twitter


Boek psychologisch onderzoek

boek psychologisch onderzoek

Advertentie

Superfoods

Een van de grote revoluties in de hedendaagse psychologie is de opkomst van de zogenaamde derde generatie gedragstherapie. Hiermee wordt mindfulness bedoeld, de Acceptance and Commitment Therapy (ACT) en andere therapiemethoden die gebruik maken van meditatie-technieken.
In de behandeling van angststoornissen worden de voordelen van deze therapiemethoden goed duidelijk. In dit blogje bespreek ik hoe dit werkt.

Zoals gezegd zijn we inmiddels bij de derde generatie gedragstherapie aanbeland. Voordat ik daar verder op inga, bespreek ik eerst hoe de eerste en de tweede generatie gedragstherapie toegepast werden in de behandeling van angst.

Eerste generatie:
De eerste generatie gedragstherapie komt voort uit de experimenten rondom conditionering, zoals die van Pavlov. Het komt er op neer dat mensen bepaalde patronen door gewenning aanleren en die op dezelfde manier ook weer kunnen afleren.
Als iemand bang is voor spinnen, heeft hij die emotionele reactie waarschijnlijk aangeleerd. Bijvoorbeeld door te zien hoe bang zijn ouders zijn voor spinnen of door een enge film over spinnen te zien. In de behandeling wordt dan met behulp van gedragsexperimenten nieuwe reacties aangeleerd. In het kort komt het er op neer dat de cliënt leert dat je niet bang hoeft te zijn, door heel vaak in contact te komen met spinnen zonder dat er iets ergs gebeurt.

Tweede generatie:
In de tweede generatie gedragstherapie kwam er meer aandacht voor de cognities van mensen. Iemand die bang is voor een spin, kan bijvoorbeeld de overtuiging hebben dat spinnen gevaarlijk zijn. Als die overtuiging niet wordt weerlegd, zullen de gedragsexperimenten minder effect hebben. Daarom werkt de tweede generatie met gedragsexperimenten en met cognitieve herstructurering oftewel het in kaart brengen en veranderen van de overtuigingen.

Waarom deze therapieën soms niet helpen
Laat ik om te beginnen duidelijk stellen: de hiervoor beschreven therapieën werken vaak uitstekend in de behandeling van angstklachten. Vooral in het geval van bovenstaande enkelvoudige fobieën, zoals de bovengenoemde angst voor spinnen, werkt het in de meeste gevallen voldoende om de ergste klachten weg te halen.
In sommige gevallen werken de eerste en tweede generatie therapieën echter niet goed. Sterker nog, in sommige gevallen verergeren de klachten door toepassing van deze therapieën. Dat speelt vooral in de behandeling van gegeneraliseerde angststoornissen.
Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis zijn vaak langdurig gespannen. Ze hebben de hele dag een vaag gevoel van alertheid zonder dat hier een duidelijke oorzaak voor is. Vaak wordt die spanning veroorzaakt door piekeren over de angst zelf of piekeren over mogelijke gevaren.
Als we deze mensen behandelen met cognitieve therapie, gaan ze vaak nog meer nadenken. De behandelmethode (nadenken over je klachten) versterkt dan de klachten (piekeren over je klachten). De therapie helpt je dan van de regen in de drup.

Wat de derde generatie toevoegt
Met behulp van meditatie-technieken leert de derde generatie gedragstherapie je om je piekergedachten te “negeren”. De term negeren doet niet echt recht aan de complexe manier waarop er met gedachten omgegaan wordt binnen meditatie, maar het is een lekenterm die betrekkelijk dicht in de buurt komt van wat er bedoeld wordt.

Het idee is dat gedachten maar gedachten zijn en dat je er niet per se iets mee hoeft te doen. Daarnaast wordt geleerd dat je kunt handelen ondanks je angstige gedachten. Handelen en denken hoeven dus niet steeds met elkaar samen te vallen. Dat schept de mogelijkheid voor angstige mensen om zich te gedragen of ze niet gespannen zijn, op momenten dat ze dat wel degelijk zijn.

presentatieEen voorbeeld: mensen die gespannen zijn om te spreken in het openbaar en daar hulp bij zoeken, zeggen vaak dat ze van hun angst af willen. In de derde generatie gedragstherapie zal een therapeut opmerken dat de afwezigheid van de angst niet het doel is, maar het houden van een goede presentatie. Vervolgens wordt hen aangeleerd dat je prima kunt presenteren met een flinke dosis spanning in je lijf en dat deze spanning dus niet per se verbannen hoeft te worden.

Wil je meer lezen over dit onderwerp? Dit (Engelstalige) boek is een goede inleiding: “The Mindfulness and Acceptance Workbook for Anxiety”

Robert Haringsma is coach en psycholoog bij het Instituut voor Positieve Psychologie

De wekker gaat en ik voel het meteen. Het wordt weer zo’n dag. Zo eentje waarin alles verkeerd gaat. Ken je dat? Ik zit met een chagrijnig hoofd aan het ontbijt en probeer mezelf een beetje op te vrolijken door een komisch stukje in de krant te lezen. Terwijl ik zonder te proeven de cornflakes mechanisch naar binnen werk, vraag ik me af wat ik eigenlijk het beste met dit rotgevoel kan doen. Moet ik het wegstoppen en negeren? Moet ik ertegen gaan vechten en mezelf een schop onder de kont geven? Moet ik het er juist laten zijn en me maar extra rot gaan voelen? Moet ik er überhaupt wel iets mee doen? Wat doen we eigenlijk met onze negatieve gevoelens?

Het is heel normaal om een negatief gevoel te laten verdwijnen door jezelf af te leiden of door iets te doen wat je in een betere stemming brengt. Het is vaak effectief om jezelf op deze manier het zetje te geven dat je op dat moment nodig hebt. In andere situaties kan het echter minder goed werken. Op de korte termijn werkt het wel, maar het gevoel blijft op de achtergrond knagen en zorgt ervoor dat je er steeds weer op terug komt. In dit geval is negeren een minder goed idee. Je kunt de oorzaak proberen aan te pakken of, als de oorzaak niet duidelijk is, het gevoel er maar gewoon laten zijn. Dit betekent dat je er voor gaat zitten om je even rot te voelen.

Het klinkt wellicht raar, want hoe lang moet je je dan bijvoorbeeld slecht gaan voelen? Misschien is het niet een kwestie van tijd, maar gaat het erom dat je kan zeggen: Het is oké dat ik me nu slecht voel. Je kunt je lijden verminderen door niet meer te vechten tegen de dingen waar je niets aan kunt doen. Hiernaast kan het ook fijn zijn om, hoewel het een rot gevoel is, hier midden in te gaan zitten. Om aandacht te geven aan datgene wat er speelt.

Het is natuurlijk ook belangrijk om hier niet voor eeuwig in te blijven hangen. Juist je concentreren op de dingen die goed gaan en positief zijn, kan je erg helpen om met een vervelende situatie om te gaan. Soms heb je gewoon even een zetje nodig om uit de funk te komen.

Ik kijk naar beneden en zie de bodem van de kom. Oh, mijn ontbijt is alweer op. Ik besef me dat ik vandaag veel verschillende soorten strategieën kan toepassen om de dag door te komen. Het is ook niet zo simpel dat één strategie altijd werkt. Het hangt af van de persoon, de situatie, et cetera. Er zijn in ieder geval genoeg mogelijkheden, een gedachte die me toch wat gerust stelt. Wellicht dat ik vandaag eens iets anders kan proberen dan dat ik normaal gesproken doe. In een wilde opwelling spring ik op, sprint ik naar buiten met mijn pyjama nog aan en ren ik een rondje om het huis. Hijgend sta ik weer bij de voordeur en grijp ik in mijn zakken naar de sleutel… Oh ja, die ligt nog op mijn bureau… Inderdaad, het is weer zo’n dag.

(Dea Boom, online psycholoog van Psychologenpraktijk Boom)

Uit onderzoek is gebleken dat omgevingsfactoren even belangrijk zijn als genen in het hebben van autisme. De bevindingen van het onderzoek zijn gepubliceerd in the Journal of the American Medical Association (JAMA). Er wordt vermeld dat genen maar de helft bijdragen aan autisme, en dat de andere helft wordt verklaard door omgevingsfactoren zoals sociaal-economische status.

Het onderzoek werd gedaan onder twee miljoen Zweedse kinderen, waarvan er 14.516 gediagnosticeerd waren met autisme. Familieleden, zoals halfbroertjes en –zusjes en neven en nichten, werden onderzocht. Het bleek dat hoe sterker een kind genetisch gerelateerd is aan een familielid met autisme, hoe groter de kans is voor het kind om autisme te ontwikkelen. Een kind met een broer of zus met autisme heeft bijvoorbeeld tien keer zoveel kans op autisme en een kind met een neefje of nichtje heeft twee keer zoveel kans om autisme te ontwikkelen.

De resultaten van het onderzoek zorgen voor correcte informatie over autisme en de risico’s hierop, aldus Sven Sandin, die heeft meegewerkt aan het onderzoek in Londen en in Zweden. Volgens Sandin kan deze informatie een ondersteuning zijn voor ouders en clinici in het maken van goede keuzes.

De resultaten van dit onderzoek zijn te vergelijken met de resultaten van een onderzoek van de Universiteit van Stanford in Californië, waarin tweelingen werden onderzocht op de genetische en omgevingsinvloeden van autisme. Ook uit dit onderzoek bleek dat omgeving een grote rol speelt bij autisme.

Bron: Kate Kelland, Reuters

Tanya Byron kleurIn het boek ‘Niets is wat het lijkt’ heeft klinisch psychologe Tanya Byron de aangrijpende verhalen van patiënten opgeschreven met wie zij tijdens haar studietijd in psychologische klinieken heeft gewerkt.
Het gaat om bijzondere mensen die op hun eigen manier worstelen met de uitdagingen in het leven. Ze laten je niet los. Je wilt in alle gevallen weten hoe het afloopt, en dan blijkt al gauw dat niets is wat het lijkt.

Bijna 25 jaar werkt Tanya nu in de geestelijke gezondheidszorg. Tijdens haar opleiding leerde ze buitengewone patiënten kennen, zoals: kinderen met eetstoornissen, mensen die te maken kregen met dementie, slachtoffers van seksueel misbruik en psychopaten.
Dankzij de mooie schrijfstijl van auteur Tanya kruip je als lezer even in de huid van de psycholoog. Elk verhaal is bijzonder en verrassend.
“Er is geen duidelijke lijn tussen gekte en gezondheid”, zegt Tanya, “wij allemaal komen wel eens in het grijze gebied”. Zij vindt dat ze veel geleerd heeft van de mensen die ze in haar boek beschrijft. Via therapie krijgen mensen met problemen soms de helderheid waarnaar ze op zoek zijn. Ze maken samen met de therapeut de reis van chaos naar helderheid.

(Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum)

appVanaf juni 2014 kun je via de Google Playstore de #DeleteCyberbullying-app binnenhalen. Deze bevat een interactieve quiz voor leerlingen, ouders en leerkrachten over cyberpesten. Het doel is de gebruiker tips en advies te geven en waar nodig door te verwijzen naar verschillende hulporganisaties. De app biedt daarnaast de mogelijkheid om direct contact op te nemen met een van de hulporganisaties.

Door middel van één druk op de knop kan men via de app in contact komen met hulporganisaties, zoals Pestweb, de Kindertelefoon, Mijn Kind Online en andere organisaties. De app bevat onder andere een video over cyberpesten.


Spirulina & Chlorella

Page 1 of 26412345»102030...Last »