twitter


Boek psychologisch onderzoek

boek psychologisch onderzoek

Advertentie

Superfoods

“Luister naar je hart.”
“Ga je dromen achterna.”
“Geloof in jezelf.”

creatieElke keer als ik mijn Facebook pagina open zie ik ze weer staan, deze zogenaamde inspirerende uitspraken. Vaak compleet met golvende letters en panorama achtergrond. Het is de Nederlandse versie van The American Dream. Luister naar je innerlijke wensen en door hard te werken zullen je dromen uitkomen. Op zich is hier niks mis mee, het geeft mensen inspiratie en kracht om door moeilijke tijden heen te komen. En toch levert het bij mij een tweestrijd op. Aan de ene kant is de boodschap mooi en aan de andere kant vind ik het te dogmatisch en simpel. Tijd om hier eens wat dieper op in te gaan. Want wat nou als je dromen falen?

Uitdagingen, tegenslagen, teleurstellingen, we komen ze allemaal wel eens tegen. Het is voor veel mensen een reden om niet te beginnen aan het verwerkelijken van hun dromen. De risico’s die een uitdaging met zich meebrengt zijn te eng om aan te gaan. Het is het klassieke voorbeeld van iemand die een artiest wil worden. Hij/Zij krijgt te maken met onzekerheid en instabiele financiën. En stel je eens voor dat het nooit zal lukken om door te breken. Dan heeft hij/zij alles voor niets gedaan, toch? Deze persoon kan dus beter niet voor het artiestenleven kiezen, maar voor iets dat meer stabiel is. Dit noem ik ook wel het “Ja, maar”-fenomeen. Het draait om het wel willen streven naar iets, maar dit simpelweg niet aan te durven: “Ja, dat kan ik wel doen, maar…” Er is niets mis met stabiliteit verkiezen boven een passie. Er kunnen allerlei omstandigheden zijn waardoor dit de betere optie is, bijvoorbeeld om je kinderen een toekomst te kunnen bieden. Het gaat erom dat het “Ja, maar”-fenomeen zorgt voor het zien van (te) veel beren op de weg. Je laat je tegenhouden door onzekerheden en angsten die zich op het moment alleen maar in je hoofd afspelen. Je richt je, met de woorden van schrijver Terry Goodkind, op het probleem en niet op de oplossing. Het is daarom belangrijk om eens te gaan kijken naar hoe we wel met uitdagingen en tegenslagen om kunnen gaan.

Het eerste punt dat ik wil maken is het belang van creativiteit. Creativiteit is niet iets dat je hebt of niet hebt, het is een vaardigheid die je kunt trainen. Iedereen kan creatiever worden, er zijn tegenwoordig veel boeken beschikbaar die je hierbij kunnen helpen. Door creatief na te denken open je nieuwe wegen. Als weg A niet lukt, dan probeer je weg B. Lukt weg B niet, dan ga je naar weg C, enzovoorts. Het alfabet is lang en dan zijn er nog oneindig veel cijfers die je kunt gebruiken. Stel je voor dat je een verandering in je woning aan wilt brengen, maar weinig financiële middelen hebt. Je zou bij weg A al kunnen stoppen: “Ja, ik wil wel een nieuwe keuken, maar daar heb ik het geld niet voor.” Als je niet verder kijkt, dan zal je de andere wegen nooit ontdekken. In plaats van je kapot te staren op weg A, kan je het volgende doen: Weg A lukt niet, dus die laten we voor wat het is. We gaan eens kijken naar een andere optie, weg B. Wellicht ken je mensen die goed kunnen klussen en voor een klein prijsje je willen helpen. Misschien kan je de materialen via via ergens vandaan plukken. Gooi je vragen je netwerk in en kijk wat eruit komt. Levert dit niets op? Geen probleem, dan gaan we gewoon naar weg C: Er is wellicht een lerende klusser die graag als ervaring jouw keuken komt aanpakken. Of je kan met weg D je keuken in delen aan laten pakken, zodat je tussendoor wat kan sparen. En wat dacht je van een extraatje ergens verdienen als zijnde weg E? Zoals je ziet zijn er zo veel opties beschikbaar die je nooit zou ontdekken als je alleen maar kijkt maar weg A: “Ja, maar…”

Dit brengt mij op het volgende punt: Denk, zoals eerder aangegeven, aan de oplossing en niet aan het probleem. De manieren die niet lukken, die lukken niet. Het heeft geen enkele zin om hierbij stil te blijven staan. Kijk naar datgene wat wel kan door bijvoorbeeld verschillende wegen op te zoeken. Stel dat je een product verkoopt en je ontdekt dat er vraag is buiten je huidige bereik. Staar dan niet naar het feit dat het op dit moment te ver weg is. Zoek naar een manier waarop je je bereik kan vergroten en zo je product daar aan de man kan brengen, waar erom gevraagd wordt. Denk in de oplossing. Een mooie manier van toepassing hiervan kan je vinden in mensen die door omstandigheden chronisch ziek zijn geworden en toch doorgaan. Er moet zeker ruimte zijn om dit verlies te erkennen en er te laten zijn, maar daarnaast straalt er ontzettend veel kracht uit de mensen die ondanks alles toch kijken naar wat ze nog wel kunnen en behalen. Als ergens het “Ja, maar”-fenomeen wordt vermeden, dan is het hier wel.

Tot slot wil ik nog een laatste punt maken wat betreft tegenslagen: Falen is niet erg. Ja, het is heel rot als datgene waar je je zo voor hebt ingezet niet lukt. Er moet zeker ruimte zijn om deze teleurstelling te kunnen uiten. Daarnaast is het echter nooit zo dat je er niets uit kunt halen. Wat je ook probeert, ook al mislukt het, je kunt er altijd van leren. Alleen al door te weten hoe iets niet moet, gaan je kennis en je vaardigheden omhoog. In die zin kan je helemaal niet falen. Elke ervaring, goed of slecht, kan je iets meegeven voor de toekomst. De meest succesvolle mensen op deze planeet hebben heel vaak gefaald voordat ze succes behaalden. Leren lopen gaat nu eenmaal gepaard met af en toe op je gat vallen. De weg naar datgene wat je wilt bereiken is eng, duurt heel lang en is heel moeilijk. Het is gewoon zwaar om jezelf steeds weer op te pakken en je in te blijven zetten. Maar kijk naar het doel dat aan het einde van die weg staat. Is dat deze lange weg waard? Dan zou ik er zeker voor gaan, oftewel: “Luister naar je hart, geloof in jezelf en ga je dromen achterna.” Simpel en dogmatisch, maar stiekem ook wel een beetje waar.

Geschreven door: Dea Boom, online psycholoog van Psychologenpraktijk Boom

Wat doen we als we een probleem tegenkomen? Dit kan van alles zijn: een geldprobleem, een liefdesprobleem, een overlevingsprobleem, et cetera. Wat we vaak doen is onderzoeken wat de oorzaak van dit probleem is, zodat we het vervolgens kunnen gaan oplossen. We willen hoe dan ook dat het probleem ophoudt te bestaan. We gaan het probleem bestrijden, we gaan vechten of we rennen ervoor weg in de hoop dat het probleem dan vanzelf verdwijnt of ons in ieder geval niet meer lastig valt. Maar wat nou als we niet tegen het probleem gaan vechten? Wat nou als we het probleem niet weg gaan duwen, maar juist uitnodigen?

Laten we eerst eens een kijkje nemen in de effectiviteit van het vechten. Het komt ons zo natuurlijk voor dat het wel ergens goed voor moet zijn. Stel, je hebt een bedrijf en je hebt te weinig klanten. De oorzaak hiervan zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat je te weinig reclame maakt. De oplossing is dan simpel: maak meer reclame en de klanten zullen toenemen. Op deze manier kan je vechten tegen je klantenprobleem en het zal, als je het goed aanpakt, ook werken. In deze situatie is vechten dus een goede oplossing. Door actief met je klantenprobleem om te gaan kan je het probleem verminderen of zelfs weghalen. Laten we eens kijken naar een fysiek probleem.
Stel nu dat je vol enthousiasme van de berg af skiet, je hebt een goede vaart en plots ligt er iets voor je waardoor je struikelt en je been breekt. Het heeft weinig zin om te blijven liggen en helemaal niets te doen, of terwijl om je probleem hier ‘uit te nodigen’. Nee, je zult moeten vechten om je been te redden of zelfs om te moeten overleven. Gelukkig heb je je mobieltje bij je en word je snel gered. Het vechten tegen je probleem heeft je in deze situatie gered.

worryVechten tegen je problemen kan dus heel nuttig en effectief zijn, maar wanneer houdt het op en heeft vechten juist het tegenovergestelde effect? Stel je voor dat je een psychisch probleem hebt. Je kunt bijvoorbeeld maar niet ophouden met piekeren. Je piekert over van alles en nog wat en dit geeft je een naar en vervelend gevoel. Heeft vechten tegen dit piekeren ook zin? Vechten zou in dit geval betekenen dat je tegen jezelf zegt dat je niet mag piekeren of dat je jezelf zoveel mogelijk probeert af te leiden om maar niet aan het piekeren te zijn. Wat er gebeurt in deze situatie is dat je een heleboel energie gaat stoppen in het niet mogen piekeren. Het effect hiervan is echter dat het piekerprobleem alleen maar groter wordt, je gaat namelijk piekeren over je piekeren. Zie het als een soort ballon die alleen maar groter wordt omdat je er zoveel lucht in blaast, je besteedt er veel aandacht en energie aan. Vechten heeft op deze manier het tegenovergestelde effect van datgene wat je wilt bereiken: minder piekeren. Het is niet alleen onbehulpzaam, het verergert je probleem zelfs.
Wat zou er gebeuren als je stopt met vechten, maar juist gaat aaien? Tegen jezelf zeggen dat je niet mag piekeren, dat werkt niet. Stel dat je eens tegen jezelf zegt dat je wel mag piekeren, sterker nog, nodig het piekergedrag gezellig uit. Al die vervelende gedachten die je hebt mogen er ook gewoon zijn. Zet ze naast je op de bank neer en zeg tegen ze: “Goh, daar zijn jullie weer. Blijkbaar heb ik even zin om te piekeren, kom er gezellig bij zitten.” Dit klinkt allemaal wellicht een beetje raar, maar wat is nu het verschil tussen het vechten en het aaien? Bij het vechten steek je allemaal energie in je probleem zodat het groter wordt, bij het aaien laat je het probleem voor wat het is en houd je de energie over die je voor iets positievers kunt inzetten. Bij het vechten blaas je de ballon groter op en bij het aaien laat je de ballon lekker klein liggen.
Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: “Dit is allemaal leuk en aardig en voor het piekeren kan ik het me wellicht nog voorstellen dat het zo werkt, maar wat nou als ik heel erg somber ben of me juist heel druk voel of veel woede ervaar? Werkt het dan ook?” In veel gevallen zou ik zeggen: Ja. Het verschil tussen het vechten en het aaien ligt hem in de acceptatie. Accepteren dat je een probleem hebt, geeft vaak al veel rust en geeft je de ruimte en energie om het probleem te kunnen verkleinen. Als je vecht tegen je probleem, dan zeg je eigenlijk tegen jezelf dat datgene wat je voelt/denkt er niet mag zijn. Dit is logisch, omdat het vaak om hele nare gevoelens/gedachten gaat. Het werkt echter vaak juist tegenovergesteld als je maar tegen jezelf blijft zeggen dat je dit niet mag ervaren. Juist door de gevoelens/gedachten te ervaren, ze de ruimte te geven, blijven ze klein en houd je adem over om je te richten op de positieve aspecten van je leven.

Ik wil geenszins beweren dat met het accepteren al je problemen zijn opgelost. Juist het ervaren van datgene wat je eigenlijk voelt/denkt kan heel erg zwaar zijn. Je laat jezelf immers precies in datgene zitten waar je zo’n last van hebt. Het is ook niet de bedoeling dat je dagen achterelkaar hierin blijft hangen. Hoe lang moet je hier dan wel mee bezig zijn? Dat is niet eenduidig te zeggen, dit hangt af van jou als persoon, van je situatie, enzovoorts. Het is in ieder geval belangrijk dat je een manier vindt die bij jou past en wellicht kan je hierbij steun gebruiken van je omgeving of van een professional. Er lijkt een balans te liggen tussen jezelf de ruimte geven om te voelen wat je eigenlijk voelt en jezelf een zetje te geven om weer door te gaan. Waar deze balans voor jou ligt, dat zal je zelf moeten ontdekken. Wellicht geloof je me wel helemaal niet dat het aaien werkt. Ik zou dan zeggen: probeer het eens uit. Stel dat het niets voor jou is, dan kan je daarna altijd weer terug gaan naar het vechten toch?

(Bron foto: Celestine Chua)
Geschreven door psycholoog Dea Boom van Online Psychologenpraktijk Boom.

Lichaamsbeweging zou een goede manier kunnen zijn om het brein te beschermen. Fysieke oefeningen kunnen namelijk een depressie verlichten, leeftijdsgerelateerd geheugenverlies vertragen, en symptomen van Parkinson voorkomen. Dit stellen onderzoekers op de Society for Neuroscience meeting underway in San Diego.

Teresa Liu-Ambrose van de University of Britisch Columbia stelt dat er nu meer bewijs is dat fysieke activiteiten voordelig zijn voor het brein. De effecten zijn gevonden bij dieren en bij mensen. In de studie naar ratten bleek dat de ratten die meer bewogen, hoger scoorden op geheugentesten dan ratten die minder bewogen. Fysieke oefeningen bij ratten hielpen ook om Parkinson-achtige vertraagde bewegingen ongedaan te maken.

Daarnaast stelt Robin Callister van de University of Newcastle dat trainen depressie kan verlichten. Dit bleek uit een onderzoek naar jongvolwassenen uit Australië. Alle deelnemers aan het onderzoek waren gediagnosticeerd met een zware depressie, maar na 12 weken trainen had de meerderheid deze diagnose niet meer. Volgens Callister is een verklaring hiervoor dat fysieke oefeningen vereisen dat het brein veel werk doet: het brein moet bijvoorbeeld complexe bewegingen coördineren.
Bron: Jon Hamilton, NPR

DSMDenkt u eens na over de volgende drie uitspraken:
“Deze mevrouw heeft Asperger en kan daarom anderen niet goed in de ogen aankijken.”
“Doordat deze jongen autisme heeft, fixeert hij zich op zijn muziek.”
“Haar ADHD zorgt ervoor dat ze zich niet goed kan concentreren.”

Wat klopt er niet aan deze zinnen? Grammaticaal lijken ze correct. Er zitten geen spellingfouten in. Het ligt dus niet aan de taal an sich. En toch klopt er iets niet. Zou het probleem dan inhoudelijk liggen? Maar ADHD hangt toch samen met concentratie? En is fixatie niet een onderdeel van autisme? Ja, dat klopt, maar op deze manier gaat er toch iets verkeerd. Het probleem ligt in de woorden “daarom”, “doordat” en “zorgt ervoor”. Met deze manier van formuleren wordt namelijk gesteld dat omdat je bijvoorbeeld ADHD hebt, je een slechte concentratie hebt. Niets is echter minder waar. Ik zal uitleggen waarom.

We zijn het gewend om te denken in het volgende denkpatroon: Stel dat je verkouden wordt. Dat is vervelend, want je krijgt last van een aantal symptomen: een snotterige neus, keelpijn, hoesten, etc. Deze symptomen worden veroorzaakt door een virus. Dit is duidelijk aantoonbaar en gelukkig gaat het redelijk snel weer voorbij. Het punt is dat de symptomen een gevolg zijn van het virus; je krijgt het verkoudheidsvirus en daardoor krijg je een snotterige neus.

Virus -> Snotterige neus

Deze redenatie werkt goed op veel lichamelijke ziektes. Het is hierdoor makkelijk aantoonbaar waar het probleem ligt en wat ertegen gedaan kan worden. Bijvoorbeeld neusspray nemen tegen de lopende neus. Deze redenatie wordt echter ook vaak toegepast op psychische klachten. Als we de voorbeeldzinnen zouden uittekenen, krijgen we het volgende beeld:

Asperger -> Weinig oogcontact
Autisme ->Fixaties
ADHD -> Slechte concentratie

Hier gaat iets fundamenteels mis. De pijl hoort in de laatste drie gevallen namelijk de andere kant op te staan. ADHD is niet een ‘ding’ op zich die ervoor zorgt dat iemand een slechte concentratie heeft, maar bij iemand die zich niet goed kan concentreren kunnen we misschien spreken van ADHD en dit heeft allemaal te maken met de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, ofwel de DSM.

De DSM wordt ook wel de bijbel (of handboek) van de psychiaters genoemd. Het is een boek waarin zo veel mogelijk psychiatrische aandoeningen worden beschreven. Het is een manier om volgens een aantal vaste criteria iemand te classificeren, dit wordt gedaan aan de hand van observatie van gedragskenmerken. Een versimpelde weergave: als iemand 7 van de 10 symptomen heeft die onder autisme staan, dan kan hij/zij met autisme worden geclassificeerd. Dan spreekt men dus van een persoon met autisme.

Het doel van de DSM is om de communicatie tussen psychiaters te verbeteren. Als er namelijk vaste criteria zijn, dan weet je zeker dat je collega hetzelfde met asperger bedoelt als jij. Het is echter een puur beschrijvend boek. Als mevrouw X last heeft van een slechte concentratie en ze heeft daarbij nog last van een aantal andere symptomen, dan kunnen we zeggen dat mevrouw X ADHD heeft. We kunnen echter niet zeggen dat mevrouw X ADHD heeft en dat ze daarom last heeft van een slechte concentratie. Op deze manier wordt alles omgedraaid. Het zou hetzelfde zijn als zeggen dat iemand een snotterige neus heeft en daarom het griepvirus krijgt.

Een psychische aandoening (ADHD, autisme, asperger, etc.) wordt op deze manier gereduceerd tot een soort ding. Iets wat op zichzelf bestaat en als het ware in iemand kan zitten waardoor je vervolgens last kan krijgen van allerlei symptomen (slechte concentratie, fixaties, etc.). ‘Autisme’ is echter niet een ding op zich, maar een beschrijving. Het is een beschrijving van een aantal symptomen die het makkelijker maakt om te communiceren. Het is hetzelfde als het woord ‘pindakaas’. Er zijn verschillende soorten pindakaas en dit komt door de verschillende ingrediënten die gebruikt worden. Het is echter erg omslachtig alle ingrediënten steeds afzonderlijk op te noemen, in plaats daarvan spreken we over de beschrijving van wat die ingrediënten maken: Pindakaas.
Pindakaas is natuurlijk wel een ding op zich, maar het gaat erom dat we een naam hebben voor een aantal ingrediënten/symptomen die we vervolgens ‘pindakaas’/'autisme’ noemen.

Deze omdraaiing wordt tegenwoordig heel veel toegepast, onder andere in de populaire media. Dit is heel logisch, want we zijn immers gewend om te denken in oorzaak -> gevolg: virus -> griep. Maar wat is hier nou zo erg aan? Wat maakt het eigenlijk uit dat we zeggen dat weinig oogcontact komt door asperger of een slechte concentratie door ADHD?
Het probleem hiervan ligt erin dat we hierdoor de oorzaak van iemand psychische problemen leggen bij de beschrijving of het label. We kijken dan niet meer naar de persoon zoals die is, maar we kijken alleen nog maar naar de ‘ziekte’ en leggen hierbij de oorzaak van de problematiek. Bij sommige mensen kan dat zelfs leiden tot slachtoffergedrag: “Ik heb fixaties, maar hier kan ik niets aan doen want het komt door mijn autisme.” Het leidt soms zo ver dat men spreekt van ‘een autist’, ‘een ADHD’er’, enzovoorts. Er is geen sterkere manier om iemand tot zijn/haar problemen te reduceren dan hem/haar de naam geven van het label dat daarbij hoort.

Als we de oorzaak van iemands problemen leggen bij zijn/haar label, dan kijken we vervolgens niet meer naar wat deze persoon er zelf echt aan kan doen, het ligt immers aan zijn/haar autisme en niet aan de persoon zelf.
Het is belangrijk om te kijken naar de persoon in zijn geheel, met alle goede en slechte eigenschappen die erbij horen. De criteria uit de DSM zijn puur beschrijvend bedoeld en dat is alles waar je het voor hoeft te gebruiken. Als mevrouw X samen met een aantal andere symptomen een slechte concentratie heeft, dan kunnen we zeggen dat ze last heeft van ADHD. Dit betekent alleen maar dat ze last heeft van een aantal symptomen die onder het label van ADHD vallen. En daar laten we het bij. Vervolgens is het interessant om te ontdekken wat mevrouw X tot mevrouw X maakt en wat specifiek haar kan helpen. Dan kijken we naar mevrouw X zoals ze is, met al haar schoonheid en ook al haar wratten. Met andere woorden, we zien mevrouw X niet in het teken van haar ADHD, maar we zien haar als geheel.

Geschreven door psycholoog Dea Boom van Online Psychologenpraktijk Boom.

We leven in een drukke tijd met onbegrensde mogelijkheden. Als je niet slaagt, is dat vooral je eigen fout. Zorgt dit voor een doorgedraaide maatschappij waarin iedereen gelukkig moet zijn? Is de tijdsgeest verantwoordelijk voor het toenemend aantal diagnoses op geestelijk vlak of spelen erfelijke factoren en ‘overdiagnose’ een rol?

De universiteit Utrecht organiseert een aantal kosteloos te bezoeken lunchbijeenkomsten waarin deze vragen een rol spelen.
Ook de gezondheidszorg kent modes en trends. Vroeger was neurose de meest gestelde diagnose (classificatie), en tegenwoordig is dat depressie. Angst en gevoelens van zinloosheid ervaren we allemaal wel eens. Maar wanneer moet je dan naar de psychiater voor medicatie of een gesprek? Wat is normaal en is het erg om anders te zijn?
De criteria voor psychische ziekten lijken versoepeld, waardoor het aantal classificaties van ADHD en burn-out is toegenomen. Is zo’n etiket nu welkom of een vloek? En hoe zit het met medisch onverklaarbare klachten en de scheiding tussen lichaam en geest?

Je kunt er meer over te weten komen via: ‘Hoe normaal is pathologisch? (.pdf) – Paul Verhaeghe over de labelcultuur.

Locatie en tijd van de lezingen: 8 woensdagen vanaf 5 februari 2014, 13.00 tot 14.00 uur
Boothzaal, Universiteitsbibliotheek, De Uithof, Utrecht


Spirulina & Chlorella

Page 1 of 26312345»102030...Last »