Articles by Frank Ruiters

You are currently browsing Frank Ruiters’s articles.

Niet alleen genetische aanleg, maar ook biologische en gezinsfactoren bepalen of iemand ADHD ontwikkelt. Uit nieuwe gegevens blijkt dat een hoog geboortegewicht, roken tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling tot gevolg kunnen hebben dat ADHD-kenmerken ontstaan.

Tot deze conclusies komt Cathelijne Buschgens op basis van haar onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Biologische factoren vergroten de kans op ADHD, zo stelt zij. Ook tekort aan warmte is funest, net zoals overbescherming of afwijzende opvoeding. De onderzoeker vindt het van belang om het hele gezin te betrekken bij de behandeling van een kind met ADHD, omdat ADHD de onderlinge relaties tussen ouders en kinderen en tussen broers en zussen beïnvloedt.

(Bericht UMC St Radboud)

boek‘De Schatkist van de therapeut’, in juni uitgebracht bij Acco, is een verzameling korte en lange, gespecialiseerde en algemene oefeningen. Een therapeut kan deze inzetten om de therapie op gang te helpen, vage klachten te specificeren en vastlopende verhalen weer te verruimen. Het gaat om oefeningen voor depressieve cliënten, voor kinderen, voor cliënten die niet durven of in cirkels ronddraaien.
Ervaren psychotherapeuten onthullen hiermee hun impliciete kennis en demonstreren de kracht van bepaalde innovatieve interventies, concrete oefeningen en creatieve werkmethodes.

Hierin staat een oefening om een hyperventilatie-aanval te doorbreken. Deze maakt gebruik van normalisering van het adempatroon. De oefening wordt uitgebreid beschreven in het boek.
Uitgeademde lucht bevat meer koolzuur dan ingeademde lucht. Wanneer men uitgeademde lucht inademt, zal dit het te lage koolzuurgehalte in het bloed weer op normaliseren. Dit kun je doen door in een zakje te gaan blazen, maar nadeel aan het zakje is dat dit de benauwdheidgevoelens bij de cliënt kan laten toenemen.
Alternatief voor het zakje is het vormen van een schelp met beide handen voor neus en mond. Ook op die manier kun je de uitgeademde lucht inademen. Het heeft tot voordeel dat je handen altijd bij het en dat het minder opvalt. Als de ingeademde lucht warm is dan de buitenlucht, zit je goed: het is een indicatie dat de uitgeademde lucht erbij zit. Idealiter wordt deze techniek van het schelpje gecombineerd met een tragere ademhaling.

(Uit: de Schatkist van de therapeut, oefeningen en strategieen voor de praktijk; Acco)

Ouders van jongeren en volwassen kinderen met autisme scheiden vaker dan ouders van jongeren zonder deze beperking. Dat blijkt uit een studie van Amerikaanse onderzoekers van de University of Wisconsin-Madison.

Zij vergeleken de huwelijksgeschiedenis van 391 echtparen met een opgroeiend of volwassen kind met autisme met een studie over ouders die kinderen zonder beperking opvoedden. Ouders van kinderen onder de 8 jaar met een autistische stoornis hebben een even grote kans te scheiden. Na die leeftijd daalt het aantal scheidingen voor ouders met kinderen zonder een autistische stoornis. Maar jongeren met autisme hebben nog steeds veel ouderlijke zorg nodig, waardoor er druk op de ouders en hun huwelijk blijft staan.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het augustusnummer van het Journal of Family Psychology.

Ook bij simpele beslissingen kunnen jongeren met ADHD moeilijk een balans vinden tussen snelheid en nauwkeurigheid. Dat toont Martijn Mulder aan in promotieonderzoek.

In Mulders onderzoek kregen jongeren met en zonder ADHD op een scherm een ‘wolk’ met bewegende stippen te zien. Ze moesten aangeven welke richting de stippen op bewogen. Mulder maakte het de proefpersonen moeilijk door slechts een deel van de stippen één kant op te laten bewegen terwijl de rest van de stippen willekeurig bewoog.
Jongeren met ADHD vinden dit een lastige taak en presteren slechter naarmate hun hyperactiviteit erger is. Volgens Mulder wil deze uitkomst zeggen dat hersenprocessen die te maken hebben met het waarnemen van de omgeving een belangrijkere rol bij ADHD spelen dan tot toe werd aangenomen.

(proefschrift: ‘Cognitive control and decision making in ADHD’, universiteit Utrecht)

In het bijzonder voor behandelaren die kennis & ervaring willen krijgen van oplossingsgerichte therapie is de vertaling van het boek van Steve de Shazer & Yvonne Dolan een aanrader. Het is geschreven door een aantal grondleggers van de methode.

boekDe bedoeling van de schrijvers is om de lezer deelgenoot te maken van een bijeenkomst van de auteurs waarin zij casuïstiek bespreken. Het boek begint met een samenvatting van de belangrijkste principes van de oplossingsgerichte methode, zoals het principe ‘repareer niet iets wat niet stuk is’. Dit noemen de auteurs een overkoepelend principe van de oplossingsgerichte therapie, omdat een centrale gedachte in de methode is dat niet de therapeut, maar de cliënt de expert is. Dus als de cliënt aangeeft geen probleem te hebben, respecteert de therapeut dat en probeert deze niets te gaan repareren. Twee andere belangrijke principes zijn: ‘als iets werkt, doe het dan vaker’ en ‘als iets niet werkt, probeer dan iets anders’
Wat betreft interventies gaat het over de wondervraag, schaalvragen,vragen naar uitzonderingen op het probleem, het geven van huiswerk aan de cliënt en de vraag naar verbetering. Sommige cliënten hebben misschien nog niet eerder een oplossing voor hun probleem gevonden, maar de meesten van hen kunnen wel recente voorbeelden geven van uitzonderingen op het probleem. Zeer interessant om na te gaan wat maakt dat er een uitzondering was. Wat was er dan anders… In de oplossingsgerichte methode wordt elk geval als uniek gezien. De cliënt wordt niet gedwongen zich te gedragen naar een algemene theorie. Het volgende citaat sluit hierop aan: ‘De classificaties die door filosofen en psychologen worden gemaakt, zijn als die van iemand die classificaties van wolken probeert te maken op basis van hun vorm’.

(Boek: oplossingsgerichte therapie in de praktijk, 2009)

Angstige of depressieve kinderen hebben een tweemaal zo hoge kans op angstproblemen en depressies op latere leeftijd. Dat blijkt uit onderzoek van Joni Reef, waarop zij op 21 mei promoveert.

Het onderzoek is gebaseerd op gegevens uit een langlopend bevolkingsonderzoek naar de ontwikkeling van gedragsproblemen en emotionele problemen vanaf de kindertijd tot in de volwassenheid, dat is gestart in 1983. Reef onderzocht of de kinderen van toen met gedragsproblemen of emotionele problemen, nog steeds met problemen kampen.
Reef concludeert dat kinderen met reactief antisociaal gedrag, ofwel ongehoorzame en driftige kinderen, vaak last hebben van angst of depressies op latere leeftijd. Kinderen die uit eigen beweging antisociaal zijn en bijvoorbeeld liegen, vandalistisch zijn of stelen, lopen kans als volwassene te ontsporen.

(Medicalfacts.nl)

Aan PDD-NOS en ADHD worden verschillende gedragskenmerken toegeschreven. Toch zijn deze stoornissen klinisch nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Dat stelt Karin Gomaris in haar promotieonderzoek.

Zij onderzocht verschillen in de informatieverwerking van kinderen met PDD-NOS en ADHD. Ze vroeg kinderen computertaken uit te voeren, terwijl er een EEG van hun hersenen werd gemaakt. Uit de resultaten bleek dat er in die opzichten tussen de kinderen met PDD-NOS en ADHD geen significante verschillen bestaan.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Huiselijke stress en geweld in de buurt verergert de klachten van astma bij kinderen. Dat blijkt uit onderzoek bij 8-14 jarigen.

Ernstige astma heeft een grote invloed op het leven en welzijn van kinderen. In de huidige studie werd onderzocht welke invloed stress bij ouders en criminaliteit in de directe omgeving heeft op de ernst van astma bij kinderen. Het onderzoek werd uitgevoerd bij 561 kinderen met aangetoonde astma.
Via vragenlijsten en informatie van artsen werden de ernst van astma, stress bij de ouders en de mate waarin deze bloot stonden aan geweld bekend.
41% van de kinderen leed aan matige tot ernstige astma. De kans om in deze categorie te vallen bleek significant geassocieerd te zijn met stress bij ouders of verzorgers, het wonen in een criminele buurt, het zien van geweld of het horen spreken over geweld. Uit de analyses blijken stress en geweld de belangrijkste factoren zijn die de ernst van astma bepalen.

(Eurekalert)

Sommige mensen die last hebben van een prikkelbare darm kunnen het positieve effect van gedragstherapie maandenlang merken. Dat blijkt uit een kleinschalig onderzoek.

Cognitieve gedragstherapie houdt in dat iemand praat over zijn gedachten, waardoor duidelijk wordt hoe die gevoelens (zoals stress of angst) en gedragspatronen bepalen of veranderen. Bij mensen die last hebben van de geïrriteerde darm helpt het dus, zo toont onderzoek onder 71 volwassenen aan. Van die groep reageerde 30% direct positief op deze vorm van therapie. Kramp in het darmgebied en andere nare darmklachten, zoals winderigheid, verstopping en diarree, namen bij hen flink af. En dat effect hield bij die vlot reagerende personen lange tijd aan. Een ander deel reageerde pas met verandering na een maand of drie.
De precieze oorzaak van het prikkelbare darm syndroom of ‘spastische darm’ is niet bekend. Wel weten we dat sommige factoren de problemen uitlokken, zoals: bepaalde voeding (overeten) en emotionele stress. Dankzij gedragstherapie leren mensen die factoren op te sporen. Daarmee is de gang gezet naar veranderingen die echt helpen.

(Bron: journal Clinical Gastroenterology and Hepatology, mei 2010)

Wie moet werken, maar zich niet goed kan concentreren, kan iets hebben aan de studie die bewegingswetenschappers van de Humboldt Universiteit publiceerden. Volgens hen verbeteren korte trainingssessies het werkgeheugen. Dat is de concentratie die ervoor zorgt dat je je werk foutloos kunt uitvoeren.

bewegenDeze onderzoekers lieten 38 scholieren van 14-16 jaar in hun schoolpauze 12 minuten hardlopen. De ene helft van de scholieren liep op een gematigd tempo, op 50-65 procent van hun maximale hartslag. De andere helft liep op 70-85 procent van de maximale hartslag, wat een vrij zware training betekent. Een controlegroep deed niets.
Na de korte inspanning maten de onderzoekers in het speeksel van de scholieren de concentratie van de hormonen cortisol en testosteron. Ook testten ze hoe goed de proefpersonen zich konden concentreren. De gematigde inspanning verhoogde de cortisolspiegel significant, verlaagde de testosteronspiegel een beetje en verhoode de scores op de concentratietest. De intensieve beweging verhoogde zowel de cortisol- als de testosteronspiegel, maar had geen noemenswaardig effect op de scores.

De resultaten betekenen volgens de onderzoekers een pleidooi voor meer korte bewegingsoefeningen tussendoor. Zo kan in scholen in pauzes het bewegen worden gestimuleerd met goede resultaten. Zelfs gematigd bewegen heeft een positief effect op aandacht en werkgeheugen van kinderen, wat gunstig kan uitpakken voor het verdere kennis vergaren.

(Psychoneuroendocrinology. 2010 Apr;35(3):382-91.)

Dat mensen met een fors overgewicht (obesitas) snacks niet kunnen weerstaan, lijkt niet 100% een vrije keuze, maar wordt gestuurd vanuit de hersenen. Er zijn wat dit betreft overeenkomsten met drugsverslaving. Daarom is het bij de behandeling van overgewicht belangrijk om te leren omgaan met de verleidingen van calorierijk eten.

ZwaarlijvigheidDit concludeert Ilse Nijs van de Erasmus Universiteit Rotterdam uit haar onderzoek. Zij vindt gelijkenissen in de manier waarop de hersenen van verslaafde en zwaarlijvige personen reageren op respectievelijk drugs- en voedselgerelateerde prikkels in de omgeving. Het lijkt bij beiden te gaan om verstoringen in de hersengebieden die het verlangen naar plezierige prikkels (d.i. voedsel en drugs) reguleren.
Dezelfde verslavingsachtige mechanismen kunnen verklaren hoe het kan dat het voor de meeste obese personen moeilijk is om te lijnen. Zwaarlijvigen richten zo goed als automatisch hun aandacht richten op informatie gerelateerd aan hoog-calorisch voedsel. Dit is vergelijkbaar met wat in onderzoek met verslaafden is vastgesteld.

De conclusie is nu dat obesitas net als verslaving een kwestie is van een alles overheersende drive om te eten. En die wordt gestuurd wordt door onbewuste hersenprocessen. Behandeling kan het beste plaatsvinden via cognitief-gedragstherapeutische technieken. Die helpen zwaarlijvige mensen omgaan met de voortdurende en bijna overal aanwezige verleiding van calorierijk voedsel. Daarnaast is een evenwichtig eet- en bewegingspatroon belangrijk om blijvend gewichtsverlies te bereiken.

Met een vragenlijst die verschillende gebieden van persoonlijkheidsproblemen in kaart brengt, zijn persoonlijkheidsproblemen bij jongeren beter en vroeger vast te stellen dan met het DSM-IV classifiatiesysteem. Dat concludeert Noor Tromp in haar proefschrift waarop ze 25 maart promoveert aan de VU.

Noor Tromp heeft een vragenlijst voor persoonlijkheidspathologie bij volwassenen aangepast voor gebruik bij adolescenten. Deze is gebaseerd op een zogenaamde dimensionele benadering. De lijst blijkt een goed middel voor het vroeg signaleren van persoonlijkheidsproblemen bij jongeren. De resultaten spreken de veronderstelling tegen dat persoonlijkheidsproblemen en -stoornissen pas boven de 18 jaar zijn vast te stellen.

(Bron: Vrije Universiteit Amsterdam)

Sommige kinderen hebben een risicogen dat kan zorgen voor een dopaminetekort. Als zijn daarnaast ook opgroeien bij ouders die hen op een manipulatieve manier controleren en chanteren, zijn zij eerder geneigd om hun problemen weg te eten en emotionele eters te worden.

Die conclusies trekt Tatjana van Strien van de Radboud Universiteit Nijmegen uit haar onderzoek onder 279 jongeren. Een op de drie jongeren blijkt het risicogen te hebben, dat kan zorgen voor een tekort aan dopamine, een stofje dat een gevoel van welzijn geeft. Daarnaast geeft 12 procent aan dat manipulatieve controle door een of beide ouders vaak of zeer vaak voorkomt. Als dat samengaat met een dopaminetekort, hebben die jongeren een groot risico om emotioneel te gaan eten. De jongeren gaan fysiologische reacties bij emoties met gevoelens van honger verwarren. Dat maakt hen ‘gevoelsblind’, aldus de onderzoeker.

Bron: Radboud Universiteit Nijmegen

In een experimentele testsituatie is het lastig het verschil in afleidbaarheid vast te stellen tussen iemand met ADHD en een gemiddeld persoon. Dit stelt Rosa van Mourik op basis van haar onderzoek. Zij promoveert op 16 februari aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mensen met ADHD zijn vaak impulsief, beweeglijk en snel afgeleid. In de afleidingsexperimenten van Van Mourik reageerden de hersenen van kinderen met ADHD iets anders dan die van andere kinderen, maar ze presteerden niet slechter. Van Mourik pleit er nu voor om naast in onderzoeksituatie ook in het dagelijks leven te testen hoe makkelijk de kinderen zich laten afleiden. Er zijn overigens wel tests voor volgehouden aandacht bij saaie monotone, waarop kinderen met ADHD wel veel lagere scores behalen dan de meeste andere kinderen.

Niet alleen mensen, maar ook honden kunnen hinder ondervinden van wat obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) genoemd wordt. Daarbij gaat het vooral om de obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren. Wetenschappers hebben dankzij deze dieren het gen vastgesteld dat de schuldige daarvan is.

Vooral Dobermans en terriers blijken gevoelig voor het ontwikkelen van de stoornis. Bij hen wordt gezien dat ze de eigen staart achterna jagen of ingebeelde vliegen proberen te vangen op een manier die obsessief aandoet. De ontdekking van welk gen verantwoordelijk is, betekent dat steeds dichterbij komt dat ook bij de mens dit specifieke DNA kan worden gelokaliseerd. Daarna wordt het gemakkelijker mogelijk om de kenmerken sterk te laten verminderen.

ocdOngeveer 2% van mensen heeft last van de stoornis, die veel hinder geeft vanwege de rituelen die veel tijd in beslag kunnen nemen. Overigens krijgt niet elke hond met het specifieke DNA-patroon last van de stoornis, maar de kans is wel flink verhoogd. Blijkbaar geldt dat voor mensen net zo.
Het mooie is dat nu ook duidelijk is dat behandeling met een middel als Prozac bij honden werkzaam is. Dat betekent dat er waarschijnlijk veel overeenkomst is in de achterliggende oorzaak.
Een compulsieve stoornis komt in sommige families duidelijk meer voor. Heeft je broer, zus, moeder of vader er last van? Dan heb je een 4 tot 6 keer verhoogde kans dan de gemiddelde Nederlander. Ook voor de bipolaire stoornis en autisme geldt net als voor OCD dat de wetenschap bezig is met het ontdekken welke genen nu precies aan de basis ervan staan. Dat inzicht geeft veel duidelijkheid, ook over de behandelmogelijkheden.

(Nature Molecular Psychiatry, januari 2010)

Uit nieuwe data blijkt dat jongeren tussen de 12 en de 18 jaar die lijnen niet meer afvallen dan hun leeftijdsgenoten die niet aan de lijn doen. Dat blijkt uit het proefschrift van Harriëtte Snoek die in januari 2010 promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij denkt dat lijnende jongeren geen gewicht verliezen, doordat ze in de periodes dat ze lijnen ook vreetbuiten hebben.

Een belangrijk gegeven is dat ouders invloed hebben op het eetgedrag van hun kinderen en op de tevredenheid met hun figuur. Kinderen zijn vaker ontevreden met zichzelf als hun ouders kritisch zijn. Gebrek aan zelfrespect en eigenwaarde kan leiden tot eetproblemen.
Beter dan ‘lijnen’ kunnen jongeren kiezen voor een blijvend gezonde levensstijl die het consumeren van teveel aan suikers, snel verteerbare koolhydraten en overvette happen voorkomt.

(Radboud Universiteit)

Thee zetten met koud water is in Taiwan helemaal ‘hot’ en dat blijkt een gezonde gewoonte. Volgens reageerbuisstudies van een Italiaanse universiteit is dat in het geval van witte thee en Oolong-thee nog gezonder ook.

Witte theeBij thee zetten met koud water laat men de theebladeren twee uur in koud water laten weken. Dit geeft thee met meer aroma en een minder bittere smaak die bovendien minder cafeïne bevat. Het verschil in gezondheidswaarde tussen heet en koud zetten hangt af van het soort thee. Witte thee wordt zo gezonder, andere thee niet. De onderzoekers testten de antioxidantwerking van thee door LDL-cholesterol, koper en thee in contact met elkaar te brengen.
In het lichaam wordt het ongezonde LDL-cholesterol pas echt gevaarlijk als het wordt aangetast. Dat gebeurt in de reageerbuisproef van de Italianen onder invloed van koper. Antioxidanten kunnen die reactie vertragen. Hoe groter de vertraging, hoe krachtiger de antioxidant. Uit de data blijkt dat koudgezette witte thee, Oolongthee en zwarte thee het LDL beter beschermen dan heetgezette witte thee. Voor groene thee maakt het niet uit hoe je hem zet.
Witte thee bevat veel van het polyfenol ECG. ECG is één van de krachtiger antioxidanten in thee. Door witte thee te weken in koud water komt dat polyfenol waarschijnlijk beter in de oplossing dan door thee in kokend water te stoppen, veronderstellen de onderzoekers.

(Food Chemistry 119 (2009) 1597–1604.)

Baby’s en peuters met astmatische verschijnselen slapen en eten slechter dan gezonde leeftijdsgenoten. Dit probleem gaat samen met stemmingswisselingen, waaronder niet alleen de kinderen zelf maar ook de overige gezinsleden lijden.

Die conclusies komen uit onderzoek van Ashna Mohangoo van Erasmus Medisch Centrum. Zij is voor het vroegtijdig opsporen van astma via consultatiebureaus om negatieve gevolgen te voorkomen.
Als astma bij jonge kinderen te laat wordt gediagnosticeerd en behandeld, kunnen de symptomen op latere leeftijd verergeren.
Voor haar onderzoek gebruikte zij gegevens van de Generation R-studie, die de groei, ontwikkeling en gezondheid onderzoekt van tienduizend opgroeiende kinderen in Rotterdam.

(Erasmus MC)

Kinderen zijn meer geneigd valse herinneringen te ontwikkelingen over een fictieve negatieve gebeurtenis dan over een fictieve neutrale gebeurtenis. Dat concludeert onderzoek van Henry Otgaar in zijn promotieonderzoek.

Volgens deze onderzoeker zijn resultaten van zijn onderzoek van groot belang voor rechtszaken waarin kinderen gehoord worden. Die gaan immers vaak over negatieve gebeurtenissen.
Hij vertelde kinderen van 7 jaar een onwaar verhaal dat een negatieve en een neutrale gebeurtenis beschreef. De negatieve gebeurtenis ging over het beschuldigd worden van afkijken en de neutrale over verhuizing naar een andere klas. De kinderen bleken de gebeurtenis over de beschuldiging aanmerkelijk beter te onthouden.
Verder bleek uit het dat kinderen zich verzonnen gebeurtenissen gaan herinneren door suggestieve interviewtechnieken. De kans op onjuiste herinneringen neemt toe als kinderen veel kennis over de gebeurtenissen hebben.

(Universiteit Maastricht)

Wie graag ponden kwijt wil, kan beter niet gaan eten met vrienden. Beter schuif je aan bij dunne mensen, zodat je spontaan minder eet. Dat ontdekten psychologen van de State University of New York door proeven op zeventig jeugdigen van 9-15 jaar.

De omstandigheden waarin je eet bepalen hoeveel je eet, weten psychologen inmiddels. Je eet meer als je wordt afgeleid. Daarom eten mensen meer als ze tijdens het eten kijken naar de TV.
Hoe het gaat met sameneten met anderen, is nog niet echt bekend.
Om dit te achterhalen brachten de onderzoekers jonge proefpersoon samen met vrienden of met leeftijdgenoten, en zetten een paar schalen met snacks voor hun neus. Op de schalen lagen gezonde voedingsmiddelen met lage calorische waarde, zoals druiven en wortels, en ongezonde zaken, zoals koekjes en chips. Vervolgens zagen de onderzoekers dat de kinderen meer snoepten van de ongezonde snacks in het gezelschap van hun vrienden dan in dat van onbekende leeftijdsgenoten.
Het gezelschap van vrienden haalt de rem van de eetlust, denken de psychologen.
Of de proefpersonen nu met vrienden of onbekende aten, dikke proefpersonen aten meer in het gezelschap van iemand die ook dik was, en minder in het gezelschap van mensen met een normaal gewicht. Overgewicht is voor een deel een sociaal-psychologisch probleem, vermoeden de onderzoekers. Doordat dikke mensen worden buitengesloten, zoeken ze vaak gezelschap op van andere dikke mensen. Dat verhoogt de toch al overmatige voedselconsumptie nog verder.

(Am Journal Clinical Nutrition, 2009 Aug;90(2):282-7)

Kinderen met ADHD hebben er baat bij als hun ouders een oudertraining volgen. Die maakt dat de kinderen minder ongehoorzaam of opstandig worden en minder last hebben hebben van driftbuien en angst- en stemmingsklachten. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Behavioral parent training for children with ADHD’, waarop Barbara van den Hoofdakker op 7 oktober promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Zij onderzocht 94 kinderen van 4 tot 12 jaar met ADHD en gedragsproblemen. De ouders van de helft van deze kinderen kregen alleen reguliere zorg; de ouders van de andere helft kregen daar bovenop een oudertraining. Die bestond uit twaalf groepssessies van twee uur, waarin de ouders onder meer leerden hoe ze het dagelijkse leven van hun kind kunnen structureren, hoe ze hun kinderen kunnen instrueren en hoe ze gewenst gedrag kunnen belonen.

(Bron: Rijksuniversiteit Groningen)

Hersencellen van muizen verouderen nauwelijks als die dieren melatonine door hun drinkwater krijgen. Dat schrijven onderzoekers van de Spaanse Universidad de Granada. Zij gaven hun proefdieren een (forse) dosis van 10 mg per kilo lichaamsgewicht.

melatonineHet hormoon melatonine wordt in het lichaam aangemaakt door de epifyse als er geen daglicht is. Het veroorzaakt het gevoel van slaperigheid, zodat het lichaam zich voorbereiden kan op de nacht. Omdat melatonine ook een antioxidant is dat erfelijk materiaal kan beschermen tegen beschadiging, bestuderen onderzoekers het hormoon al jaren.

Het experiment met de muizen startte onmiddellijk nadat de diertjes waren geboren. Na 5 en 10 maanden placebo-behandeling, en na 10 maanden behandeling met melatonine, bestudeerden de onderzoekers de mitochondria in de hersencellen van de muizen. Dit zijn de energiecentrales van de cel. Bij veroudering van hersencellen gaan ze steeds slechter functioneren, waardoor hersenen van ouderen vaak minder goed werken dan die van jongeren.
De onderzoekers zagen dat in de mitochondria bij de muizen die geen melatonine kregen de aanmaak van antioxidanten inzakte naarmate de dieren ouder werden. In de membranen van de mitochondria vonden de onderzoekers bij de oudere muizen meer geoxideerde vetten. Melatonine remde deze toename.
De onderzoekers besluiten door te stellen dat melatonine de positieve effecten op de werking van mitochondria passen onder de noemer van ‘anti-veroudering’. “Deze effecten en het feit dat zelfs hoge doseringen onschadelijk zouden zijn ondersteunen het gebruik ter preventie van veroudering” stelt men.

(Journal of Pineal Research, 2009 Sep;47(2))

Vanaf begin september 2009 is Benzodebaas.nl online, een nieuwe internetbehandeling voor mensen die afhankelijk zijn van slaap- en kalmeringsmiddelen, ook wel benzodiazepinen genoemd.

De site Benzodebaas.nl werd ontwikkeld door Tactus Verslavingszorg op verzoek van het ministerie van VWS. Deze website is er voor mensen die willen minderen of stoppen met het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen en daarbij hulp willen.
In totaal gebruiken in Nederland ongeveer 1,8 miljoen mensen slaap- en kalmeringsmiddelen. Eenderde hiervan gebruikt langdurig. Een groot deel van de chronisch benzodiazepinegebruikers zou niet beseffen dat zij een verslaving hebben ontwikkeld en zich niet bewust zijn van de risico’s die aan het langdurig gebruik van deze middelen kleven.

Benzodebaas.nl bevat een informatieve website, online lotgenotencontact, de internetbehandeling, nazorg en wetenschappelijk onderzoek. De behandeling kan door cliënten in eigen tempo worden gedaan, zonder er de deur voor uit te moeten. Behandeling wordt vergoed door de zorgverzekeraar.

Kinderen met ADHD reageren anders op het krijgen van feedback dan kinderen met een autistische stoornis en kinderen zonder ontwikkelingsstoornis. Dat stelt Yvonne Groen, die op dit onderwerp is gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij analyseerde de reacties van de hersenen en de hartslag, terwijl kinderen de feedback op hun antwoorden verwerkten.

Tijdens het uitvoeren van een taak pasten de kinderen met ADHD hun gedrag in mindere mate aan als zij feedback kregen dan andere kinderen. Daaruit concludeert Groen dat zij de gevolgen van hun eigen gedrag niet zo goed kunnen voorspellen. Dit maakt hen voor het aanpassen van gedrag afhankelijk van reacties van buitenaf. Ritalin vermindert dit probleem. Kinderen met ADHD die Ritalin slikten, bleken minder afhankelijk van feedback.
Uit de resultaten blijkt verder dat kinderen met ADHD of een autistische stoornis minder emotioneel op negatieve feedback reageren dan kinderen zonder ontwikkelingsstoornis.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Kinderen die aan het begin van de basisschool bij een vriendengroep horen, hebben minder kans op psychische problemen zoals angst- en depressieklachten. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Miranda Witvliet.

Verder blijkt uit de resultaten dat jongens in de laatste jaren van de basisschool meer kans hebben op agressief en opstandig gedrag als ze tot een vriendengroep behoren, waarvan de andere groepsleden problematisch gedrag vertonen.
Kinderen uit vriendengroepen die veel pesten, zijn vaak populair bij de andere klasgenoten. Witvliet concludeert dat pestgedrag functioneel kan zijn voor kinderen die bij een populaire vriendengroep willen horen.

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Vriendschap beïnvloedt de manier waarop probleemgedrag zich ontwikkelt. Dat blijkt uit onderzoek van Maarten Selfhout, die promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Hij analyseerde de gegevens van twee langlopende onderzoeken, CONAMORE en Mijn Eerste Jaar. In CONAMORE werden vragenlijsten afgenomen bij jongeren van 11 tot 20 jaar. In het project Mijn Eerste Jaar vulden 205 eerstejaars studenten gedurende vier maanden online vragen in.
Uit zijn analyses blijkt dat crimineel gedrag van jongens toeneemt als ze criminele vrienden hebben. Meisjes die hun vriendschappen als hecht ervaren, zijn minder vaak depressief. Daarnaast ontdekte Selfhout dat internetgebruik door jongeren zonder goede vrienden een hogere mate van depressie en angst voorspelt.

Bron: Universiteit Utrecht

Roodharigen zijn over het algemeen pijngevoeliger dan brunettes. Doordat de een lage pijntolerantie hebben, is de kans groter dat zij bezoek aan de tandarts uit de weg gaan. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat verschenen is in de Journal of American Dental Association.

roodharigeHet fenomeen verklaren ze door de link te leggen met een gen (melanocortin-1 receptor of MC1R). Dat gen is verantwoordelijk voor de aanmaak van melanine dat de huid, haar en ogen kleur geeft. Hoewel de achtergrond precieze samenhang tussen MC1R en gevoeligheid voor pijn niet doorgrond wordt, is nu wel bekend dat deze bestaat.
Doordat roodharige mensen gevoeliger zijn voor pijn, ervaren ze een behandeling bij de tandarts als vele malen erger.
Deze gevoeligheid kan aanleiding geven tot angstreacties met daarbij komend vermijdingsgedrag.
In het onderzoek waren 133 personen betrokken: 67 roodharigen en 77 mensen met donker haar. De groep vulde vragenlijsten in naar angst voor de tandarts, pijnbeleving en vermijding van tandartsbezoeken.
In vervolgonderzoek gaat men na of een andere vorm van verdoving wenselijk is voor personen met rood haar, zodat ze met minder angst en beven de behandeling tegemoet gaan.

Trudy Dehue (Den Bosch, 1951) is hoogleraar wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dehue won dit jaar de NWO Eureka Boekenprijs voor haar boek De depressie-epidemie dat gaat over de plicht het lot in eigen hand te nemen.

Na eerst een aantal jaren werkzaam te zijn geweest in de kinder- en jeugdpsychiatrie studeerde Trudy Dehue af in de psychologie (1983) en de filosofie (1985). Meer nog dan de menselijke psyche die psychologen bestuderen, bestudeert Dehue juist die psychologen zelf. Ze promoveerde cum laude op ‘De regels van het vak’, een kritische studie van het ‘meten en tellen’ en de vooronderstellingen die bepalend zijn geworden voor psychologisch onderzoek.
In ‘De depressie-epidemie’ analyseert Dehue hoe het kan dat juist in rijke landen steeds meer mensen lijden aan depressie. Dehue laat zien dat wat in de loop van de geschiedenis als melancholie, neerslachtigheid of depressie beschreven is, steeds sterk tijdsgebonden is geweest. Heeft depressie bijvoorbeeld te maken met levensomstandigheden en is het iets wat ‘op de sofa’ behandeld kan worden. Of is het iets biologisch, wat met pillen bestreden kan worden? Dehue neemt ook de invloed van de farmaceutische industrie kritisch onder de loep.

In haar werk laat Dehue zien hoe de ‘depressie-epidemie’ verbonden is met het huidige maatschappelijke ideaal van het maakbare individu. Wij zijn zelf verantwoordelijk geworden voor ons lot: schoonheid en succes zijn een keuze geworden, en het antidepressivum steeds meer een ‘prestatiepil’. Dehue laat zien hoe een samenleving ervaart en bepaalt wat ‘normaal’ is en geeft daarmee niet alleen een analyse van depressie, maar ook van onze tijd.
Uitzending was op zondag 9 augustus. Zie deze player.

Een Duitse organisatie voor preventieve gezondheidszorg heeft een brochure uitgebracht met de laatste conclusies over de effecten van koffie op de gezondheid. Daarin wordt benadrukt dat koffie de lever en brein goed doet.

Dankzij het versnellen van de stofwisseling beschermt koffie tegen de vorm van suikerziekte die vooral voorkomt bij de ouder wordende mens (type II). Ook verlaagt drinken van koffie de kans op Alzheimer en leverontsteking. Daarnaast verbetert koffie de concentratie, zoals direct te merken valt.
Vier kopjes per dag zou ideaal zijn. Koffie bevat overigens een stof die als antioxidant werkt: een polyfenol, namelijk chorogeenzuur. Die stof zou van invloed zijn op verminderen van de kans op Alzheimer, zo blijkt uit onderzoek bij muizen.

(Deutsche Presse-Agentur)

Psychologe dr. Tatjana van Strien van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft de internettraining Denk je slank ontwikkeld. Deze duurt acht weken en bestaat uit schrijf- en doe-opdrachten via e-mail, sms en filmpjes.

Van Strien doet onderzoek naar de psychologische factoren van lijnen en overeten. Volgens haar is het mogelijk om duurzaam af te vallen zónder rigide en ongerijmde verdunningskuren, en mét een op het individu gerichte oplossing. Kern van de training is de zelftestmethode. Daarmee kunnen cursisten op een eenvoudige manier bij zichzelf nagaan waar bij hen persoonlijk de oorzaak ligt van het eetprobleem en wat er aan gedaan kan worden. Deelnemers houden een eetdagboek bij, krijgen praktische tips en worden acht weken lang begeleid met opdrachten.
Deelnemers ontvangen wekelijks twee à drie mailtjes met daarin een filmpje, game, schrijf- of doe-opdracht. Ze hebben de mogelijkheid om elkaar onderling te coachen en ervaringen uit te wisselen en ontvangen sms-steun voor moeilijke momenten.

Bron: persbericht Radboud Universiteit Nijmegen

Uit eerder onderzoek is bekend dat volwassenen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) problemen ervaren bij het verwerken van prikkels, waaronder visuele. Dat maakt dat ze moeite hebben met het snappen van gezichtsuitdrukkingen als een snelle reactie wordt verwacht.

autismeNu is het de vraag of dit probleem ook al speelt op jonge leeftijd. Het antwoord is belangrijk omdat het jonge brein nog heel goed in staat is tot leren. Een goed beeld van hoe de hersenen van ASS-peuters brengt helpende behandeling dichterbij.

Op de universiteit in Maastricht onderzocht men daarom een groep drie- tot vierjarigen die de diagnose ASS hadden. In een mobiel EEG-lab kregen ze een muts met elektroden op die hersenactiviteit registreerden.
De kinderen kregen plaatjes van streepjespatronen te zien, gedetailleerd en grof. Uit de data bleek dat het brein van kinderen met ASS excessief reageert op gedetailleerde streepjespatronen; de activiteit was sterk verhoogd. Die sterke reactie op details kwam ook naar voren bij het bekijken van plaatjes van emoties. Bij plaatjes van bange of neutrale gezichten reageerden kinderen met ASS vooral op de details, in plaats van de globale contouren zoals kinderen uit de controlegroep. Bovendien werden die details trager verwerkt. Conclusie: de hersenen van deze kinderen verwerken emoties trager
Uit eerder onderzoek bleek al dat de frontale hersenen, die verantwoordelijk zijn voor onder andere organiseren en plannen, ook anders werken bij autisten.

(Universiteit Maastricht)

Het karakter van een kind is van invloed op de opvoeding. En die invloed neemt toe naarmate het kind ouder wordt. Dat concluderen Utrechtse ontwikkelingspsychologen in het artikel ‘It takes two to tango’.

Wanneer een kind ouder wordt, is het steeds belangrijker dat het zijn gedrag zelf reguleert. Als dat niet goed gaat, gaan ouders het kind vaak strenger opvoeden.
De karakters van ouder en kind bepalen in gelijke mate de sfeer binnen het gezin. Het blijkt dat die het best is wanneer de ouder extravert is en het kind vriendelijk. Ze staan dan meer open voor contact en houden meer rekening met elkaar.
Het artikel wordt gepubliceerd in Developmental Psychology.
(Universiteit Utrecht)

Kinderen die in hun jonge jaren geen vrienden hebben, vertonen op latere leeftijd meer agressie dan andere kinderen. Dat geldt ook voor kinderen die aan het begin van de basisschool in een vriendenkring zitten met kinderen die al agressief gedrag vertonen.

vriendschapDat blijkt uit het onderzoek ‘Friendship and agression in elementary school’ van Hanneke Palmen. Zij promoveerde op 15 juni hierop aan de Universiteit Utrecht. Palmen onderzocht vier groepen kinderen van groep 3 tot groep 7 op agressie, schoolprestaties en eenzaamheid.

Zij onderzocht de overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen met agressieve en niet-agressieve vrienden.
Kinderen met agressieve vrienden presteerden even goed op school en ervoeren in gelijke mate gevoelens van eenzaamheid als kinderen zonder agressieve vrienden. Kinderen zonder vrienden doen het ook op andere gebieden niet zo goed in de bovenbouw. Deze kinderen worden later minder aardig gevonden door hun klasgenoten en zijn eenzamer dan kinderen met (agressieve of niet-agressieve) vrienden.

(Bron: Universiteit Utrecht)

Er is recent veel ophef over de werking van antidepressiva. Deze week is er een onderzoek gestart naar een alternatief voor medicatie voor de behandeling van langdurige depressie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Er zijn aanwijzingen dat er een alternatief is voor het levenslang doorslikken van antidepressiva. De Universiteit in Groningen bericht over onderzoek dat laat zien dat een psychologische training een even goede bescherming biedt tegen depressieve terugval vergeleken met het jarenlang doorslikken van antidepressiva (Kuyken et al., eind 2008). De training bestaat uit acht sessies.
De uitkomst is van groot belang gezien de recente ophef in o.a. kranten, waarbij de effectiviteit van antidepressiva in twijfel wordt getrokken. Daarnaast geven veel mensen aan niet graag jarenlang antidepressiva te willen slikken en bovendien moeite te hebben medicatietrouw te zijn (Ten Doesschate et al., in press, 2009). Maar er was tot voor kort geen enkel bewijs dat een andere methode dan het doorslikken van deze pillen bescherming biedt tegen terugval.
Ook in Nederland is deze psychologische training nu beschikbaar, die zelfs 5.5 jaar bescherming zou blijfven geven tegen terugval (Bockting et al., 2009 in press: Journal of Clinical Psychiatry).
Groningen gaat nu nogmaals grondig onderzoeken of deze psychologische training een alternatief vormt voor het jarenlang doorslikken van antidepressiva. Dit is een landelijke studie uitgevoerd door Klinische Psychologie en Psychiatrie van de Universiteit Groningen (H.J. Elgersma, C.L.H. Bockting) in samenwerking met meerdere Nederlandse en Amerikaanse universiteiten.
(doorbreekdepressie@gmail.com)

Jongeren met anorexia, boulimia of binge eating disorder kunnen voor informatie en advies terecht op Proud2bme.nl, een website van het Centrum Eetstoornissen Ursula. Hier kunnen zij anoniem vragen over en ervaringen met eetproblemen kwijt.

Proud2bme.nl biedt informatie over onder meer gezond eten, eetstoornissen, beschikbare hulp en schoonheidsidealen. Er is een apart onderdeel met informatie en advies voor ouders.
De website is ontwikkeld door een voormalige anorexiapatiënt en een hulpverlener. Volgens het Centrum Eetstoornissen Ursula is de website de eerste tegenhanger van de vele pro-anawebsites, die via weblogs, forums, foto’s en dieettips gevaarlijk eetgedrag stimuleren.

Ooit gemerkt dat de oplossing voor een probleem je niet te binnen schoot? En dat het dan wel door je gevonden werd op het moment dat je aan iets totaals anders dacht?
Naar dit fenomeen heeft een Amerikaans psycholoog onderzoek gedaan. In het bijzonder keek ze naar het nieuwe inzicht dat dagdromen kan opleveren.

Zij stelt dat heel vaak als je wegstaart of in slaap valt je opeens het antwoord van je vraag of probleem weet. De onderzoeker probeerde mensen af te leiden van een taak waarmee ze bezig waren. Die taak bestond uit het telkens aanraken van een computerscherm wanneer een bepaald getal in beeld verscheen. Daarna vroeg ze de proefpersonen om een minuut daarmee te stoppen. Dat was net lang genoeg om te kunnen observeren wat er in de hersenen gebeurt op een dergelijk afleidend moment. Ze kon precies vergelijken wat er gebeurde met de brein als ze met de simpele taak bezig waren en wat vervolgens plaatsvond bij kortdurende afleiding. Dat kan dankzij de hersenscan die de breinactiviteit van de personen registreerde tijdens het uitvoeren van de taak.
Heel bijzonder was dat tijdens het afgeleid raken van een monotone taak de activiteit toenam in het frontale hersengebied. Dit is het deel dat executieve functies beheert, die nodig zijn voor het oplossen van complexe vragen. Als mensen wegdwalen, waardoor het lijkt alsof hun blik op oneindig staat, wordt een bijzonder hersengebied actief, zo stelt de onderzoeker. Dat gebied is gewoonweg niet betrokken bij het uitvoeren van een simpele taak. Er komt door die ‘afleiding’ daarmee een nieuwe bron van gedachten op, die tot de oplossing van het probleem kunnen leiden.

(Proceedings of the National Academy of Sciences, mei 2009)

Het kauwen op kauwgum tijdens stresserende gebeurtenissen remt de aanmaak van cortison. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van Northumbria University in Engeland.

kauwgom kauwen verlicht stressBij 40 studenten namen deze onderzoeker tests af om het stressniveau kunstmatig te verhogen. De ene test was gemakkelijk, de ander moeilijk, of andersom. De ene keer kauwden de proefpersonen op een stukje kauwgom, de andere keer niet. Voor en na de tests maten de onderzoekers de concentratie cortison in het speeksel van de mannen. Ook gingen ze met een vragenlijst de gemoedstoestand na.
Uit de data blijkt dat kauwgom meer gerust, minder gestrest en zekerder maakt. Bovendien voelden de studenten zich dankzij de kauwgom alerter. Het speeksel van de proefpersonen die kauwgom kauwden bevatte na de test minder cortison dan daarvoor.
Men vermoedt nu dat het kauwproces de bloedtoevoer naar de hersenen stimuleert, wat de gunstige effecten zou kunnen verklaren.

(Physiol Behavior 2009 Mar 5)

RouwAls je te maken krijgt met verlies van geliefde personen of een drastische wijziging in je levensloop door verlies van je baan bijvoorbeeld, heb je tijd nodig om hiermee goed om te kunnen gaan. Ieder reageert op zijn eigen manier op het verlies. De reacties kunnen dus sterk uiteenlopen.
Accepteer het verlies en ga met je gevoelens aan de slag. Het ontkennen van negatieve emoties kan op een later moment tot lichamelijke klachten leiden. Er zijn verschillende manieren om je emoties te uiten of plaats te geven. Probeer bijvoorbeeld je gedachten op te schrijven in een dagboek, schrijf een brief of maak een fotoalbum. Blijf zorgdragen voor een gezonde levensstijl door goede voeding tot je te nemen. Ook voldoende slaap en lichaamsbeweging zijn belangrijk. Je kunt het beste drugs en alcohol vermijden, omdat die het omgaan met emoties juist bemoeilijken.
Neem er de tijd voor om te rouwen in je eigen tempo. Alle emoties zouden toegestaan mogen zijn, omdat ze deel uitmaken van het proces: huilen, lachten of gewoon treurig zijn. Besef ook dat verdrietgevoelens op bepaalde tijden weer de kop op steken, zoals bij een verjaardag of andere feestdagen.

(Healthday news, voor meer informatie: PDF Psychowijzer)

De kans op overlijden neemt toe met het aantal uren dat je zittend doorbrengt. Als je overdag meer in beweging bent, is de overlijdenskans juist kleiner. Dat volgt uit een Canadees onderzoek onder zeventienduizend mensen.

zittenVoor het onderzoek werden de gegevens bekeken van mensen die vanaf 1981 meededen aan de Canada Fitness Survey. Bij de start waren ze 18 of 19 jaar oud. De groep werd gedurende 13 jaar gevolgd. Uit die data maken de onderzoekers op dat er rechtstreeks verband bestaat tussen de hoeveelheid beweging en de sterftekans.
Van de deelnemers die praktisch de gehele dag in beweging waren was na dertien jaar nog 95 procent in leven, van de deelnemers die overdag praktisch niet bewogen nog 80 procent.
Een zittende leefstijl blijkt vooral slecht bij overgewicht. Lichamelijke beweging bleek vooral te beschermen tegen hart- en vaatziekten, maar verminderde ook de kans op ademhalingsproblemen, stoornissen aan het zenuwstelsel en stofwisselingssysteem.
Volgens onderzoekers moeten artsen mensen niet alleen aanraden om meer te bewegen en normaal lichaamsgewicht na te streven. Het is daarnaast belangrijk om de tijd minder zittend door te brengen waar mogelijk.

(Medical Science Sports Exercise, 03-04-2009)

Kinderen bij wie ADHD is vastgesteld en die medicatie innemen, presteren beter op school dan dezelfde groep die geen medicijnen inneemt. Dat komt naar voren uit een Amerikaans onderzoek dat ongeveer 600 kinderen met ADHD volgde.

Van deze groep kreeg 60% medicatie, waarbij het meestal ging om Methylfenidaat (Ritalin). De groep die medicijnen innam presteerde vooral beter op rekenen/ wiskunde. Dat blijkt uit analyse van hun cijfermatige resultaten over een lange periode.
De onderzoekers stellen terecht dat medicatie slechts een hulpmiddel is en dat ook andere interventies belangrijk zijn als er sprake is van ADHD.
Volgens de wetenschapper is het gevonden verschil in leerprestaties belangrijk, omdat vroege ontwikkeling op school bepalend is voor schoolprestaties in de toekomst.
“Het onderzoek laat zien dat er een werkelijk lange-termijn-effect aantoonbaar is dat objectief kan worden gemeten”, aldus de coördinator van het onderzoek, R. Scheffler.

(Scheffler, R.M., Pediatrics, May 2009; vol 123: pp 1273-1279)

Hoe leg je een 12-jarige uit wat het betekent dat zijn moeder schizofreen is? Of dat een klasgenoot autistisch is? Gestoord maakt dit met begrijpelijke teksten over allerlei psychische aandoeningen gemakkelijker. Het boekje geeft uitleg over aandoeningen als eetstoornissen, autisme, psychoses en depressiviteit.

GestoordHet boek is een initiatief van Arjen Bergman die werkzaam is bij het inloophuis psychiatrie in Leiden. Bij het ontvangen van klassen bij het GGZ-informatiepunt merkte hij dat bestaande folders over psychiatrie te ingewikkeld waren voor kinderen. Met dit werk hoopt hij een alternatief te bieden.
De teksten zijn bedoeld voor jongeren van 11 tot 17 jaar. Men wil deze jeugdigen en jongeren ’raar’ gedrag leren begrijpen.
Naast uitleg over psychische aandoeningen bevat Gestoord de strip Hersenspinsels van de Vlaamse striptekenaar Steven Dupré. In de andere helft van het boek wordt aandacht besteed aan een anorexiapatiënt, een autist en een jongen die zo depressief is dat hij zelfmoord wil plegen.
Met voorbeelden en heldere teksten hebben de schrijvers geprobeerd om aan te sluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. Mensen met psychische problemen doen soms ’raar’ of ’irritant’, en dit komt ’doordat er iets mis is in hun hersenen’.

Het stripboek is te bestellen via het GGZ Informatiepunt Leiden en via Van Stockum.

AutismeEr is een interessant verschil aan het licht gekomen tussen autistische kinderen en hun leeftijdgenoten zonder deze stoornis. Zeer jonge kinderen met een autisme spectrum stoornis hebben veel minder aandacht voor bewegende mensen. In plaats daarvan gaat hun aandacht uit naar beelden die synchroon lopen met geluid. Daarmee is in één klap verklaard waarom autisten liever naar de mond van mensen kijken dan naar hun ogen: de mond loopt synchroon met het geluid.
Onderzoekers van de Yale University schreven daarover in wetenschappelijke tijdschrift Nature.
Zoals we al dachten blijkt autisme een stoornis die vanaf de geboorte aanwezig is. In elk geval zijn autisten op tweejarige leeftijd “al een heel andere weg in hun ontwikkeling ingeslagen”.

(Nature, 29 March 2009)

slaapprobleemSlaap is van essentieel belang voor gezondheid en welzijn, maar ongeveer één op de tien heeft moeite met in- of doorslapen. Daardoor bouwen zij een slaaptekort op. Dat leidt naast slaperigheid overdag ook tot lusteloosheid, vertraagde spraak, verminderde emotionele reacties, verminderd geheugen en een onvermogen om ingewikkelde taken goed uit te voeren.

Individuele slaapbehoeften verschillen van persoon tot persoon. In het algemeen geldt dat mensen acht uur slaap per nacht nodig hebben. Echter, sommige mensen zijn in staat om te werken zonder slaperigheid of sufheid na slechts zes uur slapen. Psychologen en andere wetenschappers hebben aangetoond dat slaapproblemen direct of indirect te verbinden zijn aan afwijkingen in de volgende systemen: hersenen en het zenuwstelsel, hart- en vaatstelsel, stofwisselingfuncties en het immuunsysteem.
Stress is oorzaak #1 van kortdurende slaapproblemen. Als die niet goed aangepakt worden, kunnen ze blijven bestaan nadat de oorspronkelijke stressor geen rol meer speelt. Verder is vastgesteld dat het drinken van alcohol of cafeïnehoudende in de namiddag of avond de slaap verstoren.
Volgens de onderzoekers is het slaappatroon verdeeld in vijf fasen, die gekenmerkt door veranderingen in de hersengolven. In de ochtend is er sprake van snelle oogbewegingen, of REM-slaap. Op dat moment ontspannen de de spieren en treedt dromen op. Recente herinneringen kunnen dan worden verankerd in de hersenen.

Volgens onderzoekers helpen de volgende tips slaapproblemen tegengaan:
* Houd een regelmatig schema van naar bed gaan en opstaan aan. Sta elke ochtend (dus ook in het weekend) rond dezelfde tijd op.
* Drinken geen cafeïne (koffie, chocolademelk, cola) vier tot zes uur voor het slapen gaan. Minimaliseer het gebruik ervan overdag.
* Ga niet roken vlak voor het slapengaan, rook niet als u wakker wordt tijdens de nacht
* Vermijd alcohol en zware maaltijden vóór slapen
* Zorg voor regelmatige lichaamsbeweging
* Minimaliseer geluid, licht en een overmaat aan warme en koude temperaturen in de slaapkamer
* Probeer wakker te worden zonder een wekker
* Probeer een bepaalde periode elke nacht steeds iets eerder naar bed te gaan. Zo is slaaptekort snel te verminderen.
* Gebruik het bed alleen maar voor het slapen
* Vermijd dutjes overdag

Therapie
Wanneer je het niet redt met deze tips, is cognitieve gedragstherapie (CGT) het overwegen waard. CGT heeft grote kans van slagen bij mensen die lijden aan chronische slapeloosheid. Hierin krijgt men bijvoorbeeld de opdracht om een slaapdagboeken bij te houden, waarmee een nauwkeurig beeld van iemands slaappatronen ontstaat. In CGT is doorbreken van de niet kloppende gedachten en de angst over slapen het doel. Dankzij deze therapie bereikt een derde deel van de mensen met slapeloosheid een normale slaap. De meeste symptomen nemen af met 50 procent. Als slapeloosheid samengaat met andere psychische stoornissen zoals depressie, moet,de eerste behandeling gericht zijn op de onderliggende aandoening.
Wanneer mensen last hebben van slapeloosheid proberen ze meestal het tekort te compenseren door lang uit te slapen tijdens de ochtend of zeer lang in bed te blijven. Deze maatregelen maken het probleem eerder erger. De angst om niet voldoende te slapen en zorgen daarover maken het probleem er ook niet beter op. Daarom richt de behandelingen zich op bijstellen van de slechte slaapgewoonten. En ook op de zorgen en niet kloppende overtuigingen over slapen werken. Medicatie (zoals Melatonine) kan een rol spelen in het doorbreken van de slapeloosheid, maar alleen met gedragstherapie valt echte verbetering voor elkaar te krijgen.

(National Sleep Foundation)

Altrecht, een GGZ-instelling, heeft Webwoud gelanceerd. Dit is een interactieve website voor jongeren die psychische of psychiatrische problemen hebben. Jongeren kunnen er steun vinden, ervaringen delen met anderen en spellen spelen: het ‘Groot ADHD-behendigheidsspel’ en de ‘Nationale autismequiz’. De spellen geven de speler een indruk van wat het betekent om een van beide ziekten te hebben.
De website is op aandringen van jonge cliënten gemaakt. Ook vrienden, klasgenoten of familieleden kunnen een bezoekje brengen om te ervaren wat een psychische aandoening inhoudt.
Zie www.altrecht.nl/webwoud

Angst voor tandheelkundige behandelingen is de meest voorkomende fobie in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek naar angsten en fobieën van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam.

Veel angsten zijn functioneel, omdat zij de mens beschermen tegen gevaar. Als echter een in feite ongevaarlijke situatie of object wordt vermeden, en het dagelijks leven hierdoor negatief wordt beïnvloed, gaat het om een zogeheten specifieke fobie. Ongeveer 12% van de Nederlanders heeft een fobie, wat het tot één van de meest vaak voorkomende psychiatrische stoornissen maakt. En daarbij gaat het vooral om angst voor tandheelkundige behandeling.
Deze angst leidt vaak automatisch tot een spiraal van vermijding, tandbederf, pijn, schaamte en een verdere toename van angst.
Wanneer je last hebt van deze fobie is het ‘t beste is om de angst te bespreken met de tandarts. Na een geruststellend gesprek met uitleg volgt dan een behandeling volgens een vast, dus voorspelbaar patroon. Stap voor stap wordt de behandeling uitgevoerd. Kalmeringsmiddelen, verdoving, hypnose of een andere vorm van ontspanning kunnen behulpzaam zijn in dit stappenplan.

Na angst voor de tandarts komt angst voor slangen het meest voor onder de Nederlandse bevolking. Deze wordt gevolgd door angst voor hoogten.
Voor het ACTA-onderzoek zijn ongeveer tweeduizend mensen in Nederland tussen de 18-93 jaar ondervraagd. De bevindingen worden in het aprilnummer van het wetenschappelijk tijdschrift European Journal of Oral Sciences gepubliceerd.

(www.blikopnieuws.nl)

Behandeling met botox verlamt niet alleen de spiertjes in het gelaat die rimpels kunnen veroorzaken, maar heeft ook invloed op de emotionele beleving. Mensen die negatieve emoties niet in het gezicht tot uitdrukking kunnen brengen, ervaren namelijk meer negatieve emoties. Ze zien de wereld door een negatieve bril, omdat ze hun gevoel van walging niet kwijtraken door het te uiten.

BotoxGevoelens vaak onderdrukken is niet verstandig. Uit eerder onderzoek bleek al dat mensen die hun emoties vaak onderdrukken een slechtere gezondheid hebben. Vooral het onderdrukken van walging blijkt negatieve gevolgen te hebben, ontdekte Grob die promoveert op dit onderwerp.
In haar onderzoek waren proefpersonen die werd gevraagd hun walging te onderdrukken, goed in staat de uiting van emoties te onderdrukken. Echter, deze emotie kwam alsnog tot uitdrukking via andere kanalen. Op gedachteniveau gingen ze veel meer aan walgelijke dingen denken en ook andere zaken werden veel negatiever opgevat. Mensen die de wereld door een negatieve bril aanschouwen, ervaren meer negatieve emoties. Als ze deze vervolgens ook weer onderdrukken belanden ze al snel in een negatieve spiraal. Zeker iets om over na te denken in een maatschappij waarin mensen steeds vaker in naam van schoonheid hun gezichtsspieren lamleggen met botoxbehandelingen, meent Grob.

J. Grob docent bij de afdeling Psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Loes.nl, een website waar ouders allerlei tips en informatie kunnen vinden over de opvoeding van kinderen, heeft sinds de start tienduizend bezoekers getrokken.

Loes is sinds een half jaar het gezicht van een campagne voor opvoedondersteuning in de gemeente Enschede. Naast de website heeft Loes een apart telefoonnummer en een loket in de bibliotheek, dat ook het ouderloket van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Enschede is. De opvoedadviezen en tips van Loes zijn gebaseerd op het Australische opvoedprogramma Triple P.
Zie www.loes.nl; www.triplep-nederland.nl

Pubers hebben meer moeite om zich te verplaatsen in het standpunt van anderen. Dat zeggen wetenschappers van het University College in Londen op basis van een computerexperiment.

In het onderzoek kregen de deelnemers een afbeelding te zien van een man voor een boekenkast met daarin verschillende objecten. Doordat sommige planken in de kast van één kant afgeschermd waren, kon de man niet alles zien. De proefpersonen moesten zich inleven in de man op het scherm en het object dat voor hem te zien was verplaatsen. Vooral pubers bleken moeite te hebben om het gezichtspunt van de persoon op de afbeelding aan te nemen. Het experiment geeft inzicht in de reden waarom pubers zich vaak ongevoelig gedragen ten opzichte van anderen.
Meer informatie: New Scientist
Bron: Nu.nl

Het Centrum Eerste Psychose (CEP) heeft de website ‘HELP ik heb een Psychose’ geopend voor en over jongeren die voor het eerst een psychose krijgen.

Per jaar krijgen ongeveer drieduizend jongeren in Nederland voor het eerst een psychose. De eerste tekenen van een psychose zijn vaak niet duidelijk zichtbaar voor de jongere zelf, familie en vrienden. Wanhopige ouders zoeken daardoor pas hulp als het leven van een jongere al behoorlijk ontwricht is maar hoe eerder de hulp bij een psychose start, hoe minder ingrijpend het is.
Zie: Help ik heb een psychose’

Vrouwen eten meestal gezonder dan mannen, omdat ze beter letten op de calorieën en meer groenten en fruit eet. Behalve dan als ze last krijgen van stress – dan krijgen ze een hang naar junk food. Bij mannen is het precies andersom, ontdekten psychologen van Montclair State University.

De onderzoekers deden eerst proeven met vrouwelijke studenten. Die kregen in een lab de mogelijkheid om chips, M&M’s, pinda’s of druiven te eten. De studenten kregen te horen dat de snacks een blijk van waardering waren. De onderzoekers hielden bij hoeveel ervan gegeten wordt. Zij zorgden ervoor dat de ene helft van de proefpersonen onder stress stond, en de andere helft niet. De stressgroep moest vraagstukken oplossen waarvoor geen oplossing bestond, de ongestreste groep kreeg vraagstukken waarop wel een antwoord mogelijk was. Daarna herhaalden de onderzoekers hun experimenten met mannelijke studenten.
De geconsumeerde hoeveelheid voedsel veranderde niet door de stress. Het soort voedsel dat de studenten aten veranderde wel. Mannen gingen gezonder eten door stress, vrouwen juist ongezonder.
De onderzoekers vermoeden dat psychologische verschillen tussen mannen en vrouwen het verschil veroorzaken.

(Appetite. 2007 Nov;49(3):696-9.)

Verhoogd bloedsuikergehalte bij mensen die type 2 suikerziekte hebben is gelieerd aan beperkingen in het cognitief functioneren. Dat komt naar voren uit een onderzoek dat verschenen is in Diabetes Care.

Het onderzoek waarover het gaat is een langlopend Amerikaans onderzoek dat onder andere naar de hart- en vaatziekten kijkt die deze vorm van diabetes kan opleveren. Nu laten data zien dat een verhoogd niveau van hemoglobine A1C levels (een maat voor bloedsuikergehalte) samengaat met significant lager scoren op drie cognitieve taken, die iets zeggen over het geheugen, snelheid van informatieverwerking en de vaardigheid om twee taken tegelijkertijd uit te voeren. Ook eerdere onderzoeken wezen in die richting: mensen met type 2 suikerziekte hebben een verhoogde kans op dementie.
Nog onduidelijk is of dat verhoogd bloedsuiker leidt tot cognitieve achteruitgang of dat het verband andersom werkt: misschien veroorzaakt vermindering in mentale vermogens de stoornis in regulering van het bloedsuiker. Dat verband wordt in vervolgonderzoek onder de loep genomen. Hoe dan ook: voorkomen en remediëren van de verminderde gevoeiligheid voor insuline is aan te raden.

(Diabetes Care, jan. 2009)

Jonge kinderen ontwikkelen gemakkelijk valse herinneringen aan zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht naar de betrouwbaarheid van het geheugen van kinderen.

Het onderzoek werd uitgevoerd onder 91 lagere schoolkinderen, onderverdeeld in twee groepen: 44 kinderen van 7-8 jaar en 47 kinderen van 11-12 jaar. Eindconclusie van het onderzoek is dat vooral jonge kinderen gevoelig zijn voor suggestieve informatie. Zij ontwikkelen gemakkelijk valse herinneringen aan zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen. Zo meenden bijvoorbeeld van de ondervraagde basisschoolkinderen 70 procent ooit een ontvoering door een UFO te hebben meegemaakt nadat zij hier fictieve informatie over hadden gekregen. Onderzoeker Henry Otgaar: ‘In het verleden zijn in de Verenigde Staten leraren aangeklaagd voor jarenlang ritueel kindermisbruik op basis van bizarre, hoogst onwaarschijnlijke herinneringen van leerlingen, die achteraf door experts als valse herinneringen werden gezien, uitgelokt door suggestieve ondervragingen. Het is dus bijzonder relevant om onderzoek te doen naar valse herinneringen bij kinderen.’

(Appl. Cognit. Psychol. 23: 115-125 (2009), Universiteit Maastricht)

Langdurige cardiotraining wordt aangenamer als je daarbij water drinkt. Drinken zorgt ervoor dat je je na je training energieker voelt. Dat schrijven sportwetenschappers van de Loughborough University.

Het aanvullen van verloren water tijdens sportsessies doet veel, zo blijkt. Het stimuleert anabole processen, bevordert verbranding van vetten, verhoogt afgifte van groeihormoon en houdt de stijging van de cortisolspiegel binnen de perken.
De Britten lieten vijftien getrainde duursporters – die minstens drie keer per week sporten – negentig minuten lopen op een band op het niveau waarbij een gesprek voeren nog maar net mogelijk is. De ene keer dronken de proefpersonen water, de andere keer niet. De data laten zien dat water drinken de activiteit plezieriger maakt. Toen de onderzoekers de sporters vroegen hoe energiek ze zich voelden, zagen zij het andere positieve effect van de watersuppletie.

(Appetite)

Bijna 60 procent van alle mensen die voor 2008 goede voornemens maakten, houden deze nog steeds vol. Dit geeft hoop voor 2009, waarin de belangrijkste voornemens zijn om af te vallen, gezonder te leven en meer te gaan bewegen. Dit blijkt uit onderzoek van GezondheidsNet.nl in samenwerking met Valtaf.nl onder hun bezoekers van de websites.

De ondervraagden hebben voor 2009 voornamelijk voornemens die met de eigen gezondheid te maken hebben. Populaire voornemens zijn: afvallen (29 procent), gezonder leven in het algemeen (22 procent) en meer bewegen (12 procent). Opvallend is dat specifieke diëten duidelijk aan populariteit verliezen en dat bijna de helft wil gaan afslanken door gezonder te gaan leven. Vorig jaar ging 22 procent nog met een dieet aan de slag, maar dit jaar geeft nog maar 12 procent zich over aan
een streng voedingsplan. Sonja Bakker blijft in deze groep het populairst (47 procent), gevolgd door de Weight Watchers (25 procent).
Volgens voedingsadviseurs moet je meteen beginnen, als je wilt afvallen. Maar het maakt eigenlijk niet zoveel uit, wanneer je begint met afvallen, zolang je voor jezelf maar een startpunt hebt. Maak wel een plan voor de langere termijn, bijvoorbeeld voor heel 2009, zodat je dit ook makkelijk kunt volhouden.
Voor het onderzoek vulden 1618 mensen de vragenlijst online in.

(GezondheidsNet.nl)

Je gelukgevoel dank je grotendeels aan mensen met wie je je verbonden voelt. Dat komt uit een onderzoek naar voren dat geluk koppelt aan het sociale netwerk, waarin het fijne gevoel net zoals een ziektekiem van de een op de ander kan overgedragen worden.

gelukkig mannetjeAlweer een onderzoek dat het belang van een goed sociaal netwerk benadrukt. Sociale relaties zijn de beste voorspeller voor het geluksgevoel. Het effect hiervan is zelfs vele malen sterker dan ooit gedacht. Mensen die zich omgeven met vrolijk gestemde mensen verhogen hun kans op het ultieme geluksgevoel.
Het onderzoek vroeg aan bijna 4800 personen (die in een gebied relatief dichtbij elkaar woonden) om op drie verschillende momenten tussen 1984 en 2003 een vragenlijst in te vullen, waarbij de vragen vooral ingingen op het gevoel van geluk. Daarnaast werd ook navraag gedaan naar de sociale contacten, wat de onderzoekers in staat stelde de sociale verbondenheid in beeld te krijgen. Wie gelukkig is, kan een heel netwerk gelukkiger maken, zo blijkt uit het onderzoek. Het geluk verspreidt zich volgens de makers van de studie het best op kleine afstanden. Een gelukkige vriend op minder dan een kilometer doet uw kans op geluk met 42 procent stijgen, een goede buur verhoogt die kans met 34 procent.
Als jij iemand kent die gelukkig is, dan verhoogt dat jouw kans op geluk met 15,3 procent. Ken jij iemand die een gelukkig iemand kent, dan verhoogt dat jouw kans op geluk met 9,8 procent. Hoe meer gelukkige mensen je kent, des te gelukkiger ben jijzelf.
Persoonlijke factoren, zoals het al dan niet hebben van een ban of getrouwd zijn bepalen ook de mate van geluk. Het geluksgevoel komt naar voren als een behoorlijk stabiele eigenschap die een beetje fluctueert, maar in feite weinig verandert.

(BMJ 12-2008)

Wie snel zijn geluksgevoel en tevredenheid met het leven wil verbeteren, heeft misschien iets aan de resultaten van een onderzoek door de universiteit in Kent State. De pen is een machtig middel, zo blijkt daaruit.

DankbaarheidOndanks rijkdom en alles hebben wat we willen, kampen meer dan ooit mensen met een ongelukkig gevoel. Om te kijken wat daarin verandering kan aanbrengen, deed men in Amerika onderzoek onder studenten. Die werden via een cursus geleerd om brieven te schrijven waarin ze hun dankbaarheid centraal stelden. De brieven moesten gericht zijn aan mensen die een positieve invloed hebben gehad op hun leven tot dan toe.
Na het schrijven van elke positief getinte brief kreeg de groep een vragenlijst voorgelegd waarmee de stemming en het geluksgevoel werden nagevraagd. Het geluk groeide met elke dankbaarheidbrief, zo stelde de onderzoeker vast.
Maar liefst 3 op de 4 onderzochte studenten meldde door te willen gaan met het schrijven van dankbaarheidsbrieven na afloop van het onderzoek.
Dit is niet het eerste onderzoek dat laat zien dat schrijven over gevoelens vaak samengaat met afname van gezondheidsklachten, een verbetering van de weerstand tegen ziekten en afname van depressieve klachten. Door dankbaarheid onder woorden te brengen, weet je weer dat dankbaarheid en tevredenheid heel dichtbij zijn. Daarmee verbetert de levenskwaliteit aanzienlijk. Een goed sociaal netwerk biedt sowieso een buffer tegen veel leed. De vriendengroep hoeft absoluut niet omvangrijk te zijn en je hoeft niet altijd het middelpunt van feesten te zijn, maar slechts één of twee ware vriendschappen kunnen bescherming bieden tegen negatieve levensgebeurtenissen.

(Kent State University)

Recent hebben Caroline Braet en Susan Bögels als redacteuren verschillende auteurs bereid gevonden om hun protocollen voor effectieve behandelingen uit te schrijven. Het gaat om behandelprotocollen die tot voor kort enkel beschikbaar waren op de universiteiten. Het product is een 561 pagina’s tellend boek.

coverNiet alleen vermeldt het boek richtlijnen voor behandeling, maar ook onderzoeksbevindingen en de theorie daarachter krijgen de aandacht. Sommige protocollen zijn gericht op jonge kinderen (en hun ouders) en gaan over de behandeling van onder meer slaapproblemen, gedragsproblemen, buikpijnklachten of enuresis. Andere protocollen richten zich op kinderen met autisme, obesitas, ADHD, depressie, angsten, tics, dwangklachten en hechtingsproblemen. Verder bevat het boek protocollen voor adolescenten die kampen met klachten zoals automutilatie, eetstoornissen, verslaving, chronische vermoeidheid, stressklachten na eenmalig seksueel geweld en emotieregulatieproblemen.
Elk hoofdstuk beschrijft hoe stapsgewijs bepaalde problemen kunnen worden aangepakt. Naast richtlijnen voor het opzetten van de behandeling bevatten de hoofdstukken ook werkbladen, suggesties voor het brengen van de rationale en tips voor de evaluatie van het therapie-effect. Elk protocol is geëvalueerd op effectiviteit.
Het boek is bedoeld voor al diegenen die kinderen en jeugdigen met psychopathologie behandelen in de jeugdzorg en GGZ, zoals orthopedagogen, gz-psychologen, klinisch psychologen en ook sociaal-pedagogisch hulpverleners, sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen kunnen er hun voordeel mee doen.

(Uitgeverij Boom)

Een boze bui van een puberdochter in een conflictsituatie is totaal niet erg. Tenzij ze daarna verdrietig of met schuldgevoelens naar bed gaat. Dat zegt Anna Lichtwarck-Aschoff, die op 13 november in Groningen promoveert op haar onderzoek naar de identiteitsontwikkeling van meisjes in puberteitleeftijd.

sombere adolescent21 meisjes van 15 jaar vroeg zij een dagboek bij te houden over ruzies met hun moeder. Ze ontdekte dat het niveau van autonomie – zelf bepalen wat je wanneer doet en hoe – samenhangt met de manier van ruziemaken. Meisjes met een sterk gevoel van autonomie bleken tijdens een ruzie meer boosheid te voelen en beter in staat te zijn uit de drukken wat ze wilden. Na het conflict voelden ze sneller neutrale of positieve emoties, waardoor ze zich sneller weer verbonden voelden met hun moeder. Meisjes met een minder ontwikkeld gevoel van autonomie voelden tijdens een conflict meer frustratie en verdriet. Die nare gevoelens bleven na het conflict langer hangen.

(RuG-bericht)

Soms ontstaat een boek uit noodzaak, omdat de schrijfster ons écht bewust moet maken van een sociaal probleem. Dat is ook het geval met Knopen in je touw, het debuut van Kirstin Rozema-Engeman.

Nadat haar zoon op school jarenlang te kampen had gehad met pesterijen, besloot zij een kinderboek te schrijven dat duidelijk maakt wat de gevolgen van pesten kunnen zijn voor een kind. Het resultaat: een boek dat lekker wegleest en waar iedereen wel iets herkenbaars in kan lezen. Het verhaal draait om Floor, een meisje van 10 dat het niet zo gemakkelijk heeft in het leven. Op school is ze vaak het mikpunt van treitereitjes, waardoor ze zich vaak alleen en verloren voelt. Maar ook thuis valt het niet altijd mee. In al haar ellende vindt Floor hulp van oom Henk en tante Marie. Knopen in je touw is geschreven in een stijl die voor bovenbouwkinderen goed te lezen valt. Vooral meisjes zullen goed mee kunnen leven met de avonturen van Floor. Bovendien bevat het boek een belangrijke boodschap over de gevolgen van pesten. En zolang dat probleem op basisscholen nog steeds actueel is, is het belangrijk dat schrijvers ons hier op blijven wijzen.

(www.knopeninjetouw.nl)

Het is ook voor kinderen met PDD-NOS (een aan autisme verwante stoornis) goed mogelijk om te leren gevoelens, gedachten en intenties van anderen te begrijpen. Wel doen ze er langer dan gemiddeld over over om deze zogenaamde ‘Theory of Mind’ (TOM) te ontwikkelen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Els Blijd-Hoogewys, die op 6 november promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Blijd onderzocht deze Theory of Mind (het vermogen om anderen te snappen en hun beleving in te schatten) bij 324 kinderen die zich normaal ontwikkelen. Daarnaast waren 30 kinderen met PDD-NOS in haar onderzoek betrokken. Zij ontwikkelde een soort test in de vorm van een takenboek. Blijd ontdekte dat bij alle kinderen de ontwikkeling van ToM af en toe hapert. De grootste vertraging doet zich bij kinderen zonder stoornis voor als ze 6 tot 6,5 jaar zijn en bij kinderen met PDD-NOS ruim een jaar later. Blijd constateerde ook dat de test op zich, die met tussenpozen van vier maanden vier keer werd afgenomen, de ontwikkeling van Theory of Mind stimuleerde.
De ToM-ontwikkeling van kinderen met PDD-NOS verloopt vertraagd, maar onderscheidt zich verder niet van die van ‘normale’ kinderen.

(RuG-bericht)

Bibbers.nlOp de nieuwe website Bibbers kunnen kinderen zichzelf testen om te kijken of ze last hebben van een angst- of dwangstoornis.
Verder staan er allerlei tips waarmee ze ervoor kunnen zorgen dat ze in het vervolg minder bang zijn of minder snel toegeven aan een dwanggedachte of handeling.
De website www.bibbers.nl is een initiatief van de stichting angst, dwang en fobie. Zeven procent van de Nederlandse kinderen heeft in meer of mindere mate last van angstklachten. Van Nispen, coördinator van de ADF: ‘Als er niet op tijd iets aan hun angst- of dwangstoornis wordt gedaan, bestaat de kans dat ze hier op latere leeftijd meer last van krijgen.’

Kinderen kunnen afvallen als het juiste boek lezen. Dit komt naar voren uit onderzoek door het Duke Children’s Hospital, waaraan een groep te dikke meisjes tussen de negen en de dertien jaar meedeed.

Cover Lake RescueDe onderzoekers lieten dertig meisjes het boek Lake Rescue (Annie Bryant) lezen.
Een tweede, ongeveer net zo grote groep, las een ander boek, Charlotte in Paris. Een controlegroep van vijftien meisjes las geen enkel boek.
Lake Rescue gaat over een dik meisje dat met haar school gaat kamperen. Kinderen plagen haar omdat ze dik is. Ze heeft geen vrienden en maakt zich er zorgen over of het schoolreisje wel goed zal aflopen. Maar ze maakt vrienden en herwint haar zelfrespect. In het kamp ontmoet ze een coach die haar leert hoe belangrijk lichaamsbeweging voor haar is en hoe ze gezond moet eten. De mentor houdt de hoofdpersoon ook op het juiste spoor.
Het belangrijkste personage in Charlotte in Paris is geen dik meisje. Het boek gaat niet over overgewicht.
Toen de onderzoekers na zes maanden de meisjes weer opzochten, maten ze dat de BMI van de meisjes die Lake Rescue hadden 0,71 punten was gezakt. De BMI van de meisjes die het andere boek hadden gelezen, was met 0,33 punten verminderd, terwijl de BMI van de meisjes in de controlegroep met 0,05 was gestegen. Het lezen van het boek Lake Rescue verbeterde ook de manier waarop de kinderen tegen zichzelf aankijken, zo bleek uit psychologische tests.
Dit onderzoek is de eerste studie die aantoont dat boeken een positief effect op de leefstijl en het lichaamsgewicht van kinderen kunnen hebben. Via boeken is het dus mogelijk om gezond gedrag door kinderen te stimuleren.

(Daily Mail, Obesity Society)

Als je een milkshake drinkt, wordt normaal gesproken een gebied in de hersenen geactiveerd dat je een blij gevoel geeft. Echter, dat geldt niet voor mensen met overgewicht, hoe raar dat ook klinkt. Zwaarlijvigen gaan hardnekkig door met teveel eten, omdat ze niet genoeg voldoening krijgen van voedsel. Door teveel te eten, proberen zij dit tekort aan pleziergevoel op te heffen.

MilkshakeDeze conclusies komen uit een onderzoek onder een kleine groep van 43 studenten, van wie via MRI hersenscans werden gemaakt terwijl ze milkshake dronken. Hoe kleiner de respons in de hersenen in reactie op de smaak van milkshake, hoe groter de kans op overgewicht. De hersenscans toonde dat een bepaald gebied in de hersenen actief werd na een milkshake: het dorsale striatum. Bij de zwaarlijvige proefpersonen lag die activiteit ver onder de maat.
Wetenschappers weten al langere tijd dat genetische factoren bepalend zijn waar het gaat om overgewicht. Dopamine speelt daarbij de hoofdrol. Dit is de stof die in de hersenen het plezierig gevoel oproept. Eten kan tijdelijk het gehalte aan dopamine laten stijgen.
Dopamine speelt niet alleen een rol bij het voelen van plezier, maar heeft ook iets te maken met aanleren van gedrag. De dopamine-receptoren in de hersenen hebben ook iets te maken met verslavingen en met het vermogen om impulsen te weerstaan.
Als artsen kunnen vaststellen wie een risico heeft op overgewicht door de aanwezigheid van de bepalende genvariatie, kan preventief worden ingegrepen. Men kan leren om op andere wijze het gevoel van plezier op te roepen, niet via eten van lekkere dingen, maar via sport bijvoorbeeld. Mogelijk kunnen dan de hersenen opnieuw worden geprogrammeerd, zodat mensen uit de risicogroep niet alleen suikerrijk ongezond voedsel willen nuttigen.

(Science)

Drie genomineerden voor de scriptieprijs online hulp 2008 zijn bekend. Het gaat om scripties over online opvoedingsondersteuning, suïcidepreventie via internet en een online behandeling voor seksueel getraumatiseerde jongeren.

De jury onder leiding van Lodewijk de Waal (Humanitas) maakt de winnaar bekend op 14 oktober. Met de scriptieprijs stimuleert stichting e-hulp.nl dat kennis over online hulpverlening verder verspreid wordt. De scriptie over online opvoedingsondersteuning onderzoekt de redenen van ouders om opvoedingssites te bezoeken, hun voorkeuren daarbij en de beoordeling van dit soort websites. De scriptie over suïcidepreventie via internet beschrijft de kwaliteit van online suïcidepreventie. De derde genomineerde scriptie
gaat over de aanmeld-, screenings- en behandelfase van een geprotocolleerde behandeling van seksueel
getraumatiseerde adolescenten
via internet.
De drie genomineerde scripties en de acht andere ingezonden scripties zijn te bekijken via de website van e-hulp.nl.

Ouderen met langdurig bestaande depressieve klachten hebben twee keer zo veel kans om een hartaanval te krijgen als niet-depressieve ouderen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van psychiater M.A. Bremmer.

Huisartsen zouden volgens Bremmer meer oog moeten hebben voor de lichamelijke functioneren van depressieve oudere patiënten, ook al mankeert er op het eerste gezicht weinig. Bremmer ontdekte dat depressieve ouderen ook twee keer zo vaak last hebben van een overactief afweersysteem, dat dementie zou kunnen veroorzaken. Of dit een direct gevolg is van de depressie is niet bekend.
Ongeveer vijftien procent van de 60-plussers kampt met een depressie. Een op de vijf ouderen heeft een aandoening aan het hart.
Aan het onderzoek onder 55-plussers deden ruim 2.400 mensen mee. Zij deden mee aan een langlopend bevolkingsonderzoek (Longitudinal Aging Study Amsterdam).
Dit is het niet het eerste onderzoek dat een link legt tussen depressie en hartproblemen. Depressie en hartziekten komen vaak samen voor. Eerst dacht men dat de depressiviteit het gevolg was van de impact die een hartinfarct kan hebben, maar epidemiologisch onderzoek laat zien dat depressie ook vooraf kan gaan aan een hartinfarct.

(VU medisch centrum)

Pestweb lanceert deze week het Pestkwartet, een nieuwe manier om pesten bespreekbaar te maken voor kinderen in de leeftijd van acht tot veertien jaar.

In dit spel wordt aandacht besteed aan de omstanders bij pesten, een nieuwe invalshoek om pesten aan te pakken. Alle kinderen in een groep nemen een bepaalde rol in bij pesten. Bekend zijn de rol van pester en gepeste, maar ook de grote groep omstanders heeft aandeel. Zo zijn er de stille, die pesten afkeurt maar niets doet; de helper, die opkomt voor de gepeste; de stiekemerd, die stiekem het pesten aanmoedigt; de buitenstaander, die zich nergens mee bemoeit en de meepester, die meepest om zelf niet gepest te worden.
Ook de rollen van de ouders, leerkracht en vertrouwenspersoon maken deel uit van dit
Pestkwartet. Door het spelen van het Pestkwartet krijgen kinderen inzicht in alle betrokken rollen bij pesten en maakt het hen bewust van hun eigen rol bij het pesten.

Pestweb logoDe elf setjes kaarten gaan uit van ‘wat voel ik, wat denk ik, wat wil ik en wat doe ik’, waardoor kinderen aan het denken worden gezet.
Zowel op school als thuis kan het gespeeld worden, preventief of als pestsituaties aan de orde zijn. Het spel is te bestellen via www.pestweb.nl. Op deze site staan ook tips voor leerkrachten om het spel in te zetten in de onderwijsleersituatie.

www.pestweb.nl (0800 – 2828 280)

Sommigen drinken ze constant elke dag, die energiedrankjes. Dat kan nogal ongunstig uitpakken, als we kijken naar de resultaten van een onderzoek waarover bericht wordt het vakblad Drug and Alcohol Dependence. Cafeïne is een aardige stimulans, maar wordt giftig als je er teveel van binnen krijgt. Toxicologen melden elk jaar wel een paar gevallen van mensen die op de intensive care belanden door een overdosis cafeïne.

EnergiedrankHet is vooral de hoeveelheid cafeïne in energy drink à la Red Bull en Go Fast die zorgen baart. Die komt in sommige gevallen overeen met 14 blikjes cola, wat de kans op cafeïnevergiftiging verhoogt. Een blikje cola bevat gemiddeld 35 mg cafeïne, een kop koffie meestal 100 tot 150 mg.
Cafeïnevergiftiging is een erkend klinisch syndroom, waarvan de belangrijkste kenmerken zijn: angst, rusteloosheid, slapeloosheid, ontregeld maag-/darmstelsel, trillingen, verhoogde hartslag. Sporadisch kan cafeïnevergiftiging de dood tot gevolg hebben. Men pleit nu voor waarschuwingen op het etiket van energiedrankjes om gebruikers goed te informeren over de mogelijke gevolgen van het drinken van teveel blikjes.
De onderzoekers stellen trouwens ook nog dat de combinatie van energiedrankjes en alcohol gevaarlijk is. Cafeïne en alcohol zorgen samen voor uitdrogingsverschijnselen. Energiedrankjes zouden volgens sommigen zelfs de deur openzetten naar de meer ernstige vormen van middelengebruik.

(Drug and Alcohol Dependence, Chad J. Reissig, e.a., sept 2008)

Een slaapkamer die goed ruikt, kan je leuke dromen bezorgen. Het tegenovergestelde gaat op voor de slecht ruikende slaapkamer.

droomDit nieuws komt af van een Duits onderzoek dat gebruik maakte van een lekkere geur (rozen), een negatieve geur (rotte eieren) en neutrale geur in een slaaplaboratorium, waarin 15 gezonde vrouwen vrijwillig meerdere nachten doorbrachten. Telkens wanneer de vrouwen het stadium van de REM-slaap bereikten, waarin het dromen optreedt, werden ze door de onderzoekers gewekt. Ze kregen toen de opdracht om te rapporteren waarover de droomden of waaraan ze dachten vlak voor het wakker worden. Niet alleen beschreven de vrouwen hun droom, ze moesten deze ook op een schaal beoordelen.

Uit de data komt naar voren dat de vrouwen duidelijk vaker leuke dromen meldden, wanneer zij in de prettig geurende kamer vertoefden. In de smerig ruikende ruimte werden vooral nare dromen beleefd. Het soort geur bepaalde niet hoe lang men droomde of hoe bizar de droomervaringen al dan niet waren.
Dit is een interessant gegeven, omdat het nu misschien ook mogelijk is om nachtmerries te voorkomen of behandelen via geur.

(American Academy of Otolaryngology – Head and Heck Surgery 112th annual meeting, Chicago, Sept. 21-24, 2008/ WebMD)

Als het gaat om uitingen van agressie reageren jongens deze direct af, bijvoorbeeld door te slaan, en uiten meisjes zich indirect. Dat dachten we altijd. Echter, in dezelfde mate als meisjes laten jongens vormen van (indirecte) sociale agressie zien, door te roddelen, negatief te spreken over anderen en die daardoor buiten te sluiten. Tot deze conclusie komt een Amerikaanse onderzoeker.

agressieve jongensDeze bekeek de resultaten van 148 onderzoeken, die samen in totaal 74.000 kinderen en jeugdigen omvatten. Deze onderzoeken, die voornamelijk het functioneren op school betroffen, gingen in op vormen van lichamelijk en sociaal agressief gedrag die iemands positie in een groep ondermijnen.
De analyse van de gegevens laat onder andere zien dat iemand die de directe vorm van agressie toont (lichamelijk agressie) in de meeste gevallen ook voor de andere indirecte vorm kiest.
Men stelde ook vast dat directe fysieke agressie tot grote aanpassingsproblemen leidt, die de kans verhogen op regelovertredingen en delinquent gedrag. Indirecte sociale agressie kan leiden tot depressie en een laag zelfbeeld.

Omdat tot voor kort alleen van meisjes werd gezegd dat zij anderen op slinkse wijze negatief zouden afspiegelen, gingen leraren gingen uit van een onjuiste aanname. Daardoor hebben we misschien sommige mislopende situaties verkeerd beoordeeld.

(Child Development, Vol. 79, Issue 5, Direct and Indirect Aggression during Childhood and Adolescence: sept/oktober 2008).

Als je thee drinkt, vernietigen normaal gesproken spijsverterende enzymen ongeveer 80% van de gezonde catechines. Uit onderzoek blijkt nu dat je door een simpele maatregel dat effect kunt tegengaan.

Citroen in theekopVoeg een klein beetje citroensap toe aan de thee (liefst groene thee). Men denkt namelijk dat de fytochemicaliën in citrus de catechines (flavonoïden) stabiliseren, en daarmee beschermen tegen de inwerking van maagsappen.
Eerder onderzoek laat zien dat thee dankzij catechines meehelpt om vet in het buikgebied te verbranden.
Thee heeft bovendien een gunstige werking op de weerstand tegen ziektekiemen en zou de huid tegen veroudering beschermen.

(Common tea formulations modulate in vitro digestive recovery of green tea catechins. Green, R. J. et al., Molecular Nutrition & Food Research 51(9):1152-1162)

Fladderende oliekruikjes, zo heeft het kinderboek dat Petra Muis heeft geschreven over pesten. Naast deze publicatie heeft ze een site, waarmee ze ouders informeert die te maken krijgen met pesten onder jonge kinderen.
Sara
In het kinderboek verwerkte zij de methode van de kanjertraining die op alle basisscholen in Nederland gebruikt wordt. Vier type kinderen: Liesje het aapje, Femke de tijger, Hagar de pestvogel en Sara het konijntje staan centraal.
In het boek komen veel pestvormen aan bod die het kind samen met de ouder beleeft. Alsook veel tools voor een gepest kind en voor de ouders/leerkrachten.

Er staan in het boek veel inspiratiebronnen, creatieve denkvormen/uitjes/doe-dingen/weerbaarheid tips voor een gepest kind/ouders, maar ook leuke dingen voor leerkrachten, zoals het inzetten van een vriendschapskaart. Om in de klas te bespreken hoe het in de pauze is gegaan bijvoorbeeld. De leerkracht kan die vriendschapskaart kopiëren en aan elk kind geven.
Petra Muis heeft het boek geschreven om kinderen te helpen omgaan met boosheid en verdriet, die pestsituaties teweegbrengen, en de angstervaring te verwerken. Zodat zij leren om zichzelf gerust te stellen, te motiveren en hernieuwd zelfvertrouwen te krijgen waarmee de weerbaarheid weer in balans komt. Input die psychologen en speltherapeuten haar gaven, zijn verwerkt in het boek.

Lavendel kan mensen die bang zijn voor de tandarts helpen om te gaan met de angst en stress die ze hebben voor een bezoek aan de tandarts. Dit blijkt uit Brits onderzoek.

De onderzoekers van het King’s College in Londen bestudeerden het effect van lavendel voor een bezoek aan de tandarts op 340 mensen. Terwijl ze zaten te wachten, werd aan hen gevraagd om een vragenlijst in te vullen. De helft van deze groep werd blootgesteld aan de geur van lavendel, de andere helft niet. De groep die niet in de wachtkamer met lavendelgeur had gezeten, had een angstniveau van 10.7. De ‘lavendelgroep’ kwam slechts tot een niveau van 7.4.
De lavendelgeur had alleen een tijdelijk positief effect direct voor het tandartsbezoek. De angst voor de tandarts was daarna weer onverminderd groot.

(Gezondheidsnet)

Wie het kind is van een oudere vader loopt ruim eenderde meer kans om een bipolaire stoornis of manische depressie te krijgen. Die conclusie komt uit onderzoek van Emma Frans dat is gepubliceerd in het tijdschrift Archives of General Psychiatry.

De kans op een kind met een manische depressie neemt toe bij vaders vanaf 29 jaar. Deze is het hoogst bij vaders van 55 jaar of ouder. De vermoedelijke oorzaak is dat mannen tijdens hun hele leven nieuw sperma aanmaken, waarbij steeds meer fouten kunnen ontstaan in het DNA.

(Archives of General Psychiatry)

HardlopenRecent publiceerden onderzoekers van de universiteit Stanford resultaten van hun tamelijk langlopend onderzoek naar de (positieve) effecten van lichaamsbeweging, in het bijzonder joggen.

Het onderzoek nam ongeveer twintig jaar in beslag en betrof 500 personen die bij de start van het onderzoek 50 jaar of ouder waren. 284 van hen liepen regelmatig (gemiddeld 4 uur per week) hard. De overige 156 vormden de controlegroep van gezonde mensen die niet aan hardlopen deden.

Na twintig jaar bleek 15% van de regelmatige hardlopers te zijn overleden, tegenover het dubbele percentage van 34% in de controlegroep.
Volgens de coördinator van het onderzoek is lichaamsbeweging hèt middel tegen veroudering. Hij stelt dat de gezondheidsbevorderende effecten van regelmatig bewegen veel verder reiken dan ooit gedacht. Lichamelijke achteruitgang, die normaal gesproken gepaard gaat met ouder worden, wordt door bewegen uitgesteld, zo stelt de onderzoeker, evenals dood door hart- en vaataandoeningen, suikerziekte en neurologische stoornissen.

(Sciencedaily)

Voor kinderen van wie de moeder rookte tijdens de zwangerschap geldt dat zij meer kans hebben om zich angstig, depressief of teruggetrokken te voelen. Dat blijkt uit onderzoek van Van Lier van de Vrije Universiteit Amsterdam, die deze conclusie baseert op de uitkomsten van vragenlijstonderzoek onder 396 ouders. Vragen gingen in op het gedrag van hun kind op de leeftijd van 5, 10 of 11, en 18 jaar. Behandelaars moeten zich bewust zijn van de extra risico’s die deze kinderen lopen, zo stelt Van Lier.

(Journal of the AACAP, juli 2008)

Wie tussen zijn 25ste en 50ste veel beweegt, bereikt tot dertig jaar later een positief effect op de hersenen. Dit blijkt uit een Amerikaans-Zweeds onderzoek onder bijna vijftienhonderd Zweedse tweelingen.

Beweging gaat dementie tegenDe onderzoekers vroegen drieduizend tweelingen in 1967 naar hun leefgewoonten, en dus ook hoeveel ze bewogen. De oudste van deze groep tweelingen waren toen vooraan in de vijftig.
De onderzoekers konden die gegevens vergelijken met gegevens van de tweelingen uit 1998, zodat ze het verband konden bepalen tussen beweging, dementie en de ziekte van Alzheimer.
Lichaamsbeweging beschermt tegen deze ziekten, zo blijkt uit de data.
De verbanden blijven overeind als de onderzoekers hun cijfers corrigeren voor geslacht en opleiding. Lichaamsbeweging is een op zichzelf staande beschermende factor, concluderen de onderzoekers.

(J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2008 Jan;63(1):62-6)

Verandering in het voedingspatroon kan de symptomen van ADHD bij kinderen mogelijk verminderen. Die conclusie komt naar voren uit een onderzoek van het ADHD Research Centrum, de universiteiten van Wageningen en Nijmegen en twee ziekenhuizen.

ADHD en voedingHet onderzoek valt wel onder de categorie kleinschalig, daar het werd uitgevoerd bij een kleine groep van 27 kinderen. Deze waren tussen de 3 tot 8 jaar oud waren en voldeden aan de diagnostische criteria voor ADHD. 15 van hen mochten vijf weken lang alleen rijst, kalkoen, lam, groeten, fruit, margarine, plantaardige olie, thee, perensap en water consumeren. De overige 12 kinderen vormden de controlegroep, die bleef eten zoals ze gewend waren. Zowel voor, tijdens als na de proef vulden hun ouders en leerkrachten vragenlijsten in over het gedrag van het kind. Uit de analyse van de gegevens maken de onderzoekers op dat de kinderen die het dieet volgden zich na de proef beter konden concentreren. Ook vertoonden ze minder hyperactief en impulsief gedrag.
Over het onderzoek is gepubliceerd in ´European Child and Adolescent Psychiatry’.

Of een kind last krijgt van lang aanhoudende angsten hangt af van een samenspel van erfelijke aanleg en de opvoedstijl van ouders. Dat blijkt uit een onderzoek, dat nu duidelijk maakt hoe het kan dat angstproblemen in sommige families meer voorkomen dan in andere.

AngststoornisDeze conclusies volgen uit onderzoek van Ingeborg Lindhout, die op 2 juli promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.
Ouders die zelf last hebben van angsten beschrijven zichzelf als minder warm en steunend. Ze zouden meer controlerend handelen dan ouders zonder die stoornis. Zo bekritiseren ze bijvoorbeeld hun kinderen meer en maken zich meer zorgen. Dat kan betekenen dat hun kinderen zich afhankelijk van hen gedragen.
Ook blijkt dat angstige kinderen sowieso anders worden opgevoed dan kinderen zonder stoornis, ook binnen hetzelfde gezin. Ze voelen zich namelijk al gauw afgewezen of krijgen meer kritiek. Hun ouders rapporteren meer negatieve uitingen, meer zorgen en minder de neiging om de autonomie van hun kind te stimuleren. Ook het temperament van een kind speelt een rol. Kinderen die door hun ouders als emotioneel en verlegen beschreven worden, hebben vaker een angststoornis.

(Bron: Universiteit van Amsterdam)

Kinderen die het gevoel hebben dat ze van het verkeerde geslacht zijn, zouden rond hun puberteit verwezen moeten worden voor specialistisch onderzoek.

Dat stelt Madeleine Wallien, die op 27 juni promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij zegt dat het veel uitmaakt hoe extreem de vorm van ‘genderdysforie’ is die de kinderen hebben.
Kinderen die na de puberteit hun geslacht willen laten aanpassen, blijken al vóór hun 12e jaar een extreme vorm van genderdysforie te hebben gehad. Bij kinderen met een minder extreme vorm neemt de dysforie na de puberteit juist af. Het is daarom niet raadzaam genderdysfore kinderen al op jonge leeftijd volledig en permanent in de sociale rol van het andere geslacht te laten leven.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Al bekend is dat een calorie-arm voedingspatroon het humeur beïnvloedt. Australische onderzoekers hebben nu ontdekt dat ook voedingsstoffen als natrium, kalium, magnesium en calcium zo’n effect hebben. Volgens hen voel je je het beste met een voedingspatroon met weinig natrium en veel kalium.

De relatie tussen voeding en mood is vaak onderzocht. Uit studies blijkt bijvoorbeeld dat een dieet met weinig calorieën kan leiden tot een futloos, hongerig en vermoeid gevoel. Een low fat-voedingspatroon zou boos stemmen en een high fat-dieet dempt stress, zo blijkt uit dierstudies. Over het effect van electrolyten als natrium, kalium, magnesium en calcium is tot nu toe weinig bekend.
De Australiërs voerden een experiment uit met bijna honderd proefpersonen, die gedurende perioden van vier weken drie verschillende diëten moesten volgen: een zuiveldieet met veel calcium [HC], een dieet met weinig natrium en veel kalium [LNAHK] en een dieet met een matige hoeveelheid natrium, veel kalium en veel calcium [OD]. Ze werden gevraagd om vragenlijsten in te vullen, zodat de onderzoekers een beeld kregen van de stemming.
Toen de proefpersonen hun gewone dieet inruilden voor een LNAHK-dieet verbeterde hun stemming duidelijk. Het OD-dieet was niet van invloed op de schaal voor stemming. Vooral het LNAHK-dieet is dus goed voor het humeur.
Kalium is een element dat we vooral binnenkrijgen via plantaardige producten zoals fruit, aardappels, bonen en spinazie.

(Br J Nutr. 2008 May 9:1-8)

Het is een maatregel die gemakkelijk te nemen is en het effect van antirimpelcrêmes overtreft: eet elke dag tien eetlepels tomatenpuree. Daarmee keert het verouderingsproces van de huid om. Dat melden dermatologen van de universiteiten van Manchester en Newcastle op het congres van de British Society for Investigative Dermatology.

Uit de onderzoeksdata blijkt dat tomatenpuree de huid stimuleeert tot het aanmaken van het eiwit procollageen. Daardoor verbetert de huidstructuur. De resultaten blijken gebaseerd op een kleinschalige studie op tien proefpersonen, die drie maanden lang elke dag 55 gram tomatenpuree innamen. Om de opname van de werkzame stoffen te verhogen, namen ze daarbij ook tien gram olijfolie.
Na drie maanden was de aanmaak van procollageen in de huid “significant toegenomen” en bleek de huid dertig procent beter bestand tegen de schadelijke effecten van UV-straling.

Het beschermende effect van de tomatenpuree is te vergelijken met dat van een lichte zonnebrandcreme.
Het valt reuze mee hoeveel tomatenpuree je elke dag moet eten om dit effect te bereiken. De onderzoekers vermoeden dat het lycopeen de werkzame stof in tomatenpuree is.

(BBC)

Een eetstoornis is een ernstige, ingrijpende aandoening met grote lichamelijke en psychische gevolgen voor zowel de patiënt als zijn of haar omgeving. Het gaat om een stoornis in het denken, zo beschrijft dr. H. Bloks in zijn boek. Hoe eerder onderkend, hoe beter het is, omdat vroege onderkenning de kans op herstel vergroot.

Verandering in het gewicht is meestal het eerste duidelijke signaal van een zich ontwikkelende eetstoornis, maar ook spierslapte of koude handen en voeten kunnen een kenmerk zijn. Mensen die zich hierover zorgen maken, wordt aangeraden om eerst informatie erover te lezen, via bijvoorbeeld het internet. Zie bijvoorbeeld deze link voor de BMI-meter. In paniek raken of te snel verandering teweeg willen brengen hebben geen zin.

Een eetstoornis houdt een obsessie in. Op alle levensgebieden zijn de gevolgen ingrijpend, met name op lichamelijk vlak.
Ambulante behandeling kan goed werken. Cognitief gedragstherapeutische therapie blijkt het meest succesvol. Therapie via internet (www.interapy.nl) is in opkomst als mogelijk alternatief voor deze vorm van behandeling. Opname is alleen noodzakelijk als er sprake is van ernstig overgewicht.
Na behandeling kan terugval voorkomen worden door dïëten te gaan zien als niet helpend: regelmatig eten is zeer belangrijk.

(Bron: Eetstoornissen en overgewicht; herkenning, behandeling en beheersing. Geschreven door dr. Hans Bloks, die als klinisch psycholoog en psychotherapeut werkzaam is bij het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam en voorzitter is van de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen.)

Mensen met een baan onder hun opleidingsniveau gaan op de lange duur slechter cognitief functioneren. Blijkbaar gaat hun cognitief vermogen zich aanpassen aan het niveau van hun werk. En andersom gaan mensen die ondergekwalificeerd zijn voor hun werk steeds betere cognitieve prestaties leveren dan mensen met een baan op hun eigen opleidingsniveau.

Deze interessante informatie komt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht waarbij economen samenwerkten met neuropsychologen.
De onderzoekers maakten gebruik van gegevens uit de Maastricht Aging Study, een grootschalige studie naar cognitieve veroudering. Testgegevens werden verzameld bij 447 werkende personen. Binnen deze groep was op het eerste meetmoment bij 164 personen sprake van overkwalificatie, 88 mensen waren ondergekwalificeerd. Na zes jaar hadden zestien overgekwalificeerden en zeven ondergekwalificeerden werk op hun eigen opleidingsniveau.
In de studie is gekeken naar de volgende functies: geheugen, verbaal vermogen, cognitieve flexibiliteit en snelheid van informatieverwerking. Uit de gegevens bleek dat bij mensen waar het functieniveau lager was dan hun opleidingsniveau na zes jaar de cognitieve vermogens sterker waren afgenomen dan bij mensen met een passende baan. Hoe groter het verschil tussen baanniveau en opleidingsniveau, des te sterker het effect.
Te lang onder je opleidingsniveau functioneren pakt dus ongunstig uit. Wie dat doet, is steeds minder in staat om alsnog op het eigen niveau te presteren.

(Universiteit van Maastricht)

Cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt tot afname of voorkoming van zelfbeschadiging. Daarnaast verminderen ook de daarmee samengaande depressieve klachten, angstklachten en suïcidale gedachten door CGT. Dit gaat samen met verbetering van het zelfvertrouwen.

Dat blijkt uit het proefschrift Nadja Slee die de effectiviteit van kortdurende CGT naging bij zelfbeschadiging bij adolescenten en (jong)volwassenen. Uit eerder onderzoek blijkt dat 5% van de jongeren persoonlijke ervaring heeft met zelfbeschadiging, waarbij het gaat om het toebrengen van letsel aan het eigen lichaam, zoals snijden, branden, krassen, overdosering en het innemen van giftige stoffen. Mensen die zichzelf beschadigen doen dit uit schaamte meestal in het geheim.

CGT helpt deze problemen aan te pakken doordat het accent ligt op een veilige therapeutische relatie, het vergroten van vaardigheden om emoties te reguleren en helpende gedachten. Daarnaast gaat het om het vergroten van vaardigheden die belangrijk zijn voor het oplossen van problemen.
Uit het onderzoek van Slee blijkt dat met name cliënten met een voorgeschiedenis van seksueel misbruik of mishandeling veel baat hebben bij CGT en minder baat hebben bij reguliere behandelingen. Vooral voor deze groep cliënten lijkt CGT de behandeling van eerste keus.
N. Slee promoveert op 24 april 2008 aan de Universiteit Leiden.

(Samenvatting van het proefschrift)

Uit een recent grootschalig onderzoek naar de link tussen depressiviteit en de gezondheid van ouderen komt naar voren dat het actief verminderen van depressieve gevoelens bij ouderen met kanker het leven verlengt.

Het gaat om een Amerikaans onderzoek waarvan de gegevens laten zien dat depressiviteit die samengaat met kanker de levensspanne verkort. Behandeling in de vorm van medicatie en psychotherapie kunnen dit tegengaan.
De grotere kans op een langer leven is in de data alleen gezien bij mensen die de combinatie van depressiviteit en kanker moeten doorstaan, niet bij mensen bij wie sprake is van hartproblemen.
Nu bekend is dat behandeling van depressiviteit gunstig uitpakt, pleit men voor brede diagnostiek bij kankerpatiënten, waarbij ook nagegaan wordt of er misschien sprake is van bijkomende depressie.

(Biomedcentral.com)

Kinderen die van hun ouders weinig mogen en die afhankelijk worden gehouden plegen op latere leeftijd vaker dan gemiddeld delicten. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Parenting and juvenile delinquency’ van M. Hoeve.

Ook voor (verwaarloosde) kinderen op wie niet wordt gelet geldt dat zij vaker delinquent gedrag gaan vertonen, zo blijkt uit het onderzoek van Hoeve. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat delinquente jongens als kind vaker zijn verwaarloosd en hard gestraft, terwijl delinquente meisjes eerder te maken hadden met te toegeeflijke ouders.
Hoeve analyseerde gegevens over 400 Nederlandse kinderen en hun ouders en 1000 jongens uit Pittsburgh (VS) tussen de 7 en 27 jaar. Hierbij werd gekeken naar verschillende opvoedingsstijlen en hun samenhang met delinquent gedrag, sekseverschillen en de langetermijneffecten van opvoeding.

(Radboud Universiteit Nijmegen)

Hoe meer stress je werk met zich meebrengt, hoe groter de kans op een hartaanval. Dat schrijven cardiologen van University College London deze maand in European Heart Journal.

De onderzoekers probeerden het mechanisme waarlangs stress schadelijk is voor hart en bloedvaten te achterhalen, Daarom volgden zij een groep van tienduizend ambtenaren gedurende 15 jaar. Via een vragenlijst werd de mate van stress op het werk bepaald en daarnaast registreerde de groep hun gezondheid.
Uit de data komt naar voren dat oudere werknemers beter bestand zijn tegen stress kunnen dan jongere. Wellicht trekken oudere werknemers zich minder erg aan van wat het management vindt of voorstelt.
Het schadelijke effect van teveel stress op het werk is te verminderen met eenderde door veranderingen in je levenssijl door te voeren. Gezonde voeding blijkt een beschermende factor. Hoe meer groenten en fruit je eet, hoe minder gemakkelijk werkstress leidt tot hart- en vaatziekten.
Drinken en roken vermindert de schadelijkheid van van werkstress een beetje. Niet-drinken komt in de studie als een risicofactor naar voren, terwijl rokers met serieuze stress maar een lichte verhoging van de kans op hart- en vaatziekten lijken te hebben.
Overige risicofactoren: een te grote vetmassa, te weinig lichaamsbeweging en een voedingspatroon met te veel slechte koolhydraten en slechte vetten.

(Eur Heart J. 2008 Mar;29(5):640-8.)

Bij 85-plussers supplementen met extracten van Ginkgo biloba slikken, vermindert de kans op de eerste fases van dementie. Dat komt naar voren uit een ruim 3 jaar durend onderzoek van de Oregon State University onder 120 senioren.

De helft van de onderzochte groep slikte driemaal daags een placebo, de andere helft een ginkgo-extract. Zo kreeg die tweede groep elke dag 240 mg Ginkgoextract binnen, dat voor zes procent uit terpeenlactonen bestond en voor een kwart uit flavonglycosides.
Bij start van het experiment waren alle proefpersonen mentaal honderd procent in orde. De score op de Clinical Dementia Rating bleek nul.
Statistisch bleek dat bij de groep ouderen die trouw hun supplement slikten, de kans op het afnemen van de mentale vermogens met een factor drie daalde.

Uit de literatuur blijkt dat Ginkgogebruikers net zoals mensen die Aspirine slikken vaak dunner bloed hebben. Daardoor hebben zij verhoogde kans op bloedingen. In het onderzoek kwamen geen complicaties voor als gevolg van het eventuele dunner worden van het bloed. Echter, in de Ginkgogroep kwamen bij zes personen beroertes voor, die overigens zeer licht waren en niet levensbedreigend bleken. Toch willen de onderzoekers in toekomstige studies beter naar die eventuele bijwerkingen kijken.
Men vindt de resultaten van het onderzoek even goed interessant vanwege het feit dat Ginkgo Biloba al veel gebruikt wordt en een relatief goedkoop kruid is.

(Neurology, februari 2008)

Voor de algehele gezondheid is het belangrijker om een goed uithoudingsvermogen te hebben dan een gezond gewicht. Een nieuwe studie bevestigt dit.

Zolang je gezond en sportief leeft, kan een paar extra kilo’s geen kwaad. Dat blijkt uit een onderzoek waarover geschreven wordt in het Journal of the American Medical Association (JAMA).
Onderzoekers volgden gedurende 12 jaar 2600 mannen en vrouwen die ouder waren dan 60 jaar. Het uithoudingsvermogen, gewicht en sterfte werden met regelmaat gemeten.
Uit de analyse van data blijkt dat dikke maar fitte mensen een kleinere kans hebben om te overlijden dan mensen met een gezond gewicht maar een slechte conditie. Het verschil in sterftekans tussen dikke fitte en dunne onfitte mensen liep op tot wel 50 procent.
Volgens de onderzoekers kun je jezelf tot de fitte groep rekenen als je de meeste dagen van de week dertig minuten achter elkaar stevig wandelt. Er zijn natuurlijk naast wandelen ook andere vormen van bewegen mogelijk, die tot goede fitheid leiden.

(JAMA; 298: 2507-2516)

Stress is vaak erg nuttig. Wie kent niet de gezonde spanning die vooraf gaat aan het leveren van een belangrijke prestatie? Door de stress presteer je vaak nét iets beter. Diezelfde stress zorgt er ook voor dat je in gevaarlijke situaties de kracht vindt om in actie te komen: om te vluchten of om je te verdedigen. Stress speelt dus een duidelijke rol in ons vermogen te overleven.
Maar soms lukt het niet om stress om te zetten in actie. De spanning maakt dan geen plaats voor voldoening of opluchting, maar blijft langdurig hangen. Dat is vervelend en kan ook gevaarlijk zijn. Die ongezonde stress kost namelijk veel energie en kan uiteindelijk leiden tot overspannenheid, burnout en zelfs depressie.

Omgaan met stress en burnout lvan Verkuil en Van Emmerik laat zien hoe je in zo’n situatie terecht kunt komen en leert je uit te zoeken welke activiteiten jou energie kosten en welke je juist energie opleveren. Je leert prioriteiten te stellen en voor jezelf op te komen.
De auteurs beschrijven hoe je met je gedachten je gevoel beïnvloedt en geven diverse technieken waarmee je kunt ontspannen en de controle leert houden over je gedachten. De praktische tips en oefeningen uit dit boek helpen je zo om ongezonde stress te verminderen en je leven (weer) in balans te brengen.

Agressieve gedachten en fantasieën zijn normaal. Iedereen heeft ze. Of ze tot uitdrukking komen in agressief gedrag hangt af van wat er met de gedachten wordt gedaan: worden ze onderdrukt of wordt erover gepraat? Die gedachten moet je niet zomaar onderdrukken, want dat werkt averechts, waarschuwt Marleen Nagtegaal schrijft in haar proefschrift Aggression.

Nagtegaal baseert deze bevidingen op onderzoek bij studenten, leden van een schietsportvereniging, gedetineerden en deelnemers aan controlegroepen. Bij deze gemixte groep nam ze vragenlijsten af over agressieve fantasieën. Er kwamen veel vragen voor over verschillende manieren om agressieve gedachten te controleren, zoals het onderdrukken ervan.
Als je afleiding zoekt voor het hebben van agressieve fantasieën of als je hierover praat, heb je minder kans agressief gedrag te vertonen, zo stelt de onderzoeker. Probeer je de gedachten te onderdrukken, bestraf je jezelf of ga je over zo’n gedachte piekeren, dan is de kans groter dat je agressief gedrag gaat vertonen.
Het onderzoek laat zien dat gedetineerden hun gedachten vaker op een niet-functionele manier controleren. Zij piekeren vaker, straffen zichzelf en onderdrukken de gedachten.
Over de ongewenste gedachte praten met een vriend of vriendin blijkt wel goed te werken. Een ander succesvol voorbeeld is het zoeken van afleiding, andere dingen doen, waardoor je vergeet welke agressieve gedachte je had. Andere strategieën werken niet goed, de agressieve gedachten verminderen niet, en deze strategieën zijn geassocieerd met psychische klachten, zoals bijvoorbeeld depressie. Onderdrukken werkt ook niet. En ook jezelf straffen voor het hebben van zo’n gedachte helpt totaal niet.

(Erasmus Universiteit)

Jongens van twaalf jaar worden dikker als ze een tv op hun slaapkamer hebben. Onderzoekers van de universiteit van Strasbourg kwamen daarachter in hun studie bij vierhonderd twaalfjarigen. Om onbekende redenen zijn beschermd tegen de dikmakende invloed van TV-bezit.
De Fransen wetenschappers volgden de jongeren drie jaar. Ze opperen dat het mogelijk is dat tv-kijken uitnodigt tot snoepen. Toch blijkt er geen verband te bestaan tussen een TV op de slaapkamer en beweging. Het is niet zo dat jongeren met een beeldbuis op de slaapkamer minder lichamelijk actief zijn. Jongens uit gegoede milieus zijn er net zo vatbaar voor als jongens uit de klassen die het minder breed hebben. Vetzucht is daarmee niet alleen maar een probleem van de lagere sociale klassen.

(Obesity)

Jongeren kunnen op www.hulpmix.nl chatten met hulpverleners over problemen in de liefde. Hier zitten hulpverleners klaar om te luisteren en om advies te geven aan jongeren die juist niet gelukkig zijn in de liefde. De hulp is gratis en anoniem.
De site is een initiatief van jongerenwebsites en instellingen uit de jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg. Op hulpmix.nl kunnen jongeren over ruim 100 onderwerpen informatie en tips krijgen, hulp vragen aan andere jongeren en chatten met hulpverleners.

Een goed voornemen heeft alleen kans van slagen als je een actief plan maakt en dat meteen doorzet. Dat is te leren uit onderzoek aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, waaruit ook blijkt dat de kans op succes het grootst is als een voornemen een eerste keer wordt gemaakt. Herhaalde pogingen van wat eerder faalde hebben niet veel zin.

Veel Nederlanders hebben te maken met ‘valse-hoop-syndroom’. Immers, maar 24% maakt uiteindelijk de goede voornemens waar. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van hoogleraar sociale psychologie prof. R. Vonk, die via internet een grote groep Nederlanders volgde. Van de groep van 2200 ondervraagden had meer dan de helft goede voornemens. Deze hadden vooral betrekking op de wens tot afvallen, meer bewegen, stoppen met roken, minder drinken of vermindering van stress.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de voornemens alleen kans van slagen hebben bij een actieve rol. Voornemens die vereisen dat je iets gaat doen, bijvoorbeeld sporten, worden vaker uitgevoerd dan voornemens die vereisen dat je iets moet laten, zoals minder eten.
Het helpt om naar jezelf te kijken vanaf de buitenkant, net alsof je naar een ander kijkt. Door objectief te kijken zie je dan iemand die al meerdere malen heeft besloten om het komend jaar minder druk te hebben en bij wie dat steeds weer mislukt is.
Of je je goede plannen echt uitvoert, wordt bepaalt door alledaagse hindernissen. Zo kan een gezonde leefstijl worden belemmerd door tijdnood, andere mensen en sociale druk, verleiding die het streven in de weg te staan. Daarom maak je het beste een plan van uitvoering. Vertaal je voornemen in deelactiviteiten en noteer in je agenda wanneer, waar, met wie en hoe je wat gaat doen. Zo maak je jezelf bestand tegen afleiding en hindernissen.

(Zorgkrant, 04-01-2008)

Diverse vormen van psychotherapie helpen goed om de tics te verminderen bij kinderen en volwasssen die last hebben van het Tourette syndroom of vergelijkbare ticstoornis.

Amerikaanse onderzoeken gingen de effectiviteit na van een reeks van psychosociale behandelingen die erop gericht is om tics in frequentie of ernst te laten afnemen. Het ging om behandeling bij onwillekeurige spontane, reflexachtige bewegingen of vocale uitingen.
Vooral werkzaam bleek een techniek waarbij mensen bij tics zich bewust worden gemaakt van de prikkels die hieraan voorafgaan of ermee samengaan, zodat ze het ticgedrag konden leren vervangen door meer passend concurrerend gedrag. Ook blootstelling aan situaties die normaal gesproken vermeden worden werkt, zo blijkt uit de studie.
Het aanleren van nieuw gedrag voor de veel voorkomende uitlokkers of tic gevende situaties werkt in feite nog het beste.
Er is dus meer aan te doen dan alleen maar behandeling met medicijnen. Bovendien geldt dat de symptomen afnemen wanneer de omgeving weet heeft van wat Tourette inhoudt, zodat het mogelijk is zich in te leven in de denkwijze van personen met Tourette. Dat verhoogt de kans dat men goed reageert op de kenmerken, wat de spanning bij de persoon met de ticstoornis doet afnemen.

(Clinical Psychology: Science and Practice)

Hoe meer koppen koffie zeventig-plussers drinken, hoe ouder ze worden. Finse onderzoekers hebben dit ontdekt door ruim achthonderd ouderen vijftien jaar te volgen.

De Finnen startten het onderzoek in 1991 met ouderen die op dat moment tussen de 70 en 94 jaar oud waren.
De sterftekans van de ouderen die één tot twee koppen koffie per dag dronken stelden ze op 1,0. Ouderen die geen koffie dronken hadden ongeveer een even hoge sterftekans [0.98] als ouderen die dagelijks één tot twee koppen koffie dronken. Bij ouderen die dagelijks 3 tot 4 koppen koffie binnen kregen zakte de sterftekans naar 0,96. Bij ouderen die dagelijks zeven koppen of meer dronken was de sterftekans nog maar 0,76.
De Finnen verklaren de verschillen door te zeggen dat koffie een rijke bron vormt van polyfenolen. Daarmee is koffie één van de belangrijkste bronnen van antioxidanten in de Skandinavische landen.

(British Journal of Nutrition, 2007 Dec 6;:1-8)

Ongeveer driekwart van de genezen kankerpatiënten kunnen binnen een halfjaar hun vermoeidheidsklachten kwijtraken door gedragstherapeutische principes toe te passen. Die conclusie komt uit promotieonderzoek door Marieke Gielissen die verbonden is aan de Radboud Universiteit.

Uit haar data blijkt ook dat de klacht van vermoeidheid hardnekkig is, wanneer er geen gedragstherapie plaatsvindt. Dan heeft ruim de helft van de mensen na drie jaar nog steeds deze klachten in ernstige mate. Dat komt volgens Gielissen doordat de mensen een slecht slaap- en waakpatroon hebben of doordat zij continue zorgen hebben over terugkeer van de ziekte. Sommige mensen wijten hun klachten aan de chemotherapie.

De helpende cognitieve gedragstherapie bestaat uit ongeveer vijftien bezoeken aan de psycholoog, waarbij vooral wordt gewerkt aan het veranderen van de gedachten en gedragingen die aan de klachten verbonden zijn. De behandeling wordt natuurlijk afgestemd op de persoon, omdat de vermoeidheid heel verschillende oorzaken kan hebben. Bij angst voor terugkeer van de ziekte gaat de behandeling in op analysere en bespreken van de angstgedachten. Irreële, niet-helpende gedachten worden omgebogen tot een meer realistische kijk. Dit onderzoek laat zien dat vermoeidheid na kanker een ernstig probleem is dat serieuze aandacht verdient.

Informatie over het symposium ‘Vermoeidheid na kanker’ is te vinden op de website www.umcn.nl/nkcv.

Bij pubers is het verband tussen het overslaan van het ontbijt en dik worden nog groter dan het verband tussen alcohol en overgewicht. Dat komt naar voren uit een onderzoek bij 35,00 middelbare scholieren.

De onderzoekers hielden interviews bij scholieren uit de tweede en de vierde klas. Vooral bij de scholieren uit de tweede klas was het verband tussen ontbijt en overgewicht sterk.
Uit onderzoek in de jaren negentig bleek dat dertien procent van de Nederlandse pubers niet ontbijt.
(Eur J Clin Nutr. 2007 Nov 28)

In Nederland heeft bijna een miljoen mensen rijangst. De angstgevoelens kunnen jarenlang sluimerend aanwezig zijn, om op een later moment bij stress en spanningen, ook met een heel andere achtergrond weer plotseling op te duiken.

 Volgens psycholoog Cor Aneese, die een praktijk heeft in Geldrop, heeft bijna een miljoen mensen rijangst. Een onbekend aantal van hen is als de dood om over fly-overs en bruggen te rijden. Mensen met rijangst mijden vaak snelwegen. Bij hen kunnen als gevolg van de angst bij het rijden beeldvernauwing en oriëntatieproblemen optreden. Daardoor kunnen ze niet meer goed waarnemen. Afstanden zijn niet goed door hen in te schatten. Bij het rijden zijn ze bang om de controle over het stuur te verliezen. Duizeligheid en hartkloppingen treden op, evenals verkramping van de spieren.
Het advies van de therapeut Cor Aneese: probeer zo veel mogelijk je snelheid vast te houden en ga vooral niet vertragen. Zoek zeker niet de veiligste weghelft op, bijvoorbeeld achter sukkelende vrachtauto’s. Ga ook geen dwangmatige handelingen verrichten, zoals je versnellingspook vastpakken. Dat gaat vaak onbewust en leidt af van het rijden.

Volgens de Angst, Dwang en Fobiestichting (ADF) zijn er in Nederland duizenden mensen die niet met de auto over hoge bruggen of fly-overs durven rijden. De beste behandelmethode is volgens de stichting onder deskundige begeleiding toch de stap te zetten om die bruggen, tunnels of fly-overs mee te nemen in de rijroute.

Naar schatting krijgt ongeveer 10% van de jonge moeders te maken met een depressie na de geboorte. Vanzelfsprekend heeft die toestand een negatieve invloed op het omgaan van moeder en kind. Een moeder met een depressie is meestal minder gevoelig zijn voor signalen die het kleine kindje afgeeft en zal dus niet direct hierop reageren, wat negatieve gevolgen kan hebben op de lange termijn. Deze moeders kunnen goed leren hoe het anders kan.

Door middel van thuisbegeleiding kunnen de moeders met depressie leren letten op de signalen van hun kind uitzendt. Dit is goed voor de kwaliteit van de interactie, zodat ook de hechting tussen moeder en kindje verbetert.
Dat blijkt uit een promotieonderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen, waarin is vastgesteld dat een relatief korte begeleiding tijdens het eerste levensjaar van het kindje de moeder-kindinteractie en de hechting inderdaad verbetert. Dit effect blijkt na een half jaar nog te bestaan.
De begeleiding bestaat uit tien keer bezoeken aan het gezin, waarbij video-opnames gemaakt worden van de moeder-kindinteractie. Een getraind team bekijkt deze video, waarbij er vooral op wordt gelet hoe de sensitiviteit van de moeder kan worden vergroot. De video wordt gebruikt om de moeder meer opmerkzaam te maken voor de signalen van haar kind.
Het is niet voldoende om alleen de depressie van de moeder te behandelen. Immers, als het verstoorde patroon eenmaal bestaat, is de moeder-kindinteractie moeilijk te veranderen.
De eerste fase in het leven van kinderen blijkt zeer belangrijk voor het vormen van banden met mensen. Uit onderzoek komt naar voren dat kinderen met een ouder met psychiatrische problemen later zelf een groot risico hebben op dergelijke klachten. Baby’s van een depressieve moeder kunnen kort na de geboorte al afwijkingen hebben in gedrag. Na een jaar zijn zij onrustiger en negatiever dan leeftijdgenootjes en vermijden ze het maken van oogcontact met hun moeder. Maar liefst 40 procent van de kinderen met een depressieve ouder maakt vóór de achttiende verjaardag zelf een depressie door.

(Persbericht Radboud Universiteit Nijmegen)

Uit Brits onderzoek is af te leiden dat extra vitamine B12 op hoge leeftijd de hersenen in conditie houdt.

Onderzoekers volgden zestienhonderd 65-plussers tussen 1993 en 2003. In die periode keken de onderzoekers in het bloed van de ouderen naar de concentratie vitamine B12, foliumzuur, holotranscobalamine, methylmalonzuur en homocysteine. Holotranscobalamine is een actieve vorm van vitamine B12, de concentratie methylmalonzuur in het bloed stijgt als het lichaam een tekort aan vitamine B12 heeft. Volgens onderzoekers is hoge concentratie homocysteine ongunstig. In diezelfde periode onderwierpen de onderzoekers hun proefpersonen een aantal keren aan mentale tests. Of supplementen met extra B12 echt helpen om de mentale vermogens intact te houden weten de onderzoekers niet. Maar uit de uitkomsten van de zojuist afgesloten trials naar het effect van B-vitamines op hart- en vaatziekten doen dit vermoeden.

(Am J Clin Nutr. 2007 Nov;86(5):1384-91)

Onbetaalde rekeningen, dingen die je nog moet doen of opruimen. Zorgen als deze kunnen zo groot worden dat je ’s nachts wakker ligt. Het is dan een goed plan om een bepaald tijdstip midden op de dag uit te kiezen om over deze dingen na te denken en je zorgen te maken. Dit kan voorkomen dat je dit gaat doen, zodra je in bed gaat liggen en wacht op het inslapen.

Mocht die tip niet helpen, schrijf dan een kwartier voor het slapengaan je zorgen op papier. Dat advies schrijven Glovinsky en Spielman in hun boek The Insomina Answer. Zij opperen om een bladzijde in twee kolommen te verdelen. De linker is dan bestemd voor notities van de zorgen, terwijl de rechterkolom alles bevat wat je aan oplossingen kunt bedenken. Het maakt daarbij niet uit of het al dan niet om de perfecte oplossing gaat. Ook een tijdelijk bedachte oplossing die misschien niet zo gemakkelijk toepasbaar is helpt slapeloze nachten voorkomen.

(The Insomnia Answer. New York: Perigee Books)

Uit een recent Amerikaans onderzoek blijkt dat ongeveer één op de vijf volwassenen bijna voortdurend teveel angst of stress ervaart. Dit gaat bijna altijd samen met slaapmoeilijkheden.

Stress en angst zijn een normaal onderdeel van het leven. Echter, angststoornissen gaan een stap verder. Als deze niet goed worden gediagnosticeerd, kunnen de gevolgen voor de kwaliteit van het leven verstrekkend zijn. Met name de slaap wordt aangetast, wat kan leiden tot prikkelbaarheid of verminderde concentratie. De angststoornis laat zich overigens goed behandelen.

Het Amerikaanse onderzoek laat zien dat angststoornissen het vaakst voorkomen bij volwassenen die jonger zijn dan 55 jaar. Vooral de groep jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar blijkt hier last van te hebben, waarbij de kans vele malen vergroot wordt als er kinderen zijn of als er sprake is van werkloosheid.
Uit onderzoek is ook bekend geworden dat met diverse maatregelen slaapmoeilijkheden effectief getackeld kunnen worden. Om slapen te vergemakkelijken houd je het beste een bepaald (ontspannend) ritme aan in de avond. Het is beter om niet vlak voor het slapengaan tv te kijken, de computer te gebruiken of rekeningen te betalen. Verder vermijd je het beste koffie, chocolade en cola voor het slapengaan. De slaapkamer kan het beste alleen gebruikt worden voor het slapen. Probeer stressvolle situaties zoveel mogelijk buiten de slaapkamer te houden. Verder zou deze donker, koel en rustig moeten zijn.
En als je slecht slaapt, kun je beter niet op de wekker gaan kijken hoe laat het is.

(Anxiety Disorders Association of America)

Concerta zou effectief zijn als het gaat om het verhelpen van kenmerken van ADHD bij volwassenen. Dit positieve bericht komt van onderzoekers van Johnson & Johnson, die dit middel in de VS distribueert. Het gaat om de eerste bevindingen van een nog voortdurend onderzoek waarbij de werking van dit medicijn is vergeleken met die van een neppil.

concerta-adhd.jpgTot nu toe is er nog weinig bekend over de behandeling met behulp van medicijnen bij volwassenen met ADHD-klachten. De totale onderzochte groep personen bestond uit 200 mensen tussen de 18 en 65 jaar oud bij wie ADHD is vastgesteld. Ze werden ingedeeld in twee groepen. De ene groep kreeg gedurende zeven weken Concerta, de andere een placebo. De behandelde groep kreeg overigens dit middel in een oplopende dosering met een maximum van 67 milligram per dag.
84% van de mensen in de Concertagroep gaf aan last te hebben van bijwerkingen. Datzelfde gold voor maar liefst 64% van de placebogroep. Het vaakst werd geklaagd over verminderde eetlust, hoofdpijn en een droge mond. De Concertagroep rapporteerde een forse afname van klachten over concentratieproblemen en rusteloosheid op een vragenlijst.
Uit onderzoek blijkt dat de veiligheid van Concerta vergelijkbaar is met die van het al
lang bestaande en bekende kortwerkende methylfenidaat (Ritalin). Er zijn geen andere of onverwachte
bijwerkingen opgetreden.

(McNeil Pediatrics, 26-10-2007)

Uit proeven met muizen blijkt dat bij verhongering dezelfde hersencellen worden geactiveerd als bij xtc-gebruik. Er blijkt grote gelijkenis te bestaan tussen het effect van MDMA [de werkzame stof in xtc] en CART, een neurotransmitter die in een hoge dosis aanwezig is in de hersenen van mensen die aan anorexia lijden.
Men ontdekte dit toen bleek dat MDMA de eetlust vermindert. Vervolgens gingen de onderzoekers bekijken wat er nog meer hetzelfde is als het gaat om anorexia en verslavingen.
Het onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling van eetstoornissen.

(Bron: Proceedings of the National Acadamy of Sciences, oktober 2007)

Mensen die veel kennissen of vrienden hebben of mensen die ze kunnen vertrouwen, worden ouder dan mensen die alleen door het leven gaan. Dat zeggen epidemiologen naar aanleiding van hun onderzoek, waarin ze 1500 ouderen tien jaar volgden.
Uit de analyse van de onderzoekers komt naar voren dat de grootte van het sociale netwerk van de senioren de sterftekans bepaalt. Het aantal familieleden had geen invloed op de sterfte. Bij ouderen met de meeste vrienden en kennissen ligt in vergelijking met de ouderen met het kleinste sociale netwerk de sterftekans 22 procent lager.

(Journal of Epidemiology and Community Health)

Niet kunnen stoppen met eten komt vooral voor bij mensen die een genetisch bepaald tekort aan dopamine in hun hersenen hebben. Dopamine is een stof in de hersenen die een rol speelt bij het belonen van gedrag, zoals eten. Dat hebben wetenschappers van de universiteit in Buffelo ontdekt.

dopamine.jpgIn het onderzoek vormde de zin om te gaan eten het hoofdonderwerp. Men wilde graag weten hoe de hersenen de motivatie om te gaan eten bepalen. De genen die in verband worden gebracht met hersenactiviteit in verschillende gebieden werden daarnaast ook onder de loep genomen en dan met name de gevolgen van een genetische variantie die de dopamine-D2-receptors in cellen beslaat. Ongeveer de helft van de mensheid zou die variatie hebben. Volgens de wetenschappers uit Buffalo hebben mensen met een kleinere hoeveelheid dopamine-D2-receptors een lang blijvende hang naar steeds meer beloneningen, zoals eten of drugs, om een effect te voelen.
Het onderzoek betrof 29 te dikke mannen en vrouwen en 45 mensen met een gemiddeld gewicht. Bij elk van deze personen is het erfelijk materiaal in beeld gebracht. Tweemaal bezocht de groep de universiteit. De eerste keer kregen ze een flinke portie snacks voorgeschoteld onder het mom van een ’smaaktest’. Er werd verteld dat ze de smaak van het voedsel mochten beoordelen. Tijdens die beoordeling bleven ze in de ruimte met het teveel aan snacks. Tijdens het tweede bezoek werd de motivatie om te eten geanalyseerd. Om iets te eten te krijgen, moesten ze 20x op een knop drukken. Met 40 maal drukken nam de hoeveelheid uitgedeeld eten toe. Het onderzoek leverde veel gegevens op, die de onderzoekers analyseerden zodat ze de hierboven vermelde conclusie konden opstellen.
De resultaten betekenen niet dat je niet onder teveel eten uit kunt komen bij de ongunstige genenvariant. Immers, er zijn ook mensen met dit variant die niet aan overgewicht lijden.
In de toekomst kan het dopaminesysteem misschien ingezet worden als behandeling bij overgewicht. Zo kunnen medicijnen die invloed hebben op het dopaminesysteem wellicht helpen. Nu worden deze gebruikt als er sprake is van ADHD.
Met dit onderzoek is weer een stukje van de puzzel gevonden die helpt om overgewicht te snappen en te behandelen.

(Behavioral Neuroscience, okt. 2007)

Het wordt al jarenlang vermoed, maar er is nog niet echt gefundeerd bewijs geleverd dat kleurstoffen de oorzaak vormen van druk gedrag. Tot nu toe. Britse onderzoekers hebben met hun data laten zien dat bepaalde kleurstoffen en conserveermiddelen inderdaad het gedrag van kinderen in negatieve zin beïnvloeden. Dat lichten ze toe in de Lancet.

kleurstof.jpgKleurstoffen, natriumbenzoaat of een combinatie daarvan vergrootten in een (placebogecontroleerd) onderzoek de hyperactiviteit bij kinderen. Er deden 153 kinderen van drie jaar en 144 kinderen van acht of negen mee aan het onderzoek, dat qua opzet aan alle voorwaarden voldoet om het keurmerk ‘goed’ te kunnen krijgen.
De kinderen kregen een drank met natriumbenzoaat en een van twee mengsels met kleurstoffen, òf een placebo (= drankje zonder kleurstoffen en/of natriumbenzoaat). Leraren en de ouders beoordeelden via vragenlijsten het gedrag van de kinderen, maar wisten niet welk drankje de kinderen hadden gekregen. De kinderen zelf wisten dat ook niet. Uit de gegevens blijkt dat de ouders en leerkrachten meer overbeweeglijkheid zagen bij de kinderen wanneer deze natriumbenzoaat, een mengsels met kleurstoffen, of beide hadden gekregen.

Onder andere is goed van dit onderzoek dat de kinderen die eraan deelnamen niet gekozen waren uit een groep hyperactieve kinderen. Ze waren afkomstig uit de gewone bevolking. Dat maakt de uitkomsten volgens de onderzoekers veelzeggend. Verrassend is dat vooral bijna alle kinderen – ook de rustige – gevoelig blijken voor kunstmatige kleurstoffen en bepaalde conserveermiddelen.
Wanneer ADHD is vastgesteld, werkt medicatie beter om de kenmerken van hyperactiviteit en impulsiviteit te verminderen dan verandering van het voedingspatroon. Toch kan het ook bij ADHD’ers geen kwaad om daarnaast ook nog eens te letten op de inname van kleurstoffen.

(The Lancet, 1 augustus 2007)

Het vetpercentage zakt met bijna 3 procent met elk uur dat iemand per etmaal langer slaapt. Tot die berekening komen onderzoekers van de University of Bristol. Ze analyseerden de gegevens van dertig gezonde Griekse vrouwen die tussen de 30 en de 60 jaar oud waren.

slaapgebrek.jpgDe afname van het vetpercentage blijkt overigens alleen te gelden voor mensen die structureel tekort slapen.
Volgens de onderzoeker leidt slaaptekort tot een stijging van het hormoon ghreline, dat een hogergevoel geeft. Slaaptekort laat tegelijkertijd de afgifte van het hongerremmende hormoon leptine afnemen.

(Nutrition. 2007 Sep 18; [Epub ahead of print])

Eén op de drie volwassenen in Nederlande voelt zich matig of zeer eenzaam, maar dit blijft dikwijls onuitgesproken. Die conclusie komt uit een onderzoek aan de VU naar eenzaamheid in ons land. Vooral gescheiden vrouwen van middelbare leeftijd voelen zich vaak eenzaam. Met 26 procent vormen zij de grootste groep.

eenzaam1.jpgUit het onderzoek blijkt ook dat 40 procent van de ernstig eenzamen ook last heeft van depressieve symptomen. Naast eenzaamheid hebben dus ook nog andere psychische problemen. In dit geval is professionele hulp aan te raden dat sleutelt aan vermindering van depressieve symptomen.
Bouwen aan een vriendenkring is een algemene aanrader, want hoe groter en gevarieerder het sociale netwerk, hoe minder de kans op eenzaamheid.

(Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Van Tilburg en Gierveld)

Medicatie die goed werkt om de depressie bij volwassenen te verminderen, kan bij jongeren nadelig uitpakken. Uit een beoordeling van bijna 50 onderzoeken komt naar voren dat bij de groep jongeren antidepressiva bijwerkingen met zich meebrengen en dat het resultaat gering is. Bij SSRI’s is bijvoorbeeld een grotere kans op vijandig gedrag en automutilatie gevonden. Daarom wordt Sint Janskruid in verschillende landen gebruikt om depressies bij jongeren te behandelen.

Ongeveer 50 klinische studies tonen aan dat de behandeling met Sint Janskruid minstens net zo goed helpt als antidepressiva, als er sprake is van milde tot middelmatig ernstige depressieve klachten bij volwassenen. Meestal wordt dit kruid goed verdragen, hoewel het de werking van andere geneesmiddelen kan beïnvloeden.
In Duitsland worden de meeste depressieve kinderen en adolescenten behandeld met Sint Janskruid. Verkennende onderzoeken en bevindingen uit Duitsland, Canada en de VS wijzen op een positieve respons. Echter, er zijn nog geen grote groepen kinderen en jongeren in een dergelijk onderzoek betrokken.

(Bron: Child and Adolescent Mental Health, september 2007)

Genen die coderen voor ontstekingseiwitten – beroemd om hun desastreus effect op het immuunsysteem, de insulinehuishouding en de spieraanwas – worden actiever als je eenzaam bent. Dat schrijven Steven Cole en zijn collega’s van de UCLA in Genome Biology. Zij stellen dat de kwaliteit en niet de hoeveelheid vrienden hierbij van belang is.

eenzaam.jpgEr is al een reeks van onderzoeken die laten zien dat er een verband is tussen sociaal geïsoleerd staan en ziektes, zoals hart- en vaakziekten. Al eerder werd een verband aangetoond tussen de genen en eenzaamheid onderzocht in een recent Nederlands onderzoek onder 8.000 tweelingen. Het onderzoek van de UCLA keek nog wat specifieker naar het type genen dat in dit verband betrokken is.
Het onderzoek van de UCLA betrof overigens maar 14 vrijwilligers. Via een scoringssysteem werd een beeld gekregen van de sociale interacties van die 14 personen. Vervolgens keken de onderzoekers naar de genetische activiteit in de witte bloedcellen in en relateerden die gegevens aan de maat voor eenzaamheid.

(Genome Biology 2007, 8:R189)

Op 12 september heeft Slachtofferhulp Nederland de site www.ikzitindeshit.nl in de lucht gebracht. Deze is gericht op jonge slachtoffers van een misdrijf, een verkeersongeval of een confrontatie met geweld. De bedoeling is dat de site de drempen om hulp te zoeken verlaagt. Www.ikzitindeshit.nl bevat informatie en advies voor slachtoffers, getuigen en bekenden van slachtoffers. Er zijn twee delen. Eén is bestemd voor kinderen tot 13 jaar, de ander is voor jongeren van 13 tot 18 jaar. Beide sites leggen uit hoe slachtoffers kunnen omgaan met hun gevoelens, wanneer het goed is om naar de politie te gaan en hoe zij dat het beste kunnen aanpakken.

Ook wie de leeftijd van zeventig is gepasseerd, kan de levensverwachting verhogen door gezond te leven.

ouderen.jpgDat blijkt uit het proefschrift van Kim Knoops, die gedurende tien jaar enkele duizenden oudere Europeanen volgde.
De sterftekans verminderd na het zeventigste jaar met de helft voor wie gezond eet, niet rookt en voldoende beweegt. Uit de statistieken blijkt met name een mediterraan dieet met veel vis, noten, fruit en groenten de levenskwaliteit te vergroten. Dit voedingspatroon beschermt tegen de nadelige gezondheidseffecten van gewichtstoename en -verlies.

(Resource)

Behandeling via internet van een depressie, angststoornis of alcoholprobleem werkt. Hulp via het internet is voor veel jongeren, volwassenen en ouderen een laagdrempelige manier om hulp te krijgen voor psychische problemen. Voordelen zijn onder andere: anonimiteit, geen reiskosten en de mogelijkheid tot hulp vragen buiten kantooruren.

Dit blijkt uit de Programmeringstudie E-Mental Health die het Trimbos-instituut uitvoerde en dat een overzicht biedt van het huidige internetaanbod. De bekendheid met internethulpverlening neemt toe, zo stelt Trimbos vast. Eén op de twee volwassenen overweegt online hulpverlening bij psychische problemen en twee op de drie jongeren.
In Nederland hebben jaarlijks 737.000 volwassen een depressie, 231.000 mensen een paniekstoornis, 493.000 mensen een sociale fobie, en 1,1 miljoen mensen een alcoholprobleem. Toch worden nog veel mensen met een psychische stoornis niet als zodanig herkend, waardoor zij geen gerichte hulp krijgen. De ziektelast blijft daardoor in stand.
Op dit moment is er een aanbod van 65 e-mental health behandelingen, gericht op diverse doelgroepen. De kwaliteit daarvan is niet altijd duidelijk. Daarom is één van de aanbevelingen in de studie om een expertgroep Kwaliteit & E-mental health in het leven te roepen. Een andere aanbeveling betreft de oprichting van een kenniscentrum op het gebied van e-mental health.

(Programmeringstudie E-Mental Health [pdf]).

Technologie is gemakkelijk toegankelijk. Wij en ook onze kinderen worden graag geëntertaind met games via de spelcomputer, tv en computer. Het is echter belangrijk om daarnaast om voor kinderen ook tijd en ruimte te creëren voor het doen van ‘ouderwetse’ spelletjes.

kinderspel.jpgOngestructureerd spel komt zowel het lichaam als de geest van kinderen ten goede, zeggen Amerikaanse onderzoekers. Zij schrijven in Pediatrics 2007 Jan;119(1):182-191 dat deze vorm van spel de bouwstenen levert voor de ontwikkeling van creativiteit en fantasie. De kinderen ontwikkelen zo probleemoplosvaardigheden door allerlei oplossingen uit te proberen. Een bijkomend voordeel van spel is verder ook dat het de relatie tussen ouder of opvoeder en kind ten goede kan komen.
Het wordt daarom aangeraden om kinderen een omgeving te bieden die uitnodigt tot ongestructureerd spel.
De meest simpele dingen, zoals een paar oude schoenen of plastic bakjes, kunnen genoeg zijn om een rijk fantasiespel uit te lokken. Een paar suggesties: dozen kunnen dienst doen als poppenhuis en oude lakens zijn te gebruiken voor het maken van tenten.

(Pediatrics. 2007 119(1):182-91)

Teveel stress bij de ouders of gepest worden door leeftijdgenoten maken het voor te dikke kinderen lastig om af te vallen, zo blijkt uit een onderzoek onder een groep te zware kinderen.

coverStress bij ouders heeft namelijk een invloed op kenmerken van depressiviteit bij kinderen, net zoals dat geldt voor pesten. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 100 kinderen met fors overgewicht.
De kinderen van wie de ouders te maken hebben met veel stress of depressieve klachten vertonen meer depressieve symptomen. Datzelfde geldt voor gepeste kinderen. Bekend is dat ouders een belangrijk steentje bijdragen als het gaat om het maken van gezonde keuzes, als het gaat om voeding en tussendoortjes. Echter, depressieve of gestresste ouders missen soms de energie om hun kind hierbij ondersteuning te bieden. Zo plannen ze weinig activiteiten met hun kinderen, waarbij ze lichamelijk actief zijn.
Volgens de onderzoekers helpt hun onderzoek erbij om de factoren te kennen die invloed hebben op (over)gewicht van kinderen. Daardoor wordt duidelijk wat een behandeling al dan niet effectief maakt.
De onderzoekers rapporteren over hun bevindingen in het laatste nummer van het wetenschappelijk tijdschrift Obesity.

Mensen voelen zich aangetrokken tot mensen van wie het lichaam ongeveer evenveel vet hebben als dat van henzelf. Dat schrijven onderzoekers uit het Britse Aberdeen, die de lichaamssamenstelling van 42 stellen analyseerden.
Over de verklaring kan alleen gespeculeerd worden. Wellicht is er overlap tussen de sociale activiteiten van de mensen met overgewicht en zwaarlijvigheid, die maakt dat de dikkere mens gemakkelijker partners ontmoet die even dik zijn.
De onderzoekers stellen dat de huidige mens op latere leeftijd een partner uitzoekt dan in de jaren 40 en 50.

(Am J Clin Nutr. 2007 Aug;86(2):316-23)

De invloed van medicijnen die impotentie bestrijden reikt verder dan de lichamelijke component van seks. Potentieverhogende geneensmiddelen zorgt voor toename van een hormoon dat het gevoel van liefde of verliefdheid reguleert.

viagra.jpgUit recent onderzoek komt naar voren dat Viagra bij ratten het gehalte aan het hormoon oxytocine laat toenemen. Dit hormoon komt voor in alle zoogdieren. Niet alleen heeft het een functie bij het opwekken van de bevalling en de melkgift, maar het heeft ook effecten op gedrag. Oxytocine vergemakkelijkt de toenadering tussen twee zoogdieren. Bij mensen betekent dit dat het wantrouwen tegenover de andere persoon afneemt en het zich emotioneel binden wat gemakkelijker verloopt.
Het ziet er naar uit dat Viagra en daarop lijkende middelen inwerken op een deel van de hersenen dat de uitstoot van oxytocine reguleert. Bekend is dat Viagra een enzym remt, waardoor de bloedtoevoer naar spieren toeneemt. Daarnaast blijkt het middel in te werken op de hypofyse. Althans, bij ratten. Bij mensen gebeurt waarschijnlijk precies hetzelfde in dit hersengebied.
Er bestaat ongerustheid over het te achteloos gebruik van Viagra, aangezien men stelt dat dit medicijn ernstige bijwerkingen kan hebben als het in combinatie met andere medicijnen wordt gebruikt. Daarom benadrukken artsen dat het gebruik van Viagra zorgvuldig moet worden afgewogen.

(Journal of Physiology, augustus 2007)

Misschien werken ze bij sommigen op de zenuwen, maar perfectionisten hoeven totaal geen probleem te hebben met hun streven naar 100% goed.

perfect.jpgHoge doelen maken mensen niet altijd angstig, gespannen of somber. Dat stelden onderzoekers tijdens een bijeenkomst van de Amerikaanse psychologenvereniging. Perfectionisme heeft ook positieve kanten.
Iemand die hoge doelen nastreeft, verwachten het beste van zichzelf. Dat hoeft zeker niet verkeerd uit te pakken. Mensen met problemen hebben te maken met een negatieve zelfwaardering, die maakt dat ze zich hoe dan ook tekort vinden schieten. Een negatieve zelfwaardering voedt angst en stress, perfectionisme op zichzelf dus niet. Problemen ontstaan alleen daar waar hoge doelen samengaan met de angst voor afkeuring door zichzelf of anderen.
Omdat perfectionisme niet altijd gunstig werkt, is het het beste om opbouwend te reageren (in plaats van jezelf af te kraken) als zaken niet naar volledige tevredenheid verlopen in plaats van de doelen te verlagen.

(APA)

Als je je ’s ochtends totaal niet uitgerust voelt na acht uur slapen en je in de loop van de dag het liefst weer het bed zou induiken, moet je eens nagaan of de kwaliteit van je slaap optimaal is.

Een probleem met de kwaliteit van de slaap is ongunstig, als we afgaan op nieuw onderzoek. Verstoorde slaap kan namelijk de kans op het klonteren van het bloed vergroten. Dit houdt verminderde bloedtoevoer naar de belangrijke organen in.
Het is nog niet bekend hoe het kan dat slecht slapen iets doet met de bloeddoorstroming. Onderzoeken laten zien dat wisselingen in de activiteit van het zenuwstelstel bij mensen met slaapapneu tot toename van bloedproppen leidt. Daarmee is de kans op hart- en vaatziekten verhoogd.
De slaapkwaliteit kan verbeteren wanneer je de slaapkamer alleen voor slapen gebruikt. Het is van belang om regelmatig te bewegen, waarbij de voorkeur uitgaat naar de ochtend of vroege middag. Regelmaat in de slaap- en waaktijdstippen is belangrijk. Ga dus elke dag rond dezelfde tijd naar bed. Vermijd het eten of drinken ongeveer twee uur voor het slapengaan. Datzelfde geldt voor tv kijken: doe dat niet vlak voor het naar bed gaan.
(Chest 2007 Mar;131(3):733-739)

Wanneer vachtloze muizen dagelijks in een tredmolen lopen, worden hun huidcellen minder gevoelig voor huidkanker. Ook het toevoegen van cafeine aan het drinkwater maakt de huidcellen nog minder gevoelig voor UV-straling. Bij de combinatie van training èn cafeine is het beschermende effect spectaculair.

Onderzoekers van de State University of New Jersey ontdekten dit. Ze ontdekten niet alleen afname van gevoeligheid voor UV-licht, maar zagen ook dat de gezamenlijke behandeling (cafeine en beweging) leidde tot een verlies van lichaamsvet.De onderzoekers stellen dat de hoeveelheid cafeine in hun bloed van de muisjes gelijkstaat aan het drinken van één tot vier koppen koffie per dag.
Hoe kleine hoeveelheden cafeine en lichaamsbeweging cellen ertoe aanzetten zich beter te beschermen tegen huidkanker weten de onderzoekers nog niet precies.

(Proceedings of the National Academy of Sciences. 2007 Jul 31;104(31):12936-41.)

Pubers worden slecht begrepen. Veel volwassenen zijn namelijk vergeten hoe ingrijpend de puberteit is geweest. En dat maakt dat volwassenen het lastig vinden om met een puber in gesprek te gaan. De lastige dillema’s waar ouders, leraren en opvoeders voor komen te staan, zijn te tackelen. Zo stelt Willem Heuves, die universitair docent in de klinische psychologie is, en een boek over deze groep schreef dat vol staat met praktische handreikingen.

Heuves stelt dat het van belang is om te beseffen dat pubers hun ouders nodig hebben om te begrijpen dat er grenzen zijn aan gedrag. Veel pubers proberen grenzen uit, maar rekenen er op dat ook bij problemen hun ouders er zijn om grenzen te herstellen en de schade beperkt te houden. Anderzijds merken ouders dat een verbod met meer werkt. Anders dan in de kindertijd kan een puber niet zo maar worden gedwongen tot het uitvoeren van een verzoek door een straf op te leggen. Het heeft dan ook geen zin om sancties in de strijd te gooien, waar ouders geen greep op hebben. Wat dan wel?
Heuves raadt aan om in gesprek te gaan. Wanneer je als ouders bijvoorbeeld merkt dat je zoon of dochter met wiet experimenteert, spreek je over eigen gevoel van angst en bezorgdheid en laat je de puber vertellen waarom hij gebruikt. Stel vragen als u iets niet snapt in plaats van te oordelen. Vertel waar hij of zij informatie of hulp kan krijgen over alcohol en drugs (www.drugsinfo.nl). Maak als ouders over dit onderwerp geen ruzie waar de zoon of dochter in kwestie bij is.

in ‘Pubers, ontwikkeling en problemen’ behandelt Heuves deze en andere problemen, zoals suïcidaliteit, gedragsproblemen, angst en depressie. Deze gids gaat in op het signaleren en oplossen van veelvoorkomende puberproblemen. In dat verband komt ook de achtergrond van problemen als uitvoerig aan bod. In het geval dat professionele hulp nodig is, geeft het boek advies op welke wijze die hulp het beste kan worden ingezet.

(Heuves W.: Pubers, ontwikkeling en problemen. Uitgeverij Van Gorcum, € 15.50)

Sport doet meer dan het stimuleren van de groei van spiercellen. Lichamelijke training zorgt ook voor ontwikkeling van de hersencellen. Dit verklaart misschien waarom hardlopen en een andere sportieve activiteit depressie bestrijden.

hippocampus.jpgBjornebekk van het Karolinska Institute in Zweden concludeert dat uit een onderzoek met ratten, waarover zij publiceert in de International Journal of Neuropsychopharmacology. Bij deze ratten was sprake van genetisch bepaalde depressiviteit. De onderzoekers kunnen uit het passieve gedrag van de ratten afleiden dat ze depressief zijn. Wanneer depressieve ratten in het water terechtkomen dobberen ze maar wat rond, terwijl normale ratten zwemmen.
Uit het onderzoek bleek dat depressieve ratten die in hun kooi dertig dagen een tredmolentje hadden gehad zwommen. Dat lag geheel anders bij de groep depressieve ratten die geen tredmolen in hun kooitje hadden gekregen.
In de hersenen van de ratten bleek het aantal neuronen in het gebied rond de hippocampus door de beweging te zijn gegroeid. De hippocampus speelt een rol bij leerprocessen en het geheugen. Er is al bekend dat dit gebied krimpt bij mensen met een depressie, en het groeit als deze mensen SSRI’s krijgen.

(Live Science 28 juni 2007)

Echinacea werkt, een kruidensupplement dat je koopt bij de drogist, doet precies wat het moet doen, zegt een metastudie: het vermindert de kans op verkoudheid.

kouvatten.jpgDat concludeerden onderzoekers van de University of Connecticut in de Lancet Infectious Diseases nadat ze de uitkomsten van veertien studies opnieuw analyseerden. Niet alleen vermindert Echinacea de kans op verkoudheid, maar als men toch ziek wordt, vermindert het kruid de tijd van ziek zijn.
Echinaceaslikkers hebben zestig procent minder kans dat ze verkouden worden dan niet-slikkers. De combinatie van vitamine C en Echinacea vermindert de kans op verkoudheid met bijna negentig procent.
Ten slotte zijn echinaceaslikkers gemiddeld anderhalve dag eerder genezen dan niet-slikkers. Tijdens de verkoudheidsperiode zijn bovendien hun symptomen milder.
Hoe Echinacea precies werkt is nog steeds onduidelijk.

(BBC news, juni 2007)

Zie ook dit artikel.

nightmare.jpgOngeveer een half miljoen Nederlanders heeft meerdere nachtmerries per week. Daardoor slapen ze slecht en hebben ze overdag last van een prikkelbare stemming en concentratieproblemen. Voor deze groep mensen hebben het Fonds Psychische Gezondheid en de Universiteit Utrecht een website ontworpen: www.nachtmerries.org.
Deze site biedt achtergrondinformatie en een trainingspakket om zelf mee aan de slag te gaan. De denk- en doe-oefeningen die op de site staan, zijn effectief gebleken.
De oefeningen worden nog vergeleken met andere methoden op werkzaamheid. Bezoekers kunnen zich nu via de website opgeven om mee te doen aan het onderzoek.

Hechtingsstoornissen zijn lastig vast te stellen, vinden deskundigen. Dat komt doordat de kenmerken niet altijd verschillen van andere stoornissen. Kinderen die aan een hechtingsstoornis lijden, hebben er moeite mee om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders/verzorgers. De oorzaak kan liggen in verwaarlozing of mishandeling (geestelijk of lichamelijk), maar kan ook ontstaan als het kind niet voldoende gelegenheid krijgt om emotionele banden te vormen.
Vaak gaat men ervan uit dat ze het gevolg zijn van omgevingsfactoren, maar de vraag is of dat wel een terechte aanname is.

Britse wetenschappers gingen dit na door een onderzoek te doen bij 13.472 tweelingen uit de algemene bevolking. Ze bekeken onder andere of het gedrag dat kenmerkend is voor een hechtingsstoornis afwijkt van gedragingen die passen bij andere ontwikkelingsstoornisssen, zoals ADHD of autisme. Ook gingen ze na of dit gedrag bepaald wordt door genetische of door omgevingsfactoren.
De conclusie van hun onderzoek is dat het gedrag dat hoort bij een hechtingsstoornis wèl te onderscheiden valt van gedragingen die horen bij de categorie gedragsstoornissen, ADHD en emotionele problemen. Ten slotte concluderen de Britten dat een hechtingsstoornis in sterke mate bepaald wordt door genetische factoren. Dat is dus totaal anders dan verwacht. Bij jongens blijkt de erfelijke component een grotere rol te spelen dan bij meisjes.

(The British Journal of Psychiatry, juni 2007)

Over het algemeen is het gezond om emoties te uiten in plaats van ze op te kroppen. Dat komt je relatie alleen maar ten goede. Maar er zijn uitzonderingen: sociaal angstige mensen kunnen beter hun negatieve emotie, zoals boosheid en agressie, beheersen.

Het uiten van emoties tegen je partner pakt namelijk niet altijd positief uit. Het effect is afhankelijk van de hoeveelheid sociale angst waarmee men kampt. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek. Bij de gemiddelde mens met weinig sociale angst neemt de kwaliteit van de relatie toe als negatieve emoties openlijk worden geuit. Echter, bij mensen met een hoge mate van sociale angst wordt de relatie beter naarmate er minder negatieve emoties getoond worden.

(Journal of Anxiety Disorders, april 2007)

Wat je wel of niet tegen je kind zegt over een naderend kamp of logeerpartijtje kan heimwee en de daarmee samengaande angstreacties voorkomen.

heimwee.jpgBijna alle kinderen kampen met momenten waarop ze sterk naar hun thuis verlangen. Die gevoelens verdwijnen doorgaans als sneeuw voor de zon, wanneer ze momenten van plezier beleven op de plaats waar ze dan vertoeven. Dat proces is te versnellen door een goed gesprek met je kind, wanneer hij of zij voor enige tijd van huis weg is.

Tip 1: geef je kind enige beslissingsbevoegheid. Dat kan het gevoel geven het allemaal zelf in de hand te hebben, wat angst vermindert.
Tip 2: spreek in positieve woorden over de komende tijd weg van huis. Markeer de periode op een kalender, inclusief de dag van thuiskomst. Praat over de mensen die dan het kind begeleiden, de kinderen met wie er wordt samengespeeld en de dingen die hij of zij zal gaan doen. Wat ook kan helpen, is kennismaking met de kinderen met wie er iets samen wordt gedaan.
Tip 3: heb het ook over heimwee. Dit gespreksonderwerp hoeft niet te worden vermeden. Laat weten dat het gevoel van gemis van thuis erbij hoort, dat dit een normaal gevoel is, en dat er dingen aan gedaan kunnen worden die maken dat het kind zich weer fijn voelt.
Tip 4: maak iets waar ‘oplossingen voor heimwee’ in zitten. Doe daarin lege, al van een postzegel voorzien brieven, een foto van pappa en mamma of het huisdier, een lijst van dingen die hij/zij kan gaan doen als thuis wordt gemist. Op dat lijstje kan komen te staan:
- onderneem een activiteit, ga zwemmen of doe samen met iemand een spelletje;
- maak een lijstje met dingen van de dag die je lieten lachen;
- leer de namen uit het hoofd van drie nieuwe mensen, die die dag ontmoet werden;
- doe iets leuks en beschrijf dat in de brief aan de ouders;
- denk aan de leuke en goede dingen in de nieuwe omgeving.

Het voor de eerste keer het huis verlaten om ergens anders te zijn en slapen is een ontwikkelingstaak en zelfs een mijpaal binnen de ontwikkeling. Door aan het kind middelen te geven om deze taak op een goede manier te vervullen, is een goede stap gezet richting onafhankelijkheid.

(Preventing and treating homesickness. Pediatrics 2007 Jan;119 (1):192-201)

Door aanpassingen in de leefstijl valt de kans op dementie en de ziekte van Alzheimer flink te verlagen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Boukje de Gelder die als neuropsycholoog werkzaam is bij het RIVM.

De Gelder volgde duizend oudere mannen en ontdekte dat huwelijk, intensieve lichaamsbeweging, koffie en visvetzuren de hersenen beschermen tegen aftakeling. Voor lichaamsbeweging geldt dat des te intensiever de mannen zich inspanden, des te geringer hun cognitieve achteruitgang. Ook het samenleven met een partner vertraagt het proces van aftakeling. Het beschermende effect blijkt optimaal bij drie koppen koffie per dag.

(Resource, mei 2007)

Water vult het verloren vocht in het lichaam aan, maar dat doet thee ook. Dat zegt Carrie Ruxton van Kings College London in de European Journal of Clinical Nutrition. Thee drinken geeft naast de noodzakelijke vochttoevoer immers ook nog eens antioxidanten die het lichaam beschermen.

theeofwater.jpgOnderzoek naar cafeïne heeft laten zien dat alleen zeer hoge doseringen zorgen voor dehydratie. Nu neemt iedereen ten onrechte aan dat dit ook opgaat voor een aantal kopjes koffie per dag. Maar zelfs als je zeer sterke thee of koffie drinkt, wat bijna onmogelijk is om nog met genoegen te drinken, houd je er netto vocht aan over.
De polyfenolen in thee beschermen daarnaast tegen hart- en vaatziekten en – in mindere mate – tegen kanker. Bovendien bevat thee fluor, waardoor de botten sterker worden.
Ruxton raadt aan om minimaal drie koppen thee per dag te drinken en thee te verkiezen boven water.

(Bron: European Journal of Clinical Nutrition (2007) 61, 3–18, link naar volledig artikel)

Wanneer een jongvolwassene in een negatieve, instabiele omgeving verkeert, bestaat er verhoogde kans op een depressie. Echter, goede verzorging, aandacht en stimulans tijdens de eerste levensjaren vormen een factor die beschermt tegen een negatieve omgeving op latere leeftijd. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek, waarover gepubliceerd is in Child Development.

kleuterdagverblijf.jpgErvaringen in de vroege kinderjaren hebben langdurende effecten, zo blijkt uit het langlopende onderzoek naar kenmerken van een depressie bij ruim 100 21-jarigen. Deze groep werd gevolgd vanaf het vijfde levensjaar. Van een deel van deze groep was bekend dat ze in een kinderdagverblijf waren geweest. De onderzoekers beoordeelden in die tijd aan de hand van een scoringssysteem hoe het gesteld was met het kinderdagverblijf. Daarmee werd de kwaliteit in beeld gebracht door bijvoorbeeld na te gaan of er veel wisselingen waren geweest in de begeleiders en wat de manier van stimuleren van de ontwikkeling was.
De dataanalyse laat zien dat maar liefst 37% van de jongvolwassenen die in de kleuterleeftijd nooit naar dagopvang waren geweest voldoen aan de kenmerken van een depressie. Dit betekent een significant verschil met de groep die wel naar een kinderdagverblijf was geweest: 26% van hen scoorde hoog op signalen van depressie. De conclusie gaat zelfs nog een stap verder wanneer ook de kwaliteit van de woonomgeving in de analyse wordt betrokken: hoe slechter iemands woonomgeving (in de kinderjaren), hoe groter de kans op een depressie.
Het onderzoek levert grond voor het vermoeden dat positieve ervaringen in de kindertijd een buffer vormen tegen stress op latere leeftijd. Dit maakt het belangrijk om ervoor te zorgen dat alle kinderen zoveel mogelijk opgroeien in een stabiele en uitdagende woonomgeving.

(Bron: Child Development, juni 2007)

De aangeboren overgevoeligheid van de huid voor stoffen (= allergenen) die in het voedsel (= voedsel-allergenen) of de leefomgeving kunnen voorkomen is te behandelen met psychologisch interventie.

eczeem.jpgDat komt naar voren uit een review van acht (placebogecontroleerde) onderzoeken. In die onderzoeken werd gekeken wat het effect is van diverse psychologische interventies bij atopische dermatitis. De onderzoeken werden door twee mensen onafhankelijk beoordeeld wat betreft bijvoorbeeld de deelnemers, behandelingen en uitkomsten.
Werkzaam zijn: aromatherapie, autogene training, korte dynamische therapie, cognitieve gedragstherapie en uitleg over goede huidverzorging. De effectgrootte werd berekend.
Ondanks deze mooie resultaten kan nog niet worden gezegd hoe het kan dat deze methoden werken. Het is nog niet goed uit te sluiten dat andere factoren het effect verklaren. Toch kan worden geopperd dat al deze behandelmethoden leiden tot een meer ontspannen houding, waardoor stressreacties minder een negatieve werking uitoefenen.

(Bron: International Archives of Allergy and Immunology, mei 2007)

Wie huidkanker en vroegtijdige veroudering van de huid wil voorkomen kan beter directe blootstelling aan zonlicht vermijden of kleding te dragen die beschermt tegen schadelijke UV-straling dan de huid insmeren met zonnebrandmiddelen. Dit is de belangrijkste conclusie van een review over blootstelling aan de zon

Zonnebrandmiddelen beschermen alleen als deze in ruime mate en gelijkmatig worden opgebracht, zonder delen van de huid te vergeten. Ook de beschermingsfactor van het gebruikte middel is bepalend voor de bescherming. Het toepassen van zonnebrandmiddelen om daarna veel langer dan normaal in de zon te blijven, vinden de auteurs ‘misbruik’.
(The Lancet, 5 mei 2007)

Wanneer je als man woont in een wijk die goed begaanbaar zijn voor voetgangers is je kans op depressie lager dan bij het wonen in drukke, voetgangersonvriendelijke wijken.

woonwijk.jpgAmerikaanse wetenschappers kwamen hierachter door een onderzoek te doen bij 740 ouderen in Seattle. Bij mannen die in voetgangersvriendelijke wijken woonden kwamen minder kenmerken van depressie voor dan bij mannen uit drukkere wijken. Er is in de statistische analyse rekening gehouden met andere risicofactoren, zoals inkomen en gezondheid. Opmerkelijk is dat het gevonden verband tussen de woonwijk en depressie niet opgaat voor vrouwen.
Men denkt nu dat lichaamsbeweging verantwoordelijk is voor het gevonden verband. Een voetgangersvriendelijke woonwijk zou mannen uitnodigen om vooral veel meer te gaan bewegen. Het is ook mogelijk dat mannen in rustige wijken zich minder sociaal geïsoleerd voelen. Verder onderzoek is nodig om zeker te weten hoe het komt dat er een verband is tussen de directe woonomgeving en depressiviteit.

(Journal of American Geriatrics Society 2007;55:526-33)

Door een gebied in de hersenen, de rechter prefrontale cortex te stimuleren, valt mogelijk een continu hongergevoel te verminderen. Als dat echt zo is, komt een goede behandeling voor zwaarlijvigheid dichtbij.

stimulatie.jpgActivering van de rechter prefrontale cortex (PFC) resulteert mogelijk in een afname van het hongergevoel en in minder moeite om interventies zoals een dieet of bewegingstherapie gedurende een langere periode vol te houden. Dat blijkt uit onderzoek waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in het laatste nummer van JAMA.

Al eerder werd vermoed dat de hersenen de hoeveelheid ingenomen voedsel bepalen. Ook het ontstaan van zwaarlijvigheid of obesitas wordt gezien als een gevolg van een probleem in de hersenverwerking. Gebieden in de hersenen, in het bijzonder in de rechter prefrontale cortex (PFC), zouden het hongergevoel afremmen. Een verminderde activiteit in dit hersengebied zou leiden tot vermindering van de controle op de voedselinname.
In vervolg op dit onderzoek kan men gaan zoeken naar methoden om de activiteit in het rechter PFC te bevorderen. Dit zou de rem op onbeperkt eten terugbrengen bij mensen die deze verloren hebben. Een dieet kan daardoor veel gemakkelijker worden volgehouden, zo is de gedachte.

Recent is een onderzoek afgerond dat het effect verschillende pijnstillers met elkaar vergeleek bij een specifieke doelgroep: (336) kinderen die zich hadden aangemeld met rug-, nek- of spierpijnklachten bij een ziekenhuis. Ibuprofen komt hieruit het gunstigst naar voren.

pijnstiller.jpgEen halfuur na inname van een pijnstiller rapporteerden alle 6- tot 17-jarigen een aangename afname van de pijnklachten. Dit effect was voor alle onderzochte pijnstillers gelijkwaardig. Na verstrijken van één uur leidde alleen Ibuprofen tot een langer aanhoudende pijndemping. Dat komt misschien door het ontstekingsremmende effect van dit middel.
De onderzoekers stellen dat elk kind op een eigen manier op pijnstillers reageert. Het is daarom aan te raden om met de arts te bespreken met welk medicijn het beste de pijn kan worden weggenomen of voorkomen, wanneer er sprake is van een medisch onderzoek dat die pijnlijk is of veel ongenoegen geeft, na een ongeluk of bij steeds terugkerende klachten, zoals hoofdpijn.

(Pediatrics 2007 Mar;119(3):460-467)

Hoewel moeders van kinderen met een autistische stoornis melden dat ze moe zijn, veel spanningen en stress ervaren, beschikken ze meestal over een flinke portie veerkracht. Daardoor kunnen ze op adequate wijze met het moeilijke gedrag van hun kind omgaan. Die conclusie vinden we in Pediatrics.

autisme_ouders.jpgDe auteurs van het stuk baseren hun uitspraken op een onderzoek met vragenformuleren bij moeders van 61.772 kinderen in de leeftijd van 4 tot 17 jaar. Van die groep was bij 364 kinderen een autisme spectrum stoornis vastgesteld. De moeders van deze 364 kinderen zeiden wat vaker dan gemiddeld dat het slecht gesteld was met hun lichamelijke en emotionele gezondheid. Echter, ondanks dit toonden ze opmerkelijk sterke kanten en vaardigheden. Meer dan andere vrouwen bleek er sprake van een goede relatie met het kind, ondanks het autisme. Ze gingen goed om met de veeleisende opvoedvragen van hun kind door niet zo snel boos te worden.
“Misschien kunnen de moeders van autistische kinderen ons iets leren over de manier waarop relaties met kinderen onderhouden moeten worden onder de omstandigheden van hoge stress en zwakke sociale vaardigheden bij het kind”, stellen de auteurs.

Op basis van ervaringen van ouders met een autistisch kind zijn er wat suggesties op te stellen, die andere ouders kunnen helpen om krachtig te blijven wanneer het kind moeilijk op te voeden is:
– Knijp er vaak even (kort) tussenuit. Doe dat regelmatig, bijvoorbeeld eenmaal per week. Ga wandelen, breng een bezoek aan de bioscoop, doe iets in je tuin of bezoek een vriend(in). Dat je vooruit kunt denken aan dergelijke leuke uitstapjes kan energie en lucht geven.
– Als het lastig is om een oppas te vinden voor ’s avonds, ga er dan overdag op uit. Het voorbereiden van zo’n dag uit vraagt om planningstijd, maar levert je iets op.
– Zoek aansluiting bij ouders die ook te maken hebben met een autistisch kind of een kind dat specifieke behoeften heeft. Je vindt zo’n groep bijvoorbeeld via de oudervereniging Balans.
– Sluit je aan bij een vereniging, of doe iets met vrijwilligerswerk. Samen met anderen iets doen is ontspannend, als het gaat om een activiteit die je leuk vindt.
– Zoek een invulling voor de vrije tijd, de tijd dat het kind op school zit en de klussen in het huis er op zitten.

(Pediatrics, vol 19, mei 2007)

Opnieuw wordt met nieuwe data aangetoond dat wiet een schadelijke effect heeft op de hersenen. Deze softdrug kan psychotische kenmerken opwekken bij sommige mensen die daarvoor gevoelig zijn. Hallicunaties en paranoia zijn daarvan dan het vervolg.

Dit stellen Britse artsen die hersenscans bekeken van 15 vrijwilligers, die twee actieve ingrediënten van cannabis in een lage dosering toegediend kregen. Ze kregen alle 15 ook een placebo om te kijken wat het effect was van een pil waar niets in zit. Uit de gegevens blijkt dat THC tot een tijdelijke psychose kan leiden. Dit kan schade toebrengen aan de hersenen.
Al lange tijd wordt cannabis in verband gebracht met psychosen, maar nu is duidelijk geworden wat het werkingsmechanisme is. THC doet iets met de activiteit in de frontale hersengebied. Dit gebied wordt in verband gebracht met het beheersen van niet-passende emotionele en gedragsmatige reacties op situaties.
Uit een ander onderzoek komt naar voren dat cannabis de psychotische kenmerken van schizofrenen verergert. Onduidelijk is waarom mensen met schizofrenie toch vaak wiet gebruiken, terwijl zo overduidelijk voor hen moet zijn dat het gebruik hiervan hun nare symptomen doet toenemen. Wanneer exact bekend is hoe dit op het niveau van hersenen verklaarbaar is, komt de genezing van schizofrenie en psychosen een flinke stap dichterbij.

(Reuters, 10 mei 07)

huidkanker.jpgTwee koppen thee per dag is genoeg om de kans op huidkanker met tientallen procenten kleiner te maken. Thee met een vleugje lime doet het nog iets beter en is vele malen goedkoper dan al die skinceuticals (drankjes die claimen het huidfunctioneren te verbeteren).

Wetenschappers staven deze uitspraken door te kijken naar het theedrinkgedrag van 1.400 personen die huidkanker hadden ontwikkeld en 700 personen die deze huidziekte niet ontwikkelden. Ze beschreven de resultaten in het European Journal of Cancer Prevention. Polyfenolen in thee hebben een beschermend effect, zo is hun conclusie.
Bescherming tegen UV-stralen uit de zon blijft overigens het belangrijkste advies, als het gaat om voorkomen van huidkanker. 90% van deze vorm van kanker zou door zonlicht veroorzaakt worden. Het advies is om de zon te vermijden tussen 11 uur ’s ochtends en 15.00 uur in de middag. In die uren zoek je het beste de schaduw op. Verbranden is al helemaal uit de boze.

Het is niet voor het eerst dat we dit berichten, maar het blijft aan onderzoeken binnenstromen dat het effect van lichaamsbeweging koppelt aan prestaties op cognitieve tests.

In een onderzoek verbeterden de prestaties van proefpersonen op een geheugentest significant na een drie maanden durend trainingsprogramma. Dat bestond vooral uit oefingen ter verbetering van de conditie.
Lichamelijke beweging is niet de enige weg tot behoud van een goed stel hersenen. Ook een mentale workout helpt om achteruitgang in cognitieve functies te voorkomen. Alles wat anders is dan het dagelijkse ritme kan heilzaam zijn, zoals het leren van een nieuwe taal.
Onderstaande link geeft je een samenvatting van de gedetailleerde wetenschappelijke informatie.

(Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 2007 Mar 27;104(13):5638-5643.)

Wanneer autisten tijdens hun kinderjaren steeds weer in stresserende situaties verkeren, wordt de amygdala in hun hersenen kleiner. De sociale angst diehet gevolg is van het autisme zou al snel leiden tot verhoogde angst- en spanningsreacties.

Dit volgt uit een studie bij 54 mannelijke deelnemers tot 25 jaar, waaronder 23 met autisme en vijf met het Asperger syndroom. De deelnemers voerden individueel opgelegde taken met sociale interactie uit, zoals knipogen en het herkennen van emotionele gelaatsuitdrukkingen. De grootte van de amygdalae werd gemeten met MRI-scan.
Mannen met kleine amygdalae waren het traagst in het onderscheiden van emotionele en neutrale uitdrukkingen. Ze presteeende ook het laagst bij het herkennen van oogbewegingen. Dit waren precies ook die personen die in de vroege kindertijd het vaakst te maken hadden gehad met spanningsvolle sociale situaties.
De onderzoekers vonden een verband tussen leeftijd en het volume van de amygdalae: van de kinderjaren tot de puberteit verkleinen de amygdalae bij personen met autisme. Dit gebeurt het meest bij autisten met sterk antisociaal gedrag. De coördinator van het onderzoek, dr. R. Davidson, oppert dat de hersenen reageren op stress die veroorzaakt wordt door sociale angst. Die hersenen reageren als het ware hyperactief, wat leidt tot celdood of -inkrimping.

(Arch Gen Psychiatry)

Jongeren die aan vrijwilligerswerk doen ondervinden een gunstige verandering in hun zelfvertrouwen. Die eindconclusie komt uit een Amerikaans onderzoek, waarvoor ruim 3.000 jongeren werden geïnterviewd

vrijwilligerswerk.jpgHet richtte zich ook op jongeren die uit gezinnen met een laag inkomen komen. Deze groep kiest weinig voor het doen van vrijwilligerswerk, zo blijkt uit de data. Uit de rapportage over het onderzoek blijkt dat de kans op het halen van een diploma groter wordt als men iets doet voor een ander. Dat zou simpelweg komen door de groei in het gevoel van eigenwaarde of zelfvertrouwen. Jongeren die de kans lopen op gevoelens van hopeloosheid of uitzichtloosheid bouwen niet alleen een sociaal netwerk op, maar werken ook aan sociale vaardigheden en vertrouwen in de ander.
De onderzoekers zien een rol voor de school weggelegd. Een leraar zou de jongere enthousiast kunnen maken voor het doen van taken die neerkomen op vrijwilligerswerk.

(National & Community Service)

Als je woordjes uit je hoofd hebt geleerd, kun je die beter onthouden als je daarna slaapt. En hoe beter je slaapt, des te beter houdt je geheugen de nieuwe informatie vast. Dat vertelde J. Ellenbogen van de Harvard Medical School tijdens een bijeenkomst van de American Academy of Neurology in Boston.

slaapgeheugen.jpgEllenbogen baseert zijn conclusies op een onderzoek bij 48 gezonde proefpersonen van 18 tot 30 jaar oud. Alle 48 personen kregen de taak om een lijst van 20 woordparen uit het hoofd te leren en later te reproduceren.
Hij verdeelde deze mensen over vier groepen. Groep 1 haalde de nacht door en kreeg geen nieuwe informatie in te prenten, groep 2 bleef ook de nacht wakker èn kreeg er nieuwe woordjes bij. Die moesten ze dus niet opslaan in het geheugen, maar negeren (= interferentie). Groepen 3 en 4 konden rustig de gewone acht uur slapen, waarbij groep 4 net als groep 2 ook te maken kreeg met ‘interferentie’.
De resultaten laten zien dat de groep die geslapen heeft na het leren zich de informatie het beste kon herinneren. Groepen 3 kon 12% meer woordjes onthouden dan groep 1. Groep 4 (die dus ook extra woorden te horen kreeg) presteerde maar liefst 44 procent beter dan groep 2.
Slaap beschermt het geheugen blijkbaar tegen ‘interferentie’. Slaap verankert blijkbaar dat wat we geleerd hebben. Men denkt nu ook dat slaapstoornissen de geheugenproblemen van mensen met dementie vele malen verergeren.

(Science Daily April 25, 2007)

Tot nu toe werd nooit een rechtstreeks verband tussen aanwezigheid van continue stress en kanker aangetoond, maar alleen vermoed. Amerikaanse onderzoekers hebben nu ontdekt dat een hormoon dat bij stress veel wordt aangemaakt, adrenaline, de dood van kankercellen in de prostaat en borst tegengegaat.

Het onderzoeksteam werd aangevoerd door G. Kulik, een bioloog. Hij stelt dat onderzoeken onder grote groepen mensen nooit eenduidige resultaten hebben opgeleverd. Daarom stelde hij zich voor zijn onderzoek de directe vragen: is er samenhang tussen stress en kanker en zo ja, hoe werkt het mechanisme dan op cellulair niveau?
Adrenaline komt in grote hoeveelheden vrij met name bij angst en stress, en komt verhoogd aanwezig wanneer er sprake is van depressiviteit. Een eiwit (BAD) dat kankercellen doodt, werkt niet langer wanneer adrenaline aanwezig is.
Beta-blockers blokkeren adrenaline en bij mannen die deze medicatie gebruiken tegen hoge bloeddruk komt minder prostaatkanker voor dan gemiddeld, zo stelt Kulik.
Het onderzoek van Kulik betekent veel voor de preventie van kanker, maar evengoed ook voor de behandeling ervan. Het is belangrijk voor mensen die gevoelig zijn voor stress om hen te leren om beter met stresserende situaties om te gaan. Nu kan ook worden gekeken langs welke wegen het mogelijk is om het effect van adrenaline te remmen.

(Journal of Biological Chemistry, april 2007)

Voor het eerst zijn lichamelijke reacties gemeten bij vrouwen die waren blootgesteld aan het steroid androstadien. Dat is een afbraakproduct van testosteron dat voorkomt in zweet van mannen.

mannenzweet.jpgBij het onderzoek maakten vrouwelijke studenten, die het naar musk ruikende androstadien hadden opgesnoven, binnen 15 minuten meer cortisol aan. Daardoor voelden ze zich beter. Hun hartslag, bloeddruk en ademhaling waren verhoogd.
De onderzochte stof wordt al gebruikt door producenten van parfums. Van ratten is al bekend dat ze reageren op de stof, van mensen tot nu toe eigenlijk niet.
Het vomeronasal organ neemt bij ratten de stog waar en schakelt door naar de hersenen. Bij mensen lijkt dit orgaantje niet te zijn verbonden met de hersenen.

[The Journal of Neuroscience, February 7, 2007, 27(6):1261-1265]

Slechts 5 minuten per dag flink doorstappen kan rokers helpen om van de verslaving af te komen. Lichte vormen van lichaamsbeweging, zoals wandelen, verminderen de ontwenningsverschijnselen.

rokenstoppen.jpgDeze conclusie volgt uit een review van 12 onderzoeken naar de samenhang tussen bewegen en verminderen van de afhankelijkheid van nicotine. De sterkte van het effect van lichaamsbeweging is opmerkelijk. Het effect zou zelfs vergelijkbaar zijn met die van nicotinepleisters. Omdat de effecten van lichaamsbeweging waarschijnlijk korte tijd aanhouden, komt de drang naar nicotine vanzelfsprekend terug enige tijd na het trainen. Wie wil stoppen met roken zou daarom ook andere maatregelen moeten toepassen om de kans op succes te vergroten.
Lichaamsbeweging zorgt ervoor dat er meer dopamine wordt aangemaakt, wat de afhankelijkheid van nicotine vermindert.

(Addiction)

Autisten krijgen volgende maand een speciale pas die ze kunnen gebruiken in panieksituaties. Met de autipas kunnen ze aantonen dat zij door hun stoornis op onverwachte situaties anders reageren dan anderen.

autipas.jpgVolgens de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) kunnen autisten paniekerig of agressief reageren op onverwachte situaties. Op de autipas wordt de stoornis in het kort toegelicht en worden enkele aanwijzingen gegeven voor de omgang met autisten. Vanaf 14 april is de pas te bestellen via de site van NVA. De NVA geeft de pas in april aan vijfduizend autisten.
Meer informatie: www.autisme.nl

Ouderen die zich eenzaam voelen hebben een twee keer zo grote kans op dementie. Dat blijkt uit een onderzoek bij 823 oudere Amerikanen met een gemiddelde leeftijd van zo’n 80 jaar. Aan het begin van de studie en daarna jaarlijks werd onderzocht hoe eenzaam de deelnemers waren en of ze tekenen van dementie vertoonden.
Tijdens de zesjarige looptijd van het onderzoek kregen 76 deelnemers Alzheimer. De kans op Alzheimer nam met 51% toe bij elk extra punt van de eenzaamheidsscore. Iemand met een hoge eenzaamheidsscore (3,2) had daarmee ongeveer 2,1 keer zoveel kans op Alzheimer als iemand met een lage score (1,4). Hoe dat komt is niet duidelijk.

Bron: Archives of Psychiatry, februari 2007

De gemiddelde koffiedrinker wordt niet alert en wakker door zijn eerste kop koffie die hij ’s ochtends drinkt. Dat zeggen onderzoekers van de University of Bristol tijdens de bijeenkomst van de British Nutrition Foundation.

congres.jpgEén kop koffie bevat voor de doorsnee-koffiedrinkers nog niet voldoende cafeine om een effect te hebben op de alertheid of concentratie. Diegenen die gewend zijn aan koffie reageren daar niet op. Koffiedrinkers merken wel dat ze koffie nodig hebben om op gang te komen. Dat komt doordat ze een milde verslaving hebben ontwikkeld. Het eerste kopje koffie helpt om de ontwenningsverschijnselen weg te nemen. De alertheid die de koffiedrinker na één kop voelt, is eigenlijk niets meer dan het terugkeren naar de normale toestand, aldus onderzoeker Peter Rogers.
Matig gebruik van cafeine heeft overigens wel positieve effecten. Recent onderzoek laat namelijk zien dat een paar kopjes koffie per dag de hersenen beschermen tegen veroudering. Rogers stelt echter ook dat je het beste kunt kiezen voor decafé. Zodra je een doorsnee-koffiedrinker wordt, zit je volgens Rogers al in de spiraal van ontwenning.

(British Nutrition Foundation, mrt 2007)

Onderzoekers van Stanford University hebben driehonderd vrouwen met overgewicht een jaar lang op dieet gezet. Het doel daarvan was om te onderzoeken welk dieet het beste werkt.

De eerste groep volgde het eiwitrijke dieet van Atkins, dat (slechts) 20 tot 50 gram carbs per dag toestaat. De tweede groep volgde het vetarme vegetarische dieet van Dean Ornish (tien procent vet), de derde groep het Zone-dieet (40 procent carbs, 30 procent eiwit en 30 procent vet). De vierde groep volgde een dieet zoals de Amerikaanse voorlichters dat voorschrijven (beperkt aantal calorieën).
Het onderzoek werd gehouden bij vrouwen met overgewicht of obesitas (BMI 27-40). De deelnemers kregen de eerste twee maanden elke week instructies. Daarna liet men het aan de vrouwen over om zich aan de voorschriften te houden.
Uit de vergelijking na 12 maanden blijkt het Atkins-dieet het meest effectief te zijn. Bij de deelnemers die het Atkins-dieet volgden, was na 12 maanden het gewichtsverlies groter. Ook waren de effecten op de stofwisseling in het algemeen gunstiger dan bij de deelnemers die een van de andere diëten volgden.
Na 12 maanden was het gemiddelde gewichtsverlies als volgt over de groepen verdeeld: Atkins 4,7 kilo, Zone 1,6 kilo, Ornish 2,2 kilo en LEARN 2,6 kilo. De onderzoekers concluderen dat het Atkins-dieet goed lijkt. De vrouwen houden dit ook goed vol. Het advies komt overeen met een voedingspatroon dat bestaat uit weinig koolhydraten, veel proteïnen en veel vet.

(JAMA, 2007;297:969-977)

Teveel en langdurige stress bij de ouders verslechtert de immuniteit van hun kinderen, wat de kans op ziek worden verhoogt. Dat komt doordat het leven in stressvolle omstandigheden tot een slecht afweersysteem leidt. Dat zeggen Amerikaanse onderzoekers.

ziekkind.jpgZij volgden gedurende twee jaar een groep kinderen in de leeftijdsrange 5 tot 11 jaar. De data van de onderzoekers laten zien dat dat kinderen met gestreste ouders vaker koorts krijgen. Hun ‘natural killer cells’ hebben een verhoogde activiteit. Dat zijn cellen die belangrijk zijn bij de afweer van virusinfecties. De interactie tussen ouders en kind zou geen invloed hebben op de gezondheid van het kind, maar chronische stress heeft wel een duidelijk effect.
Al eerder bleek dat kinderen met aanleg voor astma en eczeem gevoelig zijn voor stress in het gezin. Ook was al bekend dat stress bij ouders ertoe leidt dat de kinderen problemen hebben op sociaal-emotioneel vlak.

(Archives of Pediatric and Adolescent Medicine)

Langdurig aan zware stress blootstaan kan de ontwikkeling van de hersenen bij kinderen belemmeren. Dat komt waarschijnlijk doordat bij kinderen met een posttraumatische stress-stoornis (PTST) het gehalte aan cortisol continu verhoogd is. Dat leidt tot remming van de groei van de hippocampus, een gebied in de hersenen dat belangrijk is voor het geheugen en emotieregulatie.

Dat komt naar voren uit een onderzoek door de medische devisie van de Stanford University bij 15 kinderen, die te maken hadden met PTST door een geschiedenis van lichamelijke, emotionele of seksuele mishandeling. Er is al bekend dat dergelijke ingrijpende gebeurtenissen de ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied in de weg staan. Het onderzoek van de Stanford wetenschappers besloeg kinderen van wie de leeftijd in de range van 7 tot 13 jaar lag. Ze maten de omvang van de hippocampus aan het begin en het eind van het onderzoek, dat anderhalf jaar duurde.
Na correctie voor geslacht en lichamelijke rijping bleek uit de data dat kinderen met ernstige PTST-symptomen een hoog cortisolgehalte hadden. Ook bleek de hippocampus relatief klein.
Dit gegeven kan verklaren waarom getraumatiseerde kinderen een grote kans lopen op het ontwikkelen van angsten en stemmingsproblemen, wanneer ze volwassen zijn. De cognitieve belemmeringen die de te kleine hippocampus veroorzaakt maken dat de kinderen niet optimaal kunnen profiteren van therapie.
Vooral kinderen die een genetische aanleg hebben voor angstklachten kunnen totaal niet omgaan met de langdurige stress, die een traumatische ervaring met zich meebrengt.
Het is voor het eerst dat een onderzoek gedaan wordt naar de hersenwerking bij getraumatiseerde kinderen. Tot nu toe is veel bekend geworden op basis van onderzoek bij dieren.

(Pediatrics, Vol. 119, pp. 509-516 maart 2007)

Hersentraining heeft bij oudere mensen een positieve invloed op de mentale fitheid. Dat geldt vooral wanneer deze gericht is op snelheidsverhoging of op het redeneren.

brein.jpgDat komt naar voren uit een onderzoek dat 2800 mentaal gezonde ouderen volgde. Hun gemiddelde leeftijd was 74 jaar bij aanvang van het onderzoek. De groep doorliep een programma van zes weken waarbij het geheugen, de snelheid om problemen op te lossen (visuele zoeksnelheid) of het redeneervermogen werden getraind. In totaal hielden de trainingen 10 sessies van 1 uur in.
Vòòr en na de training werd via tests bepaald hoe het gesteld was met de informatieverwerking van de proefpersonen. De training leidde na zes weken tot een verbetering met 90% in de snelheidsgroep vastgesteld, 74% in de redeneergroep en 26% in de geheugengroep in vergelijking met een niet-getrainde groep. En het opmerkelijke hierbij is dat de verbetering in prestaties minstens 5 jaar aanhield, wanneer de ouderen af en toe een opfriscursus deden.

(Journal of the American Medical Association Vol. 296 No. 23)

Nieuwe data bevestigen wat we bijna instinctief aanvoelen: een hand op iemands schouders schouder leggen helpt om door crisissen heen te komen. MRI-scans van de hersenactiviteit van mensen die onder hoge druk staan laten zien dat handoplegging door een geliefde de stressreacties vermindert.

schouder.jpgOm het onderzoek te kunnen uitvoeren, plaatsten wetenschappers van de universiteit in Wisconsin advertenties in de krant. Ze kregen daarop reacties van diverse echtparen. Daarvan bleven er 16 over van wie werd vastgesteld dat het ging om ‘gelukkig getrouwde stelletjes’.
Tijdens het onderzoek kregen de vrouwen een lichte elektrische schok toegediend (!), terwijl via een MRI-scan de hersenactiviteit werd bepaald. Vanzelfsprekend lieten de scans verhoogde activiteit zien in de hersengebieden die in verband staan met pijngevoelens. Echter, precies op het moment dat hun echtgenoten de kamer binnenkwamen en hun hand mochten vasthouden, nam de activiteit in die gebieden enorm af. De hand van een vreemde gaf ook enige verlichting, zij het in mindere mate.

Blijkbaar kan een goede vriend of geliefde je door de spanningsvolle gebeurtenissen van het leven heenleiden, zonder dat er schade optreedt door het blijvend teveel aan stressreacties. Op basis van eerder onderzoek is al bekend dat goede sociale contacten ook leiden tot verbetering in de weerstand tegen ziekten en zorgen tijdens een ziekteperiode voor versneld herstel. De nieuwe onderzoeksbevindingen verklaren misschien waarom trouwen beschermt tegen ziek worden. Dat geldt dan natuurlijk alleen voor huwelijken waarin beide partners gelukkig zijn.

(Psychological Science 2006 Dec;17(12):1032-1039)

We weten het eigenlijk allemaal al: een rouwproces kent fasen. Daar moet je doorheen, hoe moeilijk ze ook zijn.
Emoties zoals ongeloof, verdriet, woede en depressie zijn hiervoor kenmerkend en acceptatie is de laatste stap. In feite is nooit onderzocht of deze gedachte van een gefaseerd verloop van het rouwen daadwerkelijk bij iedereen voorkomt. Tot nu dan, bij mensen in Connecticut is het rouwproces bestudeerd.

rouwproces.jpgAan het onderzoek deden 233 mensen mee. Na het verlies van een naast familielid werd deze groep twee jaar gevolgd. Anders dan de fasentheorie stelt, bleek ongeloof of ontkenning niet als eerste op de voorgrond te staan. Verdriet bleek over het geheel genomen de meest dominante negatieve emotie en werd op de voet gevolgd door acceptatie.
De acceptatie van het verlies nam gedurende de periode van twee jaar voortdurend toe.
De vijf fasen bereikten hun maximum wel precies in de door de theorie ‘voorgeschreven’ volgorde: ongeloof, verdriet, woede, depressie en acceptatie. Deze piek werd bij alle fasen, behalve acceptatie, al binnen zes maanden bereikt.

Er zijn bij rouwverwerking dus inderdaad normale stages. Daar zou begrip voor moeten bestaan. Wie na zes maanden nog steeds te maken heeft met louter ongeloof, verdriet, woede en/of depressie heeft mogelijk baat bij evaluatie en begeleiding.

(JAMA, 21 februari 2007)

Onderzoek uit de koker van Mars, dat een product heeft gemaakt met extra flavonolen uit cacao, laat zien dat cacao tot drie uur na consumptie zorgt voor toename van toevoer van bloed naar de hersenen.

cacao.jpgHet zijn de flavonolen in cacao die de aanmaak van NO in de bloedvaten laten toenemen. Het positieve van toename van de bloedtoevoer naar de hersenen bij ouderen de hersenfuncties kunnen verbeteren. Dat zou vooral bij slaaptekort en vermoeidheid tot flinke verbeteringen leiden, aldus Ian Macdonald van de University of Nottingham. Hij besprak de werking van cacao op het jaarlijkse congres van de American Association for the Advancement of Science.

Het onderzoek betrof jonge vrouwen, die gevraagd waren om moeilijke taken te doen terwijl de activiteit in hun brein bekeken werd met MRI-techniek. Bij de groep vrouwen die een chocolademelkachtig drankje met extra flavonolen hadden gedronken, werd een significante toename van de bloedtoevoer richting hersenen gezien. Men denkt nu dat flavonolen ingezet kunnen worden ter voorkoming van dementie, of bij de behandeling daarvan.
Helaas veroorzaken flavonolen de bittere smaak in chocola. Producenten verwijderen deze stof grotendeels voor het maken van de mild smakende melkchocolade. Het nadeel van chocolade is natuurlijk ook het hoge gehalte aan suiker. Echter, daar kan iets aan gedaan worden. Met melk en cacao kan toch een lekker drankje gemaakt worden, waarbij eventueel wat honing als zoetstof wordt gebruikt.
Dezelfde flavonolen komen overigens ook voor in groene thee en rode wijn, die ook al in verband zijn gebracht met verbeteringen in de bloedsomloop.

(University Nottingham, 22-02-2007)

Je zorgen maken over je prestaties op een rekentoets draagt absoluut bij tot verlaging van je punten. Dat komt naar voren uit een Amerikaans onderzoek, dat zich toespitst op de achteruitgang in prestaties bij het rekenen.

Angst en spanning bij het vak rekenen/wiskunde belooft niet veel goeds. De beperkte capaciteit van het deel van het geheugen dat nodig is voor rekenbewerkingen wordt daardoor nog geringer. Volgens de psycholoog die het onderzoek coördineerde neemt de angst als het ware ‘bezit’ van het werkgeheugen. De relatief gemakkelijke bewerkingen vergen een klein deel van het werkgeheugen, maar vanzelfsprekend geldt het tegenovergestelde bij complexe rekenbewerkingen. Het goede nieuws is er dat er aan faalangst iets te doen is.

(Reuters)

Ook voor degene die perse wil afvallen en gezond leven, is teveel aanbod te verleidelijk om te weerstaan. Met simpele aanpassingen is het gemakkelijk mogelijk om je voornemen om niet te snoepen waar te maken. De ideeën hiervoor komen van twee wetenschappers van de Cornell universiteit.

De keukenomgeving maakt het maken van gezonde keuzes gemakkelijk, wanneer je het voedsel op het aanrecht of de keukentafel aanpast. Verberg snoep uit het zicht in de kast en zet een fruitschaal neer op de plek van de koektrommel. In de koelkast kun je het beste hapjes in een bakje doen met een sticker erop. Zorg er ook voor dat de hoeveelheid snoep en koek heel klein blijft door bij het doen van boodschappen alleen te kiezen voor kleine verpakkingen.
Bij het avondeten is het wijs om de keuze uit de voedingsmiddelen te beperken. Zo kies je bijvoorbeeld het beste voor één hoofdgerecht en twee soorten groenten. Niet meer dan dat. Zorg er ook voor dat iedereen net aan genoeg of voldoende heeft in plaats van dat je de hoeveelheid extreem maakt. Eventuele extra porties laat je dan in de keuken.
Uit onderzoek is gebleken dat hoe groter het bord, hoe meer men eet. Met dit onderzoeksresultaat in het achterhoofd zijn kleine borden te verkiezen boven de grote. Ook de glazen voor sap kunnen het beste de kleinere variant zijn.
Wie wil afvallen, zou de volgende zin in het hoofd moeten nemen: meestal eet men (te) veel als er (te) veel eten is.

(Sobal, J., Wansink, B., Environment and Behavior 2007;39(1):124-142)

We slapen met z’n alle gemiddeld anderhalf uur te weinig. Groningse neurobiologen hebben ontdekt dat de gevolgen van het slaaptekort op lange termijn zeer schadelijk kunnen zijn.

Volgens Meerlo, neurobioloog van de Rijksuniversiteit Groningen, leidt chronisch slaaptekort tot veranderingen in de hersenen. Deze kunnen een depressie laten ontstaan. De Groningse onderzoekers keken wat er gebeurt met de hersenen van ratten met een chronisch slaaptekort. Zij gaven laboratoriumratten – die normaal ongeveer elf uur slapen – een nachtrust van maar vier uur. Daarna keken ze naar de effecten van het slaaptekort op het serotoninesysteem. Verstoringen in het serotoninesysteem worden wel in verband gebracht met depressie. De hersenen van onze ratten met slaaptekort bleken minder gevoelig te worden voor de neurotransmitter serotonine.

slaaptekort.bmpDeze verminderde gevoeligheid is ook aangetoond bij depressieve mensen. Bovendien blijken er bij de ratten met een slaaptekort veranderingen op te treden in het functioneren van de amygdala, het hersengedeelte dat een belangrijke rol speelt bij stemmingen en emoties.
Verder onderzoek moet uitwijzen wat de hersteltijden zijn van langere periodes van slaaptekort.

Bijslapen in het weekend lijkt de onderzoekers onvoldoende. We moeten gewoonweg acht uur per nacht aanhouden.
De effecten van slaaptekort op jonge leeftijd zouden extra schadelijk kunnen zijn, omdat de hersenen van kinderen en pubers nog niet volgroeid zijn.

(Rijksuniversiteit Groningen)

Het lijkt er wel eens op dat sommige kinderen gewoon ’stout’ worden geboren. Volgens nieuw onderzoek is dat geen rare gedachte. Uit een onderzoek onder tweelingen en hun kinderen is naar voren gekomen dat genen meer bepalend zijn voor het al dan niet voorkomen van gedragsproblemen dan altijd gedacht.

genen.jpgDe conclusies van het onderzoek zijn gebaseerd op de gegevens van ruim 1.000 tweelingen en hun kinderen. Bij een deel van die groep ging het om ééneïge tweelingen, die voor 100% overeenkomstig genetisch materiaal hebben. Dit soort onderzoek maakt het via statistische analyses mogelijk om de omgevingsfactoren los te koppelen en alleen het verband van de genen te zien.
Volgens de onderzoekers zijn er volwassenen en kinderen die steeds op zoek zijn naar nieuwe prikkels. Hun gedrag is een grote zoektocht naar sensatie, wat kan samengaan met asociaal gedrag.

Dit soort gedrag zou ten dele genetisch bepaald zijn, maar de rol van de omgeving moet natuurlijk niet uitgevlakt worden.
We weten al uit eerder onderzoek dat veelvuldige strijd tussen de ouders de kans op gedragsproblemen bij de kinderen flink verhoogt. Daarbij is eigenlijk niet bekend of de strijd rechtstreeks gekoppeld is aan de gedragsproblemen. Misschien is er wel een indirect verband. Immers, genen bepalen veel van het gedrag van de kinderen. Ouders die van nature snel strijden en over een opvliegend temperament beschikken, kunnen hun eigenschappen via genetisch materiaal doorgeven aan de kids. En evengoed geldt ook dat continue gestrijd tussen vader en moeder hoe dan ook ongunstig is voor de ontwikkeling van het kind die er getuige van is.
Bij een druk kind met een opvliegend karakter is kind- en/of ouderbegeleiding in sommige situaties (bij vragen en twijfels van de ouders) wenselijk om een negatieve ontwikkeling voor te zijn.

(Child Development)

Sommige kinderen worden geboren met een moeilijk temperament. Als ouders daar negatief op reageren, wordt een negatieve spiraal in gang gezet die leidt tot agressief gedrag. Door toch op een positieve manier met moeilijke kinderen om te gaan, is escalatie in de vorm van gedragsproblemen te voorkomen.

Dat stelt ontwikkelingspsycholoog Sannie Smeekens. Zij onderzocht welke factoren bepalend zijn bij het ontstaan van gedragsproblemen bij jonge kinderen en promoveert op dit onderzoek op 28 februari aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

gedrag.jpgVolgens Smeekens spelen ouders een belangrijke rol als het gaat om het ontstaan van agressief en destructief gedrag van jonge kinderen. Vooral negatieve interacties met de kinderen pakken verkeerd uit. Als voorbeelden hiervan worden genoemd: de kinderen afkraken, inperken of op alles wat gezegd wordt vijandig reageren.

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen die voortdurend negatief worden benaderd een continu verhoogd cortisolgehalte hebben. En dat kan leiden tot achteruitgang van het immuunsysteem. Ook het geheugen van het kind zou minder goed functioneren door een continu teveel aan cortisol.
Niet alleen negatieve omgang tussen ouder en kind voorspelt gedragsproblemen op latere leeftijd. Ook een gebrek aan steun van de ouder door de partner en problemen in de gehechtheid tussen ouder en kind op éénjarige leeftijd blijken voorspellers van gedragsproblemen.

De resultaten houden een pleidooi in voor vroegtijdige ouderbegeleiding. Die zou ingezet moeten worden wanneer een kind met een moeilijk temperament geboren wordt of wanneer de opvoeding door de ouders als moeilijk wordt ervaren. Immers, als de ouders tijdig een andere opvoedingsstijl aanleren, kunnen latere gedragsproblemen worden voorkomen. Deze ouders zitten vaak vast in een bepaald gedragsrepertoire. Ze zijn onmachtig om het anders te doen, maar kunnen dat wel leren.

(www.ru.nl/persberichten)

Als het overslaan van je gebruikelijke kopje koffie zonder cafeïne al snel geïrriteerd raakt, ben je misschien ‘verslaafd’. Het merkwaardige is namelijk dat decafé nog genoeg cafeïne bevat om de concentratie en stemming te verbeteren, een wakker gevoel te geven.

koffiezonder.jpgSlechts zelden bevat decafé totaal geen cafeïne meer. De meeste merken bevatten nog 7 mg per kopje. Dat lijkt weinig in vergelijking tot andere drankjes: gewone koffie bevat ongeveer 100 mg cafeïne en in een glas cola zit ongeveer 50 mg. Maar cafeïne kan ook in lage dosering werkzaam zijn als stimulerend middel.
Bij normale dosering neemt dankzij gewone koffie vermoeidheid af en verbetert de stemming. Teveel cafeïne kan leiden tot nare effecten, zoals angstgevoelens en verhoging van de hartslag en bloeddruk. Het middel werkt verslavend, waardoor het staken van de gebruikelijke koffiedrinkgewoonte vervelende verschijnselen kan opleveren, zoals slaperigheid, prikkelbaarheid en hoofdpijn.

Hoe het komt is niet zeker te zeggen, maar sommige mensen zijn gevoeliger voor de effecten van cafeïne dan anderen. Als je al na het skippen van één kop koffie nare gevoelens krijgt, is het raadzaam om te stoppen met koffie drinken. Immers, hoge bloeddruk en nare lichamelijke problemen komen dan ook dichtbij. De echt hypergevoelige types doen er goed aan om ook de decafé voortaan weg te laten.

(Journal of Analytical Toxicology 2006 Oct;30(8):611-613.)

Familieleden van patiënten die op sterven liggen kunnen baat hebben aan veel bijeenkomsten voor overleg en meer tijd om met familieleden te praten. Dit helpt hun om beter om te gaan met hun verdrietige gevoelens. Ook een brochure over rouwverwerking kan helpen.

rouw.jpg

Deze adviezen volgen uit een gecontroleerd onderzoek van Franse wetenschappers. Zij baseren de adviezen op hun onderzoek bij 108 familieleden van 126 patiënten die op op sterven lagen. 56 familieleden werden in de interventiegroep ingedeeld, 52 in de controlegroep.
Het effect van de de bijeenkomsten (= interventie) werd bepaald aan de hand van een telefonisch interview, dat 90 dagen na het overlijden van de patiënt plaatsvond.

Toen bleken de 56 deelnemers in de interventiegroep duidelijk lager te scoren op een schaal, de Impact of Event Scale. Ze hadden beduidend minder last van de kenmerken die horen bij de posttraumatische stress-stoornis. Ten slotte scoorde de behandelde groep ook lager op een schaal voor meten van angst en depressieve gevoelens.
Het zijn misschien kleine dingen, maar een luisterend oor en steun kunnen dus waardevol zijn voor wie te maken krijgt met het overlijden van een dierbaar famielid.

(NEJM, februari 2007, volume 356:469-478)

Voor lichamelijke actieve mensen is het relatief eenvoudig om slank te blijven na een aantal vetrijke maaltijden. Dat zeggen wetenschappers van de universiteit in Wisconsin.

vetrijk.jpgIn de ogen van sommigen is er niets zo gezond als mager eten. Die visie is achterhaald sinds bekend is hoe gunstig omega-3-vetzuren voor de (mentale) gezondheid zijn. Sowieso is vetarm eten lastig te doen vanwege de vele verborgen vetten.
Vet in het eten is niet slecht, zo blijkt uit onderzoek. Want wie veel aan sport doet, verdraagt het vet in het eten prima zonder in gewicht aan te komen.

Dat blijkt uit onderzoek onder tien gezonde vrouwen in Wisconsin. Die vrouwen moesten een tijdlang trainen op drie verschillende niveaus. Ook moesten ze omschakelen van een voedingspatroon met weinig vet tot vetrijke kost. Uit de data bleek dat hoe meer de vrouwden trainden, hoe sneller ze calorieën verbrandde op vetrijke voeding.
Waarschijnlijk stimuleert lichaamsbeweging de activiteit van vetverbrandende enzymen in het lichaam. Het kan ook zijn dat dankzij flink de trainen de stofwisselingssnelheid zich goed aanpast aan het aantal ingenomen calorieën.
Hoe dan ook, dankzij regelmatig bewegen wordt het goed mogelijk om ook bij af en toe zondigen een gezond lichaam te behouden, zo concludeert de coördinator van dit onderzoek. Wie permanent wil afvallen, doet er goed aan om op wat voor manier dan ook lichamelijk actief bezig te zijn.

(American Journal of Clinical Nutrition 2007;85:109)

Van diverse vormen van kindermishandeling is bekend welke negatieve gevolgen deze op lange termijn kunnen hebben. Dat geldt eigenlijk niet of nauwelijks voor schelden, de verbale vorm van geweld. De effecten daarvan op de psychische gezondheid zijn tot nu toe onbekend. Onderzoekers van de Harvard Medical School hebben daarom geprobeerd om via hun onderzoek te kijken hoe groot de impact is van verbaal geweld. Zij beschreven hun bevindingen in het American Journal of Psychiatry.

schelden.jpgDe onderzochte groep van 554 jongvolwassenen werd geworven via advertenties in de media. Aan hen
werd ten eerste gevraagd naar negatieve jeugdervaringen. Ten tweede maten de onderzoekers via een zelfrapportage-vragenlijst of zij problemen vertoonden. Er werd gevraagd naar angsten, gevoelens van depressie en ernstige vijandigheid en kenmerken van dissociatie.
Maar liefst 300 jongeren gaven aan een vorm van mishandeling te hebben meegemaakt. Bij 20 daarvan had de mishandeling langdurig en louter via woorden plaatsgevonden.

Ook kwamen diverse combinaties van vormen mishandeling voor, waardoor het via statistische analyses mogelijk werd om het effect van de afzonderlijke vormen van geweld en combinaties daarvan na te gaan.
Uit de data van de onderzochte groep blijkt dat het meemaken van alleen verbale agressie bijdraagt tot de ontwikkeling van angsten, depressies en dissociatie. Het effect van verbale agressie is zelfs gelijk aan het meemaken van huiselijk geweld of seksueel misbruik buiten het gezin. De combinatie van twee soorten geweld (zoals uitgescholden worden + meemaken van huiselijk geweld) leidt tot een extreem negatief effect dat groter is dan de som der delen. Die combinatie voorspelt angst, depressiviteit en vooral dissociatieve kenmerken op latere leeftijd. Dissociatie is te zien als een manier van beschermen tegen angstaanjagende indrukken.

De onderzoeker stelde al eerder op basis van hersenscans vast dat ongunstige ervaringen, zoals schelden en beledigen, een verwoestende werking hebben. De gevolgen op het functioneren van de hersenen zijn uiterst negatief. Zie dit artikel.

(Am J Psychiatry.2006; 163: 993-1000)

Langdurig verhoogde stress tijdens de zwangerschap is ongunstig voor de cognitieve mogelijkheden van het kindje. Dat zeggen wetenschappers van het Imperial College in Londen.

Uit hun gegevens komt naar voren dat het IQ van kinderen van gestreste moeders gemiddeld tien punten lager ligt dan dat van hun leeftijdgenoten. Dit verklaren zij vanuit het feit dat langdurige stress leidt tot verhoogde uitstoot van cortisol. Via de bloedbaan van de de moeder zou dit stresshormoon de hersenen van de foetus bereiken en dat zou niet gunstig zijn. De onderzoekers opperen dat cortisol leidt tot aantasting van cognitieve functies die bepalend zijn voor de toekomstige sociale vaardigheden, taalvaardigheden en geheugenfunctie. Er zijn trouwens ook andere verklaringen mogelijk voor het gevonden verschil in IQ-scores. Immers, ook omgevingsfactoren kunnen een effect gehad hebben op de mentale leeftijd van het kindje. Die zouden wel eens ongunstiger geweest kunnen zijn bij de gestreste vrouwen.
De onderzoekers gaan nu zo ver dat zij stellen dat 15% van de ADHD-diagnoses volgens hen toe te schrijven zijn aan stress tijdens de zwangerschapsperiode.
Gisteren zijn de resultaten van dit onderzoek naar buiten gekomen en besproken bij een conferentie van psychiaters. De officiële publicatie moet nog volgen. Via o.m. het ANP zijn de resultaten nu al in de Nederlandse pers terechtgekomen.

Met zelfhypnose kunnen jongeren met angstklachten en bijkomende emotionele of gedragsproblemen geholpen zijn. De effecten van hypnotherapie zijn doorgaans duidelijker dan die van ontspanningstechnieken.

Met deze mening komt David Byron, die onderwijspsycholoog is. Hij baseert zijn uitspraken op onderzoek bij 10 leerlingen in de leeftijd van 11 tot 16 jaar. Bij deze tien personen vormden angstklachten het primaire probleem.
De leerlingen kregen behandeling in gesprekken, waarbij meestal ook hun ouders aanwezig waren. Met behulp van de hypnosetechniek leerden ze hun doelen toe te passen. Gedragsverandering komt goed tot stand, volgens Byron. Daarom vormt hypnose een goede aanvulling op de standaard therapieën, aangezien hypnotherapie zowel cognitieve als emotionele veranderingen bewerkstelligt.
Angst bij kinderen kan leiden tot paniekaanvallen, vermijdingsgedrag en continu piekeren over zichzelf. De standaardbehandeling omvat uitleg over wat angst is en cognitieve gedragstherapie.
Byron deelde in een presentatie zijn ervaringen met collega’s tijdens een conferentie van de afdeling kinderpsychologie van de Britse psychologenvereniging.

(Hc2D)

Volgens Joseph Hibbeln, die als arts en onderzoeker verbonden is aan het ‘National Institute of Health’, verandert de moderne industrieel geproduceerde voeding de architectuur en het functioneren van onze hersenen. Stemmingsproblemen en agressiviteit zouden daarvan het gevolg zijn.

junk.jpgEen groot deel van de Westerlingen lijdt aan fundamentle tekorten van noodzakelijke voedingsstoffen. Hij doelt vooral op een tekort aan essentiële vetten, die nodig zijn voor een goede werking van de hersenen. Dit tekort leidt tot mentale problemen, zoals depressie en agressie. Hibbeln is van overtuigd dat junkfood ons ‘gek’ en agressief maakt.

Een deel van de psychiatrische stoornissen is naar zijn mening te voorkomen is door het voedingspatroon te volgen dat de hartstichting aanraadt. Wat werkt tegen hart- en vaatziekten, voeding die rijk is aan vette vis, werkt ook tegen stemmingsproblemen. Daarnaast is het nodig om commerciële saladedressings, margarine en gefrituurd eten compleet te schrappen, stelt hij. Die zijn te rijk aan oliën van planaardige bron vol met omega-6-vetzuren, die de omega-3-vetzuren vervangen met alle negatieve gevolgen van dien. Volgens Hibbeln is er een verband tusswen de toename van het aantal moorden in 38 onderzochte landen sinds de jaren 1960 en de consumptie van omega-6-vetzuren van plantaardige oorsprong. Een land als Japan waar vette vis op het dieet is blijven staan, heeft veel minder te kampen met moorden en depressies.
Hibbeln gaat misschien ver in zijn uitspraken, maar zijn adviezen om voor voeding te kiezen die rijk is aan omega 3 zijn gestaafd op een reeks van onderzoeken. Die ondersteunen inderdaad de positieve effecten van vette vis, waarin de omega-3-vetzuren rijkelijk aanwezig zijn.

(Guardian)

Niet alleen de partners, maar ook snurkers zelf hebben last van hun gesnurk. Ze slapen er slechter door en sommigen hebben een grotere kans op allerlei kwalen. Wanneer het snurken samengaat met haperingen in de ademhaling is de kans op allerlei nare klachten aanwezig. Een klein deel van de snurkers heeft zo’n conditie, die slaap-apneu wordt genoemd.

apneu.jpgMensen die last hebben van nachtelijke problemen met de ademhaling hebben een maar liefst 80% verhoogde kans op de ontwikkeling van depressiviteit in vergelijking met mensen die rustig doorslapen.

Daarnaast wordt ook de kans op een hoge bloeddruk groter en dat gaat weer samen met het risico van hart- en vaatziekten. Het snurken en slecht ademhalen vallen onder de noemer van het slaap-apneusyndroom (OSAS), dat gebrek aan zuurstof in het lichaam veroorzaakt. Dat komt doordat deze ziekte ertoe leidt dat men minder vaak ademhaalt. Door het zuurstofgebrek en te weinig diepe herstelslaap raakt de balans van neurotransmitters in de hersenen verstoord. Mogelijk leidt het tekort aan zuurstof ook tot verstoringen in de werking van de hypofyse.
Door dit alles raakt de diepte van de slaap verstoord. Dit gaat ten koste van de overall kwaliteit van de slaap. 
Hoe de link tussen slaapapneu en depressie precies te verklaren is, is nog onbekend. Door gebrek aan slaap ontstaat mogelijk concentratieverlies, verminderde seksuele belangstelling, lusteloosheid, verhoogde prikkelbaarheid, slaperigheid overdag en daardoor ontstaan spanningen in de relatie en op het werk.
Bij ernstig snurken is het daarom zeker zinvol om naar de huisarts te gaan. Die zal wellicht doorverwijzen naar de KNO-arts. Naar schatting 5% van de mannen heeft apneu. Bij vrouwen zijn de aantallen iets lager.

(Archives Intern Med 2006;166:1709-1715)

Bij kleuters met slaapproblemen komen gedragsproblemen vele malen vaker voor dan hun goed slapende leeftijdgenoten. Dat zeggen Australische wetenschappers op basis van hun onderzoek bij 4- en 5-jarige kinderen. Misschien heeft dat te maken met de prikkelbaarheid die het gevolg is van het slaaptekort.

slaapprobleem_kleuter.jpgMaar liefst een derde deel van kleuters heeft te maken met lichte tot ernstige slaapmoeilijkheden, schrijft Hiscock van het kinderziekenhuis dat het onderzoek uitvoerde. Die moeilijkheden hebben een negatief gevolg voor het functioneren op school, maar zijn doorgaans gemakkelijk om te buigen.
Al eerder bleek dat een dergelijk verband tussen slecht slapen en gedragsproblemen bij kinderen tussen de 6 en 12 jaar. Slaapproblemen leiden bij die groep ook tot relatieve stilstand van de leerresultaten.

Onder leiding van Hiscock richtte het onderzoek zich op bijna 5.000 gezinnen. Ongeveer één op de vijf kinderen had slaapproblemen. Van 14% van de totale groep kinderen kon gezegd worden dat ze ernstige slaapmoeilijkheden hadden. Zo was er bijvoorbeeld sprake van een hardnekkig patroon van ’s nachts wakker worden en moeizaam inslapen.
Een opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is dat groep kinderen met ernstige slaapproblemen hun kans op een ADHD-diagnose met factor 12 verhoogd zagen. Slecht in slaap komen en vermoeidheid na het opstaan verhoogde de kans op gedragsproblemen het meest. Het onderzoek bracht geen verband aan het licht tussen slaapproblemen en de taal-spraakontwikkeling.
Slaapproblemen bij kleuters kunnen getackeld worden door een vast ritme van naar bed gaan in te voeren. Het bed zou alleen gebruikt moeten worden voor slapen, niet voor het spelen van activerende computerspelletjes. Slaperigheid ’s ochtends kan aangepakt worden door het kind meer uren te laten slapen, dus door de bedtijd te vervroegen.

(Pediatrics, Vol. 119 No. 1, januari 2007, pp. 86-93)

Onderzoekers van de universiteit van Londen hebben in een virtuele omgeving een omstreden experiment nagebootst, dat Milgram in de jaren 60 op echte mensen uitvoerde. De conclusie is dat hersenen gefopt kunnen worden in de virtuele omgeving. 

In het experiment van Milgram vroeg men proefpersonen om aan patiënten een reeks woordparen aan te leren. Eén van de opdrachten was om na een fout antwoord de ‘patiënt’ een pijnlijke schok toe te dienen. In feite was de patiënt een acteur, maar dat was niet bekend bij de ‘leraar’ die de schokken uitdeelde. De schokken werden dus niet werkelijk toegediend. De proefpersonen, die dat niet wisten, hun slachtoffers schreeuwen van de pijn en smeken om genade. Ondank dat bleek in het onderzoek van Milgram een flink deel van de proefpersonen schokken toe te dienen, die dodelijk zouden zijn geweest. Vanaf het moment dat de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij hen werd gelegd, toonden ze nauwelijks gevoeligheid en meeleven. Vanzelfsprekend werd het uitvoeren van dit soort experimenten sterk bekritiseerd en om ethische redenen verboden.

virtueel.jpgHoogleraar M. Slater heeft het experiment herhaald op digitale wijze. De ‘patiënt’ was in dit geval een vrouwelijke virtuele persoon op een computerscherm. De proefpersonen wisten dus dat hun opdracht om de patiënt woordparen te leren niet echt was.
Een eerste groep proefpersonen kon de virtuele patiënt niet zien, maar alleen met haar communiceren via een tekstverwerker.

Een tweede groep zag een zo echt mogelijk lijkende 3D-weergave van hun gesprekspartner. In de eerste groep deelden de proefpersonen alle 20 schokken uit. De helft van de tweede deed dat ook, maar de anderen stopten daarmee na tussen de een aantal schokken.
Vervolgens vroeg men de proefpersonen of ze nog hadden overwegen om het experiment tussentijds te stoppen. De helft van de tweede groep zei daaraan te hebben gedacht. De analyse van hun lichamelijke reacties liet zien dat ze de onmiskenbare stressreacties vertoonden zoals zweethanden en versnelling van de hartslag. In feite reageerden ze op de virtuele situatie alsof deze echt was. De hersenen kunnen blijkbaar niet altijd even goed onderscheid tussen echt of niet echt. De onderzoekers opperen nu om computersimulaties te gebruiken om ook andere omstreden sociaal-wetenschappelijke experimenten te doen.

(Nature)

De resultaten van onderzoek in ons land laten zien dat het slikken van pilletjes met foliumzuur (= vitamine B11) een aantal aspecten van het cognitief functioneren verbetert. Het gaat om vaardigheden die normaal gesproken met het vorderen van de leeftijd normaal gesproken achteruit gaan.

ouderen.jpgDit positieve effect van extra foliumzuur is naar voren gekomen uit een onderzoek naar atherosclerose bij mensen tussen de 50-70 jaar. Het betrof een gerandomiseerd, dubbelblind, placebogecontroleerd onderzoek bij 818 deelnemers. Zij kregen gedurende drie jaar elke dag 800 μg foliumzuur of een placebopil. In vergelijking met de placebogroep steeg in de behandelgroep de folaatconcentratie in het plasma met 576%. 

Het totale homocysteïnegehalte daalde met 26% en dat is gunstig. Na 3 jaar presteerde de behandelgroep significant beter op tests voor het geheugen, de snelheid van informatieverwerking en de motorische snelheid.
Het onderzoek onderstreept het belang van de B-vitamines, waarvan foliumzuur er één is. Foliumzuur doet meer dan het beschermen van babietjes tegen aandoeningen in het zenuwstelsel. Het helpt bij het omzetten en gebruiken van eiwitten, is essentieel voor de aanmaak van rode bloedcellen en de synthese van DNA. Ook wordt foliumzuur door het lichaam gebruikt bij de groei van nieuwe cellen.
Foliumzuur komt van nature veel voor in bonen, citrusvruchten, tarwekorrels (volkoren meel), spinazie en gevogelte.
(The Lancet)

Mensen die lijden aan amnesie hebben niet alleen gaten in hun geheugen. Er komt nog meer bij. Ze hebben er veel moeite mee om zich een voorstelling te maken van toekomstige gebeurtenissen en missen het gevoel bij het denken over wat in de toekomst gebeurt.

geheugenstoornis.jpgTot die conclusies komt een groep Britse onderzoekers op basis van uitgebreid onderzoek bij vijf patiënten met amnesie. Bij deze personen was het geheugenverlies het gevolg van infecties die schade veroorzaakte aan de hippocampus. Dit leidde tot een bijzondere vorm van geheugenverlies.

Zo konden deze vijf personen zich diverse belangrijke gebeurtenissen niet meer voor de geest halen, maar beschikten ze wel over intacte feitenkennis. Ze wisten bijvoorbeeld goed de namen van hun familieleden. Bijna alle vijf patiënten hadden helaas nog een andere tekortkoming: ze konden zich geen beeld vormen van gebeurtenissen die in de toekomst plaatsvinden.
De onderzoekers weten dankzij dit onderzocht dat mensen met amnesie vastzitten in het heden. De stoornis heeft ernstige gevolgen.

(Proceedings of the National Academy of Sciences, jan. 2007)

Jonge kinderen met gedragsproblemen worden al gauw bestempeld met de classificatie ‘ADHD’. Meestal terecht. Maar soms ook niet, want in een aantal gevallen kan het gaan om een (voorloper van de) bipolaire stoornis. Dat stellen onderzoekers van een kinderziekenhuis in Ohio op basis van kleinschalig onderzoek bij 26 kinderen.

26 jonge 3- tot 7-jarige kinderen, bij wie stemmings- en gedragsproblemen de voornaamste klacht vormden, vormden de onderzochte groep. Bij de meeste van hen werd gedacht aan ADHD als mogelijke oorzaak van de problemen. Na bestudering van de medische rapporten stelden Amerikaanse kinderpsychiaters een bipolaire stoornis bij meer dan 60% van die 26 kinderen vast. Bij één op de vijf werd voldaan aan de criteria van een stemmingsstoornis (niet anders omschreven). Voor bijna alle 26 kinderen gold ook een tweede probleem, zoals posttraumatische stress-stoornis en aanpassingsstoornis, waarvan agressief gedrag en verhoogde prikkelbaarheid de belangrijkste kenmerken zijn.
Normaal gesproken wordt in Nederland bij een kind van jonge leeftijd de manisch-depressieve stoornis of bipolaire stoornis zelden vastgesteld. In ons land is de visie dat de stoornis in de kinderleeftijd zeer zeldzaam is. Weliswaar is uit diverse onderzoeken naar voren gekomen dat een aantal van de volwassenen met een bipolaire stoornis reeds op de kinderleeftijd klachten vertoonde, maar op jonge leeftijd kunnen die klachten net zo goed op iets anders wijzen.

Er is nogal wat aan te merken op het Amerikaanse onderzoek. Het aantal onderzochte kinderen is bijvoorbeeld veel te klein. Ook is deze groep niet vergeleken met een andere groep, bij wie wel ADHD de hoofddiagnose vormt. Onduidelijk is ook met welke ‘bril’ de onderzoekers de dossier hebben bekeken.  Genoeg mankementen dus in de opzet. Toch is het wel goed om alert te zijn op welke gedrag de voorbode kan zijn voor de belemmerende manisch-depressieve stoornis.

(Journal of Affective Disorders, 2007; 97: 51–59)

Het spreken van een tweede taal kweekt ‘cognitieve reserves’ die het optreden van dementie uitstellen. Er zijn nog geen medicijnen op de markt die net zo gunstig werken als tweetaligheid.

tweetalig.jpgEr is de laatste tijd veel belangstelling in de wetenschap voor preventie van aandoeningen. Door allerlei veranderingen in de levensstijl door te voeren, kan veel ten goede veranderen in de gezondheid. Nu hebben wetenschappers van het Canadese Rotman Research Institute voor het eerst bewijzen gevonden voor een positief werkende leefstijlfactor: tweetaligheid.

Het spreken van een tweede taal vertraagt het ontstaan van de eerste kenmerken van dementie met 4 jaar. Dat lijkt weinig, maar omdat het om gemiddelden gaat is dit een groot beschermend effect van tweetaligheid te noemen. Al eerder bleek dat tweetaligheid bij zowel kinderen als volwassenen samengaat met een duidelijk betere aandachtsfunctie en impulscontrole. Vanzelfsprekend komt er nog vervolgonderzoek. In de tussentijd is het geen gek idee om een tweede taal te gaan leren. Dit betekent waarschijnlijk een goede stimulans van relevante hersenfuncties.

(Neuropsychologia, Februari 2007, Vol.45, No.2)

spierpijn_koffie.jpgNegen niet zo sportieve vrouwen werd gevraagd om zwaar te trainen. Spierpijn was daarvan het logische gevolg. Een paar dagen daarna hadden de vrouwen nog steeds spierpijn, maar moesten ze nog eens een serie zware oefeningen uitvoeren. Ze kregen een uur voor de tweede training cafeïne òf een pijnstiller. Hadden ze een uur voor de nieuwe oefeningen cafeine binnengekregen, dan was hun spierpijn dertig tot vijftig procent geringer. Hoe zwaarder de tweede oefensessie, hoe groter het pijndempende effect van cafeïne.

Uit de resultaten van dit dubbelblind onderzoek blijkt dat cafeïne de spierpijn beter demt dan pijnstillende middelen zoals aspirine of ibuprofen.

(J Pain. 2006 Dec 8; [Epub ahead of print])

Mensen die in de kinderleeftijd lichamelijk werden mishandeld, lopen een grote kans om op latere leeftijd last te krijgen van psychoses. Dit komt naar voren uit een onderzoek onder 5877 personen van 15 tot 54 jaar.

kindertelefoon.jpgLichamelijke mishandeling is een traumatische ervaring. De kans op een psychose is 2,6 keer zo groot bij iemand die op jonge leeftijd mishandeld werd. De vorm van mishandeling die het risico maximaal verhoogt is verkrachting. In dit geval is de kans met een factor 5,8 verhoogd, wat extreem is.
De analyse van gegevens leerde de onderzoekers dat hoe vaker het trauma heeft plaatsgevonden, hoe groter de kans op psychosen. Kindermishandeling lijkt een biologische kwetsbaarheid tot gevolg te hebben voor de ontwikkeling van psychotische symptomen.
Het onderzoeksteam onderstreept nu het belang van het vragen naar en bespreken van traumatische lichamelijke ervaringen in het verleden bij mensen die een beroep doen op de geestelijke gezondheidszorg. Als bekend is dat er mishandeling heeft gespeeld, is de behandeling waarschijnlijke effectiever dan bij onbekendheid van de ingrijpende negatieve ervaringen.

(Am J Psychiatry 164:166-169, January 2007)

Het gros van goede voornemens loopt op niks uit. Bijna 20% van de mensen stelt uit, ook al vinden ze dat ze iets zouden moeten doen. En bijna altijd komt dat door een tekort aan zelfvertrouwen, dat leidt tot geringe zelfcontrole. Dat stelt Piers Steel, die werkt op de universiteit in Calgary en expert is op het gebied van uitstellen. Hij weet daar alles van op basis van literatuurstudie, waarover hij schrijft in het blad van de Amerikaanse psychologenvereniging.

uitstel.jpgSteel constateert dat de meeste zelfhulpboeken er naast zitten, als ze zeggen dat uitstellen het gevolg is van perfectionisme. Mensen die steeds maar uitstellen hebben minder zelfvertrouwen en denken dat ze de taak niet goed zullen afmaken. Perfectionisme is niet de oorzaak van uitstelgedrag.

Perfectionisten stellen niet uit, maar maken zich er alleen zorgen over. Er zijn naast een tekort aan zelfvertrouwen nog meer kenmerken die uitstelgedrag uitlokken. Dit zijn tekortschietende motivatie, verhoogde afleidbaarheid en impulsiviteit.
Naar schatting één of de vijf mensen heeft last van uitstelgedrag. Er kunnen flinke nadelen aan verbonden zijn, zoals de extra kosten die het uitstel van het invullen van belastingformulieren en betalen van rekeningen met zich mee kan brengen.

Goede voornemens lopen ook vaak stuk, doordat andere verleidingen moeilijk te weerstaan zijn. Verslaafden kunnen prima een afkickprogramma doorlopen, maar wanneer ze terug in de maatschappij zijn, komen ze aan verleidingen bloot te staan. Dagelijkse gewoontes zijn sowieso lastig te doorbreken.
Het goede nieuws van Steel is dat onze wilskracht geen grenzen kent. Deze staat of valt met het geloof in jezelf. Als je denkt dat je iets kunt, kun je het. Bij een goede zelfcontrole hoort dat je weerstand kunt bieden aan verleidingen, die je van het voornemen afbrengen.
Het is onduidelijk waarom sommige mensen veel eerder en vaker te maken hebben met hinderlijk uitstelgedrag. Misschien hebben de genen daarmee iets te maken.
Steel baseert zijn uitspraken op bijna 700 onderzoeken op dit gebied.

(Psychological Bulletin. 2007 Jan Vol 133(1) 65-94)

Nederlandse onderzoekers schreven voor de Gezondheidsraad het rapport Richtlijnen Goede Voeding, en verwerkten daarin vijfhonderd recente studies over voeding en gezondheid. In dit stuk vertellen o.m. professor Frans Kok en hoogleraar Daan Kromhout waarom slechts twee procent van de Nederlandse bevolking gezond eet. 

Beweging is het sleutelwoord in het advies. Als je lichamelijk niet actief bent is het volgens de onderzoekers moeilijk om optimaal gezond te worden. Het advies benadrukt ook dat het optimaliseren van het totale voedingspatroon belangrijker is dan de inname van individuele voedingsmiddelen of supplementen. Op het gebied van de voeding geldt dat voor het behalen van gezondheidswinst het geheel meer is dan de som der delen.

Er is een apart hoofdstuk gereserveerd voor visoliën.  Al bij een relatief lage visconsumptie wordt grote gezondheidswinst geboekt. Recente onderzoeksresultaten suggereren dat de huidige Nederlandse voedingsnorm
voor visolievetzuren van 200 mg per dag – die bedoeld is om het risico op chronische ziekten zoveel mogelijk te verminderen – aan de lage kant is. Het optimale visgebruik komt neer op: ‘tweemaal per week een portie vis waarvan tenminste eenmaal vette vis’.

Hier vind je de adviezen van de Gezondheidsraad.

Ouderen die de toekomst optimistisch tegemoet zien leven gemiddeld wat langer dan hun pessimistisch geaarde leeftijdgenoten.

optimisme.jpg

 Mensen met een pessimistische inslag sterven eerder aan een hartaanval of een andere levensbedreigende aandoening dan optimisten. Dat blijkt uit onderzoek door de GGZ Delfland, waarover officieel gepubliceerd is in de Archives of General Psychiatry.

Voor het onderzoek werd een groep van 941 ouderen tien jaar lang gevolgd. Bij deze personen werd eerst vastgesteld hoe optimistisch of pessimistisch men was op basis van een vragenlijst. Uit de resultaten komt naar dat de mensen met de meest positieve instelling een 45% lagere overlijdenskans hebben dan de pessimisten. Van de meest optimistische mannen was na negen jaar nog ongeveer 65 procent in leven, van de meest pessimistische slechts 40 procent. Voor vrouwen, die gemiddeld langer leven, lagen die percentages op ruwweg zeventig en vijftig. Met name het hebben van toekomstplannen en doelen ging samen met een langer leven. Natuurlijk spelen er allerlei dingen mee doe ook van belang zijn: leeftijd, gezondheid, eetgewoonten, alcoholgebruik,roken, lichamelijke activiteit en sociaal-economische status. Er is zoveel mogelijk gepoogd om statistisch de invloed van deze factoren weg te nemen. Optimisten scoren daar waarschijnlijk anders op dan pessimisten en dat kan van invloed zijn op de overlevingskans.

Het kan ook zijn optimisten gewoonweg beter in staat zijn om tegenslag te incasseren. Misschien kiezen ze vaker dan de pessimisten voor gezondheidsbevorderend gedrag, zoals het opzoeken van mensen voor stressverminderend sociaal contact. Een mogelijkheid is ook dat er biologische verschillen zijn tussen optimisten en pessimisten. Dat is geen gekke gedachte, gezien het feit dat bij depressieve personen een verschil is aangetoond in de balans van neurotransmitters en hormonen die de gezondheid bepalen.
Dit roept de vraag op: kan pessimisme verminderd worden of is het een min of meer ‘aangeboren’ eigenschap? En als pessimisten een positievere instelling krijgen, verandert dat dan iets aan hun overall gezondheid?
Tot nu toe zijn er al vaker verbanden aangetoond tussen mentale toestanden, zoals depressiviteit, en de kans op hart- en vaatziekten. De link tussen persoonlijkheidskenmerken, zoals optimisime, en gezondheid is nooit zo duidelijk het onderwerp van onderzoek geweest.

Artsen zouden wat meer oog moeten hebben voor de mens achter de klacht. Dat vindt hoogleraar J. de Vries. Dit zou voor een groot deel de angst die veel patiënten hebben flink kunnen verminderen.

Bij het kiezen van de juiste behandeling varen artsen teveel op protocollen en eigen inzicht, zonder te kijken naar wat de patiënt belangrijk vindt, zegt Jolanda de Vries, die sinds september 2006 hoogleraar kwaliteit van leven in een medische setting aan de Universiteit van Tilburg is. Zij wil weten hoe hoe patiënten hun ziekte en behandeling beleven. En hoe een arts daarmee rekening kan houden in het aanbieden van een behandeling of therapie. Patiënten die bijvoorbeeld erg angstig zijn, zouden baat hebben bij begeleiding door een psycholoog.
Zo komt uit onderzoek van De Vries naar voren dat angst bepalend kan zijn voor de keuze van behandeling bij borstkanker. Bij angstige vrouwen is een borstamputatie vaak een betere behandeling is. Als een deel van de borst wordt gespaard, is dat voor sommige vrouwen vaak een reden om juist méér te gaan tobben over de toekomst, stelt de Vries. Soms willen kankerpatiënten liever niet behandeld worden, omdat een ingreep zulke zware psychologische of sociale gevolgen heeft.

De Vries stelt dat de patiënt als geheel individu in de medische wereld met haar vele specialismen buiten beeld is geraakt. Artsen moeten begrijpen dat hoe zij tegen patiënten aankijken en hen bejegenen, iets met diezelfde patiënt doet. 

(Universiteit van Tilburg)

Kinderen met een autisme spectrum stoornis hebben vaak weinig vrienden. Dat komt doordat zij het heel lastig vinden om andere mensen goed te begrijpen. Ze willen wel in contact komen met hun leeftijdgenoten, maar weten niet hoe of wat.

helpen.jpgEen vrijwilliger kan daarbij behulpzaam door het kind met een contactstoornis meer zelfvertrouwen te geven, waardoor een sociaal isolement wellicht voorkomen wordt. Mezzo, de vereniging voor mantelzorgers en vrijwilligerszorg, is daarom een campagne gestart om nieuwe vrijwilligers te werven om mensen met een contactbeperking te kunnen helpen. De campagne draagt de naam handjehelpen.nl. Speciaal hiervoor is de website handjehelpen.nl gemaakt met een digitale vacaturebank en daarnaast zijn er ook radiospotjes, advertenties en e-cards.

De 140 lidorganisaties van Mezzo die vrijwilligers bemiddelen door heel Nederland, doen dat voor iedereen, van jong tot oud met een lichamelijke of verstandelijke handicap, een chronische of levensbedreigende ziekte of psychische problemen.

Zij die voor de lastige taak staan om een groep mensen toe te spreken, hebben misschien iets aan conclusies van onderzoek onder leiding van hoogleraar psychologie Brody. Wie binnen de week die voorafgaat aan een presentatie seks heeft gehad, maakt meer kans om zijn stress onder controle te houden. Het stressniveau neemt dan aantoonbaar af.

Brody, die verbonden is aan universiteit van Paisley, ging na wat het effect is van verschillende seksuele activiteiten op de bloeddruk bij 50 mannen en vrouwen. Zij werden allemaal blootgesteld aan stressverhogende situaties, zoals spreken in het openbaar en hoofdrekenen. Uit zijn gegevens bleek dat de vrijwilligers die seks hadden gehad minder gestresst waren dan de anderen. Hun bloeddruk kwam sneller terug op het normale niveau. De bloeddruk en het stressniveau van zij die helemaal geen seks hadden gehad, was het hoogst.
Volgens Brody werkt het hormoon oxytocin kalmerend. Dit komt vrij bij seks.

bull.jpgIn Engeland is er direct op het nieuws van Brody gereageerd. Sociaal psycholoog Brady stelt dat een goede voorbereiding op een speech het enige is dat stressreducerend werkt.  Je kan veel beter nadenken over wat je moet gaan zeggen en je daarop voorbereiden dan seks hebben in de avond die aan de spreekbeurt voorafgaat, aldus collega Bull.

(Biological Psychology, vol 71, p 214)

Misbruik van alcohol en drugs komt significant vaker voor bij vrouwen met een eetstoornis dan bij mensen zonder deze stoornis. Dat blijkt uit een onderzoek bij een steekproef van volwassen vrouwen die representatief is voor de totale Canadese bevolking. Vooral voor de leeftijd tussen 15 en 44 jaar kan verslaving aan genotmiddelen een teken zijn van een eetstoornis.

Addiction, januari 2007

In de kinderleeftijd gaan slaapproblemen en depressiviteit vaak hand in hand.

Uit een onderzoek, waarover gepubliceerd is in het vakblad Sleep, wordt afgeleid dat kinderen met slaapproblemen veel vaker dan gemiddeld last hebben van kenmerken van depressiviteit en angststoornissen. Het onderzoek besloeg 533 kinderen bij wie een stemmingstoornis was vastgesteld. Driekwart van die onderzochte groep had last van langdurige slaapmoeilijkheden. Vooral de depressieve meisjes hadden daarvan last.

De aard van de slaapproblemen kan behoorlijk verschillen van slapeloosheid tot teveel slapen en continue vermoeidheid. Niet kunnen slapen is de meest gehoorde klacht bij depressieve kinderen. De combinatie van slapeloosheid en voortdurende slaperigheid komt ook voor en dan met name bij de ernstige depressies.

De behandeling van de kinderen zou zich zeker ook moeten uitstrekken tot de slaapproblemen, zo adviseren de onderzoekers. Zij stellen dat kinderen in de basisschoolperiode ongeveer 10 tot 11 uur slaap per nacht nodig hebben. Kleuters zouden tussen de 11 en 13 uur in de nacht moeten slapen.

(Sleep, januari 2007)

Bij een onderzoek met speciaal gekweekte, snel verouderende muizen blijken zwavelverbindingen uit de uienfamilie geheugenstoornissen tegen te gaan.

De muizen kregen verschillende zwavelverbindingen toegediend, die werden verkregen uit ui en knoflook. Vervolgens kregen ze geheugentests te doen. Toediening van de zwavelverbinding verbeterde hun geheugen significant. In de hersenen van de muizen bleek de stof de concentratie van een oxidant in de hippocampus te verlagen.
De resultaten betekenen dat het frequent eten van uien en knoflook misschien leeftijdsafhankelijke aftakeling van het geheugen tegengaat bij mensen.

(Biofactors)

Lezen over dieetmaatregels en gewichtsverlies kan op latere leeftijd negatieve gevolgen hebben. Meisjes in de puberleeftijd die dergelijke artikelen lezen, lopen een grote kans op het toepassen van maatregelen om slank te worden die negatief zijn voor de gezondheid, zoals braken of gebruik van laxeermiddelen. De kans op een eetstoornis is groter bij meiden die veelvuldig teksten over diëten lezen.  

dieetadviesDie conclusies trekken onderzoekers van de universiteit in Minnesota op basis van hun onderzoek met vragenlijsten (zelfrapportage). Het maakt volgens hen niet uit of de meiden die de artikelen lezen al dan niet last hebben van overgewicht. Ook maakt het niet uit of ze belang hechten aan het constant houden van hun lichaamsgewicht.

De onderzoekers constateren dat het frequent lezen over dieten een voorspeller is van ongezonde wegen tot gewichtscontrole in de komende jaren. De kans hierop wordt verdubbeld door het vaak lezen van de artikelen.  Hoewel de dieetartikelen prima advies bevatten over de noodzaak tot schrappen van transvetzuren en zoute snacks bevatten ze ook een verborgen boodschap. ‘Je moet je zorgen maken over je lichaamsgewicht’ en ‘je moet er alles aan doen om dik en zwaar worden tegen te gaan’.

Het onderzoek is uitgevoerd bij ruim 2.500 adolescenten van beide seksen. De resultaten laten zien dat 14% van de jongens artikelen over voeding en gewichtsverlies leest tegenover 44% meiden. Voor de groep jongens geldt dat er geen verband is aangetoond tussen het lezen van de artikelen en pogingen om het gewicht te beheersen via ongezonde technieken.
Volgens de onderzoekers kunnen ouders het beste met hun dochters in gesprek gaan, wanneer ze merken dat zij regelmatig lectuur over gewicht en voeding lezen. Het gesprek kan dan gaan over de verborgen boodschappen in de tekst. Het onderzoek ondersteunt de gedachte dat het zelfbeeld van adolescenten voor een deel bepaald wordt door culturele invloeden, waaronder tijdschriften en tv vallen. Uit eerder onderzoek komt naar voren dat het kijken naar beelden van (te) dunne vrouwen kan leiden tot een negatief zelfbeeld over de lichamelijke verschijning.

(Pediatrics, januari 2007)

Als je de symptomen van je ziekte intikt in de zoekmachine van Google wordt je in 57,7% van de gevallen naar de juiste diagnose geleid. Vooral bij ziektes met unieke symptomen is de kans op een juiste diagnose groot. Bij complexe ziekten met niet-specifieke symptomen is de slagingskans kleiner.

googleDit blijkt uit een onderzoek, waarbij artsen 26 ‘lastige gevallen’ uit de New England Journal of Medicine kozen. Ze formuleerden bij elk van deze gevallen drie tot vijf zoektermen om die aan de zoekmachine Google op te geven. De onderzoekers kenden de correcte diagnose niet. De zoektocht met behulp van Google leidde bij 15 gevallen (57,7%) tot de juiste diagnose. Volgens de onderzoekers kan het internet artsen helpen bij het stellen van de diagnose in moeilijke gevallen. Informatie over zelfs de meest zeldzame ziekten kan binnen enkele minuten worden opgeroepen en gelezen. Omdat zoekmachines een effectief hulpmiddel vormen bij klinische zorg, zouden artsen in opleiding deze goed moeten leren gebruiken.

Sommige artsen zouden niet altijd blij zijn met de mondigheid van de Googelende patiënt. In het algemeen kunnen we stellen dat patiënten het beste open kunnen blijven staan voor de visie van hun arts, ook als ze zelf al het ziektebeeld en de remedie menen te hebben vastgesteld. Bij het bespreken van de informatie die gevonden is, is het aan te raden dat de patiënt de arts niet het gevoel geeft dat zijn kennis getoetst wordt. Het blijft hoe dan ook raadzaam om behoedzaam om te springen met de informatie over ziektes die via Google gevonden worden. Bij slechts 2 procent van de informatie zou terug te leiden zijn op welke bron men zich baseert.

(BMJ 12-2006; deze link leidt naar het volledige artikel.)

We wisten het eigenlijk al. Iemand zien of horen lachen maakt dat je zelf ook lachen moet. We vinden dit bevestigd dankzij Britse onderzoekers die erover schrijven in het Journal of Neuroscience.

Binnen de University College London deed men een experiment waarin bekeken werd wat er in de hersenen gebeurt van mensen die naar gelach luisterden. Hiervoor werd de hersenactiviteit van vrijwilligers gemeten met een MRI-scanner, terwijl ze allerlei menselijke geluiden hoorden. Het ging daarbij om positieve menselijke emoties in de vorm van gelach, en ook om negatieve kreten van triomf, angst en afgrijzen. Alle geluiden veroorzaakten reacties in de hersenen van de proefpersonen. Als eerste zagen de onderzoekers activiteit in de zogeheten promotorische cortex. Dat is het deel van de hersenschors waar bewegingen worden voorbereid en gecoördineerd. Daarna verplaatste de hersenactiviteit zich naar de primaire motorische cortex, die ervoor zorgt dat spieren samentrekken. Dit betekent dat de proefpersonen het gedrag dat ze hoorden in hun hoofd kopieerden, en soms ook in het echt. Vooral de positieve kreten werkten aanstekelijk. De hersenactiviteit bleek bij het horen van lachen tweemaal zo hoog als bij het luisteren naar een angstige of gillende persoon.

De veroorzakers van het meelachen zijn hersencellen met de naam spiegelneuronen. Die zorgen ervoor dat als een persoon iemand anders iets ziet doen, hij of zij automatisch – alleen in gedachten of zelfs qua bewegingen – dezelfde handeling uitvoert.
De Britse onderzoekers denken dat de drang tot imiteren kenmerkend is voor dieren die in groepen leven, zoals mensen en apen. De drang is nodig om een band te scheppen tussen mensen.

(Journal of Neuroscience, december 2006)

Ook bij volwassenen komt de gedragsstoornis ADHD voor, maar dit wordt vaak niet als zodanig herkend. Helaas wordt daarom weinig gekozen voor behandelingen die goed helpen.

Dat stelt Sandra Kooij die vandaag promoveert op onderzoek dat zij de afgelopen jaren naar ADHD bij volwassenen heeft gedaan. Ongeveer twee procent van de volwassenen heeft ADHD, zo blijkt uit haar onderzoek. Zij zijn meestal druk en kunnen niet goed plannen. Daardoor hebben zij hun opleiding vaak niet afgemaakt, wat tot laag geschoold werk leidt. Doordat ze een grote behoefte aan prikkels hebben, is de ADHD’er meer dan gemiddeld betrokken bij ongevallen en er is vaak sprake van verslavingsproblematiek. Veel van hen lopen rond met een diagnose ‘antisociale persoonlijkheid’ of ‘borderline persoonlijkheid’. Dat is ongunstig voor de patiënt, want deze aandoeningen zijn, in vergelijking met ADHD, moeilijker te behandelen.

Behandeling heeft een gunstig effect heeft op de volwassene met ADHD. Daarbij gaat het om voorlichting, medicijnen en coaching. uit het onderzoek blijkt dat vooral het middel Methylfenidaat (= Ritalin) bij volwassen ADHD’ers goed werkt. Omdat het stipt opt tijd innemen hiervan vaak niet lukt, kan ook gekozen worden voor de lang werkende vorm, Concerta. De meeste patiënten zijn door de behandeling in staat hun leven beter ter hand te nemen, stelt Kooij. Ze kunnen hun studie afronden, werk vinden en functioneren beter in relaties en gezin.

(Zorgkrant)

Bovenmatig drinken kan hersencellen beschadigen, maar de hersenen kunnen een deel van die schade repareren, als gekozen wordt geheelonthouding.  

Slecht spreken, zien en lopen na een aantal glazen zijn tijdelijke effecten van alcohol. Er zijn ook negatieve gevolgen op de lange termijn. Uit dieronderzoek is naar voren gekomen dat alcohol de ontwikkeling van nieuwe hersencellen bij volwassenen verstoort. Bekend is ook dat drank tijdens de zwangerschap schade toebrengt aan de hersenen van de baby.  

Het schadeherstellend vermogen is in Duits onderzoek aan het licht gekomen door metingen van het volume en de functies van de hersenen van alcoholisten, die voor een periode van zeven week geen druppel alcohol meer mochten innemen. Hersenscans maakten duidelijk dat in die periode van zeven weken het volume van de hersenen met 2% toenam. De vrijwilligers presteerden daarna ook beter dan voorafgaand aan de geheelonthouding op cognitieve taken voor de aandacht en concentratie. De hersenen kunnen alleen de schade voor een deel herstellen, als er geen alcohol meer wordt ingenomen, benadrukken de onderzoekers.

(Brain 2007 130(1):36-47)

In de lijst van de meest gelukkige landen ter wereld staat Nederland op de vijftiende plaats. De lijst werd gemaakt door psycholoog Adrian White van de Leicester University. Als gelukkigste land wordt Denemarken genoemd. Op de laatste plek, nummer 178, staat het Afrikaanse land Burundi.


De analyses zijn gebaseerd op honderd verschillende studies die over de hele wereld zijn gehouden. Hierbij zijn er 80.000 mensen ondervraagd. De vragen hadden betrekking op gelukkig zijn en tevredenheid in het leven. Ook werd er gekeken naar gezondheid, rijkdom en het kunnen volgen van onderwijs. White vindt het opmerkelijk dat een aantal grote landen slecht scoren. Zo staat China op de tweeëntachtigste plek, India op de honderd vijfentwintigste en Rusland op honderd zevenenzestig.     

Top 5 van de lijst:
1. Denemarken
2. Zwitserland
3. Oostenrijk
4. IJsland
5. De Bahama’s

Seligman, een psycholoog die verbonden is aan de universiteit van Pennsylvania, specialiseert zich in het geluk van mensen. Eén van zijn gelukgevende adviezen is dat je je elke avond drie dingen voor de geest moet halen die de afgelopen dag positief waren. En dan moet je vervolgens ook analyseren waarom die dingen gebeurd zijn. Dit werkt, omdat je je dan richt op de goede gebeurtenissen die je meemaakt.
Mensen kunnen ook hun sterke kanten leren kennen door een vragenlijst waarin alleen sterke kanten beschreven staan, zoals: kunnen genieten van mooie dingen, openstaan voor nieuwe leerervaringen. Dan moet je elke dag één van die sterke kanten toepassen
Deze tips en vragenlijsten vind je op de site Authentic Happiness, waarmee Seligman het effect van zijn adviezen onderzoekt.
Er is onderzoek gedaan naar het geluksbevorderende effect van goed sociaal gedrag. Vriendelijk zijn voor de ander, door de deur open te doen of mee te helpen met de afwas, voor een periode van minimaal 10 weken blijkt echt te werken, als het gaat om bevorderen van geluk.

In de maatschappij wordt vooral gepleit voor ‘externe controle’: meer blauw op straat, handhaving van de regels met steeds strengere straffen. Misschien is het beter meer aandacht te richten op de ‘interne controle’ of zelfcontrole, die het beste in de jonge jaren wordt geleerd. Het aanleren van zelfcontrole is voor kinderen een belangrijke ontwikkelingstaak. Als kinderen er niet in slagen om deze taak onder de knie te krijgen, ontwikkelen zij depressieve klachten of gedragsproblemen.

Daarom heeft Teun van Manen een groepsbehandeling ontwikkeld voor kinderen bij wie het schort aan zelfcontrole. Met zijn klinische, gecontroleerde onderzoek toont hij de effectiviteit van de sociaal-cognitieve groepsbehandeling ‘Zelfcontrole’ voor agressieve kinderen. Daarmee leren agressieve kinderen om controle te krijgen over hun gevoelens, gedachten en gedrag. In een veilige omgeving oefenen ze samen met nieuw geleerde vaardigheden, bijvoorbeeld via rollenspel. Er is aandacht voor luisteren naar de ander, op je beurt wachten, aandacht voor jezelf vragen en aandacht aan anderen geven. Ook leren delen en communicatieregels toepassen komen aan bod.

De groepsbehandeling wordt bij verschillende groepen kinderen en jongeren en door verschillende hulpverleners toegepast. De brede toepasbaarheid komt onder andere door de theoretische ondersteuning en het relatief kleine aantal zittingen van het programma. Meer investeren in dergelijke interventies zal niet alleen het agressieve kind, maar uiteindelijk ook de samenleving ten goede komen.

[Promotie T.G. van Manen: Assessment and Treatment of Aggressive Children from a Social-Cognitive Perspective.
Bron: UVA, 16-11-2006]

Afgelopen februari meldde de Consumentengids dat biologische groenten nauwelijks méér voedingsstoffen bevatten dan reguliere groenten. In een eigen onderzoek waren nauwelijks verschillen gevonden in hoeveelheden vitamine C, mineralen, vezels en antioxidanten tussen biologische en gewone groenten. Tijdschrift Ortho stelt dat bij dit onderzoek stoffen over het hoofd zijn gezien die het verschil maken tussen biologisch en niet-biologisch. Dit zijn de ’salvestrolen’.

De moleculen die behoren tot de salvestrolen zijn niet nieuw. Ze zijn onlangs echter door een Britse onderzoeksgroep opnieuw gegroepeerd op basis van hun functie. Salvestrolen passen namelijk op een specifiek enzym: het CYP1B1. Dit enzym wordt uitsluitend gevonden in tumorcellen. Wanneer een salvestrol reageert met dit enzym, vormt zich een stof die de tumor doodt. Op deze wijze bieden salvestrolen mogelijk bescherming tegen kanker.

Salvestrolen worden vooral gevonden in biologische groenten en fruit. Planten maken zelf salvestrolen aan om zich te beschermen tegen schimmelinfecties. Salvestrolen zijn daarom juist daar te vinden waar de kans op een infectie het grootst is, zoals aan de buitenkant en aan de oppervlakte van de wortels en de vruchten. Wanneer deze plantendelen van buitenaf worden bespoten met schimmelwerende middelen, is het voor de plant niet meer nodig om de beschermende stoffen zelf te produceren. Het gevolg is dat bespoten groenten en vruchten arm zijn aan salvestrolen.

(Ortho, oktober 2006)

Zelf fouten maken, of iemand fouten zien maken. Voor de hersenen maakt het niet uit: zij reageren op dezelfde manier.

In beide gevallen reageert hetzelfde gebied in de hersenen. Bij mensen die zich door een stoornis niet of nauwelijks kunnen verplaatsen in een ander, gaat er vermoedelijk iets mis in dit hersengedeelte. Deze conclusies komen uit onderzoek van experimenteel psycholoog Rogier Mars, die binnenkort promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Rogier Mars onderzocht wat er in onze hersenen gebeurt als we bewegingen selecteren en voorbereiden, en wat er gebeurt als we bewegingen evalueren – met name als we merken dat we iets fout doen.
Normaal gesproken bedenkt een mens wat hij moet doen, voert dat uit en als het fout gaat, bedenkt hij opnieuw wat hij dan beter zou kunnen doen. Dat heet gedragsoptimalisatie en dat is dus aan hersenactiviteit te zien, ook wanneer het om andermans fouten gaat“, aldus Mars. Mensen met stoornissen, zoals autisme, hebben veel moeite met het optimaliseren van hun gedrag. “Mensen met Gilles de la Tourette, met hallucinaties, met schizofrenie, met compulsieve stoornissen krijgen het niet voor elkaar om op een rationele manier hun gedrag te optimaliseren“. Het onderzoek van Mars brengt het zoeken naar een verklaring en oplossing voor stoornissen zoals schizofrenie, autisme en hallucinaties dichterbij.

(ru.nl)

Muizen die een flavonoid uit aardbei krijgen onthouden beter. Het lange-termijn leren verbertert, misschien omdat de stof het ontstaan van verbindingen tussen hersencellen bevordert.

Dat zegt Pamela Maher, die cellulair neurobioloog is aan het Salk Institute, op basis van haar onderzoek.
De stof heet fisetin. Deze bevordert de differentiatie of groei van zenuwcellen. Het is de eerste keer dat onderzoekers een stof in de natuur vinden waarvan ze op moleculair niveau kunnen aantonen dat hij een positief effect kan hebben op de hersenen.

De effecten van Fisetin zijn bestudeerd bij muizen. De beestjes kregen twee voorwerpen te zien gedurende bepaalde tijd. De volgende dag werd één van de voorwerpen vervangen door een nieuwe. Als de muizen de voorwerpen van de vorige dag goed konden herinneren, besteden ze minder tijd aan het besnuffelen van de oude en wordt alleen het nieuwe voorwerp uitgebreid geïnspecteerd. De muizen die fisetin binnen kregen, bleken zich de al bekende voorwerpen beter te herinneren.

Hoewel in het onderzoek bleek dat (bij muizen) fisetin lange-termijn-geheugencellen kan vormen, verbeteren en beschermen, wil dat niet zeggen dat daarmee hersencelafbrekende ziektes zoals Alzheimer verholpen kunnen worden. De conclusie van het onderzoek is dat fisetin alleen symptomen van geheugenverlies zou kunnen onderdrukken
Volgens de onderzoekers is het goede nieuws dat de natuurlijke stof Fisetin veelvuldig voorkomt in aardbeien. Echter, omdat het gaat om een natuurlijke voedingsstof is vanuit financieel oogpunt de belangstelling voor vervolgonderzoek gering. En om het gunstige effect van fisetin bij mensen te bereiken, zou misschien een flinke hoeveelheid aardbeien genuttigd moeten worden. Fisetin komt overigens ook voor in tomaten, uien, kiwi, sinaasappels, druiven en appels.

(Sciencedaily.com)

Oudere mannen van zestig tot tachtig jaar verouderen mentaal minder snel als ze een paar koppen koffie per dag drinken. Dat ontdekten onderzoekers van RIVM en Wageningen Universiteit toen ze zeshonderd oudere mannen psychologisch testten, tien jaar volgden, en vervolgens nog eens testten.

Welke stof in koffie het effect veroorzaakt, is nog niet helemaal bekend. Men speculeert dat de cafeine in de koffie een factor is. Cafeine blokkeert de adenosie A2a-receptor in de hersenen en verhoogt zo de afgifte van acetylcholine. Acetylcholine beschermt hersencellen tegen de eiwitplacques die zich opbouwen tijdens het verouderingsproces. Andere mogelijke actieve stoffen in koffie zijn magnesium of de polyfenolen. Het belangrijkste polyfenol in koffie is cholorogeenzuur.
Volgens de gegevens van de onderzoekers is het effect optimaal bij een inname van drie koppen koffie per dag. Bij een hogere inname wordt het wat minder. Uit de studie blijkt verder dat in de groep van de allergrootste koffiedrinkers ook meer rokers en meer drinkers zitten.

(Eur J Clin Nutr. 2006 Aug 16; [Epub ahead of print])

De normale zwarte Engelse thee zorgt voor ontspanning en werkt daarmee een teveel aan stress tegen. Het stresshormoon cortison neemt zelfs bij blootstelling aan een spanningsvolle situatie af bij theedrinkers.

theeDe University College London heeft dit positieve bericht naar buiten gebracht. Men baseert zich op een onderzoek onder 75 mannen met een gemiddelde leeftijd van 33 jaar. De groep werd als eerste gevraagd om te stoppen met het drinken van thee, koffie en cafeïne bevattende drankjes. Daarna werden twee groepen samengesteld. De ene groep kreeg voor een periode van zes weken een mengsel van zwarte thee met fruitsap, die alle werkzame bestanddelen van zwarte thee in zich had. De andere groep kreeg een drankje met identieke smaak, maar dan zonder thee. 
Beide groepen kregen taken te doen, die veel weg hebben van de normale stresserende bezigheden. Tegelijkertijd werd gemeten hoe het zat met het gehalte aan stresshormonen, de bloeddruk en hartslag. Er werd ook gevraagd naar de subjectief ervaren stress. Bij beide groepen namen tijdens het uitvoeren van de taak de tekenen van stress flink toe. Echter, 50 minuten later zakte het stresshormoon bij de theedrinkers tot normaal niveau. Ze voelden zich toen ook ontspannen worden. Dat lag anders bij de controlegroep, die langere tijd last hield van de stresskenmerken. De kans op hartklachten zou lager komen te liggen bij de theedrinkers in het onderzoek.
De proefpersonen wisten beslist niet of ze echte thee of nepthee dronken. Het heeft niks te maken met smaak, zeggen de onderzoekers. Thee bevat ingrediënten die een gunstige invloed hebben op stressreacties, zoals catechinen, polyfenolen, flavonoïden en aminozuren.

(Psychopharmacology)

Het kan heel lastig zijn om te bepalen welke persoonlijkheidskenmerken prima zijn en je bijzonderheden illustreren en welke niet alleen afwijkend zijn, maar ook om bemoeienis van hulpverleners vragen. Om dit te weten, zou je je eigenlijk moeten afvragen of het gedrag je remt of een negatieve invloed heeft op je dagelijkse bezigheden.

Dacht men vroeger nog dat de wil om te veranderen genoeg was om tot verandering te komen, nu weten we dat de hersenen zich niet altijd laten sturen. Dat geldt bijvoorbeeld bij angst en spanning, die zelfs tot paniekaanvallen kunnen leiden en verergerd worden door alcohol, koffie en sommige drugs. Sommige angststoornissen openbaren zichzelf in obsessief-compulsief gedrag, waarbij tientallen malen handen wassen nog niet voldoende lijkt.

Als vrienden en familieleden klagen over een bepaald gedragskenmerk is het tijd om je af te vragen of een professionele hulpverlener iets voor je kan betekenen. De huisarts is een goede start. De hulp kan ertoe leiden dat je zelf weer de touwtjes in handen krijgt, doordat angst weer onder controle komt.

(YOU: The Owner’s Manual. Roizen, M. F., Oz, M. C., New York: HarperCollins.)

Naar je favoriete CD luisteren werkt misschien beter om pijn te verlichten dan een pijnstillende pil. De juiste soort muziek kan de stemming flink verbeteren en ontspannen, waardoor pijnklachten minder gevoeld worden.

muziektherapie.jpgWat juist is, is smaakafhankelijk. Het maakt daarbij niet of het gaat om klassieke rock of ontspannende muziek.
Het is al een aantal jaar bekend dat muziek een uitstekend middel is om pijn en angst te verminderen bij operaties. De vraag voor onderzoekers was of muziek ook pijnklachten laat zakken bij artritis, migraine, rugklachten en vergelijkbare sores. De onderzoekers geven een bevestigend antwoord op deze vraag. 
Onderzoekers voerden een gecontroleerd onderzoek uit met 60 mensen. Deze werden verdeeld in een muziek- en controlegroep. De mensen uit beide groepen werd gevraagd om een pijndagboek bij te houden. Na afloop van het onderzoek constateerde men dat de mensen uit de muziekgroep die elke dag een uur naar muziek luisterden minder last hadden van lichamelijke en psychische klachten dan de controlegroep. De afname van pijnklachten bedroeg 12 tot 21 procent. Vooral depressieve gevoelens bleken afgenomen met maar liefst 25%. 
De deelnemers hadden een gemiddelde leeftijd van 50 jaar en werden gerecrutreerd uit een pijnkliniek in Ohio. Dat houdt in dat ze al geruime tijd leden aan allerlei pijnlijke toestanden, zoals artritis en reuma.
Overigens viel de muziekgroep uiteen in twee groepen, waarvan de ene helft naar de eigen favoriete muziek mocht luisteren en de andere helft ontspannende CD’s kreeg die de onderzoekers hadden samengesteld. De muziekkeuze bleek nauwelijks verschil uit te maken op de pijnklachten; beide groepen profiteerden evenveel van het uur lang muziek per dag.

(Journal of Advanced Nursing 2006 Jun;54(5):5b53-562)

Vliegangst verliezen

EŽn op de drie mensen die in een vliegtuig stapt zegt angstig te zijn voor het vliegen. Aan die angst kunnen meerdere negatieve gedachten ten grondslag liggen.

vliegangst.jpgDat stelt psycholoog Cor Anneese in ‘Nooit meer vliegangst’. Meer dan de helft van de angstige passagiers denkt dat er tijdens de vlucht een ongeluk kan ontstaan, die ertoe leidt dat het vliegtuig niet op de bestemming aankomt. Die angst is in feite irre‘el, omdat de statistieken laten zien dat vliegen uitermate veilig is. De media kunnen de angst hebben gebracht door elk vliegongeval in detail op de voorpagina’s van de dagbladen te beschrijven.
Een andere oorzaak van vliegangst is onvoldoende kennis van de luchtvaart. Elk vreemd geluid in het toestel kan daardoor gelabeld worden als een mogelijk mankement, wat vanzelfsprekend angst geeft. Er kan ook sprake zijn van specifieke fobi‘en. De passagier met vrees voor een afgesloten ruimte wil het liefst een plaats bij het raampje, een reiziger met hoogtevrees wil absoluut niet naar buiten kijken.
Ook onze dagelijkse zorgen en angsten nemen we mee op reis in het vliegtuig. De stress, angsten en conflicten gaan gewoon mee op reis. Vliegangst is feitelijk een vergaarbak van geestelijke misre.

Het maakt eigenlijk niet uit om welke angst het nu precies gaat. De angst kan aangepakt worden met ontspannende oefeningen, waarin geleerd wordt beter te ademen en aandacht te schenken aan de spanning in de spieren. Ook het anders leren denken over vliegen helpt.
Anneese geeft in zijn boek allerlei handreikingen voor de angstige vliegers. Via tests is de verbetering door de lezers zelf te meten.

Voor een ontspanningsoefening kun je terecht op deze pagina.

(Nooit meer vliegangst, C. Anneese)

Mannen van 40 jarige leeftijd of ouder hebben een veel grotere kans om een kind met een autisme spectrum stoornis te verwekken dan mannen onder de 30.
ass.jpg

Dit blijkt uit een Brits/Amerikaans onderzoek dat gecoördineerd werd door het King’s College in London en de Mount Sinai School of Medicine in New York. Het onderzoek besloeg ruim 100.000 kinderen.

De bevindingen tonen aan dat bij kinderen die geboren zijn uit de groep oudere vader zes keer zo vaak een autistische stoornis of aanverwante contactstoornis is vastgesteld. Volgens de onderzoekscoördinator, A. Reichenberg, is deze verhoogde kans het gevolg op genetische veranderingen in de zaadcellen van oudere mannen. Ook voor mannen lijkt de biologische klok door te tikken, als het gaat om kinderen krijgen.  De data van het onderzoek laten geen verband zien tussen de leeftijd van de moeder en autisme bij het kind. De gevorderde leeftijd van de moeder is vanouds gekoppeld aan een verhoogde kans op kinderen met het Downsyndroom, maar ook andere vormen van mentale achterstand en dyslexie nemen toe bij een oudere moeder.
De oorzaken van een autisme spectrum stoornis zijn complex. Hiernaar wordt nader onderzoek gedaan.
(Archives of General Psychiatry)

Steeds meer dikke mensen zijn verslaafd aan eten. Dat stelt Robert Lustig in zijn overzichtartikel in Nature Clinical Practice Endocrinology & Metabolism.

obesitas.jpgDoor voedingsmiddelen te nemen die veel (vruchten)suiker bevatten en arm zijn aan vezels zijn hun lichamen veranderd door een stroom van insulineschokken. Die hebben hun hersenen doof gemaakt voor de remmende signalen uit het vetweefsel. Daarbij komt dat ze ‘verslaafd’ zijn aan dopamine-kicks die optreden na het eten. Volgens Lustig worden suikers aan tal van levensmiddelen toegevoegd. Dertig jaar geleden was dat nog niet het geval. Kinderen kunnen er weinig aan doen dat ze bijna alleen ongezonde keuzes hebben, als het gaat om eten en drinken. Ze kiezen er dus niet voor om te dik te zijn.

Ludwig heeft een kliniek die een wachttijd heeft van bijna een jaar. Hij leert de ouders en kinderen dat boter, kaas, eieren, vlees, vis, groenten en fruit voedingsmiddelen zijn en dat een kadetje met hagelslag in de categorie ’snoep’ valt. Via hun ouders worden de kinderen geholpen om het insuline binnen de perken te houden. Dat kan met een voedingspatroon dat weinig geraffineerde koolhydraten bevat. Ook lichaamsbeweging is een belangrijke factor daarbij.

(USCF)

Relevante details volledig over het hoofd zien kan iedereen overkomen. Maar met een glas alcohol is de kans daarop vele malen groter, wat automatisch samengaat met een grotere kans op ongevallen bij deelname aan het verkeer.

Van een groep mensen die slechts één drankje met alcohol hadden genuttigd zag 82% het niet dat in een videoclip een persoon in een gorillapakje door het beeld liep. De groep was gevraagd om iets heel anders te doen: de stappen tellen van basketbalspelers in deze video. De andere helft van de onderzochte groep kreeg een nepdrankje, zonder alcohol dus, en presteerde beter dan de andere helft die iets gedronken had.
Zelfs een kleine hoeveelheid alcohol verslechtert de aandacht en kan leiden tot ‘blindheid voor details’. Sowieso missen mensen die volledig nuchter zijn ook al belangrijke voorwerpen die in hun gezichtsveld komen. Het brein kan blijkbaar maar aan een beperkt aantal details aandacht geven. Die beperking wordt nog groter na consumptie van alcohol, al gaat het maar om één glas.
(Applied Cognitive Psychology 2006 Jul;20(5):697-704)

Ongezonde voedingsgewoonten op jonge leeftijd zorgen voor problemen in de ontwikkeling van neuronen. Daardoor is er kans op een laag IQ bij mensen en afwijkend leervermogen bij vogels. Als de voedingsgewoonten na een slechte start toch verbeteren, is er vervolgens een groeispurt waarbij de lengteachterstand ingelopen wordt. Echter, de cognitieve ontwikkelingsachterstand blijft bestaan.



Die vergaande conclusies komen uit een nieuw onderzoek dat keek naar de relatie tussen voeding op jonge leeftijd, lichamelijke groei en de leerontwikkeling op latere leeftijd. Omdat men bij onderzoek onder mensen meestal te maken heeft met verwarrende variabelen die ook een rol spelen, richtte het onderzoek zich op vinken.



VinkEr is gekeken hoe verschillende voedingspatronen hun leervermogen bepalen. Alleen de kwaliteit van het voedsel werd gemanipuleerd, de hoeveelheid niet. De onderzoekers maten vervolgens de snelheid waarmee de vogeltjes een simpele taak onder de knie konden krijgen.



Op het voedingspatroon van slechte kwaliteit groeiden de vinkjes minder snel dan de controlegroep. Na 20 dagen werd omgeschakeld naar het gewone dieet en toen bleken de vogeltjes heel snel de groeiachterstand in te lopen.

Na de leerfase in het onderzoek bleek een negatief resultaat voor dat de groep vogeltjes die de slechte voeding had gekregen en daarna het snelste was gegroeid. Zij deden het het slechtste op de leertaak. De onderzoekers concluderen dat de versnelde groei na de periode van ondervoeding verantwoordelijk is voor de leerproblemen op latere leeftijd.



Slechte voeding kan negatieve effecten hebben op de lange termijn, stelt men nu. Dat geldt niet alleen voor vinken, maar ook voor mensen. Langs welke weg slechte voeding het leren belemmert is nog niet helemaal zeker. De onderzoekers vinden het wel belangrijk om dat precies te weten, zodat men baby’s met ondergewicht beter kan helpen om negatieve gevolgen op lange termijn voor te zijn.

(Bron: PLoS Biol. 2006 August; 4(8): e251)

Het vrouwelijke hormoon oestrogeen geneest dwangneurotische trekken bij mannenratjes. Dat biedt perspectief voor mannen met obsessief gedrag.



Een Australisch medisch onderzoeksinstituut heeft ontdekt dat mannelijke ratten zonder oestrogeen lijden aan dwangneurose. De genetisch aangepaste diertjes zijn zichzelf eindeloos aan het poetsen of ze rennen onophoudelijk rond in de tredmolen. Weliswaar is oestrogeen is een vrouwelijk geslachtshormoon, maar mannen blijken er slecht zonder te kunnen.



Om na te gaan of het tekort aan oestrogeen inderdaad dwanggedrag veroorzaakt, kregen de groep onderzochte ratjes het hormoon toegediend. Na drie weken kalmeerden ze. Dat lijkt perspectief te bieden voor een nieuwe behandeling bij mensen. Het zoeken is nu naar een oestrogeenvariant waardoor mannen wel rustig worden, maar geen borsten krijgen.

(New Scientist, juni 2006)

Mensen die hun relatie met anderen zien als totaal goed of helemaal niets, dus zonder tussenweg, hebben een lage zelfwaardering. Tot die conclusie komen onderzoekers van de universiteit van Yale.



In twee van hun onderzoeken werden proefpersonen gevraagd om zo snel als mogelijk aan te geven welke tien typeringen van toepassing is op hun partner. Daarbij ging het om woorden zoals ‘zorgzaam’ en ‘warm’ tot ‘hebberig’ en ‘oneerlijk’. Het ging daarbij niet alleen om levenspartners, maar ook om kamergenoten en moeders. De mate van zelfwaardering werd bepaald met een speciale vragenlijst.



Ten eerste bleek hieruit dat mensen met een lage zelfwaardering trager kozen dan diegenen met een positief zelfbeeld. Volgens de onderzoeker zit dat zo: “Het is lastig voor hun om hun partners te typeren met een mix van positieve en negatieve eigenschappen. Dat geldt waarschijnlijk voor elke relatie die mensen met een lage zelfwaardering aangaan”.

Het opmerkelijke was dat de vertraagde respons van de groep bij wie sprake bleek van een lage zelfwaardering alleen naar voren kwam bij het beoordelen van partners. Niet bij typering van voorwerpen.

Mensen met een negatief zelfbeeld zijn continu bezig met de vraag of hun partner hun wel of niet accepteert. In goede tijden idealiseren ze daarom hun partner en zie ze die als ‘perfect’. Echter, bij een klein signaal van imperfectie richten de onzekeren zich alleen op alles wat negatief is. Daarmee praten ze het goed dat ze zich van hun partner afkeren. Met dit zelfbeschermend mechanisme proberen mensen met een laag zelfbeeld hun te grote kwetsbaarheid een plaats te geven.



(Bron: Journal of Personality and Social Psychology 90: 652-665, mei 2006)

Mensen met ADHD zijn vaker betrokken bij ongelukken op de snelweg en bij kop-staart botsingen. Ook fouten, vergissingen en overtredingen komen vaker voor. Maar dat geldt niet voor alle mensen met ADHD. Op grond van een vragenlijst en neuropsychologische tests kan men aangeven welke mensen meer kans hebben op afwijkend rijgedrag.

(Journal of Clinical Psychiatry, april 2006)

De gecombineerde behandeling van pijnboomschors (Pycnogenol) met vitamines C en E kan het aantal en de ernst van aanvallen van migrainepatiënten verminderen. Dat blijkt uit de resultaten van een verkennend onderzoek waarover deze week is bericht in Headache.



Twaalf patiënten die langdurig last hebben van migraine namen deel aan het onderzoek. Bij hen was de reactie op reguliere medicatie teleurstellend. Alle twaalf personen namen gedurende drie maanden elke dag capsules in, waarin een extract van Pycnogenol samenging met vitamines E en C. Daarnaast bleven ze de reguliere medicatie gebruiken. De ernst en frequentie van aanvallen werd door hen zelf bijgehouden.

De resultaten tonen dat het aantal klachten met 50% was verminderd. De coòrdinator van het het onderzoek concludeert hieruit dat behandeling van migraine kan worden aangevuld met voedingssupplementen die antioxidanten bevatten om de kans op succes te vergroten. Hij stelt ook een wat grootschaliger onderzoek voor. Een onderzoeksgroep van twaalf personen is inderdaad bijzonder klein en dan ontbreekt het ook nog eens aan een controlegroep. Dat betekent dat extra voorzichtig met deze resultaten moet worden omgegaan. Pas met vervolgonderzoek kunnen al dan niet definitieve conclusies volgen over het effect van de antioxidanten.

(Headache 2006; 46: 788‚793)

Amerikaanse wetenschappers hebben muizen zodanig genetisch gemanipuleerd dat ze kenmerken van autisme spectrum stoornissen vertonen. Daarmee is meer inzicht ontstaan in het ontstaan van deze ontwikkelingsstoornis.



cover neuronDoor een gen uit te schakelen in de hersenschors (cortex) en hippocampus ‚Äì hersengebieden die te maken hebben met leren en geheugen – schiepen de onderzoekers muizen die dezelfde problemen hebben in de sociale interactie als mensen met een vorm van autisme. Eerder onderzoek liet al eens zien dat bij sommige mensen met autisme mutaties voorkomen in datzelfde gen (= Pten). Toch is nog onduidelijk of er wel een rechtstreeks verband is tussen het gen en het autististische gedrag.

In elk geval is het gedrag van de genetisch gemanipuleerde muizen opmerkelijk. Ze waren niet gericht op het opdoen van nieuwe ervaringen, zoals het snuffelen aan een normale muis die nieuw in de kooi komt. Verder vertoonden ze evenveel belangstelling voor levenloze objecten als voor andere muizen. Dat gedrag doet denken aan wat autistische kinderen laten zien: grotere, eenzijdige gerichtheid op bepaald type speelgoed in plaats van op omgaan met andere mensen.

Bijzonder is ook dat muizen zonder het gen overgevoelig bleken voor stressgenerende prikkels, zoals opgepakt worden, harde geluiden waarnemen. In hun hersentjes bleken de neuronen dikker dan normaal. Ze hadden ook een groot aantal verbindingen met andere zenuwcellen, wat ze gevoeligheid voor prikkels verhogen kan. Ook het hersenvolume van deze muizen was groter dan normaal.

De onderzoekers willen nu gaan kijken of ze de genetisch gemanipuleerde muizen met medicatie kunnen behandelen, om hun toestand om te keren.

(Neuron, Vol 50, 343-345, 4 May 2006)

Een onderdeel van de hersenen dat een belangrijke rol vervult bij de verwerking van emotionele indrukken gedraagt zich bij mannen en vrouwen verschillend, zelfs wanneer er geen aanbod is van nieuwe indrukken.



Dat blijkt uit onderzoek dat zich richt op de amygdala, een amandelvormig orgaan dat zich aan beide kanten van de hersenen bevindt. Dit orgaan gedraagt zich bij vrouwen anders dan bij mannen, ook in ruststand. Bij mannen is de rechter amygdala het meest actief, ook in het leggen van verbindingen met andere onderdelen van de hersenen en zelfs zonder externe stimulansen. Bij vrouwen gebeurt dat juist door de linker amygdala.



Deze resultaten geven volgens de onderzoekers een belangrijke aanwijzing in de verschillen in hersenaanleg tussen mannen en vrouwen. Als er zelfs in ruststand een verschil is in hersenactiviteit tussen de sexen, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor het onderzoek naar psychische en medische aandoeningen die bij een van de twee geslachten vaker voorkomen.

(NeuroImage, april 2006)

Voor sommigen is het geen enkel probleem, nee zeggen. Maar voor de meeste mensen is het erg lastig om nee te verkopen aan onze kinderen, relaties die stuklopen, onze werkgevers of vriend die iets wil lenen.

Het stijgende tempo in onze maatschappij gaat samen met een wildgroei van ja-knikkers, stelt sociaal psychologe Susan Newman, die in Amerika The Book of NO uitbracht.




Hoe komt het toch dat we zo gauw jahoor zeggen zonder stil te staan bij de eventuele gevolgen daarvan? De meeste van ons gaan confrontaties het liefst uit de weg. Onder confrontaties vallen ook de hardheid en nare gevoelens die samengaan met het nee zeggen. Vanwege de angst voor die kortdurende onprettige gevoelens kunnen we ons zelfs compleet wegcijfer binnen een ongelukkige relatie.

Een zorg kan ook zijn dat iemand je niet meer aardig vindt en afwijst, als je nee zegt. Echter, vooral in lastig lopende relaties kan nee zeggen beide partijen de kans geven om verder te gaan met het leven.

Vanaf onze kindertijd is het erin gepompt dat nee zeggen negatief is, stelt Newman. Deze vroege ervaringen vertalen zich op latere leeftijd in een angst voor het nee zeggen.

Newman stelt verder ook dat bij het opvoeden van kinderen in de huidige tijd het woord nee niet vaak over de lippen van de ouders komt of consequent gehanteerd wordt.

Dat heeft te maken met het feit dat veel ouders het opvoeden combineren met drukke bezigheden buitenshuis, zoals werk, familiebezoek e.d. Ouders zeggen snel ja tegen hun kind, omdat er nog van alles gebeuren moet. Of ze denken dat het ja zeggen de kinderen gelukkig stemt. En welke ouder wil nu geen gelukkig kind?



Er is inspanning voor nodig om tot gedragsverandering te komen en nee te gaan zeggen, ook als je het eigenlijk niet volledig meent. Een belangrijke stap is je te realiseren dat je het weer doet en toegeeflijk reageert. De stap die daaraan voorafgaat, is de momenten bewust te worden waarop je eigenlijk liever voor nee had gekozen. Pas als je hierbij bewust stilstaan, is stoppen met toegeeflijk reageren mogelijk.

De stemming verbetert van lichaamsbeweging. Dat geldt als je minstens een halfuur per dag iets doet aan cardiovasculaire oefeningen.



Naast een betere stemming leidt regelmatig bewegen tot een optimale weerstand tegen ziektekiemen, sterkere hart- en longfunctie en ga zo maar door. In een onderzoek bij ouderen constateerden onderzoekers langdurende verbeteringen in de levenskwaliteit en stemming.

Het is bij de start van een nieuw trainingsprogramma van belang om rustig aan te beginnen. Langzamerhand kan de intensiteit van de workout dan verhoogd worden.

(Bron: Annals of Behavioral Medicine 2005 Oct;30(2):138-145)

Bij mensen boven de 50 verhoogt het gevoel van eenzaamheid het risico op hoge bloeddruk. Uit een onderzoek is naar voren gekomen dat de eenzaamste mensen tot 30 punten hoger scoren op bloeddruktests. Dat maakt eenzaamheid net zo slecht voor het hart als overgewicht en een zittend leven.



Het onderzoek waarover we het hebben is uitgevoerd bij 229 mannen en vrouwen uit Chicago in de leeftijd van 50 tot 68 jaar. Daarmee borduurt het onderzoek voort op eerder onderzoek dat liet zien dat bij eenzame jongeren vaker dan gemiddeld sprake is van problemen op het vlak van het bloedvatenstelsel. Die kunnen op hun beurt tot verhoging van de bloeddruk leiden.

De onderzoeken tonen dus het belang van sociale verbondenheid. Gezond leven houdt in dat je aandacht hebt en krijgt van/voor vrienden en familie. Helaas kunnen op oudere leeftijd familieleden en vrienden wegvallen. Dat gat zou moeten worden opgevuld met nieuwe relaties.



(Psychology and Aging, maart 2006)

Wetenschappers die gedoken zijn in de onderliggende oorzaak van de stoornis van de aandacht en impulsbeheersing stellen vast: genen zijn allesbepalend.



Onderzoek onder families laat zien dat ADHD bij identieke tweelingen niet bij slechts één van de twee personen voorkomt. Verder is gebleken dat een kwart van de mensen die familielid zijn van mensen met ADHD zelf ook deze stoornis hebben. ADHD komt voor bij ongeveer 5% van de mensen.

Op dit moment hebben wetenschappers iets meer dan 30 genen gedetecteerd die de stoornis ADHD mogelijk veroorzaken. Daarmee zou afdoende zijn vastgesteld dat ADHD erfelijk is.

Ook voor de meeste andere stoornissen, zoals obsessief-compulsieve stoornis en Gilles de la Tourette, hebben een genetische component.



De zoektocht naar wat er met hersenen misgaat bij iemand met ADHD richt zich op de frontaalkwabben. Dit is het gebied dat ons helpt problemen op te lossen, vooruit te plannen en te organiseren. Specialisten in neuronen zoemen in op het dopaminesysteem, dat emoties, motivatie en het gevoel van plezier regelt.



Alles bij elkaar gekomen ziet het plaatje er als volgt uit: ADHD is een erfelijk bepaalde verstoring in het evenwicht van hersenstoffen met name dopamine en norepinephrine.

Deze verstoorde balans heeft een negatief gevolg voor de alertheid, comcentratie, beheersing van impulsen en de motivatie. Deze verstoorde balans kan ten dele worden opgeheven met behulp van medicatie.

Sceptici zeggen dat veel van de wetenschappelijke studies naar de achterliggende oorzaak van ADHD betaald zijn door de farmaceutische industrie.

(Biological Psychiatry)

Veel mensen denken dat RSI-klachten het gevolg zijn van psychische probelmatiek. Het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid van de UVA weerlegt dat.



Mensen met RSI-klachten hebben niet vaker psychische problemen dan de gemiddelde Nederlander. Depressies en burn-out komen niet vaker voor onder RSI-patiënten dan bij gezonde werknemers.

RSI staat voor Repetitive Strain Injury en is een overkoepelende term voor aandoeningen aan de nek, schouder, arm en hand. De aandoening ontstaat door een statische werkhouding en repeterende bewegingen.

Een stof in rode wijn voorkomt en behandelt tandvleesproblemen. Dat zeggen Canadese onderzoekers. De polyfenolen in wijn, die trouwens ook voorkomen in groene thee, voorkomen de vorming van vrije radicalen die het tandvlees aantasten en voor parodontitis zorgen.



smileDe Canadezen denken dat polyfenolen de aanmaak van vrije radicalen stageren door kleine veranderingen in de samenstelling van de eiwitten in de cellen die vrije radicalen produceren. Men waarschuwt er wel voor dat het hoge zuurgehalte van rode wijn voor problemen kan zorgen, namelijk aantasting van het tandglazuur of erosie.



Men gaat er nu van uit dat de bacteriën die tandbederf geven immuuncellen ertoe aanzetten om nog meer vrije radicalen te produceren. De anti-vrije radicaal of antioxidante werking van rode wijn zou ook voor verminderde kans op kanker en hart- en vaatziekten zorgen.



Specialisten in preventie van tandproblematiek benadrukken dat het schoonhouden van de mond van groot belang is. Twee keer per dag de tanden poetsen met een fluoridetandpasta is essentieel, zo stelt men.

Dagelijks flossen is eveneens aan te raden, net zoals het verminderen van de consumptie van suiker (in frisdrank e.d.).

(http://www.dentalresearch.org/)

We vinden mensen aantrekkelijk die op ons lijken, omdat hun persoonlijkheid dan nog het meest overlapt. En, hoe langer we met iemand zijn, hoe sterker de gelijkenissen in uiterlijk worden.



Die conclusies komen uit een onderzoek naar de gelijkenis tussen mensen die een paar vormen. Daarbij werd 22 mensen gevraagd om de leeftijd, aantrekkelijkheid en persoonlijkheidskenmerken te beoordelen van 160 getrouwde stelletjes. De foto’s van de mannen en vrouwen werden onafhankelijk van elkaar getoond, zodat de 22 beoordelaars niet wisten wie met wie getrouwd was. De onderzoekers denken nu dat het delen van ervaringen het uiterlijk mede bepaalt.



Dat er een verband bestaat tussen uiterlijk en persoonlijkheid lijkt raar, maar er is een verklaring voor. Het hormoon testosteron zorgt voor mannelijk ogende gezichten en bepaalt het menselijke gedrag. Het gezicht toont onze emoties die na verloop van tijd op het gezicht geschreven worden. Zo krijgt iemand die veel glimlacht de lijnen en gezichtsspieren van een blij ogende persoon.



coverAndere onderzoeken laten zien dat partners die in genetisch opzicht veel overeenkomsten hebben gelukkiger zijn dan partners die verschillen. Overeenkomsten in persoonlijkheid en uiterlijk kan op gelijkwaardige genetische aanleg wijzen.



Mensen blijken op verschillende kenmerken te letten om iemands persoonlijkheid te taxeren. Ogen en de lach zijn daarbij de belangrijkste bronnen. De lach van een persoon vertelt ons of iemand vriendelijk is. De vorm van het gezicht blijkt ook belangrijk voor de beoordeling van karakters. De combinatie van een mannelijk gezicht met een grote kin kan de indruk geven van een onaangename persoon met wie niet goed valt samen te werken.





Vervolgonderzoek richt zich op alleenstaanden en zal nagaan of de voorkeur voor personen samenhangt met lichamelijke kenmerken en de persoonlijkheid. Zie voor meer informatie: www.alittlelab.com.



(Personality and Individual Differences, april 2006)

coverDe laatste 20 jaar is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen sterk gestegen. Dat blijkt uit de gegevens van Zweeds onderzoek, waaruit ook naar voren komt dat de leeftijd van de moeder van invloed is op de geestelijke gezondheid van het kind.



Een groep van 29.212 Zweedse kinderen, die als eerste kind geboren werden tussen 1973 en 1979, werden meerdere malen onderzocht tot 1987-2002. Uit de analyse blijkt dat kinderen van tienermoeders meer kans lopen om te overlijden door een suïcide, om opgenomen te worden in een ziekenhuis na een poging tot suïcide en om afhankelijk te zijn van alcohol en/of drugs. Kinderen van oudere moeders (>34 jaar) hadden meer kans op het ontwikkelen van schizofrenie.

(Psychological Medicine, februari 2006)

Mensen met autisme zijn zich niet bewust van zichzelf en dus ook niet van anderen, zegt Uta Frith. Het zelf van autistische mensen ontbreekt, dat is volgens de Britse psycholoog Uta Frith de spil van de aandoening.

Verbindingen in de hersenen zijn te zwak, zodat de chef in het hoofd de greep verliest.




Uta Frith, hoogleraar aan het instituut voor neurowetenschappen van de University College in Londen, stelt dat het centrale probleem van autistische mensen te vangen is door te veronderstellen dat ze geen zelf bezitten. Want legt ze uit: wie zich in wil leven in anderen, of – meer in het algemeen – wil weten wat er belangrijk is in de tijd en ruimte om hem heen, moet weten welke positie in de wereld hij zelf inneemt.

Psychologen en neurologen worstelen er al jaren mee, vooral omdat de symptomen van autisten zo veelzijdig zijn. Maar het vinden van zo’n centraal defect is ook intrigerend voor wie het gezonde brein wil begrijpen. Want wat autisten nòet kunnen, is kenmerkend voor de finesses van het menselijk functioneren.

Taal gebruiken. Aandacht delen. Sociale banden vormen. Er zijn wel andere stoornissen waarbij het de patiënten daaraan ontbreekt, maar daar gaat het gebrek vaak samen met allerlei andere handicaps.

Uta Frith: “Met basale cognitieve taken is bij mensen met autisme niks mis. Ze hebben bijvoorbeeld vaak een uitstekend geheugen.” Wie nadenkt over het ontbrekend zelf van autistische mensen, leert over het aanwezige zelf van anderen.



Boek: Uta Frith; Autisme – verklaringen van het raadsel., uitgeverij EPO. (Bron: NRC/H. van Santen – 11 februari 2006)

Op drop kauwen kan gaatjes voorkomen. Een stof in zoethout, dat in drop verwerkt is, remt namelijk de bacterie die cariës veroorzaakt.



In onderzoek door de universiteit van Californië zijn twee nieuwe antibacteriële componenten, glycyrrhizol A en B, en vier bekende flavonoïden met bioassay fractionering uit zoethout gehaald. Uit tests blijkt glycyrrhizol A de sterkste antibacteriële werking tegen de Streptococcus mutans te hebben. Dat is een bacterie die cariës veroorzaakt.

Zoethout wordt veel gebruikt in Chinese medicijnen en als smaakstof in drop. Tandpastafabrikanten tonen inmiddels belangstelling voor de zoethoutcomponenten.

(Journal of Natural Products)

De beste manier om kien te blijven volg je als je zowel lichamelijk als mentaal actief bent. Dat tonen twee recente onderzoeken aan. Je hersenen blijven trainen voorkomt verval.



Met onderzoek werden gegevens van 29.000 personen gecombineerd. Deze gegevens waren afkomstig uit 22 onderzoeken. Uit de analyse komt naar voren dat mensen die hun hersenen stimuleren 46% minder kans lopen op dementie. Het beschermende effect van mentale training geldt ook op oudere leeftijd.

In eerder onderzoek is aangetoond dat geheugentraining zorgt voor veranderingen in de hippocampus, een gebied in de hersenen dat aangetast raakt bij dementie.

Ander onderzoek wijst erop dat mensen die minstens drie keer per week lichamelijk flink actief zijn het risico van dementie met 30 tot 40% verlagen. Zels lichte lichamelijke activiteit, zoals wandelen, heeft een beschermend effect.



Om dit te ontdekken maakte men gebruik van informatie over 1.740 personen van 65 jaar en ouder. Deze groep werd gedurende negen jaar gevolgd.

Bovenop de bescherming van hersenfuncties verbeteren mentale oefeningen en lichaamsbeweging de stemming, waardoor depressie soms voorkomen of verminderd wordt.

(Psychological Medicine)

Volgens wetenschappers van de Stanford Universiteit zorgt het uitvoeren van nieuwe ruimtelijke taken voor de aanmaak van nieuwe hersencellen in de Hippocampus. Onder ruimtelijk taken valt bijvoorbeeld het zoeken naar een bepaalde bestemming in een onbekend gebied. En slaap zorgt ervoor dat de nieuw gevormde hersencellen in leven blijven.



hersenenDie conclusies baseert men op onderzoek met ratten. Daaruit komt naar voren dat slaaptekort het leerproces in de weg staat. In vergelijking met goed uitgeruste ratten hadden ratten met slaaptekort meer moeite om een weg uit een doolhof te onthouden. Bij de groep ratten met slaaptekort bleken minder nieuwe hippocampuscellen de overleven.



Leren is dus afhankelijk van twee factoren: blootstelling aan nieuwe, onbekende taken en voldoende slaap. Chronische slaapdeprivatie zou blijvende negatieve effecten kunnen hebben op het functioneren van hersenen, opperen de Amerikaanse onderzoekers.

(Journal of Neurophysiology)

Frisdrank, afgekeurd en bestreden door gezondheidsfreaks, kan het geheugen verbeteren. Twee blikjes is voldoende om het vermogen om informatie vast te houden met 20% te verbeteren. Dat zou ook voor ouderen gelden die kampen met vergeetachtigheid. Tot die opmerkelijke conclusies komen neurowetenschappers van de universiteit in Glasgow.



blikje frisdrankHet onderzoek van het team van deze universiteit richtte zich op de Hippocampus. Dit is het gebied van de hersenen dat nieuwe informatie onthoudt. Het gebied zou bij mensen met dementie niet langer goed functioneren.

Het team gebruikte geheugentests en technieken om hersenactiveit te meten om vast te stellen hoe vrijwilligers reageerden op de frisdranken met suiker. Geconstateerd werd dat de hippocampus verhoogde activiteit liet zien nadat de proefpersonen met suiker gezoet drinken hadden genuttigd.

Bovendien verbeterde de geheugenprestatie bij de groep met 17% door het suikerdrankje. De prestaties van deze groep werden vergeleken met die van de controlegroep.



Normaal gesproken neemt het gehalte aan bloedsuiker toe, zodra mensen te maken krijgen met een stressvolle situatie. Vooral in de hippocampus zou dit suiker gebruikt worden. Daardoor worden gevaarlijke omstandigheden zoveel beter ingeprent dan normale zaken, waardoor overlevingskansen kunnen toenemen.

Het onderzoek besloeg echter een kleine groep van 25 vrijwilligers in de leeftijd van 18 tot 52 jaar. In het onderzoek moest deze groep mensen een rij woorden inprenten. De groep die het drankje nam dat 25 gram suiker bevatte,wat gelijkstaat aan de hoeveelheid suiker in een blikje cola, liet een verbetering op de geheugentaak zien van 17%.



(Bron: Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental

Volume 19, Issue 8 , Pages 523 – 535
)



Ongeveer 6% van de mensen merkt vermindering van energie en verslechtering van de stemming in de wintertijd. Maar liefst 14% heeft in de winter een ‘dipje’.

Dit is een vorm van depressiviteit die veroorzaakt wordt door verminderde blootstelling aan dag- of zonlicht. De symptomen steken langzamerhand de kop op in de herfst en verdwijnen als sneeuw voor de zon in het voorjaar.




Seizoensgebonden depressie wordt veroorzaakt door grote gevoeligheid voor melatonine. Dit is het hormoon dat het lichaam aanmaakt tijdens de nachtelijke uren, waardoor de slaap mogelijk wordt.

De start van