Zou het niet fijn zijn als eindelijk eens wordt bevestigd dat het goed is om even een middagdutje te doen? Nature Neuroscience zet dit argument kracht bij: een schoonheidsslaapje verkort de tijd om een vaardigheid aan te leren en op te slaan in het langetermijngeheugen.
Wetenschappers van diverse instellingen hebben de krachten gebundeld en voerden een onderzoek uit naar het effect van 90 minuten slaap op het langetermijngeheugen. Er werd hierbij specifiek gekeken naar het ‘hoe’-geheugen; hiermee onthoud je bijvoorbeeld hoe je moet autorijden of hoe je piano moet spelen.
Twee groepen mensen werd gevraagd om een duim en een vinger elkaar te laten raken in een vastgestelde volgorde. Deze reeks bewegingen moesten ze vervolgens leren. Wanneer beide groepen er een nachtje over mochten slapen, lieten zij dezelfde vooruitgang zien. Maar wanneer de ene groep na het leren van de taak 90 minuten mocht slapen, was de prestatie (het herhalen van de sequentie) beter dan die van de niet-slaapgroep.
Een tweede experiment toonde nog een voordeel aan van het middagdutje. Normaal gesproken is het geheugen gedurende de 6-8 uur na het aanleren gevoelig voor interferentie, oftewel; wanneer binnen die tijd een tweede soortgelijke taak wordt aangeleerd, lijkt deze ‘in de weg’ te zitten bij het herinneren van de eerste taak. De slaapgroep vertoonde in de avond geen betere prestatie dan de niet-slaapgroep, maar de volgende ochtend was er wel degelijk een verschil tussen beide groepen te zien.
Het is nu nog onduidelijk wat er precies in de hersenen gebeurt gedurende het slapen. Meer kennis hierover biedt ons in de toekomst misschien een kunstmatige mogelijkheid om vaardigheden versneld aan te leren, suggereren de onderzoekers. Tot die tijd kan men er echter gewoon nog voor kiezen om een middagdutje te doen…


Ruim 7000 65-plussers werden 4 jaar lang gevolgd terwijl hun cafeïne-consumptie en cognitieve vaardigheden werden bijgehouden. Opvallend was dat de vrouwen die minstens 300 mg cafeïne per dag binnenkregen via koffie of thee, qua geheugen minder achteruit gingen dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten die 100 mg of minder cafeïne innamen (1 kop koffie = 100 mg cafeïne, 1 kop thee = 50 mg cafeïne). Dit werd gemeten met een geheugentaak waarbij je rijtjes woorden moest onthouden en later opnoemen. Het effect bleef aanwezig nadat er was gecorrigeerd voor opleiding, depressie, medicatie en andere factoren die de oorzaak van dit verschil zouden kunnen zijn.