Cognitief gedragstherapeut Cor Anneese schiet mensen met angst voor de tandarts te hulp. Zelf weet hij maar al te goed hoe die angst voelt, omdat hij er flinke last van had. “Als psycholoog weet ik natuurlijk welke methoden ik kan toepassen om van een angst af te komen. Tegenwoordig zit ik net zo ontspannen in de tandartsstoel als op het strand tijdens de vakantie.”

tandartsWat helpend is, schreef hij op in een boek waarin hij de tandartsfobie ontleedt. Hij neemt gedachten onder de loep die te maken hebben met de angstgevoelens, waar die vandaan komen en of ze eigenlijk kloppend zijn. Tandartsangst wordt vaak getriggerd door de angst voor pijn en ook door ook de geur van sterilisatie.

Een helpende oefening is om de tandartsbehandelingsangst hiërarchisch op te delen, te beginnen bij de minst angstige situatie (een gesprek voeren met de tandarts bijvoorbeeld) tot de situatie de je de meeste bibbers bezorgt het toedienen van de injectie of het boren). Stap voor stap voer je de oefeningen uit. Daarbij is het helpend om eerst te leren hoe je ontspanningsoefeningen kunt doen, zodat je rust in jezelf kunt creëren. Met het afwerken van de hele hiërarchielijst ben je wel een paar maanden mee bezig.

Anneese stelt dat wie zijn angsten ontkent geen vriend is van zichzelf. “Je moet elke kans aangrijpen om ervan af te komen. Mensen die de tandarts door hun angst uit de weg gaan, kunnen ervoor tekenen dat ze later een prothese moeten.”

Mensen met angst voor de tandarts die graag coaching willen bij het aanpakken van hun tandartsangst zouden een beroep kunnen doen op een cognitief gedragstherapeut.

(Boek: Nooit meer angst bij de tandarts, ‘een zelfhulpboek om tandartsangst te overwinnen’, door C.W. Anneese. Uitgever: BSL; foto: John Dill)

“Hij luistert nooit naar me.”
“Zij kan gewoon niet samenwerken.”
“Ik heb ze al zo vaak gezegd dat die grapjes niet leuk zijn.”

Als het om andere mensen gaat, weten we vaak goed waar de zere angel zit. Deze uitspraken zijn maar een klein voorbeeld van hoe we tegen de anderen aankijken waar we een slechte relatie mee hebben. Je kunt deze mensen uit de weg gaan, maar soms moet je nu eenmaal met ze samenwerken of in hetzelfde huis wonen. Hoe kun je hier het beste mee omgaan? Hoe kun je ze zo beïnvloeden dat de relatie beter wordt?

beïnvloedingWe kunnen andere mensen helaas niet besturen. Er is geen knopje waardoor de ander zich gaat gedragen zoals jij dat wilt. Wat we wel kunnen doen is ons eigen gedrag aanpassen. Door zelf anders te reageren, kunnen we ervoor zorgen dat de ander zich ook anders gaat gedragen. Een voorbeeld: Als postbode liep ik een paar jaar geleden mijn ronde en er kwam een meneer boos op me afgestapt, hij vond dat de post niet goed bezorgd werd. Ik had zelf ook boos kunnen worden en mezelf staan verdedigen. Hierdoor zou hij waarschijnlijk nog bozer worden en zouden we ruzie krijgen. Ik bleef echter kalm, hoorde zijn verhaal aan, liet mijn empathie zien en even later bood hij me zelfs een kopje koffie aan. Dit simpele voorbeeld laat zien hoe ik door mijn eigen reactie aan te passen de meneer kon beïnvloeden. Jij kunt dit ook.

Neem eens iemand in gedachten waarbij het contact op dit moment stroef verloopt. Dit kan bijvoorbeeld een familielid, een collega of een vriend zijn. Probeer je te bedenken hoe jullie contact verloopt en hoe jij zelf reageert. Hoe zou je op een compleet tegenovergestelde manier kunnen reageren? Stel dat je een collega hebt die steeds om je heen hangt en alles wel voor je wil doen. Hij biedt je koffie aan, wil voor je naar de printer lopen, enzovoort. Jij vindt dit hartstikke irritant en probeert zo weinig mogelijk aandacht aan hem te schenken in de hoop dat hij zelf weggaat. Wat zou het tegenovergestelde kunnen zijn? Probeer eens naar hem toe te stappen bijvoorbeeld. Vraag of je voor hem wat koffie kunt halen en merk op wat er in jullie contact gebeurt. Door het tegenovergestelde gedrag te doen, kun je iets heel anders teweeg brengen.

We kunnen andere mensen heel goed beïnvloeden door zelf ons eigen gedrag aan te passen. Probeer het maar eens uit, je zult zien dat het werkt. Op deze manier kun je situaties die tot nu toe niet lekker gingen op een positieve manier beïnvloeden. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je een heel ander persoon gaat worden, maar probeer op een lichte manier eens wat te experimenteren met je eigen reacties. En wie weet ben je straks dikke vrienden met die ene collega.

(Geschreven door: Dea Boom van Psychologenpraktijk Boom , foto door Elizabeth Ashley Jerman)

Tag's :

De weg naar geluk bewandel je pas als je jezelf erkent, vooral ook waar het om de diversiteit aan emoties gaat. Je kunt je gevoelens kalmeren, waarbij erkenning stap 1 is.

geluktDe zoektocht naar geluk is van alle tijden. Je moet het niet ver zoeken, beweert Sophie Maes, want de sleutel tot geluk ligt inderdaad bij jezelf. Als gediplomeerd psycholoog, psychotherapeut en psychodramaturg zoekt ze reeds 10 jaar samen met haar cliënten naar hun groot en klein geluk. Hierbij staat de omgang met (vaak verwrongen) gevoelens centraal. Vandaag reikt ze jou instrumenten aan om zelf aan de slag te gaan, met haar boek ‘Geluk(t)’.

Wat goed kan werken is het bijhouden van een dagboek. Daarin schrijf je over je emoties, zodat je kunt zien wat je allemaal ervaart qua denken en voelen.
Bij een zeer angstig gevoel kan het antwoord op de onderstaande vragen je verder helpen:
– Waar ben je precies bang voor? Wat denk je dat er gaat gebeuren? Is het ooit echt gebeurd, of alleen in je hoofd?
– Hoe groot is de kans dat het echt gebeurt?
– Je lichaam is onrustig. Hoe interpreteert je deze onrust? Helpt dat?
– Hoe kunt je het beste omgaan met de onrust? Wie kan je om hulp vragen als dat nodig is? Welke informatie moet je nog vinden om deze uitdaging het hoofd te kunnen bieden? Hoe kun je jezelf steunen?
– Is er een voordeel verbonden aan jezelf bang maken? Heb je baat bij het vermijden van bepaalde situaties?

Je wordt je bewust van wat je denkt, als je deze antwoorden vindt. Jij kunt nu gaan bepalen welke gedachten en gevoelens in jouw leven een grote plaats innemen.
Sophie Maes heeft in haar veel praktische oefeningen opgeschreven die goed uitvoerbaar zijn en je verder kunnen helpen.

(Bron: Geluk(t), Sophie Maes, uitgever: Borgerhoog & Lamberigts)

Tag's :

Hoe vaak heb je wel niet tegen jezelf gezegd: “Dat lukt mij toch niet.” of: “dat durf ik echt niet. Wat nou als het fout gaat?” Wellicht voelt het alsof je een stem bij je draagt die altijd tegenspreekt of je geen risico’s laat nemen. Voor veel mensen die kampen met faalangst is het een grote last die ze bijna overal mee naar toe moeten nemen. Hiermee om kunnen gaan is natuurlijk niet zo maar even gedaan, maar wellicht dat de volgende tips je kunnen helpen om op een goede weg te komen.

faalangstBegin eens met elke avond drie dingen op te schrijven die goed gingen die dag. Het klinkt wellicht wat simplistisch, maar al snel zul je merken dat je je meer gaat richten op het positieve. Je moet immers wat kunnen opschrijven die avond. Dit hoeven geen grote dingen te zijn, maar juist iets simpels zoals een fijn praatje met de buurvrouw maken of lekker koken. Probeer het minimaal twee weken uit en ontdek zelf of je verschil merkt.

Een andere tip is dat je kunt proberen om een week lang het woord “probleem” om te zetten in het woord “uitdaging”. Je kunt jezelf beïnvloeden door dit soort simpele woordspelingen te maken en uitdagingen met goede moed aan te gaan. Denk ook na over andere woorden die je vaak gebruikt die je om zou kunnen zetten in een positiever woord.

Ontspanning is een belangrijk onderdeel om bij te komen van stress en spanning. Zeker wanneer je regelmatig last hebt van faalangst, is het belangrijk om je lichaam te ontladen met behulp van een ontspanningsoefening. Op internet kun je gemakkelijk gratis oefeningen vinden waar je mee kunt gaan experimenteren. Probeer het een tijdje uit en wie weet wat het je kan brengen.

Een fout die vaak gemaakt wordt bij het oppakken van een opdracht of taak, is dat je alles in één keer probeert te doen. Bijvoorbeeld dat je zo veel mogelijk hoofdstukken in één keer wilt gaan studeren. Dit werkt vaak juist averechts. De tip luidt daarom ook: Deel een moeilijke opgave op in kleine stappen die gemakkelijk te behalen zijn. Geef jezelf de ruimte en tijd om te leren en leg de lat niet direct heel hoog. Je moet nu eenmaal eerst leren lopen voordat je kunt rennen.

Tot slot gaat de laatste tip over de positieve kant van faalangst. We doen alles met een reden, hoe irrationeel dit ook kan zijn. Faalangst heeft ook positieve gevolgen. Welke zijn voor jou van belang? Probeer erachter te komen wat het jou, misschien onbewust, kan geven om de faalangst te laten heersen.

Deze vijf tips zijn natuurlijk niet alles omvattend of een wondermiddel om in één keer van faalangst af te komen. Maar wellicht is het net een klein steuntje dat je goed kunt gebruiken. Of wellicht kan het je ergens brengen waar je meer hulp kunt krijgen. Bedenk goed, er zijn veel meer mensen met dezelfde angsten als jij en je hoeft het niet alleen op te lossen. Ook voor jou is goede (zelf)hulp beschikbaar.

Geschreven door: online studentenpsycholoog Dea Boom van www.psychologenpraktijkboom.nl

Tag's :

Kun jij mensen nu echt helpen? Het is een vraag die ik nog wel eens krijg als ik vertel dat ik psycholoog ben. Als psycholoog heb je toch een wat twijfelachtige reputatie. Sommige mensen geloven heilig in je en andere denken dat je een soort kwakzalver bent die niet veel verschilt van een waarzegger of een kruidenvrouwtje.

In zijn boek “Psychotherapie, een wetenschappelijk perspectief” geeft professor Pim Cuijpers een overzicht van de huidige stand van zaken binnen de psychotherapie. Hij heeft al het onderzoek op een rij gezet en vertelt ons exact wat wel werkt en wat niet werkt. Tenminste, voor zover hij dat zelf weet.

Wat is psychotherapie?
psychotherapieVoordat we de vraag kunnen stellen of psychotherapie werkt, moeten we eerst helder hebben wat het precies is. Het komt er op neer dat we onder psychotherapie alle interventies verstaan die niet onder medicijngebruik vallen. Als je dat als definitie stelt, hou je nog flink wat behandelmethoden over.
Zo heb je bijvoorbeeld gesprekstherapie. Het typische tweegesprek tussen psycholoog en cliënt. Daarin heb je dan weer verschillende stromingen, zoals de cliëntgerichte, de cognitief therapeutische en de psychodynamische. Maar buiten het tweegesprek heb je ook groepstrainingen, behandelingen waarbij het lichaam meer centraal staat en meer “opvallende” behandelvormen. Tot die laatste groep behoort bijvoorbeeld de EMDR, een behandelmethode waarbij de therapeut met zijn vingers voor de ogen van de cliënt zwaait. Klinkt gek, maar werkt uitstekend in de behandeling van angststoornissen.

Wat werkt?
Het is nog een hele klus om uit te zoeken welke therapie goed werkt.

Je zou mensen gewoon een therapie kunnen geven om hun achteraf te vragen hoe het gaat, maar dat levert een hoop problemen op:
• Hoe weet je dat het probleem niet als vanzelf beter is geworden?
• Wie zegt dat het niet gewoon een goede psycholoog was in plaats van een goede behandelmethode?
• Zou het kunnen zijn dat iedereen anders op verschillende therapieën reageert?

Enzovoort, enzoverder.

Om die vragen goed te kunnen pareren wordt er binnen de psychologie gewerkt met “randomised control trials”. Dat zijn sterk gecontroleerde experimenten waarbij er behandelingen gegeven worden die zoveel mogelijk hetzelfde zijn en waarbij en “controlegroepen” zijn die geen behandelmethode krijgen.

Cuijpers doet dan nog aan “meta-analyses” waarbij verschillende trials met elkaar vergeleken worden. Als een onderzoeker uit Canada een onderzoek naar cognitieve therapie bij depressie heeft gedaan en een onderzoeker uit Utrecht ook, vat Cuijpers die twee onderzoeken samen tot één uitkomst. Alleen gebruikt hij niet twee onderzoeken maar in principe alle onderzoeken die ooit zijn gedaan.

Wat werkt?
Wat komt er nu uit al die meta-analyses? De volgende punten vond ik interessant om te lezen:

• Als je mensen met een depressie niet behandelt, knapt 40% vanzelf weer op. Als je mensen met een depressie wel behandelt, knapt 66% op. Het verschil tussen niet en wel behandelen is dus maar 26%.
• Er zijn verschillende problemen waarvoor een behandelmethode bestaat die goed werkt en goed onderzocht is (depressie, angst, stress). Er is echter geen enkele therapie die altijd en voor iedereen werkt.
• In veel gevallen werkt zelfhulp bijna net zo goed als therapie. Met zelfhulp kan dan een digitale training bedoeld worden en zelfs het lezen van een boek.
• We weten eigenlijk nauwelijks waarom psychotherapie werkt. Het is heel moeilijk om met onderzoek helder te krijgen welk onderdeel van een gesprek werkt, dus dat kunnen we dan ook niet.
• Er zijn bovendien nauwelijks verschillen tussen verschillende behandelmethoden. Het is niet duidelijk dat de schemagerichte therapie beter werkt dan de cognitieve therapie bijvoorbeeld.

Wat betekent dit nu in de praktijk?
Allereerst: ik kan echt mensen helpen, maar of het bij jou aanslaat kan ik niet garanderen.
Daarnaast is het belangrijk om hulp te zoeken. De kans dat je dan over je probleem heen kunt, is groter dan wanneer je het niet doet.
Wat ons betreft is het bovendien verstandig om hulp te zoeken bij een psycholoog die werkt met wetenschappelijk getoetste methoden. De werkzaamheid van een therapie is al klein, dus dan is het verstandig om in ieder geval te werken met een behandeling waarvan de werkzaamheid is aangetoond.

Tot slot is het verstandig om te blijven proberen, maar niet te lang. Als de ene therapie niet werkt, zou de andere best wel kunnen helpen. Blijf dan echter niet te lang hangen bij een therapeut. Als je binnen zes gesprekken geen vooruitgang merkt, wordt het tijd om weer eens door te kijken. Het probleem hoeft niet over te zijn bij zes gesprekken, maar er moet wel een positieve verandering merkbaar zijn.

Robert Haringsma is coach en psycholoog bij het Instituut voor Positieve Psychologie

Tag's :