Niet alleen genetische aanleg, maar ook biologische en gezinsfactoren bepalen of iemand ADHD ontwikkelt. Uit nieuwe gegevens blijkt dat een hoog geboortegewicht, roken tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling tot gevolg kunnen hebben dat ADHD-kenmerken ontstaan.

Tot deze conclusies komt Cathelijne Buschgens op basis van haar onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Biologische factoren vergroten de kans op ADHD, zo stelt zij. Ook tekort aan warmte is funest, net zoals overbescherming of afwijzende opvoeding. De onderzoeker vindt het van belang om het hele gezin te betrekken bij de behandeling van een kind met ADHD, omdat ADHD de onderlinge relaties tussen ouders en kinderen en tussen broers en zussen beïnvloedt.

(Bericht UMC St Radboud)

“Lachen is gezond” Het is een uitspraak die we allemaal kennen en die ook wel enige wetenschappelijke ondersteuning kent. Lachen helpt bijvoorbeeld stress verlagen en maakt dat zieke mensen sneller herstellen. Nieuw onderzoek toont aan dat lachen ook een belangrijk smeermiddel is voor sociale interacties.

Wetenschappers in de Verenigde Staten kregen een unieke kans om de transcriptie van een juryberaad te bestuderen. In het beraad werd overwogen of een delinquent al dan niet tot de dood veroordeeld werd. Hoewel er in de discussie dus een hoop op het spel stond, bleek dat er in het beraad een hoop gelachen werd. De wetenschappers stelden vast dat het lachen diende om de sociale communicatie over en weer te beïnvloeden en de druk te verlagen.

Hoewel het maar een kleine studie betrof, zijn de resultaten wel degelijk interessant. Onwillekeurig zijn we geneigd om in serieuze besprekingen, waarbij er veel op het spel staat, ons lachen te beperken. De uitkomsten van dit onderzoek wijzen er op dat dit wel eens contraproductief zou kunnen zijn.
De resultaten van het onderzoek verschenen in het augustusnummer van het tijdschrift: small group research.

boek‘De Schatkist van de therapeut’, in juni uitgebracht bij Acco, is een verzameling korte en lange, gespecialiseerde en algemene oefeningen. Een therapeut kan deze inzetten om de therapie op gang te helpen, vage klachten te specificeren en vastlopende verhalen weer te verruimen. Het gaat om oefeningen voor depressieve cliënten, voor kinderen, voor cliënten die niet durven of in cirkels ronddraaien.
Ervaren psychotherapeuten onthullen hiermee hun impliciete kennis en demonstreren de kracht van bepaalde innovatieve interventies, concrete oefeningen en creatieve werkmethodes.

Hierin staat een oefening om een hyperventilatie-aanval te doorbreken. Deze maakt gebruik van normalisering van het adempatroon. De oefening wordt uitgebreid beschreven in het boek.
Uitgeademde lucht bevat meer koolzuur dan ingeademde lucht. Wanneer men uitgeademde lucht inademt, zal dit het te lage koolzuurgehalte in het bloed weer op normaliseren. Dit kun je doen door in een zakje te gaan blazen, maar nadeel aan het zakje is dat dit de benauwdheidgevoelens bij de cliënt kan laten toenemen.
Alternatief voor het zakje is het vormen van een schelp met beide handen voor neus en mond. Ook op die manier kun je de uitgeademde lucht inademen. Het heeft tot voordeel dat je handen altijd bij het en dat het minder opvalt. Als de ingeademde lucht warm is dan de buitenlucht, zit je goed: het is een indicatie dat de uitgeademde lucht erbij zit. Idealiter wordt deze techniek van het schelpje gecombineerd met een tragere ademhaling.

(Uit: de Schatkist van de therapeut, oefeningen en strategieen voor de praktijk; Acco)

Ouders van jongeren en volwassen kinderen met autisme scheiden vaker dan ouders van jongeren zonder deze beperking. Dat blijkt uit een studie van Amerikaanse onderzoekers van de University of Wisconsin-Madison.

Zij vergeleken de huwelijksgeschiedenis van 391 echtparen met een opgroeiend of volwassen kind met autisme met een studie over ouders die kinderen zonder beperking opvoedden. Ouders van kinderen onder de 8 jaar met een autistische stoornis hebben een even grote kans te scheiden. Na die leeftijd daalt het aantal scheidingen voor ouders met kinderen zonder een autistische stoornis. Maar jongeren met autisme hebben nog steeds veel ouderlijke zorg nodig, waardoor er druk op de ouders en hun huwelijk blijft staan.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het augustusnummer van het Journal of Family Psychology.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het lidmaatschap van een club positieve effecten heeft op kinderen. Hun schoolprestaties gaan omhoog, ze gebruiken minder drugs en alcohol en ze sluiten zich minder vaak aan bij “gangs” wanneer ze lid zijn van een club. Deze vooruitgang is te danken aan het feit dat de kinderen een sterker zelfbeeld en daardoor een groter zelfvertrouwen krijgen als ze betrokkenheid zijn bij een club.

De clubs waarover het onderzoek gaat, zijn de zogenaamde “Boys and Girls Clubs”. Deze instellingen zijn het best te vergelijken met jongerencentra in Nederland. Hier wordt aandacht besteedt aan sport en spel, maar ook aan het aanleren van sociale vaardigheden en aan cursussen zoals seksuele voorlichting. De toegang tot deze clubs is vaak gratis.

Uit het onderzoek blijkt dat de betrokkenheid bij een dergelijke club er voor zorgt dat de jongeren zich de normen en waarden van de club eigen maken. Uit onderzoek naar zelfvertrouwen is al langer bekend dat een laag zelfvertrouwen niet zozeer te maken heeft met negatieve gedachten over het zelf, maar eerder met een onduidelijk zelfbeeld. Wie niet weet wat zijn waarden zijn, heeft geen innerlijk kompas om op te varen en is daarom onzeker bij het maken van keuzes. Door club geeft de kinderen duidelijke waarden en normen, waardoor ze minder vatbaar zijn voor afwijkend gedrag. Wie vanuit de club weet dat drugs slecht voor je zijn, zal zich op straat niet snel laten overhalen tot het gebruik van drugs.

De auteurs bevelen clubs aan om zich duidelijker gaan richten op het vergroten van het zelfvertrouwen. Omdat te bereiken is het van belang om de betrokkenheid van de kinderen bij de club te vergroten. Kinderen die vaker komen en verschillende programma’s volgen, hebben het meest baat bij hun lidmaatschap van de club. Het is dus belangrijk dat kinderen vaak aanwezig zijn. Psychologische technieken kunnen ingezet worden om dit te bewerkstelligen. Daarnaast wordt de betrokkenheid bij clubs groter wanneer kinderen zich kunnen binden aan medewerkers. Er dient dus gestuurd te worden op een langdurig dienstverband van de medewerkers.

Ohio State University (2010, June 12). Youth clubs strengthen kids’ self image to keep them out of trouble. ScienceDaily. Retrieved June 14,