomie bleken tijdens een ruzie meer boosheid te voelen en beter in staat te zijn uit de drukken wat ze wilden. Na het conflict voelden ze sneller neutrale of positieve emoties, waardoor ze zich sneller weer verbonden voelden met hun moeder. Meisjes met een minder ontwikkeld gevoel van autonomie voelden tijdens een conflict meer frustratie en verdriet. Die nare gevoelens bleven na het conflict langer hangen.

(RuG-bericht)

Als je een milkshake drinkt, wordt normaal gesproken een gebied in de hersenen geactiveerd dat je een blij gevoel geeft. Echter, dat geldt niet voor mensen met overgewicht, hoe raar dat ook klinkt. Zwaarlijvigen gaan hardnekkig door met teveel eten, omdat ze niet genoeg voldoening krijgen van voedsel. Door teveel te eten, proberen zij dit tekort aan pleziergevoel op te heffen.

MilkshakeDeze conclusies komen uit een onderzoek onder een kleine groep van 43 studenten, van wie via MRI hersenscans werden gemaakt terwijl ze milkshake dronken. Hoe kleiner de respons in de hersenen in reactie op de smaak van milkshake, hoe groter de kans op overgewicht. De hersenscans toonde dat een bepaald gebied in de hersenen actief werd na een milkshake: het dorsale striatum. Bij de zwaarlijvige proefpersonen lag die activiteit ver onder de maat.
Wetenschappers weten al langere tijd dat genetische factoren bepalend zijn waar het gaat om overgewicht. Dopamine speelt daarbij de hoofdrol. Dit is de stof die in de hersenen het plezierig gevoel oproept. Eten kan tijdelijk het gehalte aan dopamine laten stijgen.
Dopamine speelt niet alleen een rol bij het voelen van plezier, maar heeft ook iets te maken met aanleren van gedrag. De dopamine-receptoren in de hersenen hebben ook iets te maken met verslavingen en met het vermogen om impulsen te weerstaan.
Als artsen kunnen vaststellen wie een risico heeft op overgewicht door de aanwezigheid van de bepalende genvariatie, kan preventief worden ingegrepen. Men kan leren om op andere wijze het gevoel van plezier op te roepen, niet via eten van lekkere dingen, maar via sport bijvoorbeeld. Mogelijk kunnen dan de hersenen opnieuw worden geprogrammeerd, zodat mensen uit de risicogroep niet alleen suikerrijk ongezond voedsel willen nuttigen.

(Science)

Drie genomineerden voor de scriptieprijs online hulp 2008 zijn bekend. Het gaat om scripties over online opvoedingsondersteuning, suïcidepreventie via internet en een online behandeling voor seksueel getraumatiseerde jongeren.

De jury onder leiding van Lodewijk de Waal (Humanitas) maakt de winnaar bekend op 14 oktober. Met de scriptieprijs stimuleert stichting e-hulp.nl dat kennis over online hulpverlening verder verspreid wordt. De scriptie over online opvoedingsondersteuning onderzoekt de redenen van ouders om opvoedingssites te bezoeken, hun voorkeuren daarbij en de beoordeling van dit soort websites. De scriptie over suïcidepreventie via internet beschrijft de kwaliteit van online suïcidepreventie. De derde genomineerde scriptie
gaat over de aanmeld-, screenings- en behandelfase van een geprotocolleerde behandeling van seksueel
getraumatiseerde adolescenten
via internet.
De drie genomineerde scripties en de acht andere ingezonden scripties zijn te bekijken via de website van e-hulp.nl.

Sommigen drinken ze constant elke dag, die energiedrankjes. Dat kan nogal ongunstig uitpakken, als we kijken naar de resultaten van een onderzoek waarover bericht wordt het vakblad Drug and Alcohol Dependence. Cafeïne is een aardige stimulans, maar wordt giftig als je er teveel van binnen krijgt. Toxicologen melden elk jaar wel een paar gevallen van mensen die op de intensive care belanden door een overdosis cafeïne.

EnergiedrankHet is vooral de hoeveelheid cafeïne in energy drink à la Red Bull en Go Fast die zorgen baart. Die komt in sommige gevallen overeen met 14 blikjes cola, wat de kans op cafeïnevergiftiging verhoogt. Een blikje cola bevat gemiddeld 35 mg cafeïne, een kop koffie meestal 100 tot 150 mg.
Cafeïnevergiftiging is een erkend klinisch syndroom, waarvan de belangrijkste kenmerken zijn: angst, rusteloosheid, slapeloosheid, ontregeld maag-/darmstelsel, trillingen, verhoogde hartslag. Sporadisch kan cafeïnevergiftiging de dood tot gevolg hebben. Men pleit nu voor waarschuwingen op het etiket van energiedrankjes om gebruikers goed te informeren over de mogelijke gevolgen van het drinken van teveel blikjes.
De onderzoekers stellen trouwens ook nog dat de combinatie van energiedrankjes en alcohol gevaarlijk is. Cafeïne en alcohol zorgen samen voor uitdrogingsverschijnselen. Energiedrankjes zouden volgens sommigen zelfs de deur openzetten naar de meer ernstige vormen van middelengebruik.

(Drug and Alcohol Dependence, Chad J. Reissig, e.a., sept 2008)

Een slaapkamer die goed ruikt, kan je leuke dromen bezorgen. Het tegenovergestelde gaat op voor de slecht ruikende slaapkamer.

droomDit nieuws komt af van een Duits onderzoek dat gebruik maakte van een lekkere geur (rozen), een negatieve geur (rotte eieren) en neutrale geur in een slaaplaboratorium, waarin 15 gezonde vrouwen vrijwillig meerdere nachten doorbrachten. Telkens wanneer de vrouwen het stadium van de REM-slaap bereikten, waarin het dromen optreedt, werden ze door de onderzoekers gewekt. Ze kregen toen de opdracht om te rapporteren waarover de droomden of waaraan ze dachten vlak voor het wakker worden. Niet alleen beschreven de vrouwen hun droom, ze moesten deze ook op een schaal beoordelen.

Uit de data komt naar voren dat de vrouwen duidelijk vaker leuke dromen meldden, wanneer zij in de prettig geurende kamer vertoefden. In de smerig ruikende ruimte werden vooral nare dromen beleefd. Het soort geur bepaalde niet hoe lang men droomde of hoe bizar de droomervaringen al dan niet waren.
Dit is een interessant gegeven, omdat het nu misschien ook mogelijk is om nachtmerries te voorkomen of behandelen via geur.

(American Academy of Otolaryngology – Head and Heck Surgery 112th annual meeting, Chicago, Sept. 21-24, 2008/ WebMD)

Als het gaat om uitingen van agressie reageren jongens deze direct af, bijvoorbeeld door te slaan, en uiten meisjes zich indirect. Dat dachten we altijd. Echter, in dezelfde mate als meisjes laten jongens vormen van (indirecte) sociale agressie zien, door te roddelen, negatief te spreken over anderen en die daardoor buiten te sluiten. Tot deze conclusie komt een Amerikaanse onderzoeker.

agressieve jongensDeze bekeek de resultaten van 148 onderzoeken, die samen in totaal 74.000 kinderen en jeugdigen omvatten. Deze onderzoeken, die voornamelijk het functioneren op school betroffen, gingen in op vormen van lichamelijk en sociaal agressief gedrag die iemands positie in een groep ondermijnen.
De analyse van de gegevens laat onder andere zien dat iemand die de directe vorm van agressie toont (lichamelijk agressie) in de meeste gevallen ook voor de andere indirecte vorm kiest.
Men stelde ook vast dat directe fysieke agressie tot grote aanpassingsproblemen leidt, die de kans verhogen op regelovertredingen en delinquent gedrag. Indirecte sociale agressie kan leiden tot depressie en een laag zelfbeeld.

Omdat tot voor kort alleen van meisjes werd gezegd dat zij anderen op slinkse wijze negatief zouden afspiegelen, gingen leraren gingen uit van een onjuiste aanname. Daardoor hebben we misschien sommige mislopende situaties verkeerd beoordeeld.

(Child Development, Vol. 79, Issue 5, Direct and Indirect Aggression during Childhood and Adolescence: sept/oktober 2008).

Als je thee drinkt, vernietigen normaal gesproken spijsverterende enzymen ongeveer 80% van de gezonde catechines. Uit onderzoek blijkt nu dat je door een simpele maatregel dat effect kunt tegengaan.

Citroen in theekopVoeg een klein beetje citroensap toe aan de thee (liefst groene thee). Men denkt namelijk dat de fytochemicaliën in citrus de catechines (flavonoïden) stabiliseren, en daarmee beschermen tegen de inwerking van maagsappen.
Eerder onderzoek laat zien dat thee dankzij catechines meehelpt om vet in het buikgebied te verbranden.
Thee heeft bovendien een gunstige werking op de weerstand tegen ziektekiemen en zou de huid tegen veroudering beschermen.

(Common tea formulations modulate in vitro digestive recovery of green tea catechins. Green, R. J. et al., Molecular Nutrition & Food Research 51(9):1152-1162)

Wie het kind is van een oudere vader loopt ruim eenderde meer kans om een bipolaire stoornis of manische depressie te krijgen. Die conclusie komt uit onderzoek van Emma Frans dat is gepubliceerd in het tijdschrift Archives of General Psychiatry.

De kans op een kind met een manische depressie neemt toe bij vaders vanaf 29 jaar. Deze is het hoogst bij vaders van 55 jaar of ouder. De vermoedelijke oorzaak is dat mannen tijdens hun hele leven nieuw sperma aanmaken, waarbij steeds meer fouten kunnen ontstaan in het DNA.

(Archives of General Psychiatry)

Wie tussen zijn 25ste en 50ste veel beweegt, bereikt tot dertig jaar later een positief effect op de hersenen. Dit blijkt uit een Amerikaans-Zweeds onderzoek onder bijna vijftienhonderd Zweedse tweelingen.

Beweging gaat dementie tegenDe onderzoekers vroegen drieduizend tweelingen in 1967 naar hun leefgewoonten, en dus ook hoeveel ze bewogen. De oudste van deze groep tweelingen waren toen vooraan in de vijftig.
De onderzoekers konden die gegevens vergelijken met gegevens van de tweelingen uit 1998, zodat ze het verband konden bepalen tussen beweging, dementie en de ziekte van Alzheimer.
Lichaamsbeweging beschermt tegen deze ziekten, zo blijkt uit de data.
De verbanden blijven overeind als de onderzoekers hun cijfers corrigeren voor geslacht en opleiding. Lichaamsbeweging is een op zichzelf staande beschermende factor, concluderen de onderzoekers.

(J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2008 Jan;63(1):62-6)

Kinderen die het gevoel hebben dat ze van het verkeerde geslacht zijn, zouden rond hun puberteit verwezen moeten worden voor specialistisch onderzoek.

Dat stelt Madeleine Wallien, die op 27 juni promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij zegt dat het veel uitmaakt hoe extreem de vorm van ‘genderdysforie’ is die de kinderen hebben.
Kinderen die na de puberteit hun geslacht willen laten aanpassen, blijken al vóór hun 12e jaar een extreme vorm van genderdysforie te hebben gehad. Bij kinderen met een minder extreme vorm neemt de dysforie na de puberteit juist af. Het is daarom niet raadzaam genderdysfore kinderen al op jonge leeftijd volledig en permanent in de sociale rol van het andere geslacht te laten leven.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Al bekend is dat een calorie-arm voedingspatroon het humeur beïnvloedt. Australische onderzoekers hebben nu ontdekt dat ook voedingsstoffen als natrium, kalium, magnesium en calcium zo’n effect hebben. Volgens hen voel je je het beste met een voedingspatroon met weinig natrium en veel kalium.

De relatie tussen voeding en mood is vaak onderzocht. Uit studies blijkt bijvoorbeeld dat een dieet met weinig calorieën kan leiden tot een futloos, hongerig en vermoeid gevoel. Een low fat-voedingspatroon zou boos stemmen en een high fat-dieet dempt stress, zo blijkt uit dierstudies. Over het effect van electrolyten als natrium, kalium, magnesium en calcium is tot nu toe weinig bekend.
De Australiërs voerden een experiment uit met bijna honderd proefpersonen, die gedurende perioden van vier weken drie verschillende diëten moesten volgen: een zuiveldieet met veel calcium [HC], een dieet met weinig natrium en veel kalium [LNAHK] en een dieet met een matige hoeveelheid natrium, veel kalium en veel calcium [OD]. Ze werden gevraagd om vragenlijsten in te vullen, zodat de onderzoekers een beeld kregen van de stemming.
Toen de proefpersonen hun gewone dieet inruilden voor een LNAHK-dieet verbeterde hun stemming duidelijk. Het OD-dieet was niet van invloed op de schaal voor stemming. Vooral het LNAHK-dieet is dus goed voor het humeur.
Kalium is een element dat we vooral binnenkrijgen via plantaardige producten zoals fruit, aardappels, bonen en spinazie.

(Br J Nutr. 2008 May 9:1-8)

Cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt tot afname of voorkoming van zelfbeschadiging. Daarnaast verminderen ook de daarmee samengaande depressieve klachten, angstklachten en suïcidale gedachten door CGT. Dit gaat samen met verbetering van het zelfvertrouwen.

Dat blijkt uit het proefschrift Nadja Slee die de effectiviteit van kortdurende CGT naging bij zelfbeschadiging bij adolescenten en (jong)volwassenen. Uit eerder onderzoek blijkt dat 5% van de jongeren persoonlijke ervaring heeft met zelfbeschadiging, waarbij het gaat om het toebrengen van letsel aan het eigen lichaam, zoals snijden, branden, krassen, overdosering en het innemen van giftige stoffen. Mensen die zichzelf beschadigen doen dit uit schaamte meestal in het geheim.

CGT helpt deze problemen aan te pakken doordat het accent ligt op een veilige therapeutische relatie, het vergroten van vaardigheden om emoties te reguleren en helpende gedachten. Daarnaast gaat het om het vergroten van vaardigheden die belangrijk zijn voor het oplossen van problemen.
Uit het onderzoek van Slee blijkt dat met name cliënten met een voorgeschiedenis van seksueel misbruik of mishandeling veel baat hebben bij CGT en minder baat hebben bij reguliere behandelingen. Vooral voor deze groep cliënten lijkt CGT de behandeling van eerste keus.
N. Slee promoveert op 24 april 2008 aan de Universiteit Leiden.

(Samenvatting van het proefschrift)

Agressieve gedachten en fantasieën zijn normaal. Iedereen heeft ze. Of ze tot uitdrukking komen in agressief gedrag hangt af van wat er met de gedachten wordt gedaan: worden ze onderdrukt of wordt erover gepraat? Die gedachten moet je niet zomaar onderdrukken, want dat werkt averechts, waarschuwt Marleen Nagtegaal schrijft in haar proefschrift Aggression.

Nagtegaal baseert deze bevidingen op onderzoek bij studenten, leden van een schietsportvereniging, gedetineerden en deelnemers aan controlegroepen. Bij deze gemixte groep nam ze vragenlijsten af over agressieve fantasieën. Er kwamen veel vragen voor over verschillende manieren om agressieve gedachten te controleren, zoals het onderdrukken ervan.
Als je afleiding zoekt voor het hebben van agressieve fantasieën of als je hierover praat, heb je minder kans agressief gedrag te vertonen, zo stelt de onderzoeker. Probeer je de gedachten te onderdrukken, bestraf je jezelf of ga je over zo’n gedachte piekeren, dan is de kans groter dat je agressief gedrag gaat vertonen.
Het onderzoek laat zien dat gedetineerden hun gedachten vaker op een niet-functionele manier controleren. Zij piekeren vaker, straffen zichzelf en onderdrukken de gedachten.
Over de ongewenste gedachte praten met een vriend of vriendin blijkt wel goed te werken. Een ander succesvol voorbeeld is het zoeken van afleiding, andere dingen doen, waardoor je vergeet welke agressieve gedachte je had. Andere strategieën werken niet goed, de agressieve gedachten verminderen niet, en deze strategieën zijn geassocieerd met psychische klachten, zoals bijvoorbeeld depressie. Onderdrukken werkt ook niet. En ook jezelf straffen voor het hebben van zo’n gedachte helpt totaal niet.

(Erasmus Universiteit)

Jongeren kunnen op www.hulpmix.nl chatten met hulpverleners over problemen in de liefde. Hier zitten hulpverleners klaar om te luisteren en om advies te geven aan jongeren die juist niet gelukkig zijn in de liefde. De hulp is gratis en anoniem.
De site is een initiatief van jongerenwebsites en instellingen uit de jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg. Op hulpmix.nl kunnen jongeren over ruim 100 onderwerpen informatie en tips krijgen, hulp vragen aan andere jongeren en chatten met hulpverleners.

Voor het eerst is er onderzoek gedaan naar de effecten van langdurig mobiel telefoongebruik op de hersenen. Tot op heden richtte onderzoek zich alleen op de directe gevolgen van mobiel bellen.

De onderzoekers verdeelden 300 mensen onder in drie groepen: frequente bellers, normale bellers, en niet-bellers. Bij iedere groep werden neuropsychologische en persoonlijkheidstesten afgenomen en de hersenactiviteit gemeten met EEG.

Frequente bellers bleken hoger te scoren op een gerichte aandachtstest. De onderzoekers vermoeden dat dit komt door het regelmatig bellen in een drukke omgeving, waarbij mensen gerichte aandacht gebruiken. Ook bleken frequente bellers hoger te scoren op extraversie maar juist lager op openheid, wat betekent dat zij bekende dingen verkiezen boven nieuwe ervaringen.

Een belangrijke uitkomst in deze studie is dat frequente bellers meer trage hersenactiviteit (verhoogde Delta en Thetagolven) vertonen, nadat was gecorrigeerd voor de gevonden verschillen in persoonlijkheid en gerichte aandacht. Dit verschil met beide andere groepen valt echter nog wel binnen de normale range. Extreem vertraagde hersenactiviteit wordt vaak aangetroffen bij mensen met de ziekte van Alzheimer. Omdat de frequente bellers hun mobiele telefoon gemiddeld slechts 2,4 jaar gebruikten, kan het zijn dat het effect van mobiel bellen op hersenactiviteit groter wordt naarmate het gebruik toeneemt.


The International Journal of Neuroscience, 117:1341-1360, 2007.

Op 12 september heeft Slachtofferhulp Nederland de site www.ikzitindeshit.nl in de lucht gebracht. Deze is gericht op jonge slachtoffers van een misdrijf, een verkeersongeval of een confrontatie met geweld. De bedoeling is dat de site de drempen om hulp te zoeken verlaagt. Www.ikzitindeshit.nl bevat informatie en advies voor slachtoffers, getuigen en bekenden van slachtoffers. Er zijn twee delen. Eén is bestemd voor kinderen tot 13 jaar, de ander is voor jongeren van 13 tot 18 jaar. Beide sites leggen uit hoe slachtoffers kunnen omgaan met hun gevoelens, wanneer het goed is om naar de politie te gaan en hoe zij dat het beste kunnen aanpakken.

Behandeling via internet van een depressie, angststoornis of alcoholprobleem werkt. Hulp via het internet is voor veel jongeren, volwassenen en ouderen een laagdrempelige manier om hulp te krijgen voor psychische problemen. Voordelen zijn onder andere: anonimiteit, geen reiskosten en de mogelijkheid tot hulp vragen buiten kantooruren.

Dit blijkt uit de Programmeringstudie E-Mental Health die het Trimbos-instituut uitvoerde en dat een overzicht biedt van het huidige internetaanbod. De bekendheid met internethulpverlening neemt toe, zo stelt Trimbos vast. Eén op de twee volwassenen overweegt online hulpverlening bij psychische problemen en twee op de drie jongeren.
In Nederland hebben jaarlijks 737.000 volwassen een depressie, 231.000 mensen een paniekstoornis, 493.000 mensen een sociale fobie, en 1,1 miljoen mensen een alcoholprobleem. Toch worden nog veel mensen met een psychische stoornis niet als zodanig herkend, waardoor zij geen gerichte hulp krijgen. De ziektelast blijft daardoor in stand.
Op dit moment is er een aanbod van 65 e-mental health behandelingen, gericht op diverse doelgroepen. De kwaliteit daarvan is niet altijd duidelijk. Daarom is één van de aanbevelingen in de studie om een expertgroep Kwaliteit & E-mental health in het leven te roepen. Een andere aanbeveling betreft de oprichting van een kenniscentrum op het gebied van e-mental health.

(Programmeringstudie E-Mental Health [pdf]).

Iedereen is ervan overtuigd dat vrouwen minstens twee keer zoveel woorden gebruiken dan mannen. Niets is echter minder waar; uit onderzoek blijkt nu dat zowel mannen als vrouwen gemiddeld ongeveer 16.000 woorden per dag gebruiken.

Of vrouwen daadwerkelijk veel meer praten dan mannen was eigenlijk nooit goed onderzocht. Dit was reden genoeg voor een aantal onderzoekers om de proef op de som te nemen. 396 Studenten droegen een aantal dagen een recorder bij zich. Deze nam om de 12,5 minuut een geluidsfragment van 30 seconden op. De recorders werden vervolgens beluisterd en de gesproken woorden geteld. Het aantal gesproken woorden per dag konden de onderzoekers vervolgens schatten. Uit de berekeningen bleek dat vrouwen gemiddeld 16.215 woorden per dag gebruikten, waar mannen 15.669 woorden nodig hadden. Dit verschil was niet significant. Wel waren er grote verschillen tussen de proefpersonen zelf. Er zijn dus inderdaad mannen van weinig woorden, maar daartegenover staan ook enorme praters. Hetzelfde geldt voor de vrouwen in dit onderzoek. De volksmythe waarin vrouwen over het algemeen veel meer praten dan mannen wordt door dit onderzoek ontkracht.

(Science 2007 Jul 6; 317(5834): 82)

Recent is een onderzoek afgerond dat het effect verschillende pijnstillers met elkaar vergeleek bij een specifieke doelgroep: (336) kinderen die zich hadden aangemeld met rug-, nek- of spierpijnklachten bij een ziekenhuis. Ibuprofen komt hieruit het gunstigst naar voren.

pijnstiller.jpgEen halfuur na inname van een pijnstiller rapporteerden alle 6- tot 17-jarigen een aangename afname van de pijnklachten. Dit effect was voor alle onderzochte pijnstillers gelijkwaardig. Na verstrijken van één uur leidde alleen Ibuprofen tot een langer aanhoudende pijndemping. Dat komt misschien door het ontstekingsremmende effect van dit middel.
De onderzoekers stellen dat elk kind op een eigen manier op pijnstillers reageert. Het is daarom aan te raden om met de arts te bespreken met welk medicijn het beste de pijn kan worden weggenomen of voorkomen, wanneer er sprake is van een medisch onderzoek dat die pijnlijk is of veel ongenoegen geeft, na een ongeluk of bij steeds terugkerende klachten, zoals hoofdpijn.

(Pediatrics 2007 Mar;119(3):460-467)

Door baby’s op éénjarige leeftijd te vragen naar de naam zouden we uit de respons hierop in een vroeg stadium kunnen zien of het nu al autistische neigingen heeft.

BabyDit zou fantastisch zijn, want op dit moment kunnen we autisme pas vaststellen rond de leeftijd van 3 á 4 jaar als het sociale leven, met name in de kleutertijd, een rol gaat spelen.

Ouders van autistische kinderen zeggen wel al op jonge leeftijd opmerkelijk gedrag waargenomen te hebben.
De ‘naam test’ beschreven in de Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine zou een mogelijkheid geven om autisme al op jonge leeftijd te kunnen diagnosticeren.
De onderzoekers hebben twee groepen kinderen onderzocht, een groep in gezonde ontwikkeling staande kinderen, voor de controle, en een groep kinderen die een hoog risico op autisme hadden omdat één van de broers of zussen dit verschijnsel met zich mee droeg.
Bij 12 maanden slaagden alle 46 kinderen uit de gezonde controlegroep erin een reactie te geven op zijn of haar naam, bij de risico groep reageerden 86% van de 101 kinderen. Daarna volgende de University of California Davis, Sacramento, 46 van de risico kinderen en 25 van de controle groep, de kinderen tot aan de hun tweede verjaardag. Driekwart van de risicokinderen die gezakt waren voor de naam test bleken ontwikkelingsproblemen te hebben. Van de kinderen waarbij later autisme is gediagnosticeerd, was de helft gezakt voor de naam test en van de kinderen met een ontwikkelingsachterstand was 39% gezakt.

Onderzoeker Aparna Nadig heeft samen met collega’s geprobeerd om de naam test al bij 6 maanden uit te voeren, maar dit liep op niets uit omdat de kinderen op die leeftijd nog echt te jong zijn.

Als de naam test stelselmatig ingevoerd zou worden dan zou niet alleen autisme vroegtijdig gespot kunnen worden, het indiceert dat we het kind meer aandacht zouden moeten schenken wanneer deze zakt voor de test. Als een kind zakt voor de test dan hoeft dit niet per se te betekenen dat deze autisme heeft, wel kun je zeggen dat als het kind telkens maar niet reageert op zijn of haar naam dat er een ontwikkelingsprobleem aan de orde zou kunnen zijn.

(Bron: BBC News)

Voor het eerst zijn lichamelijke reacties gemeten bij vrouwen die waren blootgesteld aan het steroid androstadien. Dat is een afbraakproduct van testosteron dat voorkomt in zweet van mannen.

mannenzweet.jpgBij het onderzoek maakten vrouwelijke studenten, die het naar musk ruikende androstadien hadden opgesnoven, binnen 15 minuten meer cortisol aan. Daardoor voelden ze zich beter. Hun hartslag, bloeddruk en ademhaling waren verhoogd.
De onderzochte stof wordt al gebruikt door producenten van parfums. Van ratten is al bekend dat ze reageren op de stof, van mensen tot nu toe eigenlijk niet.
Het vomeronasal organ neemt bij ratten de stog waar en schakelt door naar de hersenen. Bij mensen lijkt dit orgaantje niet te zijn verbonden met de hersenen.

[The Journal of Neuroscience, February 7, 2007, 27(6):1261-1265]

De kwaliteit van je gehechtheid als kind heeft effect op je huidige manier van denken en doen in je relatie, zo blijkt uit onderzoek dat gepubliceerd is in het Journal of Personality and Social Psychology.

Het onderzoek betrof 78 personen. Zij zijn vanaf hun eerste jaar zo’n 25 jaar lang gevolgd. Op éénjarige leeftijd werd hun gehechtheid in kaart gebracht. Toen zij 6 tot 8 jaar oud waren, rapporteerden hun leerkrachten de mate waarin en de manier waarop de kinderen contact hadden met klasgenootjes. Op 16-jarige leeftijd namen zij deel aan een interview, waarin zij gevraagd werden hun beste vriendschappen te beschrijven. Bij de meest recente meting, waarbij de leeftijd van de deelnemers varieerden van 20 tot 23 jaar, vulden zij en hun partners een aantal vragenlijsten in betreffende hun relatie. Hierbij werd onder andere gekeken naar het uiten van emoties en de onderlinge emotionele betrokkenheid.

Uit de resultaten blijkt dat het uiten van emoties in huidige relaties terug te leiden is naar de kwaliteit van de gehechtheid als kind. Zo werden éénjarigen, die veilig gehecht waren, door hun leerkrachten gezien als sociaal competentere kinderen. Deze kinderen hadden hechtere vriendschappen op 16-jarige leeftijd. Dit was weer voorspellend voor de mate van emotionele betrokkenheid in latere relaties.
Al blijkt een veilige hechting dus voorspellend te zijn voor positieve relaties op latere leeftijd, de conclusie dat onveilige hechting automatisch tot het tegendeel leidt kan op basis van dit onderzoek niet worden getrokken.

(Journal of Personality and Social Psychology, februari 2007)

Familieleden van patiënten die op sterven liggen kunnen baat hebben aan veel bijeenkomsten voor overleg en meer tijd om met familieleden te praten. Dit helpt hun om beter om te gaan met hun verdrietige gevoelens. Ook een brochure over rouwverwerking kan helpen.

rouw.jpg

Deze adviezen volgen uit een gecontroleerd onderzoek van Franse wetenschappers. Zij baseren de adviezen op hun onderzoek bij 108 familieleden van 126 patiënten die op op sterven lagen. 56 familieleden werden in de interventiegroep ingedeeld, 52 in de controlegroep.
Het effect van de de bijeenkomsten (= interventie) werd bepaald aan de hand van een telefonisch interview, dat 90 dagen na het overlijden van de patiënt plaatsvond.

Toen bleken de 56 deelnemers in de interventiegroep duidelijk lager te scoren op een schaal, de Impact of Event Scale. Ze hadden beduidend minder last van de kenmerken die horen bij de posttraumatische stress-stoornis. Ten slotte scoorde de behandelde groep ook lager op een schaal voor meten van angst en depressieve gevoelens.
Het zijn misschien kleine dingen, maar een luisterend oor en steun kunnen dus waardevol zijn voor wie te maken krijgt met het overlijden van een dierbaar famielid.

(NEJM, februari 2007, volume 356:469-478)

Met zelfhypnose kunnen jongeren met angstklachten en bijkomende emotionele of gedragsproblemen geholpen zijn. De effecten van hypnotherapie zijn doorgaans duidelijker dan die van ontspanningstechnieken.

Met deze mening komt David Byron, die onderwijspsycholoog is. Hij baseert zijn uitspraken op onderzoek bij 10 leerlingen in de leeftijd van 11 tot 16 jaar. Bij deze tien personen vormden angstklachten het primaire probleem.
De leerlingen kregen behandeling in gesprekken, waarbij meestal ook hun ouders aanwezig waren. Met behulp van de hypnosetechniek leerden ze hun doelen toe te passen. Gedragsverandering komt goed tot stand, volgens Byron. Daarom vormt hypnose een goede aanvulling op de standaard therapieën, aangezien hypnotherapie zowel cognitieve als emotionele veranderingen bewerkstelligt.
Angst bij kinderen kan leiden tot paniekaanvallen, vermijdingsgedrag en continu piekeren over zichzelf. De standaardbehandeling omvat uitleg over wat angst is en cognitieve gedragstherapie.
Byron deelde in een presentatie zijn ervaringen met collega’s tijdens een conferentie van de afdeling kinderpsychologie van de Britse psychologenvereniging.

(Hc2D)

De HersenenOnderzoekers zeggen het gebied in de hersenen gevonden te hebben dat verantwoordelijk is voor voor het feit dat iemand egoïstische trekken heeft of niet.

Altruïsme, de eigenschap anderen belangeloos te helpen, lijkt te zitten in het hersengebied dat bekend staat onder de naam posterior superior temporal sulcus.

Door de hersenen te scannen ontdekten de Amerikaanse onderzoekers het gebied dat gerelateerd is aan het onzelfzuchtige gedrag van een persoon. De Duke University Medical Center heeft 45 vrijwilligers onderzocht en de bevindingen gepubliceerd in het tijdschrift de Nature Neuroscience.

De participanten werd gevraagd bij benadering aan te geven hoe vaak zij betrokken waren bij het helpen van anderen, zoals het doen van liefdadigheidswerk. Daarna werden ze gevraagd om een computerspel te gaan spelen dat ontworpen is om vast te stellen in hoeverre iemand altruïstisch is.

De onderzoekers zeggen dat dit resultaat grote gevolgen kan hebben. Op dit moment gaan zij kijken hoe dit onderzoek verder uitgebouwd kan worden om de ontwikkeling van dit hersengebied in kaart te brengen en zo meer grip te krijgen op vorming hiervan.

De onderzoeker Dr. Scott Huettel verklaarde: “Ook al begrijpen we de functie van dit gebied in de hersenen, het wil niet zeggen dat we weten wat mensen zoals moeder Theresa motiveert. Wel zegt het meer over de oorsprong van sociaal gedrag waaronder altruïsme.”

Bron: BBC News

Onderzoekers van de universiteit van Londen hebben in een virtuele omgeving een omstreden experiment nagebootst, dat Milgram in de jaren 60 op echte mensen uitvoerde. De conclusie is dat hersenen gefopt kunnen worden in de virtuele omgeving. 

In het experiment van Milgram vroeg men proefpersonen om aan patiënten een reeks woordparen aan te leren. Eén van de opdrachten was om na een fout antwoord de ‘patiënt’ een pijnlijke schok toe te dienen. In feite was de patiënt een acteur, maar dat was niet bekend bij de ‘leraar’ die de schokken uitdeelde. De schokken werden dus niet werkelijk toegediend. De proefpersonen, die dat niet wisten, hun slachtoffers schreeuwen van de pijn en smeken om genade. Ondank dat bleek in het onderzoek van Milgram een flink deel van de proefpersonen schokken toe te dienen, die dodelijk zouden zijn geweest. Vanaf het moment dat de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij hen werd gelegd, toonden ze nauwelijks gevoeligheid en meeleven. Vanzelfsprekend werd het uitvoeren van dit soort experimenten sterk bekritiseerd en om ethische redenen verboden.

virtueel.jpgHoogleraar M. Slater heeft het experiment herhaald op digitale wijze. De ‘patiënt’ was in dit geval een vrouwelijke virtuele persoon op een computerscherm. De proefpersonen wisten dus dat hun opdracht om de patiënt woordparen te leren niet echt was.
Een eerste groep proefpersonen kon de virtuele patiënt niet zien, maar alleen met haar communiceren via een tekstverwerker.

Een tweede groep zag een zo echt mogelijk lijkende 3D-weergave van hun gesprekspartner. In de eerste groep deelden de proefpersonen alle 20 schokken uit. De helft van de tweede deed dat ook, maar de anderen stopten daarmee na tussen de een aantal schokken.
Vervolgens vroeg men de proefpersonen of ze nog hadden overwegen om het experiment tussentijds te stoppen. De helft van de tweede groep zei daaraan te hebben gedacht. De analyse van hun lichamelijke reacties liet zien dat ze de onmiskenbare stressreacties vertoonden zoals zweethanden en versnelling van de hartslag. In feite reageerden ze op de virtuele situatie alsof deze echt was. De hersenen kunnen blijkbaar niet altijd even goed onderscheid tussen echt of niet echt. De onderzoekers opperen nu om computersimulaties te gebruiken om ook andere omstreden sociaal-wetenschappelijke experimenten te doen.

(Nature)

De resultaten van onderzoek in ons land laten zien dat het slikken van pilletjes met foliumzuur (= vitamine B11) een aantal aspecten van het cognitief functioneren verbetert. Het gaat om vaardigheden die normaal gesproken met het vorderen van de leeftijd normaal gesproken achteruit gaan.

ouderen.jpgDit positieve effect van extra foliumzuur is naar voren gekomen uit een onderzoek naar atherosclerose bij mensen tussen de 50-70 jaar. Het betrof een gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek bij 818 deelnemers. Zij kregen gedurende drie jaar elke dag 800 μg foliumzuur of een placebopil. In vergelijking met de placebogroep steeg in de behandelgroep de folaatconcentratie in het plasma met 576%. 

Het totale homocysteïnegehalte daalde met 26% en dat is gunstig. Na 3 jaar presteerde de behandelgroep significant beter op tests voor het geheugen, de snelheid van informatieverwerking en de motorische snelheid.
Het onderzoek onderstreept het belang van de B-vitamines, waarvan foliumzuur er één is. Foliumzuur doet meer dan het beschermen van babietjes tegen aandoeningen in het zenuwstelsel. Het helpt bij het omzetten en gebruiken van eiwitten, is essentieel voor de aanmaak van rode bloedcellen en de synthese van DNA. Ook wordt foliumzuur door het lichaam gebruikt bij de groei van nieuwe cellen.
Foliumzuur komt van nature veel voor in bonen, citrusvruchten, tarwekorrels (volkoren meel), spinazie en gevogelte.
(The Lancet)

Mensen die lijden aan amnesie hebben niet alleen gaten in hun geheugen. Er komt nog meer bij. Ze hebben er veel moeite mee om zich een voorstelling te maken van toekomstige gebeurtenissen en missen het gevoel bij het denken over wat in de toekomst gebeurt.

geheugenstoornis.jpgTot die conclusies komt een groep Britse onderzoekers op basis van uitgebreid onderzoek bij vijf patiënten met amnesie. Bij deze personen was het geheugenverlies het gevolg van infecties die schade veroorzaakte aan de hippocampus. Dit leidde tot een bijzondere vorm van geheugenverlies.

Zo konden deze vijf personen zich diverse belangrijke gebeurtenissen niet meer voor de geest halen, maar beschikten ze wel over intacte feitenkennis. Ze wisten bijvoorbeeld goed de namen van hun familieleden. Bijna alle vijf patiënten hadden helaas nog een andere tekortkoming: ze konden zich geen beeld vormen van gebeurtenissen die in de toekomst plaatsvinden.
De onderzoekers weten dankzij dit onderzocht dat mensen met amnesie vastzitten in het heden. De stoornis heeft ernstige gevolgen.

(Proceedings of the National Academy of Sciences, jan. 2007)

Het gros van goede voornemens loopt op niks uit. Bijna 20% van de mensen stelt uit, ook al vinden ze dat ze iets zouden moeten doen. En bijna altijd komt dat door een tekort aan zelfvertrouwen, dat leidt tot geringe zelfcontrole. Dat stelt Piers Steel, die werkt op de universiteit in Calgary en expert is op het gebied van uitstellen. Hij weet daar alles van op basis van literatuurstudie, waarover hij schrijft in het blad van de Amerikaanse psychologenvereniging.

uitstel.jpgSteel constateert dat de meeste zelfhulpboeken er naast zitten, als ze zeggen dat uitstellen het gevolg is van perfectionisme. Mensen die steeds maar uitstellen hebben minder zelfvertrouwen en denken dat ze de taak niet goed zullen afmaken. Perfectionisme is niet de oorzaak van uitstelgedrag.

Perfectionisten stellen niet uit, maar maken zich er alleen zorgen over. Er zijn naast een tekort aan zelfvertrouwen nog meer kenmerken die uitstelgedrag uitlokken. Dit zijn tekortschietende motivatie, verhoogde afleidbaarheid en impulsiviteit.
Naar schatting één of de vijf mensen heeft last van uitstelgedrag. Er kunnen flinke nadelen aan verbonden zijn, zoals de extra kosten die het uitstel van het invullen van belastingformulieren en betalen van rekeningen met zich mee kan brengen.

Goede voornemens lopen ook vaak stuk, doordat andere verleidingen moeilijk te weerstaan zijn. Verslaafden kunnen prima een afkickprogramma doorlopen, maar wanneer ze terug in de maatschappij zijn, komen ze aan verleidingen bloot te staan. Dagelijkse gewoontes zijn sowieso lastig te doorbreken.
Het goede nieuws van Steel is dat onze wilskracht geen grenzen kent. Deze staat of valt met het geloof in jezelf. Als je denkt dat je iets kunt, kun je het. Bij een goede zelfcontrole hoort dat je weerstand kunt bieden aan verleidingen, die je van het voornemen afbrengen.
Het is onduidelijk waarom sommige mensen veel eerder en vaker te maken hebben met hinderlijk uitstelgedrag. Misschien hebben de genen daarmee iets te maken.
Steel baseert zijn uitspraken op bijna 700 onderzoeken op dit gebied.

(Psychological Bulletin. 2007 Jan Vol 133(1) 65-94)

Nederlandse onderzoekers schreven voor de Gezondheidsraad het rapport Richtlijnen Goede Voeding, en verwerkten daarin vijfhonderd recente studies over voeding en gezondheid. In dit stuk vertellen o.m. professor Frans Kok en hoogleraar Daan Kromhout waarom slechts twee procent van de Nederlandse bevolking gezond eet. 

Beweging is het sleutelwoord in het advies. Als je lichamelijk niet actief bent is het volgens de onderzoekers moeilijk om optimaal gezond te worden. Het advies benadrukt ook dat het optimaliseren van het totale voedingspatroon belangrijker is dan de inname van individuele voedingsmiddelen of supplementen. Op het gebied van de voeding geldt dat voor het behalen van gezondheidswinst het geheel meer is dan de som der delen.

Er is een apart hoofdstuk gereserveerd voor visoliën.  Al bij een relatief lage visconsumptie wordt grote gezondheidswinst geboekt. Recente onderzoeksresultaten suggereren dat de huidige Nederlandse voedingsnorm
voor visolievetzuren van 200 mg per dag – die bedoeld is om het risico op chronische ziekten zoveel mogelijk te verminderen – aan de lage kant is. Het optimale visgebruik komt neer op: ‘tweemaal per week een portie vis waarvan tenminste eenmaal vette vis’.

Hier vind je de adviezen van de Gezondheidsraad.

Artsen zouden wat meer oog moeten hebben voor de mens achter de klacht. Dat vindt hoogleraar J. de Vries. Dit zou voor een groot deel de angst die veel patiënten hebben flink kunnen verminderen.

Bij het kiezen van de juiste behandeling varen artsen teveel op protocollen en eigen inzicht, zonder te kijken naar wat de patiënt belangrijk vindt, zegt Jolanda de Vries, die sinds september 2006 hoogleraar kwaliteit van leven in een medische setting aan de Universiteit van Tilburg is. Zij wil weten hoe hoe patiënten hun ziekte en behandeling beleven. En hoe een arts daarmee rekening kan houden in het aanbieden van een behandeling of therapie. Patiënten die bijvoorbeeld erg angstig zijn, zouden baat hebben bij begeleiding door een psycholoog.
Zo komt uit onderzoek van De Vries naar voren dat angst bepalend kan zijn voor de keuze van behandeling bij borstkanker. Bij angstige vrouwen is een borstamputatie vaak een betere behandeling is. Als een deel van de borst wordt gespaard, is dat voor sommige vrouwen vaak een reden om juist méér te gaan tobben over de toekomst, stelt de Vries. Soms willen kankerpatiënten liever niet behandeld worden, omdat een ingreep zulke zware psychologische of sociale gevolgen heeft.

De Vries stelt dat de patiënt als geheel individu in de medische wereld met haar vele specialismen buiten beeld is geraakt. Artsen moeten begrijpen dat hoe zij tegen patiënten aankijken en hen bejegenen, iets met diezelfde patiënt doet. 

(Universiteit van Tilburg)

Bij een onderzoek met speciaal gekweekte, snel verouderende muizen blijken zwavelverbindingen uit de uienfamilie geheugenstoornissen tegen te gaan.

De muizen kregen verschillende zwavelverbindingen toegediend, die werden verkregen uit ui en knoflook. Vervolgens kregen ze geheugentests te doen. Toediening van de zwavelverbinding verbeterde hun geheugen significant. In de hersenen van de muizen bleek de stof de concentratie van een oxidant in de hippocampus te verlagen.
De resultaten betekenen dat het frequent eten van uien en knoflook misschien leeftijdsafhankelijke aftakeling van het geheugen tegengaat bij mensen.

(Biofactors)

Lezen over dieetmaatregels en gewichtsverlies kan op latere leeftijd negatieve gevolgen hebben. Meisjes in de puberleeftijd die dergelijke artikelen lezen, lopen een grote kans op het toepassen van maatregelen om slank te worden die negatief zijn voor de gezondheid, zoals braken of gebruik van laxeermiddelen. De kans op een eetstoornis is groter bij meiden die veelvuldig teksten over diëten lezen.  

dieetadviesDie conclusies trekken onderzoekers van de universiteit in Minnesota op basis van hun onderzoek met vragenlijsten (zelfrapportage). Het maakt volgens hen niet uit of de meiden die de artikelen lezen al dan niet last hebben van overgewicht. Ook maakt het niet uit of ze belang hechten aan het constant houden van hun lichaamsgewicht.

De onderzoekers constateren dat het frequent lezen over dieten een voorspeller is van ongezonde wegen tot gewichtscontrole in de komende jaren. De kans hierop wordt verdubbeld door het vaak lezen van de artikelen.  Hoewel de dieetartikelen prima advies bevatten over de noodzaak tot schrappen van transvetzuren en zoute snacks bevatten ze ook een verborgen boodschap. ‘Je moet je zorgen maken over je lichaamsgewicht’ en ‘je moet er alles aan doen om dik en zwaar worden tegen te gaan’.

Het onderzoek is uitgevoerd bij ruim 2.500 adolescenten van beide seksen. De resultaten laten zien dat 14% van de jongens artikelen over voeding en gewichtsverlies leest tegenover 44% meiden. Voor de groep jongens geldt dat er geen verband is aangetoond tussen het lezen van de artikelen en pogingen om het gewicht te beheersen via ongezonde technieken.
Volgens de onderzoekers kunnen ouders het beste met hun dochters in gesprek gaan, wanneer ze merken dat zij regelmatig lectuur over gewicht en voeding lezen. Het gesprek kan dan gaan over de verborgen boodschappen in de tekst. Het onderzoek ondersteunt de gedachte dat het zelfbeeld van adolescenten voor een deel bepaald wordt door culturele invloeden, waaronder tijdschriften en tv vallen. Uit eerder onderzoek komt naar voren dat het kijken naar beelden van (te) dunne vrouwen kan leiden tot een negatief zelfbeeld over de lichamelijke verschijning.

(Pediatrics, januari 2007)

Als je de symptomen van je ziekte intikt in de zoekmachine van Google wordt je in 57,7% van de gevallen naar de juiste diagnose geleid. Vooral bij ziektes met unieke symptomen is de kans op een juiste diagnose groot. Bij complexe ziekten met niet-specifieke symptomen is de slagingskans kleiner.

googleDit blijkt uit een onderzoek, waarbij artsen 26 ‘lastige gevallen’ uit de New England Journal of Medicine kozen. Ze formuleerden bij elk van deze gevallen drie tot vijf zoektermen om die aan de zoekmachine Google op te geven. De onderzoekers kenden de correcte diagnose niet. De zoektocht met behulp van Google leidde bij 15 gevallen (57,7%) tot de juiste diagnose. Volgens de onderzoekers kan het internet artsen helpen bij het stellen van de diagnose in moeilijke gevallen. Informatie over zelfs de meest zeldzame ziekten kan binnen enkele minuten worden opgeroepen en gelezen. Omdat zoekmachines een effectief hulpmiddel vormen bij klinische zorg, zouden artsen in opleiding deze goed moeten leren gebruiken.

Sommige artsen zouden niet altijd blij zijn met de mondigheid van de Googelende patiënt. In het algemeen kunnen we stellen dat patiënten het beste open kunnen blijven staan voor de visie van hun arts, ook als ze zelf al het ziektebeeld en de remedie menen te hebben vastgesteld. Bij het bespreken van de informatie die gevonden is, is het aan te raden dat de patiënt de arts niet het gevoel geeft dat zijn kennis getoetst wordt. Het blijft hoe dan ook raadzaam om behoedzaam om te springen met de informatie over ziektes die via Google gevonden worden. Bij slechts 2 procent van de informatie zou terug te leiden zijn op welke bron men zich baseert.

(BMJ 12-2006; deze link leidt naar het volledige artikel.)

We wisten het eigenlijk al. Iemand zien of horen lachen maakt dat je zelf ook lachen moet. We vinden dit bevestigd dankzij Britse onderzoekers die erover schrijven in het Journal of Neuroscience.

Binnen de University College London deed men een experiment waarin bekeken werd wat er in de hersenen gebeurt van mensen die naar gelach luisterden. Hiervoor werd de hersenactiviteit van vrijwilligers gemeten met een MRI-scanner, terwijl ze allerlei menselijke geluiden hoorden. Het ging daarbij om positieve menselijke emoties in de vorm van gelach, en ook om negatieve kreten van triomf, angst en afgrijzen. Alle geluiden veroorzaakten reacties in de hersenen van de proefpersonen. Als eerste zagen de onderzoekers activiteit in de zogeheten promotorische cortex. Dat is het deel van de hersenschors waar bewegingen worden voorbereid en gecoördineerd. Daarna verplaatste de hersenactiviteit zich naar de primaire motorische cortex, die ervoor zorgt dat spieren samentrekken. Dit betekent dat de proefpersonen het gedrag dat ze hoorden in hun hoofd kopieerden, en soms ook in het echt. Vooral de positieve kreten werkten aanstekelijk. De hersenactiviteit bleek bij het horen van lachen tweemaal zo hoog als bij het luisteren naar een angstige of gillende persoon.

De veroorzakers van het meelachen zijn hersencellen met de naam spiegelneuronen. Die zorgen ervoor dat als een persoon iemand anders iets ziet doen, hij of zij automatisch – alleen in gedachten of zelfs qua bewegingen – dezelfde handeling uitvoert.
De Britse onderzoekers denken dat de drang tot imiteren kenmerkend is voor dieren die in groepen leven, zoals mensen en apen. De drang is nodig om een band te scheppen tussen mensen.

(Journal of Neuroscience, december 2006)

In de lijst van de meest gelukkige landen ter wereld staat Nederland op de vijftiende plaats. De lijst werd gemaakt door psycholoog Adrian White van de Leicester University. Als gelukkigste land wordt Denemarken genoemd. Op de laatste plek, nummer 178, staat het Afrikaanse land Burundi.


De analyses zijn gebaseerd op honderd verschillende studies die over de hele wereld zijn gehouden. Hierbij zijn er 80.000 mensen ondervraagd. De vragen hadden betrekking op gelukkig zijn en tevredenheid in het leven. Ook werd er gekeken naar gezondheid, rijkdom en het kunnen volgen van onderwijs. White vindt het opmerkelijk dat een aantal grote landen slecht scoren. Zo staat China op de tweeëntachtigste plek, India op de honderd vijfentwintigste en Rusland op honderd zevenenzestig.     

Top 5 van de lijst:
1. Denemarken
2. Zwitserland
3. Oostenrijk
4. IJsland
5. De Bahama’s

Seligman, een psycholoog die verbonden is aan de universiteit van Pennsylvania, specialiseert zich in het geluk van mensen. Eén van zijn gelukgevende adviezen is dat je je elke avond drie dingen voor de geest moet halen die de afgelopen dag positief waren. En dan moet je vervolgens ook analyseren waarom die dingen gebeurd zijn. Dit werkt, omdat je je dan richt op de goede gebeurtenissen die je meemaakt.
Mensen kunnen ook hun sterke kanten leren kennen door een vragenlijst waarin alleen sterke kanten beschreven staan, zoals: kunnen genieten van mooie dingen, openstaan voor nieuwe leerervaringen. Dan moet je elke dag één van die sterke kanten toepassen
Deze tips en vragenlijsten vind je op de site Authentic Happiness, waarmee Seligman het effect van zijn adviezen onderzoekt.
Er is onderzoek gedaan naar het geluksbevorderende effect van goed sociaal gedrag. Vriendelijk zijn voor de ander, door de deur open te doen of mee te helpen met de afwas, voor een periode van minimaal 10 weken blijkt echt te werken, als het gaat om bevorderen van geluk.

Oudere mannen van zestig tot tachtig jaar verouderen mentaal minder snel als ze een paar koppen koffie per dag drinken. Dat ontdekten onderzoekers van RIVM en Wageningen Universiteit toen ze zeshonderd oudere mannen psychologisch testten, tien jaar volgden, en vervolgens nog eens testten.

Welke stof in koffie het effect veroorzaakt, is nog niet helemaal bekend. Men speculeert dat de cafeine in de koffie een factor is. Cafeine blokkeert de adenosie A2a-receptor in de hersenen en verhoogt zo de afgifte van acetylcholine. Acetylcholine beschermt hersencellen tegen de eiwitplacques die zich opbouwen tijdens het verouderingsproces. Andere mogelijke actieve stoffen in koffie zijn magnesium of de polyfenolen. Het belangrijkste polyfenol in koffie is cholorogeenzuur.
Volgens de gegevens van de onderzoekers is het effect optimaal bij een inname van drie koppen koffie per dag. Bij een hogere inname wordt het wat minder. Uit de studie blijkt verder dat in de groep van de allergrootste koffiedrinkers ook meer rokers en meer drinkers zitten.

(Eur J Clin Nutr. 2006 Aug 16; [Epub ahead of print])

Het is een maandelijks terugkerend probleem voor veel vrouwen: klachten voor en tijdens de menstruatie. Naar schatting 40% van alle vrouwen in de vruchtbare leeftijd heeft premenstruele klachten die als hinderlijk worden ervaren bij dagelijkse activiteiten en in de omgang met anderen. Bij 5% van deze vrouwen zijn de klachten zelfs zo heftig, dat ze een ernstige beperking inhouden.  

PMS (premenstrueel syndroom) en haar ernstiger zusje PMDD (premenstrual dysphoric disorder) zijn verzamelnamen voor een groot aantal uiteenlopende symptomen. Deze kunnen op het lichamelijke of emotionele vlak liggen, maar ook op het gebied van het denk- en prestatievermogen. Stemmingswisselingen en hoofd-, buik- en rugpijn zijn veelgehoorde premenstruele klachten, maar ook concentratieproblemen en gevoelens van eenzaamheid, verwarring en gejaagdheid zijn enkele problemen die in het rijtje thuishoren. Overigens is er geen test om PMS of PMDD vast te stellen. Daarom moeten eerst andere psychische en lichamelijke stoornissen uitgesloten worden. Ook moet er een duidelijk verband zijn tussen de klachten en de menstruele cyclus.  

Om premenstruale klachten te verminderen, kunnen verschillende methoden gebruikt worden. Welke aanpak het best werkt, hangt af van de persoon en van de omstandigheden. PMS kan bijna altijd verminderd worden door een combinatie van factoren aan te pakken.   

Regelmatig bewegen kan een goed effect hebben op PMS. Minimaal 3 dagen per week zo’n 20 tot 30 minuten stevig bewegen wordt aanbevolen. Door te sporten worden endorfinen aangemaakt. Juist een verminderde aanmaak van endorfinen rond de menstruatie wordt als één van de mogelijke oorzaken van premenstruele klachten gezien, dus sporten is een prima manier om het tekort aan te vullen. 

Veranderingen in het eetpatroon kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van problemen rond de menstruatie. Gezond eten – dus niet te veel zout, simpele koolhydraten en vet – kan natuurlijk nooit kwaad, maar lijkt ook te leiden tot minder PMS klachten. Het probleem is, dat veel vrouwen juist rond de menstruatie veel zin hebben om te snoepen. Toch is het beter om dit zoveel mogelijk te beperken: te veel snacks eten, kan leiden tot stemmingswisselingen, vermoeidheid en een opgeblazen gevoel. 

Een mogelijke oorzaak van problemen rond de menstruatie is een tekort aan magnesium, mangaan, de vitamines B, E en F (linolzuur) en calcium. Het aanvullen van deze tekorten, bijvoorbeeld door het slikken van een multivitamine, kan een goed effect hebben. Voedingsmiddelen die het gehalte van het aminozuur tryptofaan verhogen, zoals zuivel, vlees, pinda’s en bananen, kunnen specifiek helpen bij stemmingswisselingen. 

Als veranderingen in leefpatroon geen effect hebben op de klachten, zijn er nog een aantal andere mogelijkheden. Zo kan de anti-conceptiepil uitkomst bieden. Er is nog niet genoeg onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de verschillende merken orale anticonceptie. Soms moeten er dus verschillende merken uitgeprobeerd worden.

Ook antidepressiva worden wel eens voorgeschreven. Het gaat hierbij dan vooral om de zogenaamde SSRI’s (selective serotonin reuptake inhibitors). Uit onderzoek is gebleken dat SSRI’s effectiever premenstruele klachten verminderen en minder bijwerkingen veroorzaken dan andere soorten antidepressiva.

Ten slotte wordt cognitieve gedragstherapie aangeraden voor vrouwen met ernstige klachten, die het zelfvertrouwen en het prestatievermogen aanzienlijk verminderen. Door cognitieve herstructurering, het vergroten van het probleemoplossend vermogen en de assertiviteit, werd voor ten minste enkele maanden een afname van klachten aangetoond.
JANICE E. DAUGHERTY, M.D. (July, 1998) “Treatment Strategies for Premenstrual Syndrome“  American Family Physician Vol. 58/No. 1

Hoe meer tijd er op schooldagen voor de televisie wordt doorgebracht, hoe groter de kans op slechte schoolprestaties. Met name de prestaties van kinderen die onbeperkt en zonder restricties televisie mogen kijken, zijn slechter, zo concluderen de onderzoekers.

Voor het onderzoek is het kijkgedrag van 4508 leerlingen onderzocht en is hen gevraagd hun eigen schoolprestaties te beoordelen als uitstekend, goed, voldoende of onvoldoende. Na analyse blijkt dat 50% van de kinderen, die helemaal geen televisie kijken, zijn of haar schoolprestaties als uitstekend beoordeelt. Dit percentage daalt naar 35% wanneer kinderen één tot drie uur per dag televisie kijken.

Tevens speelt de inhoud van de bekeken programma’s een rol. Slechts 22% van de kinderen, die onbeperkt televisie mogen kijken en hierbij wat betreft inhoud van de programma’s geen restricties krijgen opgelegd door hun ouders, beoordeelt de eigen schoolprestaties als uitstekend. Echter, het kijken van televisie in het weekend blijkt níet samen te hangen met slechte schoolprestaties. (Pediatrics, oktober 2006)

Hoewel al sinds de jaren ‘80 onderzoek wordt gedaan naar piekeren, is een aantal cruciale vragen nog steeds onbeantwoord gebleven.

We weten nu dat piekeren met lichamelijke spanning gepaard kan gaan. Maar kan piekeren ook echt de lichamelijke gezondheid bedreigen? Hoe vaak en hoe intensief moet je daarvoor piekeren? Welke eenvoudige middelen helpen nu echt om minder te piekeren? De huidige stand van zaken in de wetenschap biedt op dergelijke simpele vragen nog geen duidelijk antwoord en daar willen onderzoekers van de Universiteit Leiden en de Ohio State Universiteit, (USA), de komende tijd verandering in gaan brengen.

Via de website www.piekeren.com kunnen mensen meedoen met een online onderzoek. In het onderzoek staat het registreren van piekeren centraal. Mensen die mee willen doen wordt gevraagd om gedurende zes dagen een dagboekje bij te houden waarin ze registreren hoe vaak ze aan het piekeren zijn. Daarnaast is het de bedoeling om voor en na deze registratieperiode een aantal korte vragenlijsten in te vullen. Door mee te doen helpen mensen niet alleen de wetenschap een stuk verder, maar verkrijgen ze bovendien meer inzicht in hun eigen piekergedrag.

Bezoek Piekeren.com

Naar je favoriete CD luisteren werkt misschien beter om pijn te verlichten dan een pijnstillende pil. De juiste soort muziek kan de stemming flink verbeteren en ontspannen, waardoor pijnklachten minder gevoeld worden.

muziektherapie.jpgWat juist is, is smaakafhankelijk. Het maakt daarbij niet of het gaat om klassieke rock of ontspannende muziek.
Het is al een aantal jaar bekend dat muziek een uitstekend middel is om pijn en angst te verminderen bij operaties. De vraag voor onderzoekers was of muziek ook pijnklachten laat zakken bij artritis, migraine, rugklachten en vergelijkbare sores. De onderzoekers geven een bevestigend antwoord op deze vraag. 
Onderzoekers voerden een gecontroleerd onderzoek uit met 60 mensen. Deze werden verdeeld in een muziek- en controlegroep. De mensen uit beide groepen werd gevraagd om een pijndagboek bij te houden. Na afloop van het onderzoek constateerde men dat de mensen uit de muziekgroep die elke dag een uur naar muziek luisterden minder last hadden van lichamelijke en psychische klachten dan de controlegroep. De afname van pijnklachten bedroeg 12 tot 21 procent. Vooral depressieve gevoelens bleken afgenomen met maar liefst 25%. 
De deelnemers hadden een gemiddelde leeftijd van 50 jaar en werden gerecrutreerd uit een pijnkliniek in Ohio. Dat houdt in dat ze al geruime tijd leden aan allerlei pijnlijke toestanden, zoals artritis en reuma.
Overigens viel de muziekgroep uiteen in twee groepen, waarvan de ene helft naar de eigen favoriete muziek mocht luisteren en de andere helft ontspannende CD’s kreeg die de onderzoekers hadden samengesteld. De muziekkeuze bleek nauwelijks verschil uit te maken op de pijnklachten; beide groepen profiteerden evenveel van het uur lang muziek per dag.

(Journal of Advanced Nursing 2006 Jun;54(5):5b53-562)

Steeds meer mensen raken verslaafd aan een mobiele telefoon, wat ervoor zorgt dat deze mensen gestresst en geïrriteerd raken.

Dr David Sheffield, van de universiteit van Staffordshire, ontdekte dat 16% van de 106 ondervraagden probleemgedrag vertoonden door gebruik van de mobiele telefoon. Deze 16% liegt over de hoeveelheid telefoontjes of raakt geïrriteerd door een gesprek.
In een ander op zichzelf staand onderzoek, die later op een conferentie gepresenteerd zal gaan worden in Essex, kwam naar voren dat mensen die afscheid hadden genomen van de mobiele telefoon een lagere bloeddruk vertoonden wanneer de mobiele telefoon ter sprake kwam.

Volgens de providers moeten mobiele telefoons juist gezien worden als middel dat meer vrijheid geeft.
Sinds de komst van de mobiele telefoon is onze sociale wereld er anders uit gaan zien, de invloed is enorm. Hoe dan ook is het een goede zaak om gebruik van de mobiele telefoon in te perken. “Zie de mobiele telefoon als een middel dat je meer vrijheid. Je kunt hem uitzetten, dus je hoeft alleen bereikbaar te zijn wanneer jij dat zelf wilt.” is het advies van David Pringle van de GSM Association. BBC Health

Jetlags worden (mede) veroorzaakt door het overbruggen van te veel tijdzones in één keer. Het maken van tussenstops kan helpen bij het voorkomen hiervan. Dit blijkt uit recent onderzoek.

Een jetlag is de combinatie van klachten die ontstaat bij een relatief plotselinge verandering van tijdzone. Meestal treden deze klachten op na een snelle vorm van reizen (bijvoorbeeld met het vliegtuig). Om het lichaam geleidelijk te laten wennen aan deze tijdsverschillen, zouden reizigers niet meer dan vier uur tijdsverschil in één keer moeten overbruggen. Op deze manier kan het lichaam de biologische klok geleidelijk aan bijstellen aan de nieuwe tijdzone. Voldoende tussenstops kunnen dus helpen bij het wennen aan de nieuwe tijd en het voorkomen van een jetlag. (Journal of Biological Rhythms, augustus 2006)

Dit verhoogde risico geldt voor zowel mannen als vrouwen. Ook de kans op stress-gerelateerde klachten neemt hierdoor toe, zo blijkt uit Deens onderzoek.

De onderzoekers gingen het beroep van 14.166 mensen tussen de 18 en 65 jaar na, die waren behandeld voor stemmings- of stressgerelateerde stoornissen. Dit beroep en de mate van geweld die hierbij plaatsvond, werd vergeleken met het werk van 38.000 mensen zonder psychiatrische problemen.

Blootstelling aan geweld en bedreigingen op het werk bleek samen te hangen met een significant hoger risico op zowel depressie als stress. Geweld en bedreigingen werden voornamelijk ervaren door mensen werkzaam in de gezondheidszorg, het onderwijs en de hulpverlening. Cliënten, leerlingen, klanten, of patiënten bleken het vaakst de bron van ergernis of confrontaties te zijn. Daarnaast ervaarde 5 procent van de participanten bedreigingen en gewelddadig gedrag van hun leidinggevenden, collega’s of ondergeschikten.

De onderzoekers wijzen naar aanleiding van dit onderzoek op het belang van preventie en verminderen van geweld en bedreigingen op het werk. 

(Journal of Epidemiology and Community Health, september 2006)

Tieners en studenten van deze generatie zijn vatbaarder voor angst en depressie dan de voorafgaande generatie. Dat wordt vermeld door een professor van de New York Columbia University.

Volgens Suniya Luthar, professor psychologie en onderwijs, is de drang om succesvol te zijn de oorzaak voor de verhoogde vatbaarheid voor angst en depressie. Dit geldt voor jongeren van alle sociale klassen. Luthar is het niet eens met het argument dat het probleem veroorzaakt wordt doordat ouders zich te veel met het kind te bemoeien om het kind te behoeden voor fouten. Adolescenten hebben in deze tijd een perfectionistische houding en willen heel veel bereiken. Het is niet juist alleen de ouders als oorzaak van het probleem aan te wijzen.

Een onderzoek van de Kansas State University uit 2003 ondersteunt de bevindingen van Luthar. Het aantal studenten die behandeld zijn voor depressie is tussen 1989 en 2001 verdubbeld. De University of Michigan Depression Center heeft onlangs vastgesteld dat zo’n 15 procent van de studenten last heeft van depressie.
(www.psycport.com)

Relevante details volledig over het hoofd zien kan iedereen overkomen. Maar met een glas alcohol is de kans daarop vele malen groter, wat automatisch samengaat met een grotere kans op ongevallen bij deelname aan het verkeer.

Van een groep mensen die slechts één drankje met alcohol hadden genuttigd zag 82% het niet dat in een videoclip een persoon in een gorillapakje door het beeld liep. De groep was gevraagd om iets heel anders te doen: de stappen tellen van basketbalspelers in deze video. De andere helft van de onderzochte groep kreeg een nepdrankje, zonder alcohol dus, en presteerde beter dan de andere helft die iets gedronken had.
Zelfs een kleine hoeveelheid alcohol verslechtert de aandacht en kan leiden tot ‘blindheid voor details’. Sowieso missen mensen die volledig nuchter zijn ook al belangrijke voorwerpen die in hun gezichtsveld komen. Het brein kan blijkbaar maar aan een beperkt aantal details aandacht geven. Die beperking wordt nog groter na consumptie van alcohol, al gaat het maar om één glas.
(Applied Cognitive Psychology 2006 Jul;20(5):697-704)

Niet stil gezeten

Beste lezers,

We hebben de afgelopen tijd hard gewerkt aan een nieuwe website, de oude voldeed niet meer. We hebben nu meer mogelijkheden in handen om psychologiegerelateerd nieuws te bezorgen. Spoedig zullen wij een nieuwe server in gebruik nemen om de snelheid van het forum te verhogen, deze is op dit moment door de server belasting erg traag. Wij zijn erg benieuwd naar jullie reactie over de website, daarom zijn alle berichten, op het forum of per e-mail, welkom!

Mensen die voedingssupplementen vitamine E en C slikken blijven mentaal op hogere leeftijd goed functioneren. Dat ontdekten onderzoekers van Harvard die vrouwen tussen de 70 en 79 jaar onderzochten.


Vrouwen die in hun leven de twee antioxidanten E en C hadden gebruikt, presteerden duidelijk beter dan vrouwen die dan dat niet hadden gedaan. Hun scores op tests waren nog hoger naarmate ze de supplementen langer hadden gebruikt.


Vitamine C en E op zichzelf hadden geen effect op het mentaal functioneren. De vitamines werkten eigenlijk pas goed als de vrouwen ze samen gebruikten.


(American Journal of Clinical Nutrition, april 2003).

Volgens Britse onderzoekers is er een goedkope en eenvoudige manier om sneller een wond te laten genezen: door over te schrijven. Dit vermindert stress en psychologische spanning.

Door het schrijven verwerkt men eventuele vervelende, ingrijpende gebeurtenissen en dat is gunstig voor het afweersysteem.

36 mensen namen deel aan het onderzoek. De helft moest gedurende elke dag 20 minuten over een recente traumatische ervaring schrijven. Het andere deel werd gevraagd om over minder belangrijke

onderwerpen te schrijven.

Daarna werd er een klein wondje gemaakt in de bovenarm. 14 dagen later bestudeerde men de wondjes. En het opmerkelijke was dat de groep die over traumatische ervaring had geschreven gemiddeld genomen een beter genezen wond kon laten zien dan de anderen. Deze onderzoeksbevindingen kunnen belangrijk zijn voor hulp aan mensen die te maken hebben met ingrijpende gebeurtenissen en/of operaties. Overigens bleek eerder al uit onderzoek door de UVA dat schrijven over traumatische gebeurtenissen een absoluut effectief middel is.

(BMJ, 06-09-2003)