twitter


Boek psychologisch onderzoek

boek psychologisch onderzoek

Advertentie

Superfoods

Uit onderzoek is gebleken dat omgevingsfactoren even belangrijk zijn als genen in het hebben van autisme. De bevindingen van het onderzoek zijn gepubliceerd in the Journal of the American Medical Association (JAMA). Er wordt vermeld dat genen maar de helft bijdragen aan autisme, en dat de andere helft wordt verklaard door omgevingsfactoren zoals sociaal-economische status.

Het onderzoek werd gedaan onder twee miljoen Zweedse kinderen, waarvan er 14.516 gediagnosticeerd waren met autisme. Familieleden, zoals halfbroertjes en –zusjes en neven en nichten, werden onderzocht. Het bleek dat hoe sterker een kind genetisch gerelateerd is aan een familielid met autisme, hoe groter de kans is voor het kind om autisme te ontwikkelen. Een kind met een broer of zus met autisme heeft bijvoorbeeld tien keer zoveel kans op autisme en een kind met een neefje of nichtje heeft twee keer zoveel kans om autisme te ontwikkelen.

De resultaten van het onderzoek zorgen voor correcte informatie over autisme en de risico’s hierop, aldus Sven Sandin, die heeft meegewerkt aan het onderzoek in Londen en in Zweden. Volgens Sandin kan deze informatie een ondersteuning zijn voor ouders en clinici in het maken van goede keuzes.

De resultaten van dit onderzoek zijn te vergelijken met de resultaten van een onderzoek van de Universiteit van Stanford in Californië, waarin tweelingen werden onderzocht op de genetische en omgevingsinvloeden van autisme. Ook uit dit onderzoek bleek dat omgeving een grote rol speelt bij autisme.

Bron: Kate Kelland, Reuters

Tanya Byron kleurIn het boek ‘Niets is wat het lijkt’ heeft klinisch psychologe Tanya Byron de aangrijpende verhalen van patiënten opgeschreven met wie zij tijdens haar studietijd in psychologische klinieken heeft gewerkt.
Het gaat om bijzondere mensen die op hun eigen manier worstelen met de uitdagingen in het leven. Ze laten je niet los. Je wilt in alle gevallen weten hoe het afloopt, en dan blijkt al gauw dat niets is wat het lijkt.

Bijna 25 jaar werkt Tanya nu in de geestelijke gezondheidszorg. Tijdens haar opleiding leerde ze buitengewone patiënten kennen, zoals: kinderen met eetstoornissen, mensen die te maken kregen met dementie, slachtoffers van seksueel misbruik en psychopaten.
Dankzij de mooie schrijfstijl van auteur Tanya kruip je als lezer even in de huid van de psycholoog. Elk verhaal is bijzonder en verrassend.
“Er is geen duidelijke lijn tussen gekte en gezondheid”, zegt Tanya, “wij allemaal komen wel eens in het grijze gebied”. Zij vindt dat ze veel geleerd heeft van de mensen die ze in haar boek beschrijft. Via therapie krijgen mensen met problemen soms de helderheid waarnaar ze op zoek zijn. Ze maken samen met de therapeut de reis van chaos naar helderheid.

(Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum)

appVanaf juni 2014 kun je via de Google Playstore de #DeleteCyberbullying-app binnenhalen. Deze bevat een interactieve quiz voor leerlingen, ouders en leerkrachten over cyberpesten. Het doel is de gebruiker tips en advies te geven en waar nodig door te verwijzen naar verschillende hulporganisaties. De app biedt daarnaast de mogelijkheid om direct contact op te nemen met een van de hulporganisaties.

Door middel van één druk op de knop kan men via de app in contact komen met hulporganisaties, zoals Pestweb, de Kindertelefoon, Mijn Kind Online en andere organisaties. De app bevat onder andere een video over cyberpesten.

“Luister naar je hart.”
“Ga je dromen achterna.”
“Geloof in jezelf.”

creatieElke keer als ik mijn Facebook pagina open zie ik ze weer staan, deze zogenaamde inspirerende uitspraken. Vaak compleet met golvende letters en panorama achtergrond. Het is de Nederlandse versie van The American Dream. Luister naar je innerlijke wensen en door hard te werken zullen je dromen uitkomen. Op zich is hier niks mis mee, het geeft mensen inspiratie en kracht om door moeilijke tijden heen te komen. En toch levert het bij mij een tweestrijd op. Aan de ene kant is de boodschap mooi en aan de andere kant vind ik het te dogmatisch en simpel. Tijd om hier eens wat dieper op in te gaan. Want wat nou als je dromen falen?

Uitdagingen, tegenslagen, teleurstellingen, we komen ze allemaal wel eens tegen. Het is voor veel mensen een reden om niet te beginnen aan het verwerkelijken van hun dromen. De risico’s die een uitdaging met zich meebrengt zijn te eng om aan te gaan. Het is het klassieke voorbeeld van iemand die een artiest wil worden. Hij/Zij krijgt te maken met onzekerheid en instabiele financiën. En stel je eens voor dat het nooit zal lukken om door te breken. Dan heeft hij/zij alles voor niets gedaan, toch? Deze persoon kan dus beter niet voor het artiestenleven kiezen, maar voor iets dat meer stabiel is. Dit noem ik ook wel het “Ja, maar”-fenomeen. Het draait om het wel willen streven naar iets, maar dit simpelweg niet aan te durven: “Ja, dat kan ik wel doen, maar…” Er is niets mis met stabiliteit verkiezen boven een passie. Er kunnen allerlei omstandigheden zijn waardoor dit de betere optie is, bijvoorbeeld om je kinderen een toekomst te kunnen bieden. Het gaat erom dat het “Ja, maar”-fenomeen zorgt voor het zien van (te) veel beren op de weg. Je laat je tegenhouden door onzekerheden en angsten die zich op het moment alleen maar in je hoofd afspelen. Je richt je, met de woorden van schrijver Terry Goodkind, op het probleem en niet op de oplossing. Het is daarom belangrijk om eens te gaan kijken naar hoe we wel met uitdagingen en tegenslagen om kunnen gaan.

Het eerste punt dat ik wil maken is het belang van creativiteit. Creativiteit is niet iets dat je hebt of niet hebt, het is een vaardigheid die je kunt trainen. Iedereen kan creatiever worden, er zijn tegenwoordig veel boeken beschikbaar die je hierbij kunnen helpen. Door creatief na te denken open je nieuwe wegen. Als weg A niet lukt, dan probeer je weg B. Lukt weg B niet, dan ga je naar weg C, enzovoorts. Het alfabet is lang en dan zijn er nog oneindig veel cijfers die je kunt gebruiken. Stel je voor dat je een verandering in je woning aan wilt brengen, maar weinig financiële middelen hebt. Je zou bij weg A al kunnen stoppen: “Ja, ik wil wel een nieuwe keuken, maar daar heb ik het geld niet voor.” Als je niet verder kijkt, dan zal je de andere wegen nooit ontdekken. In plaats van je kapot te staren op weg A, kan je het volgende doen: Weg A lukt niet, dus die laten we voor wat het is. We gaan eens kijken naar een andere optie, weg B. Wellicht ken je mensen die goed kunnen klussen en voor een klein prijsje je willen helpen. Misschien kan je de materialen via via ergens vandaan plukken. Gooi je vragen je netwerk in en kijk wat eruit komt. Levert dit niets op? Geen probleem, dan gaan we gewoon naar weg C: Er is wellicht een lerende klusser die graag als ervaring jouw keuken komt aanpakken. Of je kan met weg D je keuken in delen aan laten pakken, zodat je tussendoor wat kan sparen. En wat dacht je van een extraatje ergens verdienen als zijnde weg E? Zoals je ziet zijn er zo veel opties beschikbaar die je nooit zou ontdekken als je alleen maar kijkt maar weg A: “Ja, maar…”

Dit brengt mij op het volgende punt: Denk, zoals eerder aangegeven, aan de oplossing en niet aan het probleem. De manieren die niet lukken, die lukken niet. Het heeft geen enkele zin om hierbij stil te blijven staan. Kijk naar datgene wat wel kan door bijvoorbeeld verschillende wegen op te zoeken. Stel dat je een product verkoopt en je ontdekt dat er vraag is buiten je huidige bereik. Staar dan niet naar het feit dat het op dit moment te ver weg is. Zoek naar een manier waarop je je bereik kan vergroten en zo je product daar aan de man kan brengen, waar erom gevraagd wordt. Denk in de oplossing. Een mooie manier van toepassing hiervan kan je vinden in mensen die door omstandigheden chronisch ziek zijn geworden en toch doorgaan. Er moet zeker ruimte zijn om dit verlies te erkennen en er te laten zijn, maar daarnaast straalt er ontzettend veel kracht uit de mensen die ondanks alles toch kijken naar wat ze nog wel kunnen en behalen. Als ergens het “Ja, maar”-fenomeen wordt vermeden, dan is het hier wel.

Tot slot wil ik nog een laatste punt maken wat betreft tegenslagen: Falen is niet erg. Ja, het is heel rot als datgene waar je je zo voor hebt ingezet niet lukt. Er moet zeker ruimte zijn om deze teleurstelling te kunnen uiten. Daarnaast is het echter nooit zo dat je er niets uit kunt halen. Wat je ook probeert, ook al mislukt het, je kunt er altijd van leren. Alleen al door te weten hoe iets niet moet, gaan je kennis en je vaardigheden omhoog. In die zin kan je helemaal niet falen. Elke ervaring, goed of slecht, kan je iets meegeven voor de toekomst. De meest succesvolle mensen op deze planeet hebben heel vaak gefaald voordat ze succes behaalden. Leren lopen gaat nu eenmaal gepaard met af en toe op je gat vallen. De weg naar datgene wat je wilt bereiken is eng, duurt heel lang en is heel moeilijk. Het is gewoon zwaar om jezelf steeds weer op te pakken en je in te blijven zetten. Maar kijk naar het doel dat aan het einde van die weg staat. Is dat deze lange weg waard? Dan zou ik er zeker voor gaan, oftewel: “Luister naar je hart, geloof in jezelf en ga je dromen achterna.” Simpel en dogmatisch, maar stiekem ook wel een beetje waar.

Geschreven door: Dea Boom, online psycholoog van Psychologenpraktijk Boom

Wat doen we als we een probleem tegenkomen? Dit kan van alles zijn: een geldprobleem, een liefdesprobleem, een overlevingsprobleem, et cetera. Wat we vaak doen is onderzoeken wat de oorzaak van dit probleem is, zodat we het vervolgens kunnen gaan oplossen. We willen hoe dan ook dat het probleem ophoudt te bestaan. We gaan het probleem bestrijden, we gaan vechten of we rennen ervoor weg in de hoop dat het probleem dan vanzelf verdwijnt of ons in ieder geval niet meer lastig valt. Maar wat nou als we niet tegen het probleem gaan vechten? Wat nou als we het probleem niet weg gaan duwen, maar juist uitnodigen?

Laten we eerst eens een kijkje nemen in de effectiviteit van het vechten. Het komt ons zo natuurlijk voor dat het wel ergens goed voor moet zijn. Stel, je hebt een bedrijf en je hebt te weinig klanten. De oorzaak hiervan zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat je te weinig reclame maakt. De oplossing is dan simpel: maak meer reclame en de klanten zullen toenemen. Op deze manier kan je vechten tegen je klantenprobleem en het zal, als je het goed aanpakt, ook werken. In deze situatie is vechten dus een goede oplossing. Door actief met je klantenprobleem om te gaan kan je het probleem verminderen of zelfs weghalen. Laten we eens kijken naar een fysiek probleem.
Stel nu dat je vol enthousiasme van de berg af skiet, je hebt een goede vaart en plots ligt er iets voor je waardoor je struikelt en je been breekt. Het heeft weinig zin om te blijven liggen en helemaal niets te doen, of terwijl om je probleem hier ‘uit te nodigen’. Nee, je zult moeten vechten om je been te redden of zelfs om te moeten overleven. Gelukkig heb je je mobieltje bij je en word je snel gered. Het vechten tegen je probleem heeft je in deze situatie gered.

worryVechten tegen je problemen kan dus heel nuttig en effectief zijn, maar wanneer houdt het op en heeft vechten juist het tegenovergestelde effect? Stel je voor dat je een psychisch probleem hebt. Je kunt bijvoorbeeld maar niet ophouden met piekeren. Je piekert over van alles en nog wat en dit geeft je een naar en vervelend gevoel. Heeft vechten tegen dit piekeren ook zin? Vechten zou in dit geval betekenen dat je tegen jezelf zegt dat je niet mag piekeren of dat je jezelf zoveel mogelijk probeert af te leiden om maar niet aan het piekeren te zijn. Wat er gebeurt in deze situatie is dat je een heleboel energie gaat stoppen in het niet mogen piekeren. Het effect hiervan is echter dat het piekerprobleem alleen maar groter wordt, je gaat namelijk piekeren over je piekeren. Zie het als een soort ballon die alleen maar groter wordt omdat je er zoveel lucht in blaast, je besteedt er veel aandacht en energie aan. Vechten heeft op deze manier het tegenovergestelde effect van datgene wat je wilt bereiken: minder piekeren. Het is niet alleen onbehulpzaam, het verergert je probleem zelfs.
Wat zou er gebeuren als je stopt met vechten, maar juist gaat aaien? Tegen jezelf zeggen dat je niet mag piekeren, dat werkt niet. Stel dat je eens tegen jezelf zegt dat je wel mag piekeren, sterker nog, nodig het piekergedrag gezellig uit. Al die vervelende gedachten die je hebt mogen er ook gewoon zijn. Zet ze naast je op de bank neer en zeg tegen ze: “Goh, daar zijn jullie weer. Blijkbaar heb ik even zin om te piekeren, kom er gezellig bij zitten.” Dit klinkt allemaal wellicht een beetje raar, maar wat is nu het verschil tussen het vechten en het aaien? Bij het vechten steek je allemaal energie in je probleem zodat het groter wordt, bij het aaien laat je het probleem voor wat het is en houd je de energie over die je voor iets positievers kunt inzetten. Bij het vechten blaas je de ballon groter op en bij het aaien laat je de ballon lekker klein liggen.
Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: “Dit is allemaal leuk en aardig en voor het piekeren kan ik het me wellicht nog voorstellen dat het zo werkt, maar wat nou als ik heel erg somber ben of me juist heel druk voel of veel woede ervaar? Werkt het dan ook?” In veel gevallen zou ik zeggen: Ja. Het verschil tussen het vechten en het aaien ligt hem in de acceptatie. Accepteren dat je een probleem hebt, geeft vaak al veel rust en geeft je de ruimte en energie om het probleem te kunnen verkleinen. Als je vecht tegen je probleem, dan zeg je eigenlijk tegen jezelf dat datgene wat je voelt/denkt er niet mag zijn. Dit is logisch, omdat het vaak om hele nare gevoelens/gedachten gaat. Het werkt echter vaak juist tegenovergesteld als je maar tegen jezelf blijft zeggen dat je dit niet mag ervaren. Juist door de gevoelens/gedachten te ervaren, ze de ruimte te geven, blijven ze klein en houd je adem over om je te richten op de positieve aspecten van je leven.

Ik wil geenszins beweren dat met het accepteren al je problemen zijn opgelost. Juist het ervaren van datgene wat je eigenlijk voelt/denkt kan heel erg zwaar zijn. Je laat jezelf immers precies in datgene zitten waar je zo’n last van hebt. Het is ook niet de bedoeling dat je dagen achterelkaar hierin blijft hangen. Hoe lang moet je hier dan wel mee bezig zijn? Dat is niet eenduidig te zeggen, dit hangt af van jou als persoon, van je situatie, enzovoorts. Het is in ieder geval belangrijk dat je een manier vindt die bij jou past en wellicht kan je hierbij steun gebruiken van je omgeving of van een professional. Er lijkt een balans te liggen tussen jezelf de ruimte geven om te voelen wat je eigenlijk voelt en jezelf een zetje te geven om weer door te gaan. Waar deze balans voor jou ligt, dat zal je zelf moeten ontdekken. Wellicht geloof je me wel helemaal niet dat het aaien werkt. Ik zou dan zeggen: probeer het eens uit. Stel dat het niets voor jou is, dan kan je daarna altijd weer terug gaan naar het vechten toch?

(Bron foto: Celestine Chua)
Geschreven door psycholoog Dea Boom van Online Psychologenpraktijk Boom.


Spirulina & Chlorella

Page 1 of 26312345»102030...Last »