Het is een maatregel die gemakkelijk te nemen is en het effect van antirimpelcrêmes overtreft: eet elke dag tien eetlepels tomatenpuree. Daarmee keert het verouderingsproces van de huid om. Dat melden dermatologen van de universiteiten van Manchester en Newcastle op het congres van de British Society for Investigative Dermatology.

Uit de onderzoeksdata blijkt dat tomatenpuree de huid stimuleeert tot het aanmaken van het eiwit procollageen. Daardoor verbetert de huidstructuur. De resultaten blijken gebaseerd op een kleinschalige studie op tien proefpersonen, die drie maanden lang elke dag 55 gram tomatenpuree innamen. Om de opname van de werkzame stoffen te verhogen, namen ze daarbij ook tien gram olijfolie.
Na drie maanden was de aanmaak van procollageen in de huid “significant toegenomen” en bleek de huid dertig procent beter bestand tegen de schadelijke effecten van UV-straling.

Het beschermende effect van de tomatenpuree is te vergelijken met dat van een lichte zonnebrandcreme.
Het valt reuze mee hoeveel tomatenpuree je elke dag moet eten om dit effect te bereiken. De onderzoekers vermoeden dat het lycopeen de werkzame stof in tomatenpuree is.

(BBC)

Een eetstoornis is een ernstige, ingrijpende aandoening met grote lichamelijke en psychische gevolgen voor zowel de patiënt als zijn of haar omgeving. Het gaat om een stoornis in het denken, zo beschrijft dr. H. Bloks in zijn boek. Hoe eerder onderkend, hoe beter het is, omdat vroege onderkenning de kans op herstel vergroot.

Verandering in het gewicht is meestal het eerste duidelijke signaal van een zich ontwikkelende eetstoornis, maar ook spierslapte of koude handen en voeten kunnen een kenmerk zijn. Mensen die zich hierover zorgen maken, wordt aangeraden om eerst informatie erover te lezen, via bijvoorbeeld het internet. Zie bijvoorbeeld deze link voor de BMI-meter. In paniek raken of te snel verandering teweeg willen brengen hebben geen zin.

Een eetstoornis houdt een obsessie in. Op alle levensgebieden zijn de gevolgen ingrijpend, met name op lichamelijk vlak.
Ambulante behandeling kan goed werken. Cognitief gedragstherapeutische therapie blijkt het meest succesvol. Therapie via internet (www.interapy.nl) is in opkomst als mogelijk alternatief voor deze vorm van behandeling. Opname is alleen noodzakelijk als er sprake is van ernstig overgewicht.
Na behandeling kan terugval voorkomen worden door dïëten te gaan zien als niet helpend: regelmatig eten is zeer belangrijk.

(Bron: Eetstoornissen en overgewicht; herkenning, behandeling en beheersing. Geschreven door dr. Hans Bloks, die als klinisch psycholoog en psychotherapeut werkzaam is bij het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam en voorzitter is van de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen.)

Mensen met een baan onder hun opleidingsniveau gaan op de lange duur slechter cognitief functioneren. Blijkbaar gaat hun cognitief vermogen zich aanpassen aan het niveau van hun werk. En andersom gaan mensen die ondergekwalificeerd zijn voor hun werk steeds betere cognitieve prestaties leveren dan mensen met een baan op hun eigen opleidingsniveau.

Deze interessante informatie komt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht waarbij economen samenwerkten met neuropsychologen.
De onderzoekers maakten gebruik van gegevens uit de Maastricht Aging Study, een grootschalige studie naar cognitieve veroudering. Testgegevens werden verzameld bij 447 werkende personen. Binnen deze groep was op het eerste meetmoment bij 164 personen sprake van overkwalificatie, 88 mensen waren ondergekwalificeerd. Na zes jaar hadden zestien overgekwalificeerden en zeven ondergekwalificeerden werk op hun eigen opleidingsniveau.
In de studie is gekeken naar de volgende functies: geheugen, verbaal vermogen, cognitieve flexibiliteit en snelheid van informatieverwerking. Uit de gegevens bleek dat bij mensen waar het functieniveau lager was dan hun opleidingsniveau na zes jaar de cognitieve vermogens sterker waren afgenomen dan bij mensen met een passende baan. Hoe groter het verschil tussen baanniveau en opleidingsniveau, des te sterker het effect.
Te lang onder je opleidingsniveau functioneren pakt dus ongunstig uit. Wie dat doet, is steeds minder in staat om alsnog op het eigen niveau te presteren.

(Universiteit van Maastricht)

Cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt tot afname of voorkoming van zelfbeschadiging. Daarnaast verminderen ook de daarmee samengaande depressieve klachten, angstklachten en suïcidale gedachten door CGT. Dit gaat samen met verbetering van het zelfvertrouwen.

Dat blijkt uit het proefschrift Nadja Slee die de effectiviteit van kortdurende CGT naging bij zelfbeschadiging bij adolescenten en (jong)volwassenen. Uit eerder onderzoek blijkt dat 5% van de jongeren persoonlijke ervaring heeft met zelfbeschadiging, waarbij het gaat om het toebrengen van letsel aan het eigen lichaam, zoals snijden, branden, krassen, overdosering en het innemen van giftige stoffen. Mensen die zichzelf beschadigen doen dit uit schaamte meestal in het geheim.

CGT helpt deze problemen aan te pakken doordat het accent ligt op een veilige therapeutische relatie, het vergroten van vaardigheden om emoties te reguleren en helpende gedachten. Daarnaast gaat het om het vergroten van vaardigheden die belangrijk zijn voor het oplossen van problemen.
Uit het onderzoek van Slee blijkt dat met name cliënten met een voorgeschiedenis van seksueel misbruik of mishandeling veel baat hebben bij CGT en minder baat hebben bij reguliere behandelingen. Vooral voor deze groep cliënten lijkt CGT de behandeling van eerste keus.
N. Slee promoveert op 24 april 2008 aan de Universiteit Leiden.

(Samenvatting van het proefschrift)

Uit een recent grootschalig onderzoek naar de link tussen depressiviteit en de gezondheid van ouderen komt naar voren dat het actief verminderen van depressieve gevoelens bij ouderen met kanker het leven verlengt.

Het gaat om een Amerikaans onderzoek waarvan de gegevens laten zien dat depressiviteit die samengaat met kanker de levensspanne verkort. Behandeling in de vorm van medicatie en psychotherapie kunnen dit tegengaan.
De grotere kans op een langer leven is in de data alleen gezien bij mensen die de combinatie van depressiviteit en kanker moeten doorstaan, niet bij mensen bij wie sprake is van hartproblemen.
Nu bekend is dat behandeling van depressiviteit gunstig uitpakt, pleit men voor brede diagnostiek bij kankerpatiënten, waarbij ook nagegaan wordt of er misschien sprake is van bijkomende depressie.

(Biomedcentral.com)